The New Life Mission

Preken

Onderwerp 1: De zonde

[1-2] (Markus 7:20-23) Menselijke Wezens zijn Geboren Zondaars

(Markus 7:20-23)
“En Hij zeide, ‘Hetgeen uitgaat uit den mens, dat ontreinigt den mens. Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. Al deze boosaardige dingen komen van binnen uit de man en besmetten hem.’” 
 
 
MENSEN ZIJN VERWARD EN LEVEN MET HUN EIGEN ILLUSIES 
 
Wie zal het waarschijnlijkst gered worden?
Hij die van zichzelf denkt’s werelds grootste zondaar te zijn

Voordat ik verder ga, wil ik u een vraag stellen. Wat denkt u van zichzelf? Denkt u dat u redelijk goed of redelijk slecht bent? Wat denkt u?
Alle mensen leven met hun eigen illusies. U bent waarschijnlijk niet zo slecht dan u denkt, noch bent u zo goed. Wie dan, denkt u, zal een beter geloofsleven leiden? Zullen het diegenen zijn, die goed van zichzelf denken of zij die slecht van zichzelf denken? 
De laatsten zullen een beter geloofsleven leiden. Wie zal er daarom eerder verlost worden: Diegenen die meer zonden hebben gepleegd of zij die maar enkelen zonden hebben gepleegd? De mensen met de meeste zonden hebben de grootste waarschijnlijkheid om verlost te worden, omdat zij van zichzelf weten dat ze zondaars zijn. Zij kunnen beter de verlossing, die Jezus voor hun heeft voorbereid, accepteren. 
Als we echt naar onszelf kijken, kunnen we zien dat we slechts een opeenhoping van zonden zijn. Wat zijn menselijke wezens? De mensheid is ‘een kiem van kwaaddoeners.’ In Jesaja 59 staat dat er allerlei soorten van zonden in de harten van de mensen zitten. Daarom is de mensheid een opeenhoping van zonde. Velen zullen het er echter niet mee eens zijn als we de mensheid als een opeenhoping van zonde zouden omschrijven. De mens te definiëren als ‘een kiem van kwaaddoeners’ is de juiste omschrijving. Als we onszelf eens eerlijk bekijken, komen we tot de conclusie dat we slecht zijn. Diegenen die eerlijk met zichzelf zijn, zullen tot dezelfde conclusie komen.
Er zijn niet veel mensen die zullen toegeven dat zij inderdaad een opeenhoping van zonden zijn. Ze leven comfortabel omdat zij zichzelf niet als zondaars beschouwen. Omdat wij kwaaddoeners zijn, hebben wij een zondige samenleving gecreëerd. Als dit niet waar was, zouden wij ons schamen om te zondigen. Velen van ons schamen zich echter niet wanneer ze zonden plegen. 
Hun geweten weet het echter. Iedereen heeft een geweten dat hem zegt, “Dit is schandelijk.” Adam en Eva verborgen zichzelf tussen de bomen nadat zij gezondigd hadden. Tegenwoordig verbergen veel zondaars zichzelf achter onze verachtelijke cultuur - onze cultuur van zonde. Zij verstoppen zich tussen hun mede-zondaars om aan het oordeel van God te ontkomen. 
Mensen worden bedrogen door hun eigen illusies. Zij denken van zichzelf dat ze heiliger dan anderen zijn. Zij roepen beledigd, “Hoe kan iemand zoiets doen? Hoe kan een mens zoiets doen? Hoe kan een kind dat zijn eigen ouders aandoen?” Zij denken dat zijzelf nooit zulke dingen zouden doen. 
Beste vrienden, het is zo moeilijk voor uzelf om uzelf te kennen. Om onszelf echt te kennen, moeten we eerst de vergeving van zonden ontvangen. Het duurt lang voordat we de juiste kennis over onze menselijke aard hebben verkregen, en er zijn zovelen van ons die dit nooit zullen ontdekken tot de dag dat ze sterven.
 
 
KEN UZELF
 
Hoe leven zij die zichzelf niet kennen?
Zij proberen zich te verbergen

Soms kijken we naar iemand en dan zien we dat hij/zij zichzelf helemaal niet kent. Socrates zei, “Ken uzelf.” De meeste mensen weten niet wat er in hun hart zit. Doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog.... 
Iemand die zichzelf niet kent, heeft het gif van een slang op zijn/haar lippen maar spreekt over goedheid. Dit komt omdat hij/zij niet weet dat hij/zij als een zondaar geboren is. 
Er zijn zoveel mensen op deze wereld die hun ware aard niet kennen. Zij hebben zichzelf bedrogen en zij leven hun leven vol met hun eigen misleidingen. Zij gooien zichzelf in de hel vanwege hun zelfbedrog. 
 
