|
We Dienen te Weten dat Verordinatie
gepland was
binnen God’s Gerechtigheid
< Romeinen 9:9-33 >
“Want dit is het woord der beloftenis: Omtrent
dezen tijd zal Ik komen, en Sara zal een zoon hebben. En niet alleenlijk deze,
maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit een bevrucht was, namelijk
Izaak, onzen vader. Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds
of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is,
vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende; Zo werd tot haar gezegd:
De meerdere zal den mindere dienen. Gelijk geschreven is: Jakob heb Ik liefgehad,
en Ezau heb Ik gehaat. Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij
God? Dat zij verre! Want Hij zegt tot Mozes: Ik zal Mij ontfermen, diens Ik
Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben. Zo is het dan niet
desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods. Want
de Schrift zegt tot Farao: Tot ditzelve heb Ik u verwekt, opdat Ik in u Mijn
kracht bewijzen zou, en opdat Mijn Naam verkondigd worde op de ganse aarde.
Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil. Gij zult
dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan?
Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel
tot dengenen, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt?
Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te
maken, het ene vat ter ere, en het andere ter onere? En of God, willende Zijn
toorn bewijzen, en Zijn macht bekend maken, met vele lankmoedigheid verdragen
heeft de vaten des toorns, tot het verderf toebereid; En opdat Hij zou bekend
maken den rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die
Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid? Welke Hij ook geroepen heeft, namelijk
ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen. Gelijk Hij ook in Hosea
zegt:
‘Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk
noemen,
en die niet bemind was, Mijn beminde.’
‘En het zal zijn, in de plaats, waar tot hen gezegd was,
‘Gijlieden zijt Mijn volk niet,’
aldaar zullen zij kinderen des levenden Gods genaamd worden.’
En Jesaja roept over Israel:
‘Al ware het getal der kinderen Israels gelijk het zand der zee, zo zal het
overblijfsel behouden worden.
Want Hij voleindt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid; want de Heere
zal een afgesneden zaak doen op de aarde.’
En gelijk Jesaja te voren gezegd heeft:
‘Indien de Heere Sebaoth ons geen zaad had overgelaten, zo waren wij als Sodom
geworden,
en Gomorra gelijk gemaakt geweest.’
Wat zullen wij dan zeggen? Dat de heidenen,
die de rechtvaardigheid niet zochten, de rechtvaardigheid verkregen hebben,
doch de rechtvaardigheid, die uit het geloof is. Maar Israel, die de wet der
rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Waarom?
Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want
zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots; Gelijk geschreven is:
‘Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots,
en een rots der ergernis; en een iegelijk,
die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.’”
Wat is de ware verordinatie die God plande?
Laat ons nu onze aandacht vestigen op wat de ‘verordinatie
die door God gepland was’ is. Om precies te begrijpen wat verordinatie is, moeten
we het geschreven Woord als God’s Woord beschouwen, en onszelf corrigeren als
er iets verkeerds in ons geloof is. Hiervoor moeten we eerst begrijpen waarom
God van Jakob hield terwijl Hij Esau haatte. We moeten ook uitvinden of het
begrip dat de hedendaagse Christen van de verordinatie heeft, van de Geschriften
afwijkt. We moeten allen een goed begrip hebben van de verordinatie die door
God gegrond is.
Om de zegens van God te ontvangen, moeten wij
Christenen uitvinden hoe God’s verordinatie in Zijn plan past. Als we aan God’s
plan denken, zullen veel hedendaagse Christenen denken dat hun bestemming verordineerd
is vóór hun geboorte, zonder enige relevantie tot hun geloof, alsof het geloof
van Jakob en Esau onvoorwaardelijk en eenzijdig door God was verordineerd. Maar
dit is niet het geval. Of we door God geliefd zijn of niet, wordt bestemd door
het feit of we in Zijn gerechtigheid geloven of niet. Dit is de waarheid die
God ons heeft gegeven in Zijn plan.
