|
Besnijdenis des Harten
< Romeinen 2:17–29 >
“Zie,
gij wordt een Jood genaamd en rust op de wet; en roemt op God, En gij weet Zijn
wil, en beproeft de dingen, die daarvan verschillen, zijnde onderwezen uit de
wet; En gij betrouwt uzelven te zijn een leidsman der blinden, een licht dergenen,
die in duisternis zijn; Een onderrichter der onwijzen, en een leermeester der
onwetenden, hebbende de gedaante der kennis en der waarheid in de wet.
Die dan een anderen leert,
leert gij uzelven niet? Die predikt, dat men niet stelen zal, steelt gij? Die
zegt, dat men geen overspel doen zal, doet gij overspel? Die van de afgoden
een gruwel hebt, berooft gij het heilige? Die op de wet roemt, onteert gij God
door de overtreding der wet? Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd
onder de heidenen, gelijk geschreven is. Want de besnijdenis is wel nut, indien gij de wet doet; maar indien gij
een overtreder der wet zijt, zo is uw besnijdenis voorhuid geworden. Indien
dan de voorhuid de rechten der wet bewaart, zal niet zijn voorhuid tot een besnijdenis
gerekend worden? En zal de voorhuid, die uit de natuur is, als zij de wet volbrengt,
u niet oordelen, die door de letter en besnijdenis een overtreder der wet zijt?
Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis,
die het in het openbaar in het vlees is; Maar die is een Jood, die het in het
verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter,
is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.”
We moeten besneden worden in het hart.
“Besnijdenis des harten.”
We zijn gered als we met ons hart geloven. We moeten in het hart gered worden.
God zegt, “de besnijdenis des harten,
in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de
mensen, maar uit God” (Romeinen 2:29). We moeten de verlossing van de zonden
in ons hart hebben. Als we niet de vergeving van de zonden in ons hart hebben,
is het ongeldig. De mens heeft altijd een “innerlijke en een uiterlijke ik”,
en iedereen moet de verlossing van de zonde innerlijk ontvangen.
De Apostel Paulus zegt tegen de Joden, “Besnijdenis
des harten.” Wat besneden de Joden dan? Zij besneden een deel van het vlees.
De Apostel Paulus zegt echter, “Besnijdenis
des harten.” De Joden besneden uitwendig, maar Paulus zegt dat de besnijdenis
van het hart is. God verteld ons in onze harten wanneer we Zijn kinderen worden.
Paulus praat niet over de uitwendige besnijdenis, maar de
besnijdenis en de verlossing van de zonde in het hart. Toen hij dus zei, “Want
wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest?” (Romeinen 3:3), bedoelde
hij, “Als iemand niet in het hart geloofde.” Hij praat niet over het openlijke
geloof, maar zegt, “Geloof in het hart.” We moeten begrijpen wat de Apostel
Paulus bedoelde en wat de verlossing van de zonde is. We moeten ook leren hoe
we, door God’s woord, de verlossing van de zonde in ons hart verkrijgen.
“Want wat is het, al
zijn sommigen ongelovig geweest?” betekent “Want wat als de Joden niet in
Jezus Christus als hun Verlosser geloven, zelfs als zij in het vlees afstammelingen
van Abraham zijn?” Zal hun ongeloof de geloofwaardigheid van God tenietdoen?
Zal het feit dat God al onze zonden uitwiste, inclusief de zonden van Abraham’s
nakomelingen, ongeldig zijn? Nooit. Paulus zegt dat zelfs de Joden, die bij
het vlees de nakomelingen van Abraham zijn, gered kunnen worden, als zij geloven
dat Jezus Christus de Verlosser is, de Zoon van God, die de zonden van de wereld
wegnam door Zijn doopsel en kruisiging. Hij zegt ook dat de zaligheid en de
genade van God door Jezus Christus, niet ongeldig kunnen worden.
Romeinen 3:3–4 verklaart, “Want
wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest?
Zal hun ongelovigheid het geloof van
God te niet doen?Dat zij verre.Doch God zij waarachtig, maar alle mens
leugenachtig; gelijk als geschreven is: ‘Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in
Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.’” De Heer beloofde met Zijn
woord en heiligde de gelovigen door Zijn belofte door Hemzelf te vervullen.
