|
U schreef in uw boeken dat we zonden in een keer de verlossing
van de konden ontvangen door in het doopsel van Jezus en Zijn bloedvergieten
aan het Kruis te geloven. Hoe legt u dan de passage "En vergeef
ons van onze schuld, zoals ook wij anderen van hun schulden vergeven"
uit, in het gebed van Onze Heer?
De zin die u citeert, schijnt in tegenstelling te zijn met het evangelie van het water en de Geest. Maar u zult denken dat de Bijbel volmaakt is en geen tegenstelling bevat.
Is het evangelie van het water en de Geest dan onjuist? Nee, helemaal niet!
Door het hele Woord toont God ons dat dit evangelie het enige echte en volmaakte evangelie is.
Er zijn overeenkomsten tussen het Oude en Nieuwe Testament. Het opofferingssysteem in het Oude Testament stemt volledig overeen met het eeuwige offer van Jezus Christus. In het opofferingssysteem moest een wettig offer aan drie wezenlijke voorwaarden voldoen: 1) offerdier zonder smet, 2) het opleggen van handen, 3) bloed (indirecte dood)
En Jezus Christus die door de maagd Maria als de Zondeloze naar deze aarde kwam, werd gedoopt door Johannes de Doper, de vertegenwoordiger van de hele mensheid, om alle zonden van de wereld op Zich te nemen. Daarna ging Hij naar het Kruis met alle zonden van ons, en werd ter dood gekruisigd. Maar Hij herrees na drie dagen. We zijn nu van al onze zonden vergeven (van het verleden, heden en de toekomst) door in deze waarheid, die de Heer voltooid heeft, te geloven.
Maar hoe zit dat dan met die passage "En vergeef ons van onze schuld, zoals ook wij anderen van hun schulden vergeven"?
Het betekent dat God wilt dat we elkanders ontoereikendheid vergeven. Ook al zijn we wedergeboren, we zijn nog steeds zwak in het vlees en doen veel dingen verkeerd. Als we elkaar veroordelen en berispen voor onze overtredingen dan zal zelfs de macht van het ware evangelie vervagen en de gemeenschap van de wedergeborenen zou vernietigd zijn.
U moet er op letten dat het woord "overtredingen" gecorrigeerd dient
worden in "schulden." In feite staat in de Statenvertaling geschreven:
"En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen
schuldenaren" (Mattheus 6:12).
In Mattheus wordt het gebed van de Heer direct gevolgd door zulke leren als: "Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven."
Heer Jezus gaf ons niet het Gebed van onze Vader om het iedere dag zoals het er staat, op te zeggen. Het is een collectie van de belangrijkste gebedsonderwerpen die we ons in ons dagelijkse geloofsleven moeten herinneren.
Lees Mattheus 18:21-35 alstublieft aandachtig door, dan zult u een begrip krijgen van wat de wil van God is voor de onvergevende dienaar.
"Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal
mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal?
Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal
zeven maal. Daarom wordt het Koninkrijk der hemelen vergeleken bij
een zeker koning, die rekening met zijn dienstknechten houden wilde.
Als hij nu begon te rekenen, werd tot hem gebracht een, die hem
schuldig was tien duizend talenten. En als hij niet had, om te betalen,
beval zijn heer, dat men hem zou verkopen, en zijn vrouw en kinderen,
en al wat hij had, en dat de schuld zou betaald worden. De dienstknecht
dan, nedervallende, aanbad hem, zeggende: Heer! wees lankmoedig
over mij, en ik zal u alles betalen. En de heer van dezen dienstknecht,
met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, heeft hem ontslagen,
en de schuld hem kwijtgescholden. Maar dezelve dienstknecht, uitgaande,
heeft gevonden een zijner mededienstknechten, die hem honderd penningen
schuldig was, en hem aanvattende, greep hem bij de keel, zeggende:
Betaal mij, wat gij schuldig zijt.Zijn mededienstknecht dan, nedervallende
aan zijn voeten, bad hem, zeggende: Wees lankmoedig over mij, en
ik zal u alles betalen. Doch hij wilde niet, maar ging heen, en
wierp hem in de gevangenis, totdat hij de schuld zou betaald hebben.
Als nu zijn mededienstknechten zagen, hetgeen geschied was, zijn
zij zeer bedroefd geworden; en komende, verklaarden zij hunnen heer
al wat er geschied was. Toen heeft hem zijn heer tot zich geroepen,
en zeide tot hem: Gij boze dienstknecht, al die schuld heb ik u
kwijtgescholden, dewijl gij mij gebeden hebt; Behoordet gij ook
niet u over uw mededienstknecht te ontfermen, gelijk ik ook mij
over u ontfermd heb? En zijn heer, vertoornd zijnde, leverde hem
den pijnigers over, totdat hij zou betaald hebben al wat hij hem
schuldig was. Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen, indien gij
niet van harte vergeeft een iegelijk zijn broeder zijn misdaden."
Het betekent dat we altijd onze broeders moeten vergeven als zij tegen ons zondigen omdat de Heer al onze zonden van het verleden, het heden en de toekomst reeds in een keer met Zijn doopsel aan het Kruis heeft vergeven. God zal daarom kwaad op ons zijn voor onze onvergeeflijkheid en Hij zal ons niet onze zonden tegen onze broeders vergeven als we onze broeders niet vergeven, ook al heeft de Heer al hun zonden van Zijn kant reeds vergeven. Slechts als we onze broeders vergeven door te geloven dat God reeds iedereen vergaf door Jezus' doopsel en het Kruis, al Hij behaagt zijn met ons.
De passage kan daarom als volgt uitgelegd worden. "Heer, we vergeven onze broeders omdat U al onze zonden reeds vergaf. Wees daarom alstublieft niet kwaad om onze zonden." Jezus zei dat met de veronderstelling dat Hij reeds alle zonden van de wereld had weggewassen. De persoon die zo gelooft, kan zijn broeders vergeven als zij tegen hem zondigen.
Terug naar lijst
|