Als u God’s verordinatie goed wilt begrijpen, dient u uw eigen
gedachten te verwerpen en u te richten op de gerechtigheid van God
Omdat veel mensen niet kunnen denken aan de gerechtigheid
van God die door Jezus Christus geopenbaard werd en erin kunnen geloven, denken
zij aan God’s liefde op een manier die zij verkiezen en sommigen denken zelfs
dat God’s liefde niet gerecht is. Zij moeten zich realiseren dat dit niet de
juiste manier van denken is. We moeten onze verkeerde veroordeling van het geloof
die we hebben door geen rekening te houden met God’s rechtvaardige plan, dat
geopenbaard werd door Jezus Christus, verwerpen. Als u gewoon denkt dat God
sommigen liefheeft terwijl Hij anderen haat, moet u zich realiseren dat dit
een verkeerd geloof is, dat door uw eigen verkeerde denkwijzen bedacht is.
Menselijke gedachten worden geplaagd door verkeerde
gedachten. Veel hedendaagse Christenen hebben niet het juiste geloof omdat hun
gedachten te vaak overspoeld worden met verkeerde gedachten. Dit is waarom u
uw waardeloze gedachten moet verwerpen en uw geloof op het rechte pad moet zetten
door het Woord van God te volgen en in Zijn gerechtigheid te geloven.
Omdat de verordinatie gepland is binnen de gerechtigheid
van God, kan het slechts goed begrepen en erin geloofd worden, als we in Zijn
gerechtigheid geloven. We moeten daarom geloof hebben in Zijn plan en in Zijn
gerechtigheid. God’s plan is, om degenen in gerechtigheid te kleden die in Zijn
liefde geloven binnen Zijn gerechtigheid.
Zijn verordinatie is dus dat Hij de gelovigen
Zijn volk zou maken door hun te kleden met de zaligheid van de verlossing van
de zonden, waarvoor betaald is door Jezus’ doopsel en Zijn kruisiging. We moeten
de juiste relatie met God vinden door het geloof in de waarheid te hebben die
door Hem gepland is binnen Zijn gerechtigheid. God heeft degenen die zoals Jakob
zijn, het onderwerp van Zijn liefde gemaakt, terwijl Hij degenen die zoals Esau
zijn het onderwerp van Zijn toorn heeft gemaakt.
God’s verordinatie is niet fatalistisch.
Verordinatie binnen God’s plan werd gegrond binnen
Zijn gerechtigheid. God’s liefde is niet iets dat bevooroordeeld, zonder enig
plan, werd gemaakt. Als iedereen onvoorwaardelijk verkozen werd voor zijn of
haar geboorte, alsof zijn/haar leven door het noodlot voorbestemd is, hoe kan
iemand van zonden verlost worden door te geloven in de gerechtigheid van Jezus?
Als iemand’s geloof voor zijn/haar geboorte was vastgesteld op zo’n manier dat
het een van te voren geplande en van te voren verordineerde uitkomst is of hij/zij
nu wel of niet van God geliefd werd, wie zou dan denken dat God gerecht is,
en wie zou in zo’n God geloven? Niemand zou in zo’n vooroordelende en gebiedende
God willen geloven.
Maar het plan van onze God is niet bevooroordelend
noch gebiedend, maar het is er slechts om ons van onze zonden binnen Zijn gerechtigheid
te verlossen en om ons Zijn volk te maken. God gaf ons Zijn gerechtigheid binnen
dit plan en binnen deze gerechtigheid van liefde, gaf Hij ons Zijn vergeving.
Hij bereidde het voor om degenen die in de liefde van Zijn gerechtigheid geloven,
in liefde te kleden, en degenen die niet erin geloven in toorn te kleden.
Ik zou het volgende aan degenen die door een misverstand
haatdragend zijn tegenover God’s verordinatie, willen vragen. God’s plan is
het om ons, die Hij geschapen heeft, tot Zijn eigen volk te maken. We moeten
daarom dankbaar zijn voor Zijn verordinatie. Het beter voor ons om de dankbare
mensen te zijn die in God’s gerechtigheid geloven dan de haatdragende die Hem
iets verwijten. Iedereen die in Jezus als zijn/haar Verlosser geloofd, moet
een accuraat begrip hebben van en een geloof hebben in God’s verordinatie, dat
binnen Zijn gerechtigheid gepland was.