God wilt door de vervulling van Zijn belofte toen Hij veroordeeld werd, Zijn
gerechtigheid tonen en Hij wilt degene rechtvaardigen die door Zijn woord in
Jezus geloven. Zelfs wij, die de verlossing van de zonden in ons hart hebben,
willen ook veroordeeld worden door Zijn woord en we willen overwinnen met Zijn
woord als we veroordeeld worden.
De Apostel Paulus verteld over de uiterlijke
en innerlijke ego
De Apostel Paulus verteld over de “uiterlijke en innerlijke
ego”. We hebben ook een uiterlijke en innerlijke ego, die het vlees en de geest
zijn. We zijn hetzelfde als hem. Paulus behandelt dit thema nu.
Romeinen 3:5 verklaart, “Indien nu onze ongerechtigheid
Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen wij zeggen?” Paulus bedoelt niet
dat zijn uiterlijke ego rein is. Zijn vlees is vies en blijft zondigen totdat
hij sterft. Dit sluit alle mensen van de wereld in. Als God echter deze mensen
gered had, zou het dan niet Zijn gerechtigheid tonen? Zou God niet gerecht zijn
als Hij de menselijke wezens had gered terwijl hun uiterlijke personen toch
onvast zijn? Dus zegt Paulus, “Indien nu onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid bevestigt, wat zullen
wij zeggen? Is God onrechtvaardig, als Hij toorn over ons brengt? (Ik spreek
naar den mens.) Dat zij verre, anderszins hoe zal God de wereld oordelen?”
(Romeinen 3:5–6). Paulus legt uit dat we niet alleen maar gered zijn omdat
ons uiterlijke ego rein is.
We hebben uiterlijke en innerlijke ego’s. Paulus behandelt
echter het gebied van het hart terwijl hij zegt, “Want wat is het, al zijn sommigen
ongelovig geweest? Zal hun ongeloof de gelovigheid van God tenietdoen? Besnijdenis
des harten.” Het is geen waar geloof als we de ene dag een rechtvaardig persoon
zijn en dan de volgende dag een zondaar door ons geloof te baseren op ons uiterlijke
ego, die zondigt en zwakheden heeft.
De uiterlijke mens zondigt altijd totdat
hij sterft
De Apostel Paulus had geen hoop in zijn uiterlijke ego. Degene
waarvan de zonden uitgewist zijn, hebben ook uiterlijke en innerlijke ego’s.
Hoe voelen zij zich als zij hun uiterlijke ego zien? Zij kunnen slechts teleurgesteld
zijn. Laat ons naar ons uiterlijke ego kijken. Soms zijn we goed, maar soms
zijn we gewoon walgelijk. Maar de Bijbel zegt dat onze uiterlijke ego met Jezus
Christus gekruisigd werd. Onze uiterlijke ego stierf, en Jezus Christus vergaf
alle zonden van ons uiterlijke ego.
Wij, die gered zijn, zijn vaak teleurgesteld in onze uiterlijke
ego als we ernaar kijken. We schijnen vol hoop als ons uiterlijke ego goed doet,
maar we zijn teleurgesteld als het niet aan onze verwachtingen voldoen. We neigen
ertoe te denken dat ons geloof niet goed is als we teleurgesteld zijn in ons
uiterlijke ego. Dit is echter niet waar. Ons uiterlijke ego is reeds gekruisigd
met Christus. Zij die de verlossing van de zonden hebben, zondigen ook verder
met hun physische lichamen. Maar is dat niet een zonde? Ja, dat is het, maar
het is een doodszonde. Het is dood omdat de zonden aan het Kruis zijn genomen
met de Heer. De zonde die ons uiterlijke vlees begaat is geen serieus probleem,
het is echter een serieuze zaak dat ons hart niet goed is voor de Heer.
We moeten met het hart in God geloven
Net na de ontvangst van de verlossing van de zonden worden
meer zwakheden onthuld aan de rechtvaardigen. Daarom zou God’s zaligheid onvolmaakt
worden als de zaligheid op onze uiterlijke mens, die slechts ieder moment kan
zondigen, zouden baseren. Ons geloof zou afwijken van het geloof in God dat
Abraham had, als we ons geloof baseerden op de daden van het uiterlijke vlees.
