" Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet "
   (Mattheus 10:8)

HOME  |  INHOUD  |  CONTACT  |  HELP    
Bijbelstudies Gratis
Christelijke boeken
Gratis
Christelijke e-boeken
Over ons
 



 Preken over belangrijke onderwerpen door Eerwaarde Paul C. Jong

 

Als We Dingen volgens de
Wet Doen, Kan Ons Dat Redden?


< Lukas 10:25-30 >

“En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij? En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven. Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste? En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.”


Wat is het grootste
probleem van de mens?
Hij leeft met veel
valse illusies.

Lukas 10:28, “Doe dat, en gij zult leven.”

Mensen leven met veel valse illusies. Het lijkt alsof zij bijzonder kwetsbaar zijn in dit opzicht. Zij lijken intelligent maar kunnen gemakkelijk bedrogen worden en ze zijn zich onbewust van hun slechte kanten. We zijn geboren zonder onszelf te kennen maar we leven nog steeds alsof we dat wel doen. De Bijbel zegt ons dat wij zondaars zijn omdat de mensen zichzelf niet kennen.

De mensen praten over het bestaan van hun eigen zonden. En af en toe lijkt het dat mensen niet in staat zijn goed te doen en ze te zeer geneigd zijn zichzelf als goed te karakteriseren. Zij willen pralen met hun goede werken en pronken. Ze zeggen dat zij zondaars zijn maar ze gedragen zich alsof ze goede mensen zijn.

Zij weten dat zij geen goeds in zich hebben noch in staat zijn goed te doen maar zij proberen anderen en soms zelfs zichzelf te bedriegen. “Kom op, we kunnen niet geheel slecht zijn. Er moet iets van goeds binnenin ons zijn.”

Daarom kijken zij naar anderen en zeggen tegen zichzelf, “Gossie, ik zou willen dat hij dat niet gedaan had. Het zou beter voor hem zijn geweest als hij dat niet had gedaan. Hij zou er veel beter voor hebben gestaan als hij zo zou praten. Ik denk dat het beter is om het evangelie zus of zo te prediken. Hij was vóór mij verlost, dus ik denk dat hij zich meer moet gedragen als iemand die verlost is geworden. Ik ben pas kort geleden verlost geworden, maar als ik meer leer, zal ik veel beter dan hem worden.”

Zij scherpen de messen in hun hart. “Wacht jij maar. Je zult zien dat ik niet zoals jouw ben. Dus je denkt dat je me nu vooruit bent, of niet? Wacht maar. Het staat in de Bijbel dat diegenigen die het laatste komen de eersten zullen zijn. Ik weet dat dit op mij slaat. Wacht en ik zal het je laten zien.” Mensen bedriegen zichzelf.

Zelfs als hij hetzelfde zou doen wanneer hij in de plaats van die persoon was, zou hij hem toch veroordelen. Als hij in de preekstoel staat, merkt hij van zichzelf dat hij hopeloos begint te stotteren en hij voelt zich onzeker worden. Predikers moeten alleen maar naar God kijken en niet beginnen te denken wat anderen ervan zouden denken. Als zij dat doen, zijn ze niet in staat om te prediken.

Als hun gevraagd wordt of de mens het vermogen heeft om goed te doen, zeggen de meeste mensen nee. Maar zij hebben de illusie dat zijzelf wel het vermogen hebben. Dus doen ze hard hun best totdat zij sterven.

Zij denken dat zij goedheid in hun hart hebben, dat zij het vermogen bezitten om goed te doen. Zij denken ook dat zijzelf goed genoeg zijn. Het maakt niet uit hoe lang geleden zij wedergeboren waren, zelfs diegenigen die veel vooruitgang hebben behaald in de dienst van God denken, ‘Ik kan dit en dat doen voor de Heer.’

Maar als we onze Heer uit onze levens halen, kunnen we dan werkelijk goed doen? Is er goedheid in de mensheid? Kan hij goede werken doen in zijn leven? Menselijke wezens hebben niet het vermogen goed te doen. Altijd als mensen proberen, iets uit zichzelf te doen, zondigen zij.

Sommigen duwen Jezus aan de kant nadat zij verlost zijn en proberen op eigen kracht goed te doen. Er is niets dan slecht in ieder van ons. Wij kunnen alleen maar slechtheid voortbrengen. Van onszelf (zelfs diegenigen die gered zijn geworden), kunnen we alleen maar zondigen. Dat is de realiteit van ons vlees.