God’s ware verordinatie werd gegrond door Hem die roept
De passage van vandaag, Romeinen 9:9, zegt, “Want
dit is het woord der beloftenis: ‘Omtrent dezen tijd zal Ik komen, en Sara zal
een zoon hebben.’ En niet alleenlijk deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs,
als zij uit een bevrucht was, namelijk Izaak, onzen vader. Want als de kinderen
nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen
Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den
Roepende. Zo werd tot haar gezegd: De meerdere zal den mindere dienen. Gelijk
geschreven is: ‘Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.’”
Deze passage verteld ons dat God’s verordinatie,
die van liefde is, die gepland werd binnen de liefde van God’s gerechtigheid.
Zoals Genesis 18:10 laat zien, geloofde Abraham in God’s belofte omdat Hij Zijn
woord had gegeven, alhoewel het menselijk onmogelijk was voor Sarah om een kind
te baren. Dit is hoe God Abraham gerechtigde: God gaf hem zijn zoon Isaak omdat
hij in Hem geloofde en God keurde zijn geloof goed.
Als we dus over het geloof in de gerechtigheid
van God praten, praten we over het geloof in het Woord van God. Onze discussie
over God’s plan en de verordinatie zouden ook geleid moeten worden door ons
geloof in Zijn Woord. Zij die anders doen, als bijvoorbeeld, mensen hun vervolging
van de gerechtigheid van God met waanbeelden en tekens verwarren waarvan ze
beweren dat ze die gezien hebben tijdens het bidden of in hun droom, maken een
grote fout met hun geloof.
Paulus voegt er verder aan toe, “En niet alleenlijk
deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit een bevrucht was,
namelijk Izaak, onzen vader. Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch
iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing
is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende; Zo werd tot haar
gezegd: ‘De meerdere zal den mindere dienen.’”
De Geschriften vertellen ons dat Isaak, die geen
kinderen van zichzelf had, tot God bad, en God antwoordde hem door hem tweelingen
te geven. We kunnen zien dat de verordinatie die binnen God’s gerechtigheid
gepland was, een zekere relatie heeft met het geloof van degenen die door Hem
geliefd zijn.
Het is goed om hier vers 11 nog eens te herhalen:
“Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan
hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet
uit de werken, maar uit den Roepende.” De sleutel tot het begrijpen van
de waarheid van de verordinatie en de uitverkiezing binnen God’s plan is, dat
het doel van God staat “voor wie Hij roept.” Tussen Jakob en Esau, riep God,
volgens de verordinatie binnen God’s plan, Jakob en had hem lief.
Met andere woorden, als God mensen roept en hun
liefheeft, dan roept Hij mensen als Jakob en heeft hun lief, mensen die ver
van rechtvaardig zijn. God riep niet Esau, die zichzelf rechtvaardig vond en
die vol trots was. In God’s verordinatie, die binnen Zijn plan was gegrond,
is het de gewoonste zaak van de wereld dat God mensen als Jakob zou roepen en
liefhebben. God’s doel in het roepen van mensen als Jakob, was het om zondaars
Zijn eigen kinderen te maken, vrij van zonde. Hij die de geroepenen kleedt in
liefde, is God, en tussen Jakob en Esau, was de geroepene Jakob.
We moeten de gerechtigheid van God binnen Zijn
plan kennen en erin geloven. Jakob vertegenwoordigt een typische figuur van
een zondaar waaraan God Zijn genade binnen Zijn gerechtigheid heeft getoond,
terwijl Esau iemand vertegenwoordigt die zich tegen God keert door Zijn rechtvaardige
liefde te negeren en zijn eigen rechtvaardigheid na te streven. Dit is waarom
we moeten begrijpen dat het doel van God staat voor “van Hij die roept” om God’s
Woord over de verordinatie die binnen Zijn plan is gezet vrij te geven.