De Apostel Paulus zegt, “Besnijdenis
des harten.” We worden geheiligd en rechtvaardig door in het hart te geloven,
en niet volgens de daden van de uiterlijke mens. Heiliging hangt niet af of
onze uiterlijke mens dat doet wat God zegt of niet. Begrijpt u dit? Het probleem
is dat we ze alletwee hebben, het uiterlijke en innerlijke ego, en zij botsen.
Daarom neigen we er soms toe om meer waarde te hechten aan de uiterlijke mens.
We krijgen vertrouwen als ons uiterlijke ego goed doet, maar we zijn teleurgesteld
als het dat niet doen. Paulus zegt dat dit niet het juiste geloof is.
“Besnijdenis des harten.”
Wat is de echte waarheid? Hoe weten en geloven we het met het hart? In Mattheus
16 vraagt Jezus aan Petrus, “Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? En Simon Petrus,
antwoordende, zeide: “Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” Petrus
geloofde aldus met het hart. Jezus zei, “Zalig zijt gij, Simon, Bar–jona! want
vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen
is.” Jezus zei dat Petrus’ geloof goed was.
Abraham had geen zoon. God leidde hem met Zijn woord en beloofde
dat Hij hem een zoon zou geven en dat hij een vader van vele volken zou zijn.
Hij zij ook dat God tot hem en zijn nakomelingen God zou zijn. God zei Abraham,
zijn familie en zijn nakomelingen te besnijden als een teken van het verbond
tussen God en Abraham. “De litekens van het wegsnijden van een stukje vlees
is het verbond dat Ik de God tot jouw ben,” zei God. Abraham geloofde het verbond
met zijn hart. Hij geloofde dat God tot hem God zou zijn en zijn hart zou zegenen.
Hij geloofde ook dat God voor zijn nakomelingen God zou zijn. Hij geloofde in
God zelf.
We zijn rechtvaardig gemaakt door het
evangelie van het water en de Geest met het hart te geloven
Wij zijn rechtvaardig gemaakt door met ons hart te geloven
dat God onze God is, onze Verlosser. We zijn gered door met ons hart te geloven.
We zijn door niets anders gered. We zijn rechtvaardig geworden door met ons
hart te geloven dat God onze God is en dat Hij al onze zonden uitwiste met het
doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis. Door met ons hart te geloven heeft
ons gered. Dus zegt de Bijbel, “Want
met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter
zaligheid” (Romeinen 10:10).
Wat we duidelijk moeten maken op dit moment is dat we rechtvaardig
gemaakt zijn door met ons hart te geloven, en niet door goddelijke daden met
ons vlees. We zouden niet rechtvaardig worden als Jezus een voorwaarden aan
de uiterlijke ego’s had bevestigd, terwijl hij zei, “Ik zal al je zonden uitwissen,
maar onder een voorwaarde. Je kunt mijn kind worden als je vermijd te zondigen.
Je kunt niet mijn kind worden als je hierin faalt.”
We zijn rechtvaardig gemaakt door met ons hart te geloven.
Konden we rechtvaardig zijn gemaakt als God voorwaarden aan de uiterlijke mens
had gegeven? Gelooft u dat God u redde door uw zonden weg te nemen door Zijn
doopsel in de Jordaan, door gekruisigd en voor u in de plaats veroordeeld te
worden? Hoe gelooft u dit? Gelooft u niet met uw hart? Had u volledig gered
kunnen worden als God gezegd had, “Ik zal je kleine zwakheden vergeven maar
niet de grote. Ik zal je verlossing ongeldig maken als je je niet aan deze voorwaarde
houdt?”
We moeten de uiterlijke mens van de innerlijke
scheiden
Ons vlees, de uiterlijke mens, is altijd zwak en kan de rechtvaardigheid
van God niet uit zichzelf bereiken. We zijn rechtvaardig gemaakt door met ons
hart te geloven voor God omdat Hij beloofde degene te redden die met hun hart
geloven. God maakt ons Zijn rechtvaardige kinderen doordat Hij ons geloof dat
we met ons hart toegeven wat God deed en dat Jezus al onze zonden wegnam en
uitwiste, ziet. Het is het verbond van God en Hij redde ons door Zijn belofte
te vervullen.