Wat doen we altijd;
goeds of het slechte?
Het slechte

In onze lofgezangen, ‘Looft de Heer,’ is een lied dat als volgt gaat, “Zonder Jezus zullen we alleen maar struikelen. We zijn zo waardeloos als een schip dat de zee oversteekt, zonder zeilen.” Zonder Jezus kunnen we maar zondigen. We zijn alleen maar de rechtvaardigen omdat we gered zijn. In werkelijkheid zijn we slecht.

De apostel Paulus zei, “Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik” (Romeinen 7:19). Als een mens met Jezus is, dan maakt dat niet uit. Maar als hij niets met Hem te maken heeft, dan probeert hij goed te doen voor God. Maar hoe meer hij zijn best doet, hoe meer hij bemerkt dat hij kwaad uitvoert.

Zelfs Koning David had dezelfde aard. Toen zijn land vredig en voorspoedig was, ging hij rondkijken. Hij zag een verleidelijke afbeelding van een vrouw en viel voor het sensuele plezier. Wat was hij voor iemand toen hij de Heer had vergeten! Hij was waarachtig slecht. Hij doodde Uriah en nam zijn vrouw maar hij kon het kwaad in hemzelf niet zien. Hij maakte excuses voor zijn daden.

Toen op een dag de profeet Nathan naar hem kwam en zei. “Er zijn twee mannen in een stad, een is rijk en de ander is arm. De rijke had zeer veel schapen en runderen. Maar de arme had gans niet dan een enig klein ooilam.Toen nu den rijken man een wandelaar overkwam, verschoonde hij te nemen van zijn schapen en van zijn runderen, om voor den reizenden man, die tot hem gekomen was, wat te bereiden; en hij nam des armen mans ooilam, en bereidde dat voor den man, die tot hem gekomen was” (2 Samuël 12:1-4).

David zei, Zo waarachtig als de HEERE leeft, de man, die dat gedaan heeft, is een kind des doods! Hij werd erg kwaad, dus hij zei, “En dat ooilam zal hij viervoudig wedergeven, daarom dat hij deze zaak gedaan, en omdat hij niet verschoond heeft.” Maar hij nam de arme man zijn enige lam om een maal voor zijn gast te bereiden. Hij moet sterven! En Nathan zei tegen hem, “Gij zijt die man!” Als we Jezus niet volgen en niet met Hem zijn, kunnen zelfs de wedergeborenen zo zijn.

Het is hetzelfde voor iedereen, zelfs voor de gelovigen. We struikelen steeds en voeren kwaad uit zonder Jezus. We zijn tegenwoordig dus weer dankbaar dat Jezus ons gered heeft zonder te kijken naar het kwaad in ons. “Ik wil onder de schaduw van het Kruis rusten.” Ons hart rust onder de schaduw van de verlossing van Christus. Maar als we de schaduw verlaten en voor onszelf moeten zorgen, kunnen we nooit rusten.



GOD GAF ONS DE RECHTVAARDIGHEID VAN HET GELOOF VóóR DE WET


Welke was er het eerst,
geloof of de Wet?
Geloof

De apostel Paulus zei, dat God ons de rechtvaardigheid van het geloof eerst gaf. De rechtvaardigheid van het geloof was er het eerst.Hij gaf het aan Adam en Eva, aan Kain en Abel, daarna aan Seth en Enoch...daarna aan Noah...., dan aan Abraham, dan weer verder aan Isaac, aan Jacob en zijn twaalf zonen. Zelfs zonder de Wet werden zij rechtvaardig voor God door hun geloof in Zijn Woord. Zij waren gezegend en kregen rust door hun geloof in Zijn Woord.

En de tijd verstreek en door Joseph, leefden Jakob’s afstammelingen 400 jaar als slaven in Egypte. Toen leidde God hun door Mozes naar het land van Kanaän. Echter, tijdens de 400 jaar slavernij hadden zij de rechtvaardigheid van het geloof vergeten.

Dus liet God hun door Zijn wonder de Rode Zee doorkruisen en leidde hun de woestijn in. Toen zij de woestij van Zonde bereiktten, gaf Hij hun de Wet op de berg Sinaï. Hij gaf hun de Tien Geboden die 613 gedetaileerde artikelen van de Wet bevatten. “Ik ben de Heer jouw God, de God van Abraham, de God van Is kom en beklim de Berg Sinai en Ik zal je de wet geven.” God gaf de Wet aan Israël.

Hij gaf hen de Wet zodat zij ‘kennis van de zonde’ zouden hebben (Romeinen 3:20). Het was om hun te tonen, wat Hij graag had en wat Hij verafschuwde en om Zijn rechtvaardigheid en heiligheid te verkondigen.