We moeten onszelf bevrijden van het waanvoorstellende
geloof dat door onze eigen gedachten geschapen is. God kon, binnen Zijn gerechtigheid,
slechts Jakob liefhebben en Esau haten. God’s verklaring van Zijn plan en verordinatie
is voorzien aan iedereen door Zijn verklaring dat het doel van God staat voor
“van Hij die roept.” God’s plan is de waarheid van liefde die vervuld is binnen
Zijn gerechtigheid. Toen God Jakob liefhad, maar Esau haatte, was de verordinatie
bedoeld om de gerechtigheid van God te vervullen, volgens Zijn plan voor de
zaligheid.
Het is niet, zoals door veel andere religies beweerd
wordt, door goede werken dat u van God geliefd wordt en gered, maar slechts
door in Zijn plan en Zijn gerechtigheid te geloven dat u een van Zijn kinderen
wordt, verlost van uw zonden.
Is God verkeerd?
God houdt van degenen die in Zijn gerechtigheid
geloven en deze liefhebben. Met andere woorden er is niets verkeerd met het
feit dat onze Vader besloot lief te hebben en degenen die in de gerechtigheid
van God geloven binnen Jezus Christus, Zijn kinderen te maken. God plande niet
om iedereen in Jezus Christus lief te hebben, maar om van mensen als Jakob te
houden.
We moeten onszelf dan afvragen of we zoals Jakob
of Esau zijn. Maar degenen die vol van hun eigen goede daden zijn en van hun
eigen gerechtigheid, willen nog steeds geliefd worden van God, maar niemand
kan hun tegenhouden op hun weg op het verkeerde pad. Deze twee soorten mensen
zijn er dus altijd, geliefd of gehaat door God, zelfs op dit moment.
We moeten God danken en Zijn heerlijkheid loven
door in Zijn rechtvaardige liefde te geloven en Zijn plan voor onze zaligheid.
We zouden Hem moeten danken voor het feit dat het evangelie van het water en
de Geest, waarin we geloven, wonderbaarlijk de gerechtigheid van God weerspiegelt.
Iedereen moet zich realiseren dat hij/zij eerst zijn/haar eigen ongerechtigheden
en zonden voor God moet erkennen, en in Zijn gerechtigheid moet geloven om gekleed
te worden in God’s liefde.
Het probleem is dat veel Christenen niet in staat
zijn in Jezus’ doopsel en de waarheid van het Kruis te geloven, dat de gerechtigheid
van God vervulde, terwijl ze verkeerd geloven dat God sommige mensen liefheeft
terwijl anderen gewoon door het lot van Hem verbannen worden.
Nog problematischer is het ongelukkige feit dat
dit soort van onjuist geloof bloeit en met veel overtuiging aan anderen gepreekt
wordt. Het is snel verspreid; waardoor nog meer mensen God’s liefde, die in
God’s verordinatie getoond wordt die door Hem gepland was, verkeerd begrijpen.
God probeert ons met het verhaal van Jakob en Esau te zeggen dat geen menselijke
gerechtigheid nodig is om Zijn kind te worden, maar slechts het geloof in de
liefde van God’s gerechtigheid, dat verordineerd werd volgens Zijn plan.
De Geschriften vertellen ons dat God Sarah de
zoon gaf die Hij Abraham beloofd had. Dit vertelt ons, zelfs nu, dat slechts
zij die in de liefde en het Woord van de gerechtigheid van God geloven, Zijn
kinderen kunnen worden. Om zulke kinderen te worden, moeten we de waarheid erkennen
die gegeven was met ons geloof in God’s gerechtigheid en Zijn plan, en om deze
waarheid te geloven, moeten we in God’s liefde en Zijn gerechtigheid geloven.
Jezus Christus’ liefde en God’s plan voor ons
is de absolute waarheid en liefde die aan ons allen gegeven is. Om ons van onze
zonden te redden, nam Jezus al onze zonden met Zijn doopsel, stierf aan het
Kruis, en werd herrezen van de dood, alles om degenen onder ons die in Hem geloven,
eeuwige levens te geven.
Deze waarheid betekent niet dat we God’s kinderen
kunnen worden slechts door religieus te zijn en onze eigen inspanningen tentoon
te stellen, maar het betekent dat de enigste manier om God’s kinderen te worden,
is door in het Woord van de liefde en de gerechtigheid van God te geloven, dat
ons door Hem verteld werd en door Hem gepland is. We moeten allen realiseren
dat slechts degenen die in God’s liefde en gerechtigheid geloven, gekleed zijn
in Zijn liefde.