God zegt dat als Hij geloof in onze harten ziet, we Zijn
volk zijn. We moeten de uiterlijke mens van de innerlijke scheiden. Niemand
in de wereld zou de verlossing van de zonden ontvangen als we de maatstaaf van
de zaligheid op onze daden van het uiterlijke vlees zouden afstemmen. “Besnijdenis des harten.” We zijn gered door met ons hart in Jezus
Christus te geloven. Begrijpt u dit? “Want
met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter
zaligheid” (Romeinen 10:10). De Apostel Paulus scheidt schijnbaar de uiterlijke
mens van de innerlijke.
Onze uiterlijke mens is erger dan hondestront. Het is waardeloos.
We hoeven Abraham niet als een voorbeeld te nemen. Kijk naar uzelf. Bekijk uw
eigen waardeloze vlees. Het vlees vlucht in bedrog om te proberen, een hogere
sociale positie te behalen en in rijkdom te leven. Zoekt het vlees niet altijd
zijn eigen interesse? Het vlees zou meer dan twaalf keer per dag veroordeeld
worden als het veroordeeld zou worden op hoe het denkt en handelt. Het vlees
is tegen God.
Gelukkig geeft God niet om de uiterlijke mens, maar kijkt
Hij slechts naar de innerlijke mens. Hij redt ons als Hij ziet dat we werkelijk
met ons hart geloven dat Jezus de Verlosser is. Hij verteld ons dat Hij ons
van al onze zonden heeft gered.
We kunnen nooit gered worden door onze
eigen gedachten
Laat ons eens een kijkje nemen in onze eigen gedachten. We
denken dat we slechts met onze gedachten geloven kunnen. We kunnen geloven met
de gedachten van het vlees, terwijl we denken, “Ik werd gered omdat God me redde.”
We kunnen echter niet gered worden door onze gedachten. De vleselijke geest
verandert de hele tijd en het doet steeds kwaad. Is dat waar? Gedachten van
de vleselijke geest willen dit en dat doen volgens zijn lusten.
Laat ons eens voorstellen dat iemand zijn/haar geloof baseert
op zijn/haar gedachten. Hij/zij kan vertrouwen hebben in zijn/haar zaligheid
terwijl hij/zij huidige gedachte het met zijn/haar eerdere gedachte eens is,
dat wil zeggen, “Jezus nam al onze zonden weg in de Jordaan.” Omdat de gedachten
van het vlees echter niet stabiel zijn, kan hij/zij geen vertrouwen meer in
Zijn zaligheid hebben, als zich een heel klein beetje twijfel in zijn/haar zwakke
gedachten over de zaligheid sluipt. Het verkeerd opgebouwde geloof dat gebaseerd
is op vleselijke gedachten zal bij de geringste twijfel omvallen.
We kunnen niet werkelijk in Hem en de waarheid geloven als
we ons geloof op onze eigen gedachten baseren. Zulk geloof is als een huis dat
op zand gebouwd is, “En de slagregen is nedergevallen,
en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen
hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot” (Mattheus
7:27).
Daarom is het geloof van een persoon die met gedachten gelooft,
ver van het geloof dat op God’s woord gebaseerd is. God zegt, “Dat
zij verre. Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig; gelijk als
geschreven is: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer
Gij oordeelt” (Romeinen 3:4). Onze zaligheid
moet op Zijn woord gebaseerd zijn. Het Woord wordt vlees en huist in ons, en
God is het Woord. Het Woord kwam naar de aarde in de gelijkenis van de mens.
Jezus redde ons en werd opgenomen na Zijn 33–jarige levenstijd op de aarde en
leidde Zijn Apostels om het woord van de belofte te schrijven, die de vervulling
van het Oude Testament zijn en wat Hij ook voorheen Zijn dienaren vertelde.
God schreef in de Bijbel wat Hij zei en deed. God verschijnt in en met het Woord,
spreekt met het Woord en redde ons door het Woord.
We kunnen niet de volmaakte verlossing van de zonden met
onze eigen gedachten krijgen, terwijl we niet in God’s woord geloven, denkend,
“Soms lijkt het alsof ik gered ben, maar soms kan ik niet in de zaligheid van
de Heer geloven.” We kunnen niet gered worden met de gedachten omdat onze
gedachten altijd veranderen en omdat we niet altijd eerlijk zijn.
Daarom zei de Apostel Paulus dat de besnijdenis van het hart
was, en dat we Zijn gerechtigheid met het hart geloven. Als ons hart in Zijn
woord gelooft, getuigt het hart schijnbaar dat God dit in het Oude Testament
beloofd had en Zijn verbond heeft vervuld. Hij redde ons op die manier in het
Nieuwe Testament naar Zijn woord. We zijn gered en worden God’s kinderen door
met ons hart in Zijn woorden te geloven.