Alle mensen van Israël die 400 jaar slaaf waren geweest in Egypte kruisten de Rode Zee. Zij hadden nooit de God van Abraham, de God van Isaak, de God van Jakob ontmoet. Zij konden Hem niet.

En terwijl zij die 400 jaar in slavernij hadden geleefd, waren zij de rechtvaardigheid van God vergeten. In die tijd hadden zij geen leider. Jakob en Josef waren hun leiders, maar zij waren gestorven. Het lijkt dat Josef gefaald had om het geloof aan zijn zonen Manasseh en Ephraim door te geven.

Daarom moesten zij hun God weer vinden en Hem ontmoeten omdat zij de rechtvaardigheid van God vergeten waren. Dus gaf God hun eerst de rechtvaardigheid van het geloof en Hij gaf hun de Wet nadat zij het geloof vergeten hadden. Hij gaf hun de Wet om hun naar Hem terug te brengen.

Om Israël te redden, om hun Zijn volk te maken, het volk van Abraham, zei Hij hen dat ze besneden moesten zijn.

De reden waarom Hij hun riep, was in de eerste plaats om hun te laten weten dat de God die de Wet schiep bestaat en ten tweede om hun te laten weten dat zij zondaars waren voor God. Hij wilde dat zij voor Hem traden en Zijn volk werden door verlost te worden door het offer van de verlossing dat God hun gegeven had. En Hij maakte hun Zijn volk.

De mensen van Israël waren verlost door de Wet (het offersysteem) door te geloven in de Messias die komen zou. Maar het opofferingssysteem was met de tijd zwakker geworden. Laat ons eens kijken wat dat was.

In Lukas 10:25, “En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende.” De wetgeleerde was een Pariseër. De Pariseën waren conservatieve mensen die in overeenstemming met Zijn Woord probeerden te leven. Zij waren een volk dat eerst het land probeerde te beschermen en daarna volgens Zijn Wet te leven. En dan waren er nog de Zeloten die erg onstuimig waren en die geneigd waren toevlucht te nemen in demonstraties om hun visies te bereiken.


Wie wilde Jezus
tegenmoet komen?
Zondaars zonder herder

Zelfs tegenwoordig zijn er mensen zoals zij. Zij leiden sociale bewegingen met slogans als ‘bescherm de onderdrukte mensen van het land.’ Zij geloven dat Jezus kwam om de armen en onderdrukten te redden. Dus leren zij theologie op hogescholen, nemen deel in de politiek en proberen in ieder deel van de samenleving de ‘benadeelden te helpen’.

Zij zijn het, die volhouden, “Laat ons allen volgens de heilige en genadige wet leven... leven overeenkomstig de Wet en Zijn Woorden.” Maar zij realiseren zich de werkelijke betekenis van de Wet niet. Zij proberen overeenkomstig de letters van de Wet te leven maar ze herkennen de goddelijke openbaring van de Wet niet.

We kunnen dus zeggen dat er geen profeet, de dienaar van God, voor ongeveer 400 jaar voor Christus was. Zo werden zij een kudde schapen zonder herder.

Zij hadden niet de Wet noch een leider. God verkondigde Zichzelf niet door de schijnheilige religieuze leiders van die tijd. Het land was een kolonie van het Romeinse Rijk geworden. Daarom zei Jezus tegen deze mensen van Israël die Hem in de woestijn volgden dat Hij ze niet hongerig weg zou sturen. Hij had medelijden met de kudde zonder herder. Er waren velen die lijdden in die tijd.

De rechten berustten hoofdzakelijk bij de wetgeleerden en anderen in zulke posities; de Pariseën waren afkomstig van Israël, van Judea. Zij waren erg trots.

En deze wetgeleerde vroeg Jezus in Lukas 10:25, Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven? Schijnbaar dacht hij dat er niemand beter dan hem was onder het volk van Israël. Dus deze wetgeleerde (eentje die niet verlost was geworden) daagde Hem uit, zeggende, “Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?”

Deze wetgeleerde is alleen maar een weerspiegeling van onszelf. Hij vroeg Jezus, “Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?” Jezus zei tegen hem, “Wat is in de Wet geschreven? Hoe leest gij?”

“En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.”

En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven. Jezus zei hem, “Je hebt goed geantwoordt, doe dit en je zult leven.”

Hij daagde Jezus uit niet wetende van zichzelf dat hij slecht was, een brok van zonde die nooit goed zou kunnen doen. Daarom vroeg Jezus hem, “Wat is er in de Wet geschreven? Hoe leest gij?”


Hoe lees jij de Wet?
Wij zijn zondaar die zich nooit aan
de Wet kunnen houden.