Wat dan zou onze gezindheid moeten zijn? Om geloof
te hebben in Jezus’ doopsel en Zijn bloed aan het Kruis. We moeten God vragen
genade met ons te hebben. We moeten voor Hem erkennen dat we het niet verdienen
om Zijn volk genoemd te worden, want we zijn allen zondaars. We moeten begrijpen
dat het slechts door Zijn plan voor ons is, dat we Zijn rechtvaardige liefde
mogen kennen, dat we Zijn kinderen kunnen worden.
Zij die door God gehaat worden, worden gehaat
omdat zij Zijn liefde en gerechtigheid niet nodig hebben of er niet in geloven.
We moeten daarom dit plan van liefde dat God voor ons verordineerd heeft, kennen
en erin geloven. De duidelijke waarheid is dat zij die de liefde van God’s gerechtigheid
zullen kennen en erin geloven, door Hem geliefd zullen worden, terwijl zij die
Zijn liefde verwerpen en verwerpen, zullen door God gehaat worden.
Wie kan het evangelie van het water en de Geest ontvangen?
Het evangelie van het water en de Geest dat ons
door God gegeven is, is de enige waarheid die Zijn gerechtigheid openbaard.
Welke soort mensen zijn dan degenen die deze waarheid in hun hart hebben ontvangen?
Dit zijn de mensen die erkennen dat hun bestemming in de eeuwige verdoemenis
ligt en dat zij zondaars zijn voor God en Zijn Woord, en vragen om Zijn genade.
“Ik ben een zondaar, Heer, die helemaal niet volgens Uw wetten kan leven. Ik
geef mijn hart op en ik geef me aan U over.” Dit zijn de mensen aan wie God
de verlossing van de zonden van Zijn liefde in Zijn gerechtigheid geeft. Het
geloof in het evangelie dat God’s gerechtigheid openbaart, is van uiterste belang
voor alle zondaars.
God gaf ons niet Zijn wet zodat wij elke clause
ervan zouden volgen, en dit is een feit dat vaak verkeerd begrepen wordt door
velen. Het doel van de wet is echter om ons naar de erkenning van onze eigen
zondigheid te leiden. Waarom dan proberen de zondaars de wet te volgen? Het
is omdat het instinct van iedere zondaar verlossing zoekt en de absolutie van
zijn/haar zonden.
Maar niemand is in staat tot het volgen van de
wetten. De verzoeken waren slechts imitaties, slechts instinctieve mimiek, proberend
hun zonden in wanhoop te dekken, een geloof van bedrog voor God. Daarom zouden
zondaars dit geloof van bedrog moeten verwerpen en naar het geloof in de gerechtigheid
van God moeten keren, en gekleed zijn in Zijn liefde.
Om ons in deze liefde te kleden, zond God Jezus
naar de aarde, die gedoopt werd door Johannes, de zonden van de wereld op Zijn
schouders nam en door aan het Kruis te bloeden ze allemaal uitwiste. God heeft
het geloof van degenen die in de liefde van Zijn gerechtigheid geloven, erkent.
Wanneer we verlost zijn van al onze zonden door ons geloof in het evangelie
van het water en de Geest, dat de vervulling is van de gerechtigheid van God,
worden we gekleed in Zijn liefde. Dit is de beloofde waarheid die God voor ons
heeft klaargemaakt in Zijn plan.
God zal degenen haten die slechts op zichzelf
rekenen. Er zijn veel van zulke mensen om ons heen. Maar u moet van al uw zonden
gered worden door in Jezus’ doopsel en Zijn bloed te geloven dat God’s liefde
en Zijn gerechtigheid heeft vervuld. U zult dan zeker gekleed worden in God’s
liefde, die slechts gereserveerd is voor degenen die Hij roept. Mensen proberen
vaak zelf dingen voor God te doen, om Zijn liefde en vergeving te winnen, maar
deze inspanningen zijn waardeloos zonder enig geloof in de gerechtigheid van
God.
