|
DE BIJBELSE VERZOENING
A.
In het Oude Testament werd meestal verzoend door de opoffering van
een dier (vb. Exodus 30:10, Leviticus 1:4, 4:20-21).
B. In het Nieuwe Testament werd
het concept van het verzoeningsoffer van het Oude Testament aangehouden,
maar de verlossing van de mensheid is te danken aan Jezus Christus.
De apostel Paulus zei dat Jezus Christus voor onze zonden stierf
(1 Korinthiërs 15:3).
Het woord verzoening werd niet gebruikt
om te verwijzen naar de dood van Christus als slechts de uitwissing
van de erfzonde, maar om alle zonden van de mensen weg te nemen.
En na het doopsel van Jezus door welke alle zonden van de wereld
aan Jezus werden doorgegeven (Mattheus 3:15), redde Hij de mensheid
door te bloeden aan het Kruis (Leviticus 1:1-5, Johannes 19:30).
De apostel Paulus legt in 2 Korinthiërs
5:15 uit dat ‘Een voor allen gestorven is,’ dan in vers 21,
‘voor ons’ in Galaten 3:13, ‘een vloek geworden zijnde
voor ons.’ Onder de vele verzen in het Nieuwe Testament die
naar Jezus als het Offer verwijzen (bijv. Efeziërs 5:2), zijn Johannes
1:29, 36(‘Lam’- Johannes de Doper) en 1 Korinthiërs 5:7 (‘Onze Pascha
- de apostel Paulus).
Paulus specifieerde echter dat het
doopsel van Jezus in de Jordaan de verzoening voor alle zonden van
de wereld was. Hij legt in Romeinen 6 uit dat alle zonden van de
wereld aan Jezus waren doorgegeven door het doopsel van Jezus van
Johannes de Doper.
Hij legt verder uit dat de kruisiging
van Jezus het oordeel was en de compensatie voor de zonden, dat
het verzoeningsoffer opgeofferd werd voor alle zielen van alle mensen.
De dood van Jezus verduidelijkt ons
het verzoeningsoffer van het Oude Testament. Het opleggen van handen
in het Oude Testament en het doopsel van Jezus in het Nieuwe Testament
zijn in overeenstemming met de wet van God (Jesaia 53:10, Mattheus
3:13-17, Hebreeën 7:1-10, 18, 1 Petrus 3:21).
Het Nieuwe Testament eindigt niet met
het doopsel en de dood van Jezus maar gaat verder door ons te vertellen
dat ons doopsel in Christus en ons sterven met Hem, de vervulling
van de zaligheid is (Romeinen 6:3-7, Galaten 2:19-20).
Het vertelt ons, dat Jezus Christus
door Johannes de Doper gedoopt werd om alle zonden van de wereld
weg te nemen en dat Hij gekruisigd werd als resultaat hiervan. Jezus
Christus waste door Zijn doopsel en bloed niet slechts de zonden
van de wereld weg en verdroeg de daar uit voortkomende pijn, maar
hij redde ons ook van de machtvan Satan en hij keerde hem naar
de machtvan God door de straf in de plaats van de mensheid te
accepteren.
Daarom loste de verlossing van Jezus
het probleem van de zonde op die de mensen verhinderde om dichter
bij God te zijn. Deze monumentele gebeurtenis herbracht vrede en
harmonie tussen de mensen en God, het bracht de zaligheid, vreugde
(Romeinen 5:11), leven (Romeinen 5:17-18), en verlossing (Mattheus
3:15, Johannnes 1:29, Hebreeën 10:1-20, Efeziërs 1:7, Kolossenzen
1:14) tegelijkertijd.
Terug naar lijst
|