“Hoe leest gij?” “Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.” “Hoe leest gij?” Hoe ken en begrijp jij de Wet, betekent dit.

De wetgeleerde dacht, net als vele mensen tegenwoordig, dat God de Wet aan hem gaf om te houden. En hij, antwoordend, zei: “Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven. De Wet was zonder fouten.”

Hij gaf ons een volmaakte wet. Hij zei ons, de Heer met ons gehele hart en onze gehele ziel lief te hebben, en uit geheel onze kracht en verstand onze naasten als onszelf lief te hebben. Het is goed voor ons om God met ons gehele hart en onze kracht lief te hebben, maar het was het heilige woord waar we ons nooit aan konden houden.

“Hoe leest gij?” betekent dat de Wet goed en juist is, maar hoe wordt het begrepen? De wetgeleerden dacht dat God het hem gegeven had om te gehoorzamen. Maar God’s wet was gegeven zodat wij misschien onze tekortkomingen erkennen kunnen, en onze onrechtvaardigheden geheel tonen. Het stelt onze zonden bloot, “Je hebt gezondigd. Je doodde terwijl ik je zei niet te doden. Waarom heb je Me niet gehoorzaamd?”

De Wet stelt de zonden in de harten van de mensen bloot. Stelt U zich voor dat ik op mijn weg hierheen een veld met rijpe meloenen zag. God waarschuwde me door de Wet, “Pluk niet van die meloenen om ze daarna op te eten. Ik zou Me schamen als je dat zou doen.” Ja, Vader. “Het veld behoort aan Dhr. zo en zo, daarom moet je ze nooit plukken.” “Ja, Vader.”

Het moment waarop we door de Wet horen dat we ze nooit moeten plukken, voelen we een sterk verlangen om ze te plukken. Als we een veer omlaag duwen, dan springt het automatisch weer omhoog. De zonden van de mensen zijn net zo.

God zegt ons dat we nooit kwaad moeten doen. God kan dat zeggen omdat Hij heilig is, omdat Hij compleet is, omdat Hij hiertoe het vermogen heeft. Aan de andere kant, wij kunnen ‘nooit’ niet zondigen en ‘nooit’ goed doen. Wij hebben ‘nooit’ goeds in onze harten. De Wet zegt nooit (het was bedingt met het woord ‘nooit’). Waarom? Omdat mensen lust in hun harten hebben. We handelen uit onze lust. We plegen overspel omdat we overspel in onze harten hebben.

We moeten de Bijbel aandachtig lezen. In het begin toen ik in Jezus geloofde, geloofde ik in het Woord. Ik las dat Jezus voor mij op het Kruis stierf en ik kon de tranen niet meer bedwingen. Ik was zo’n slecht persoon en Hij stierf voor mij aan het Kruis.... Mijn hart deed zo ontzettend pijn dat ik in Hem geloofde. Toen dacht ik, ‘Als ik in Hem ga geloven, dan zal ik gaan geloven in overeenstemming met het Woord.

Toen ik Exodus 20 las, stond er, “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.” Ik bad vol berouw volgens zijn woord. Ik probeerde me te herinneren of ik ooit andere goden voor Hem had, Zijn naam vergeefs roepend, of dat ik ooit voor andere goden gebogen had. Ik realiseerde me dat ik me veelvuldig voor andere goden verbogen had tijdens de rituelen ter ere van mijn voorvaders. Ik had de zonde begaan meerdere goden te hebben.

Dus bad ik vol berouw, “Heer, ik heb idolen vereerd. Hiervoor moet ik veroordeeld worden. Vergeef alstublieft mijn zonden. Ik zal het nooit meer doen.” Daarmee was een zonde afgehandeld.

Toen dacht ik na of ik Zijn naam ooit misbruikt had. Toen herinnerde ik me dat ik rookte in het begin dat ik in God geloofde. Mijn vrienden zeiden me, “Breng je geen schande aan God door te roken? Hoe kan een Christen roken?”

Dat was toch Zijn naam misbruiken, of niet? Dus bad ik alweer, “Heer, ik heb Uw naam misbruikt. Vergeef me alstublieft. Ik zal stoppen met roken.” Dus probeerde ik te stoppen met roken maar ik bleef een jaar lang hier en daar doorroken. Het is werkelijk moeilijk, bijna onmogelijk, om te stoppen met roken. Maar uiteindelijk lukte het me helemaal met roken te stoppen. Ik dacht dat ik alweer een zonde afgehandeld had.

De volgende was “Houdt de Sabbat dag heilig.” Dit wil zeggen doe geen andere dingen op Zondagen; geen zaken doen, noch geld verdienen.... Dat deed ik dus ook niet meer.