God riep slechts Jakob om in Zijn liefde gekleed
te worden, niet Esau. Voor God was Jakob een listige en bedrieglijke leugenaar,
maar omdat hij in God’s liefde en Zijn gerechtigheid geloofde, werd hij een
van de vaders van het geloof. We moeten ook God’s liefde ontvangen door te geloven
in Jezus’ doopsel en Zijn bloed aan het Kruis, de vervulling van de gerechtigheid
van God, als onze verlossing. Omdat Esau door zijn vader gezegend probeerde
te worden met zijn eigen jacht, werd hij het symbool voor degenen die niet God’s
zegen kunnen verdienen. We moeten hierover aandachtig nadenken. Wie is er in
deze wereld zoals Esau? Zijn we niet zoals hem?
Mensen als Jakob zijn degenen die God’s rechtvaardige
liefde in beslag nemen. We weten dat wij ook zwak zijn en zondig zoals Jakob
was. God, die ons nog voordat we geboren waren, heeft geroepen om niet door
onze werken maar door Zijn roep te staan, heeft ons gezegd in Zijn liefde en
gerechtigheid te geloven om Zijn liefde te ontvangen. God zond Jezus, die de
gerechtigheid van God vervulde binnen Zijn plan, voor ons allen.
Toen God ons voor het eerst riep, riep Hij alle
zondaars, niet de rechtvaardigen. Zij die door Hem gehaat worden, zijn zij die
van zichzelf denken dat zij vol van hun eigen gerechtigheid zijn en die niet
in Zijn genadige liefde geloven. Zij die zulk misleidend geloof hebben, worden
door God gehaat en kunnen niet in Zijn liefde gekleed worden om Zijn volk te
worden. God heeft deze waarheid voor ons in Zijn hart verordineerd. Dus beweerde
Paulus beslist,“Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God?
Dat zij verre” (Romeinen 9:14).
Zij die verlost zijn door God zijn Zij die als Jakob zijn
Als God naar u kijkt, zou u dan werkelijk het
soort mens zijn waarmee Hij genade zou hebben? Welke reden heeft God nodig als
Hij medelijden heeft met wie dan ook waar Hij medelijden mee heeft, en haat
wie Hij haat? Hoe kunnen we tot God zeggen dat Hij ons onrecht heeft aangedaan?
Er zijn talloze aantallen mensen die op deze aarde
leven. Terwijl sommigen van God geliefd worden, zijn anderen dat niet. Betekent
dit dat God hun onrecht behandeld heeft?
God is ook een rechtvaardige God die de zonden
van degenen die zich tegen Zijn gerechtigheid hebben gekeerd veroordeeld. We
zouden ieder misverstand over dit thema moeten voorkomen door God’s plan dat
openbaar gemaakt wordt binnen Zijn gerechtigheid met ons geloof in deze gerechtigheid.
Er zijn veel misleide Christenen wiens hart, net als de farao, vesteend is.
Dit is het soort mens die door God gehaat worden, zoals vers 17 van dit hoofdstuk
verklaart: “Want de Schrift zegt tot Farao: Tot ditzelve heb Ik u verwekt,
opdat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en opdat Mijn Naam verkondigd worde
op de ganse aarde.”
We zijn allen onvoldoende voor God. We zouden
niet als de farao moeten worden. Zou God ons haten, die zo halsstarrig zijn
als de farao, voor het niet geloven in Jezus’ doopsel en Zijn bloed aan het
Kruis als onze verlossing? Ja. Mensen als de farao keren zich tegen God. Zulke
mensen scheppen op over hun eigen gerechtigheid en ze rekenen erop maar hun
eigen gerechtigheid kan hun niet verlossen van hun eigen zonden.
Waarop rekende de farao? Hij vertrouwde op en
rekende op de Nijl. Hij dacht dat zolang hij zijn gulle voorraden water had,
alles in orde zou zijn. Daarom haat God mensen als de farao. Iedereen wiens
hart versteend is net zoals de farao, zal gehaat en vervloekt worden door God.
U moet niet zoals hem zijn. Door de genadige liefde te ontvangen, die God u
zo vrijelijk heeft gegeven, kunt u een van Zijn kinderen worden.
