|
Toen Jezus naar Johannes de Doper verwees, zei Hij, "Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij" (Mattheus 11:11). Dit betekent dat Johannes de Doper de grootste is onder het volk dat van vrouwen geboren is. Johannes de Doper, geboren van Zacharias en Elizabeth, nakomelingen van Aaron, was in het geheel een man van het geslacht van Aaron, en het was onder deze priesters dat de Hogepriester in dienst gesteld werd en in de Tabernakel diende. Het allerbelangrijkste van alle werken die de Hogepriester verrichte, was om een keer per jaar, op de Grote Verzoendag, het offer te geven dat alle zonden van het volk van Israël verzoende. Op deze Grote Verzoendag legde de Hogepriester, de vertegenwoordiger van het volk van Israël, zijn handen op het hoofd van een geit en gaf daarmee al hun zonden aan de geit door. Evenzo was Johannes de Doper, een man van het geslacht van Aaron, in dienst gesteld door God als de Hogepriester en hij gaf alle zonden van de mensheid door aan Jezus Christus door Hem te dopen, wat een vorm van het opleggen van handen was. Jezus verhief Johannes tot de vertegenwoordiger van de mensheid. Waarom? Omdat Johannes een nakomeling van Aaron de Hogepriester was, de Elijah die komen zou zoals de profeet Malachi geprofeteerd had en de profeet die alle zonden van de mensheid aan Jezus doorgaf. Jezus moest naar deze aarde komen als het Lam van God om de mensheid van de zonden van de wereld te redden en daarom moest er een vertegenwoordiger van de mensheid zijn, een Hogepriester van het geslacht van Aaron. Dit was niemand minder dan Johannes de Doper. |