Dan was er “Eert uw vader en uw moeder.” I eerde hen als ik weg was maar zij waren een bron van ergernis als ik in de buurt was. “Goeie genade, ik heb gezondigd voor God. Vergeef me alstublieft, Heer.” Ik bad vol berouw.

Maar ik kon mijn ouders niet meer eren omdat ze toen al beiden dood waren. Wat kon ik doen? “Heer, vergeef alstublieft deze waardeloze zondaar. U stierf aan het Kruis voor mij.” Hoe dankbaar dat ik was!

Zo dacht ik had ik al mijn zonden een voor een afgehandeld. Er waren andere wetten zoals niet te doden, geen overspel te plegen, niet te begeren.... Ik realiseerde me dat ik me aan geen enkele gehouden had. Ik bad de hele nacht. Maar weet u, bidden in berouw is niet echt prettig. Laat ons daarover praten.

Toen ik aan Jezus’ kruisiging dacht, was ik in staat de pijn ervan mee te voelen. En Hij stierf voor ons die niet in overeenstemming met Zijn woorden konden leven. Ik huilde de hele nacht eraan denkend hoeveel ik van Hem hield en Hem ervoor dankend dat hij me echt genoegen heeft gegeven.

Mijn eerste jaar dat ik naar de kerk ging was in het algemeen best gemakkelijk maar de volgende paar jaar werden erg moeilijk omdat ik steeds dieper moest nadenken om de tranen te laten vloeien daar ik het zo vaak deed.

Wanneer de tranen nog steeds niet kwamen, ging ik vaak voor 3 dagen naar de bergen om te bidden en te vasten. Dan kwamen de tranen terug. Ik was doorweekt van mijn tranen, kwam terug in de samenleving, en huilde in de kerk.

Mensen om me heen zeiden, “Je bent zoveel heiliger geworden door je gebeden in de bergen.” Maar de tranen droogden onvermijdelijk weer op. Het werd ontzettend moeilijk het derde jaar. Ik dacht aan de onrechtvaardigheden die ik mijn vrienden en mede-Christenen had aangedaan en huilde weer. Na 4 jaar droogden de tranen weer op. Er waren traanzakjes in mijn ogen, maar zij werkten niet meer.

Na 5 jaar kon ik niet meer huilen, hoe hard ik ook probeerde. Daarna begon mijn neus te lopen. Na een paar jaar walgde ik van mijzelf en ik keerde me weer naar de Bijbel.



DE WET IS VOOR DE ERKENNING VAN DE ZONDE


Wat moeten we ons
realiseren bij de Wet?
We kunnen ons nooit aan
de Wet houden.

In Romeinen 3:20, lezen we “Bij de wet is de erkenning van de zonde.” Ik beschouw dit als een persoonlijke boodschap aan de apostel Paulus en ik geloofde alleen in de woorden die ik koos. Maar nadat mijn tranen waren opgedroogd kon ik mijn geloofsleven niet meer doorvoeren.

Dus, ik had herhaaldelijk gezondigd en ik ontdekte dat ik zonde in mijn hart had en dat het onmogelijk was om in overeenstemming met de Wet te leven. Ik kon het niet verdragen. Maar ik kon de Wet niet afdanken omdat ik geloofde dat het gegeven was om te gehoorzamen. Uiteindelijk werd ik een wetgeleerde zoals we die gezien hebben in het Heilige Geschrift. Het werd zo moeilijk om verder een geloofsleven te voeren.

Dus, om van het probleem weg te komen maakte ik er een hele ophef van om een prediker te vinden die preekte over de wedergeboorte uit water en de Geest. Ik ontmoette een prediker die preekte dat al onze zonden verlost zijn geworden.

Toen ik hoorde dat ik zonder zonde was, was het net alsof er een frisse bries door mijn hart blies. Ik had zoveel zonde dat terwijl ik de Wet las, ik me van deze zonden bewust werd. In mijn hart had ik alle Tien Geboden gebroken. Zondigen in het hart is ook een zonde, en ik was onbewust een gelover van de Wet geworden.

Als ik me aan de Wet hield was ik gelukkig. Maar als ik me niet aan de Wet kon houden dan voelde ik me ellendig, geïrriteerd en ongelukkig. Tenslotte was ik helemaal uitgeput ervan geworden. Was me maar vanaf het begin geleerd geworden, “Nee, nee. Er is een andere betekenis aan de Wet. Het laat u zien dat u een brok van zonde bent; u houdt van geld, van het andere geslacht en van dingen die mooi zijn om naar te kijken. U heeft dingen waarvan u meer houdt dan van God. U wilt de dingen van de wereld volgen. De Wet is u gegeven, niet om te houden, maar om uzelf als een zondaar te herkennen die kwaad in zijn hart heeft.”