Bent u het met vreugde eens met God’s rechtvaardige plan?
Is uw hart bereid God’s rechtvaardige liefde te
ontvangen die voor u in Zijn plan verordineerd is? Er zijn mensen die, alhoewel
zij in Jezus geloven, vertwijfeld lijden omdat zij God’s plan verkeerd hebben
begrepen. Zulke mensen vragen zich af, “Ik geloof in Jezus, maar verkoos God
mij werkelijk? Als Hij me niet verkoos, wat heeft het dan voor zin om mijn geloof
te dienen? Wat moet ik dan doen? Ik kan niet gewoon maar stoppen in Jezus te
geloven, wat kan ik doen? Ik geloof werkelijk in Jezus, maar wat gebeurd er
als ik niet in Zijn verkiezing ben?”
Zij zullen dan proberen zichzelf te troosten door
te denken, “Omdat ik in Jezus geloof en naar de kerk ga, moet God mij uitverkozen
hebben. Dat is zeker het geval! De hemel zal zeer zeker een plekje voor me hebben!”
Maar als zij in de zonde vervallen, vragen zij zich weer af, “God zal mij niet
uitverkozen hebben! Het zal nu wel tijd voor me zijn om niet meer in Jezus te
geloven!” Met andere woorden, zij denken bij zichzelf, concluderen bij zichzelf,
en eindigen alles uit zichzelf. Vooral deze mensen moeten hun begrip van God’s
plan opnieuw overdenken en het juiste begrip vergaren om in Jezus als hun Verlosser
te geloven.
Zij die meer in theologische leren geloven dan
in God’s eigen Woord, zullen aan de andere kant zeggen, “Zei God niet dat de
meerdere de mindere zal dienen, en dat Hij van Jakob hield terwijl Hij Esau
haatte, zelfs voordat zij geboren waren? Omdat we in Jezus geloven, zullen we
zeker gemaakt zijn om gered te worden, zelfs nog voor onze eigen geboorten.”
Maar de Apostel Paulus verteld ons dat de verordinatie door God gepland is,
“vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende.”
Het volgen van de wet maakt iemand niet God’s
kind. Slechts door het geloof in de gerechtigheid van God en Zijn genade en
liefde te hebben die getoond wordt in Jezus’ doopsel en Zijn bloed aan het Kruis,
kunnen we Zijn kinderen worden.
Vanwege de doctrines die door de theologen gegrond
werden, zijn veel mensen niet in staat in Jezus’ doopsel en Zijn bloed, de manifestatie
van de gerechtigheid van God, als hun verlossing te geloven. Zij die de liefde
van het evangelie gehoord hebben, die Zijn gerechtigheid vertoont, en toch nog
niet erin geloven, zijn net als de farao. God haat de mensen die zonder in de
gerechtigheid van God te geloven, die geopenbaard wordt in Jezus Christus, proberen
God’s kinderen te worden door op hun eigen manier in Jezus te geloven.
Als u niet in God’s rechtvaardige liefde gelooft,
die getoond wordt door Jezus Christus, is het nu tijd voor u om het te doen.
Dan zult u gekleed worden in God’s liefde. We zijn allen oorspronkelijk net
als Esau, en toch zijn we in een keer gered van onze zonden door in de liefde
van de gerechtigheid van God te geloven. We hebben God’s gezegende liefde ontvangen
door in Zijn gerechtigheid te geloven.
God heeft de zegen toegankelijk gemaakt voor zowel
de Israëli’s als ook de niet-Joden, dat degenen die in Zijn rechtvaardige liefde
geloven Zijn kinderen worden. Net zoals God zei, “Ik zal hetgeen Mijn volk
niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde.” Hij heeft
ons het evangelie van Jezus’ doopsel en Zijn bloed gegeven en aan degenen die
erin geloven Zijn rechtvaardige liefde.