We zijn gered van onze zonden door het
evangelie van het water en de Geest met het hart te geloven
We zijn gered door het geloof omdat het hart zich aan God
kan overgeven, maar onze gedachten van de vleselijke geest kunnen dat niet.
We worden God’s kinderen door met ons hart te geloven, niet door de daden of
gedachten van onze uiterlijke mens. Het is duidelijk dat we God’s kinderen worden
door met ons hart in Zijn woorden te geloven. Gelooft u met uw hart? Bent u
in het hart besneden? Gelooft u in uw hart dat Jezus uw Verlosser is? Hij die
gelooft in de Zoon van God heeft de getuigenis in zich. Heeft u de getuigenis
van de wereld dat Jezus u volledig redde, en niet de getuigenis van de persoonlijke
ervaring? Heeft u het woord van God in uw hart? Heeft u het woord dat u de verlossing
van de zonden gaf? Als u het ware geloof heeeft wordt u door het geloof gered.
We ontvangen de verlossing van de zonden door met ons hart
in God’s woord te geloven. We zijn echter vaak teleurgesteld als we naar de
zwakheid van onze uiterlijke mens kijken. En dan zijn we geneigd om ons van
het geloof in God terug te trekken. Iemand die de waarheid niet volledig begrijpt,
leeft in een illusie. De meeste Christenen meten hun geloof aan hun daden. Dat
is een grote fout. We moeten ons geloof niet aan onze eigen gedachten meten.
We moeten ons geloof niet op ons uiterlijk vlees baseren omdat het vlees nutteloos
is. Het Oude Testament en het Nieuwe Testament verteld ons dat iemand rechtvaardig
wordt als hij/zij met het hart in God’s woord gelooft. We zijn niet gered van
zonden door gedachten of daden, maar slechts door geloof. We kunnen niet door
de daden van het vlees gered worden. Of we nu zondigen of goede daden doen,
dat heeft niets te maken met God en Zijn heerlijkheid.
Daarom betekent het ware geloof om gered te worden door de
waarheid van de zaligheid van God’s woord met het hart te geloven. Ons geloof
is slecht als ons hart verkeerd is en ons geloof is goed als ons hart goed is.
Goed gedrag komt door goed geloof. Slecht gedrag kan komen doordat het hart
zwak is. Maar het belangrijkste is dat God naar het hart kijkt. God kijkt naar
het hart en onderzoekt het. God kijkt of het hart goed is of niet. God kijkt
of we werkelijk geloven met het hart of niet. Begrijpt u? Weet u dat God naar
ons hart kijkt? God kijkt of we met ons hart in Jezus Christus geloven als Hij
naar ons hart kijkt. Gelooft u met uw hart?
God observeert of we met het hart geloven of niet als Hij
op ons neerkijkt. Hij kijkt in onze harten. We moeten ons hart nakijken in God’s
aanwezigheid. Besnijdenis des harten. Gelooft u met het hart? God kijkt naar
het hart. Hij kijkt of we werkelijk met ons hart geloven of niet. Hij kijkt
of we werkelijk de waarheid weten en of we het willen volgen of niet. Hij kijkt
of we geloof in ons hart hebben of niet en of we Hem willen volgen en in Zijn
woord geloven.
Er is een religieus orgaan dat groot
belang legt op het tijdstip van de wedergeboorte
Het is belangrijk om een exacte kennis te hebben van wat
Jezus Christus gedaan heeft en er met het hart in te geloven. Er is een religieus
orgaan dat de broeders en zusters in onze kerk zegt dat zij niet gered zijn.
Ik heb medelijden met de zielen van dat religieuze orgaan. Ik wil dat ze mij
begrijpen en ik wil hun het evangelie van het water en de Geest leren. Zijn
uw zonden uitgewist? —Amen.— Gelooft u het met uw hart?