Had iemand me dat toen maar geleerd, dan had ik niet 10 jaar hoeven te lijden. Dus ik had 10 jaar onder de Wet geleeft voordat ik me dit realiseerde.

Het vierde gebod is “Houdt de Sabbath dag heilig.” Het betekent dat wij niet zouden moeten werken op de Sabbath dag. Het betekent dat we zouden moeten lopen in plaats van rijden als we lange afstanden reizen. En ik dacht dat ik naar de plaats waar ik preekte zou moeten lopen om eerbaar te zijn. Per slot van rekening preekte ik over de Wet. Daarom dacht ik dat ik moest uitvoeren wat ik preekte. Het was zo moeilijk, dat ik op het punt stond om op te geven.

Zoals hier staat geschreven, “Hoe leest gij?” Ik begreep deze vraag niet en leed gedurende 10 jaar. De wetgeleerde begreep het ook verkeerd. Hij dacht dat als hij de Wet zou gehoorzamen en voorzichtig zou leven, hij gezegend zou worden voor God.

Maar Jezus zei hem, “Hoe leest gij?” Ja, je antwoordde juist; je vat het op zoals het geschreven staat. Probeer en bewaar het. Je zult leven als je het doet, maar sterven als je het niet doet. De loon voor zonde is de dood. “Je zult sterven als je het niet doet.” (Het tegenovergestelde van leven is dood, of niet?)

Maar de wetgeleerde begreep het nog steeds niet. Wij zijn die wetgeleerde, jij en ik. Ik heb 10 jaar theologie gestudeerd. Ik probeerde alles, las alles en deed alles: vasten, illusies, trance.... Gedurende 10 jaar las ik de Bijbel en ik verwachtte iets te bereiken. Maar spiritueel was ik een blinde.

Daarom moet een zondaar iemand tegenkomen die hem kan laten zien dat Hij onze Heer Jezus is. Dan realiseert hij zich dat “Aha! We kunnen ons nooit aan de Wet houden. Hoe hard we ook proberen, we zullen sterven het alleen maar geprobeerd hebbend. Maar Jezus kwam om ons te redden met het water en de Geest! Hallelujah!” We kunnen verlost worden door het water en de Geest. Het is de genade, het geschenk van God. Dus prijzen we de Heer.

Ik had het geluk om te slagen op de wanhopige manier, maar sommigen studeren hun hele leven zinloos theologie en worden zich niet bewust van de waarheid tot de dag dat zij sterven. Sommigen geloven tientallen jaren of van generatie op generatie maar zij zijn nooit wedergeboren.

We promoveren van zondaar, wanneer we ons ervan bewust worden dat we ons nooit aan de Wet kunnen houden, dan voor Jezus gaan staan en luisteren naar het evangelie van het water en de Geest. Wanneer we Jezus ontmoeten, promoveren we van alle oordelen, iedere verdoemenis. We zijn de ergste zondaars maar we worden rechtvaardig omdat Hij ons redde door het water en het bloed.

Jezus vertelde ons dat wij nooit naar Zijn wil kunnen leven. Hij zei dit tegen de wetgeleerde maar hij begreep het niet. Dus vertelde Jezus hem een verhaal om hem te helpen het te begrijpen.


Wat doet mensen in het
geloofsleven falen?
Zonde

“Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen” (Lukas 10:30). Jezus vertelde hem dat hij zijn hele leven geleden heeft net als deze man door dieven geslagen werd en bijna stierf.

Een man ging van Jerusalem naar Jericho. Jericho is de profane wereld en Jeruzalem vertegenwoordigt de stad van de religie; de stad van het geloof, van de pochers van de wet. Het verteld ons dat als we in Christus als onze religie geloven, kunnen we niet geruïneerd worden.

“Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen” (Lukas 10:30). Jeruzalem was een grote stad met een hoge populatie. Er was een hogepriester, een menigte van priesters, Levieten en veel markante religieuze mannen daar. Er waren velen die de Wet goed kenden. Zij probeerden in overeenstemming met de Wet te leven maar uiteindelijk faalden ze en vertrokken ze naar Jericho. Zij bleven in de wereld (Jericho) vervallen en ontmoeten dieven.