De volgende passage, “En het zal zijn, in de
plaats, waar tot hen gezegd was: Gijlieden zijt Mijn volk niet, aldaar zullen
zij kinderen des levenden Gods genaamd worden” is God’s Woord van liefde
dat vandaag voor ons vervuld is. Omdat we tekort schoten voor God kunnen we
ons dus realiseren dat God ons redde door naar ons te komen in het vlees en
de liefde van Zijn rechtvaardigheid voor ons toegankelijk te maken.
Dat u en ik van al onze zonden voor God gered
zijn, is de verlossende liefde die gepland is binnen de gerechtigheid van God.
Om van al onze zonden verlost te worden door in de liefde van God’s gerechtigheid
te geloven, zonder dat ons hart versteent, kan slechts mogelijk zijn door het
geloof in de waarheid. Behalve op deze manier van geloof, is er geen andere
manier om de verlossing van de zonden te ontvangen. We zijn allen geboren met
een koppig hart, maar het Woord van God kan ons hart overwinnen en onze halsstarrigheid.
Ons hart zou dan beheerst worden door God’s vrede. Als u in God gelooft, zal
de gerechtigheid van God van u zijn.
Als het evangelie van de waarheid dat de gerechtigheid
van God bevat dat we preken, niet bestond, zou iedereen in deze wereld zijn
of haar eigen ondergang aanschouwen. Zonder degenen die het evangelie van het
water en de Geest verspreiden, zou de hele mensheid alle hoop verloren hebben.
Als het niet om degenen, die gekleed zijn in God’s rechtvaardige liefde, te
doen zou zijn, zou de wereld reeds tot een eind gekomen zijn, waarbij iedereen
voor hun zonden veroordeeld zou zijn. Maar God heeft de mensen onder ons die
in de liefde van Zijn gerechtigheid geloven, op aarde achtergelaten. We kunnen
God slechts dankbaar zijn dat Hij door ons werkt, ondanks onze vele zwakheden
en tekortkomingen.
Het geloof dat gekleed is in de liefde van de
gerechtigheid van God is de gerechtigheid die gekomen is van Jezus’ doopsel
en Zijn bloed aan het Kruis. Het geloof in de gerechtigheid van God wordt gevonden
in een hart dat gelooft in Jezus’ doopsel en Zijn bloed. Het is door ons geloof
in Zijn gerechtigheid dat we verlost zijn van onze zonden. Deze waarheid is
het plan, de verordinatie, en de uitverkiezing die God voor ons heeft uitgezet.
God heeft gezegd dat iedereen die in het Woord
van God gelooft, dat Zijn gerechtigheid in Jezus Christus vervuld, gered zal
worden van zijn of haar zonden. Men aanschouwt de ondergang niet omdat de gerechtigheid
van God alle zonden heeft uitgewist, maar omdat in iemand’s versteende hart,
hij/zij niet erin gelooft.
We moeten ons hart gedwee maken voor het Woord
van God en in het evangelie van het water en de Geest geloven. Ons hart moet
voor Hem knielen. We waren gezegend door in de liefde van de gerechtigheid van
God te geloven. Hij redde ons van al onze zonden omdat Hij zoveel genade met
ons had. We danken Hem. Wij die in de gerechtigheid van God geloven, hebben
niets om ons voor te schamen. In tegendeel, we hebben iedere reden om trots
te zijn op Zijn gerechtigheid.
| Wilt
u meer over het boek van de Romeinen weten? Klik
dan op de onderstaande banner om uw gratis boek over het boek
van de Romeinen te ontvangen. |
 |
Dat God ons volledig gered heeft van
onze zonden is omdat we voor Hem tekort gekomen zijn, loof de Heer
voor deze verlossing! Om geliefd te worden door God, moeten we in
staat zijn in Zijn gerechtigheid te geloven.
Kent u deze gerechtigheid van God? Indien ja,
geloof er dan in. God’s rechtvaardige liefde zal dan in uw hart komen. Moge
uw geloof in de liefde van de gerechtigheid van God, die Hij voor u gepland
heeft, u van misverstanden bevrijden.
Moge de liefde van de verlossing dat God voor
u gemaakt heeft in uw hart komen. Hallelujah! Ik dank de drieëenheid God die
ons tot Zijn kinderen in Zijn gerechtigheid heeft gemaakt.
Terug
naar lijst
|