Maar er zijn sommige mensen die zeggen dat ons geloof niet
goed is. Zij zeggen dat we het woord niet moeten geloven zoals het geschreven
staat en dat we slechts moeten geloven wat door de wetenschap bewezen is. Zij
zeggen dat dat de volmaakte zaligheid en het volmaakte geloof is. Zij zeggen
dat een wedergeboren persoon precies het tijdstip moet weten waarop hij/zij
wedergeboren werd (uur, dag, maand). Toen broeder Hwang iemand van hun ontmoette,
vroeg die persoon wanneer broeder Hwang wedergeboren was, dus toen zei broeder
Hwang dat hij niet de exacte datum en uur wist, maar dat hij wedergeboren was
door in het evangelie van het water en de Geest te geloven, ergens in het afgelopen
jaar. Toen zei hij dat broeder Hwang niet gered was.
Natuurlijk kunnen we het exacte uur en dag en maand en jaar
wanneer we wedergeboren zijn, zeggen als we het nagaan. We kunnen zelfs
zeggen of het a.m of p.m was; of het ’s ochtends, ’s avonds, lunchtijd of avondmaal
was. De zaligheid hangt er echter van af of we met ons hart geloven. Het doet
er niet toe of u zich de exacte tijd niet kan herinneren.
Besnijdenis des harten
De Heer nam al onze zonden op Zich aan de Jordaan en werd
in onze plaats gekruisigd om voor de zonden veroordeeld te worden. Hij werd
verwond door onze snoden en gekwetst door onze zonden. Hij nam alle zonden van
onze uiterlijke en innerlijke mens weg. Onze geesten herrezen weer van de dood
en nu kunnen we de Heer volgen als Hij wilt, zelfs als sommige mensen ons op
een wrede wijze zeggen dat we niet gered zijn.
Wat zegt de Bijbel over de uiterlijke mens? Steeds meer zwakheden
worden onthuld nadat we de verlossing van de zonden ontvangen hebben. Al onze
zwakheden zijn nog niet onthuld geworden, er zullen er nog meer onthuld worden.
We zijn echter gered als we in ons hart geloven dat God onze God is en dat Jezus
al onze zonden wegnam in de Jordaan door Zijn doopsel en dat Hij gekruisigd
werd.
| Wilt
u meer over het boek van de Romeinen weten? Klik
dan op de onderstaande banner om uw gratis boek over het boek
van de Romeinen te ontvangen. |
 |
We kunnen niet vergeleken worden met mensen die belang hechten
aan de datum dat zij wedergeboren waren en die slechts geloven wat
door de wetenschap bewezen is. Zij zijn duidelijk niet gered. Wij
geloven met ons hart om rechtvaardig te worden. Gelooft u dat Jezus
onze Verlosser is? —Amen.— Geloof begint bij dat punt en de Heer
leidt onze harten vanaf die tijd. De Heer zegt dat we Zijn rechtvaardige
kinderen zijn en dat ons geloof goed is. Hij zegent ons hart en
Hij wilt dat we Hem met ons hart door geloof volgen. God leidt en
zegent ons als we, door het geloof in ons hart, met Hem lopen.
“Besnijdenis des harten.”
We zijn gered door met ons hart te geloven. Vele mensen op de aarde zeggen
dat het geloof in het evangelie met hun hart hun gered heeft. Zij voegen hun
daden echter aan het geloof toe. Zij beschouwen dat de daden van de uiterlijke
mens een essentiele voorwaarde van hun geloof is. Zij zeggen dat het geloof
in het evangelie van het water en de Geest hun niet naar de zaligheid kan leiden
omdat zij het geloof met hun hart en hun eigen vrome daden vermengen.
Dit resulteert erin dat zij zich meer zorgen maken over hoe
goed hun uiterlijke mens doet en hoe vaak zij gebeden van berouw aanbieden.
Zij zijn verre van de zaligheid zelfs als zij denken dat zij van hun zonden
gered zijn.
God kijkt naar het hart
Wij geloven rechtvaardig in ons hart te worden. Het is puur
gescheiden van het uiterlijke vlees en het heeft niets te maken met onze daden.
Zaligheid zelf heeft niets te maken met onze daden. Bent u opgelucht nadat u
geleerd heeft dat al uw zonden uitgewist zijn? Wilt u de Heer met vreugde dienen?
Preekt u het evangelie met vreugde? Wilt u zichzelf in Zijn prachtige dienst
verbinden? Het hart wordt genadig en vreugdevol omdat God ons geloof goedkeurt
als we met ons hart geloven. Daarom is het hart erg belangrijk voor God.
Terug
naar lijst
|