De man ontmoette dieven op de weg van Jeruzalem naar Jericho en werd van zijn kleding ontdaan. ‘Ontdaan worden van zijn kleding’ betekent dat hij zijn rechtvaardigheid verloor. Het is onmogelijk voor ons om volgens de Wet te leven, in overeenstemming met de Wet te leven. De apostel Paulus zei in Romeinen 7, “Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Welnu, als ik iets doe wat ik niet wil doen, dan is het niet langer ik die het doet, maar de zonde die in me opzwelt.”

Ik zou willen dat ik goed kon doen en naar Zijn woorden kon leven. Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. (Markus 7:21-23).

Omdat zij in ons hart zijn en af en toe naar buiten komen, doen we wat we niet willen doen en doen we niet wat we wel willen doen. We blijven dit kwaad herhalen in ons hart. De duivel hoeft ons maar kleine impulsen te geven om ons te doen zondigen.



DE ZONDEN BINNENIN HET HART VAN DE GEHELE MENSHEID


Kunnen wij leven
volgens de Wet?
Nee

Het staat geschreven in Markus 7, “Er is niets van buiten den mens in hem ingaande, hetwelk hem kan ontreinigen; maar de dingen, die van hem uitgaan, die zijn het, welke den mens ontreinigen.”

Hij verteld ons dat er kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand in het hart van de mens zijn. We hebben allen doodslag in onze harten.

Er is niemand die niet moorden doet. Moeders schreeuwen naar hun kinderen, “Nee. Doe dat niet. Ik heb je gezegd dat niet te doen, verdomme. Ik zei doe dat niet.” En dan, “Kom hier jij. Ik zei je verscheidenen keren dat niet te doen. Ik draai je daarvoor de nek om.” Dat is moord. U kunt uw kinderen doden door uw onoverdachte woorden.

Onze kinderen moeten levend zijn omdat zij zo snel van ons wegrennen; maar als we al onze woede op hun uitlaten, zullen ze sterven. We zullen ze gedood hebben voor God. Soms verschrikken we onszelf. “Oh mijn God! Waarom deed ik dat?” We kijken naar de blauwe vlekken nadat we onze kinderen geslagen hebben en denken: We moeten gek geweest zijn om dat te doen. We handelen zo omdat we doodslag in onze harten hebben.

Dus ‘Ik doe wat ik niet wil doen’ betekent dat we kwaad doen omdat we slecht zijn. En het is zo gemakkelijk voor Satan om ons tot het zondigen te verleiden.

Laat ons eens zeggen dat een man die niet verlost is geworden, 10 jaar in een hut zit met zijn gezicht naar een muur en mediteert net als Sungchol, de belangrijke Koreaanse monnik. Het is goed terwijl hij met zijn gezicht naar de muur zit, maar iemand moet hem voedsel brengen en de rotzooi weghalen.

Dan moet hij met iemand contact hebben. Het zou geen probleem zijn als het een man was, maar stelt u zich voor dat het een mooie vrouw was. Als hij haar per ongeluk zou zien, zou al dat zitten zinloos geweest zijn. Hij denkt, “Ik mag geen overspel plegen; ik heb het in mijn hart, maar ik moet het kwijtraken. Ik moet het van me afschudden. Nee! Ga uit mijn gedachten!”

Maar zijn voornemen verdwijnt op het moment waarop hij haar ziet. Nadat de vrouw is weg gegaan, kijkt hij in zijn hart. 5 jaar hard werk, alles voor niets.

Het is zo eenvoudig voor Satan om iemand’s rechtvaardigheid weg te nemen. Het enige wat Satan hoeft te doen is hem een klein duwtje te geven. Wanneer iemand zich door het leven worsteld zonder verlost te zijn, blijft hij zondigen. Hij betaald iedere Zondag trouw zijn kerkbelasting, vast 40 dagen, 100 dagen ochtendgebeden.... maar Satan brengt hem in verzoeking met de goede dingen in het leven.

“Ik zou je graag een belangrijke positie in het bedrijf willen geven, maar je bent een Christen en je kunt niet op Zondagen werken, of wel? Het is een geweldige positie. Misschien kun je 3 Zondagen werken en maar een keer per maand naar de kerk gaan. Dan zou je enorm aanzien genieten en een dikke loon krijgen. Wat denk je ervan?” Waarschijnlijk 100 van de 100 zouden hierdoor verkocht zijn.

Als dit niet werkt, dan zijn er nog diegenigen die een zwak voor vrouwen hebben. Satan zet een vrouw voor hem neer, en hij wordt holderdebolder verliefd en vergeet God meteen. Zo wordt de man van zijn rechtvaardigheid ontdaan.

Indien we volgens de Wet proberen te leven, houden we op het eind alleen maar wonden van de zonde over, pijn en armoede; we verliezen al onze gerechtigheid. “Kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.”

Dit betekent dat alhoewel we in Jeruzalem proberen te blijven door volgens de wil van de Heilige God te leven, zullen we keer op keer struikelen door onze eigen zwakheid en we zullen geruïneerd worden.

En dan zullen we berouwvol voor God bidden. “Heer, ik heb gezondigd. Vergeef me alstublieft; Ik zal het nooit meer doen. Ik beloof U dat dit werkelijk de laatste keer was. Ik verzoek en smeek U me deze ene keer nog te vergeven.”

Maar het duurt nooit lang. Mensen kunnen in deze wereld niet leven zonder te zondigen. Zij zullen het enkele keren kunnen voorkomen, maar het zou onmogelijk zijn niet weer te zondigen. Dus worden er telkens weer zonden begaan. “Heer, vergeef me alstublieft.” Als dit blijft doorgaan, zullen zij wegdrijven van de kerk (de religie). Zij drijven weg van God door hun zonden en zij zullen in de hel eindigen.

Het reizen naar Jericho betekent het vervallen in een profane wereld; het dichter bij de wereld komen en verder weg van Jeruzalem. In het begin is Jeruzalem nog steeds dichterbij. Maar als de cyclus van zondigen en berouw zich herhaald, vinden we onszelf terug in de straten van Jericho; diep op de wereld gevallen.


Wie kan gered worden?
Diegenigen die het opgeven om
op eigen houtje te proberen

Wie kwam de man tegen op zijn weg naar Jericho? Hij kwam dieven tegen. Iemand die niet eens met de Wet leeft wordt een laag-bij-de-grondse hond . Hij drinkt, en valt overal in slaap, plast overal. Deze verliezer wordt de volgende dag wakker en drinkt weer. Een laag-bij-de-grondse hond zou zijn eigen stront eten. Daarom is hij een hond. Hij weet dat hij niet zou moeten drinken. De volgende dag heeft hij berouw maar hij drinkt alweer.

Hij is als de man die de dieven tegenkwam op de weg naar Jericho. Hij wordt gewond en bijna dood achtergelaten. Er is enkel zonde in zijn hart. Zo is de mens.

In Jeruzalem geloven de mensen in Jezus en leven naar de Wet maar ze worden achtergelaten met alleen maar zonde in hun hart. Het enige dat zij als bewijs voor hun religieuze leven kunnen tonen zijn de wonden van de zonde. Diegenigen met zonde in hun hart worden in de hel gegooid. Zij weten het, maar weten niet wat te doen. Zijn jij en ik daar niet ook geweest? Ja. We waren allen hetzelfde.

De wetgeleerde die de wet van God verkeerd begreep zou zijn hele leven geworsteld hebben maar zou eindigen in de hel, verwond. Wij zijn hem, jij en ik.

Alleen Jezus kan ons redden. Er zijn zoveel intelligente mensen om ons heen en zij scheppen altijd op met wat zij weten. Zij doen allemaal net alsof ze volgens de wet van God leven. Zij kunnen niet eerlijk met zichzelf zijn. Zij kunnen het beestje niet bij de naam noemen, maar zij poetsen steeds hun uiterlijke schijn op om trouw te lijken.

Wilt u meer weten over de wedergeboorte van het water en de Geest? Klik dan op de onderstaande banner om uw gratis boek over de wedergeboorte van het water en de Geest te ontvangen.
To be born again

Onder hen zijn zondaars op hun weg naar Jericho, zij die geslagen zijn geworden door dieven en anderen die al dood zijn. We moeten weten hoe kwetsbaar we voor God zijn.

We moeten aan Hem toegeven, “Heer, ik zal naar de hel gaan als U me niet redt. Redt me alstublieft. Ik zal daar gaan waar U wilt dat ik ga, of het hagelt of stormt, als U me toestaat om het ware evangelie te horen. Als U me verlaat, zal ik naar de hel gaan. Ik smeek U me te redden.”

Zij die weten dat ze naar de hel zullen gaan, diegenigen die het opgegeven hebben op eigen houtje te proberen en die tot de Heer houden, dat zijn diegenigen die gered kunnen worden. We kunnen nooit uit onszelf gered worden.

We moeten weten dat we net zo zijn als de man die onder de dieven viel.

Terug naar lijst

 


Afdrukbare versie   |  

 
Bible studies
    Preken
    Verklaring van geloof
    Wat is het evangelie?
    Bijbelse uitdrukkingen
    Veel gestelde vragen over het Christelijke Geloof
 

Bookmark
   
Copyright © 2001 - 2009 The New Life Mission. ALL RIGHTS reserved.