 
MENSEN MORSEN VOORTDUREND HUN HELE LEVEN ZONDEN
 
Waarom gaan zij naar de hel? 
Omdat zij zichzelf niet kennen.
 
Laat ons naar Markus 7:21-23 kijken. “Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. Al deze slechte dingen komen vanuit een man en besmetten hem.” De harten van mensen zijn vervuld met kwade gedachten vanaf de dag dat zij verwekt worden. 
Laten we ons eens voorstellen dat het hart van iemand, van glas is gemaakt en tot de rand toe gevuld is met een of andere smerige vloeistof, namelijk onze zonden. Wat zou er gebeuren als deze persoon naar voren of naar achteren beweegt? Natuurlijk zou de smerige vloeistof (zonde) overal gemorst worden. Als hij heen en weer zou bewegen, zou de zonde, steeds weer opnieuw, gemorst worden.
Wij, slechts opeenhopingen van zonden, leven onze levens op deze manier. We morsen zonde waar we gaan. We zullen ons hele leven blijven zondigen omdat we opeenhopingen van zonde zijn. 
Het probleem is dat we ons er niet van bewust zijn dat wij opeenhopingen van zonde zijn of anders gezegd, dat wij de kiem van de zonde zijn. Wij zijn opeenhopingen van zonde en hebben zonde in ons hart, vanaf het moment dat wij geboren worden. 
Deze opeenhoping van zonde staat op het punt te overstromen. Mensen geloven echter niet dat ze in feite inherent zondig zijn. Ze denken dat iemand anders hen naar de zonde leidt en daarom zijn zij niet diegenen die slecht zijn. 
Zij denken daarom zelfs, als zij zich zondig gedragen hebben, dat alles wat nodig is om de zonde uit te wissen, zich schoon te wassen is. Zij blijven achter zichzelf opruimen, iedere keer als zij zondigen, zichzelf vertellend dat het niet hun eigen schuld is. Maar ook al blijven we alles opruimen, betekent dit dat het goed is om te blijven morsen? We zouden steeds weer alles moeten poetsen. 
Als een glas vol zit met zonde, zal het blijven overstromen. Het heeft geen zin de buitenkant af te vegen. Hoe vaak we de buitenkant ook schoonvegen met onze deugdzame daden, het is zinloos zolang het glas vol met zonden zit. 
Wij worden met zoveel zonden geboren dat onze harten nooit leeg zullen worden, ongeacht hoeveel zonden we op onze weg ook morsen. Daarom blijven we ons hele leven zonden plegen. 
Als iemand zich niet realiseert dat hij/zij inderdaad een opeenhoping van zonden is, blijft hij/zij proberen, zijn zondige aard te verstoppen. De zonde zit in de harten van alle mensen en zij verdwijnen niet door de buitenkant schoon te vegen. Als we een beetje zonde morsen, vegen we het weg met een doekje, als we weer zonde morsen, vegen we het op met een zwabber, een handdoek en dan een vloerkleed.... We denken dat het weer schoon zal worden als we het nog een laatste keer wegvegen.... Het loopt echter, steeds weer over. 
Hoe lang denkt u dat dit zal duren? Het gaat zo door tot de dag waarop iemand sterft. De mens gedraagt zich zondig totdat hij/zij doodgaat. Daarom moeten we, om verlost te worden, in Jezus geloven. En om verlost te worden, moeten we als eerste onszelf kennen.
 
Wie kan dankbaar Jezus ontvangen?
Zondaars die toegeven dat zij veel fouten begaan hebben 

Stelt u zich voor; er zijn twee mannen die vergeleken kunnen worden met twee glazen vol met een smerige vloeistof. Beide glazen zitten vol met zonden. Een van hen kijkt naar zichzelf en zegt, “Oh, ik ben zo'n zondig persoon.” Dan geeft hij op en gaat op zoek naar iemand die hem kan helpen. 
Maar de ander denkt dat hij zo slecht nog niet is. Hij kan de opeenhoping van zonden in zichzelf niet zien en hij denkt dat hij niet zo zondig is. Zijn hele leven blijft hij het gemorste wegvegen. Hij veegt een kant schoon, en dan de andere kant... dan weer snel aan de andere kant vegend.... 
Er zijn zoveel mensen die hun hele leven voorzichtig leven en proberen zo min mogelijk zonden te plegen om te voorkomen dat ze gemorst worden. Maar omdat zij nog steeds zonden in hun hart hebben, wat goed zou het hun doen? Voorzichtigheid zal hun niet dichter bij de Hemel brengen. ‘Voorzichtigheid’ brengt hen in plaats daarvan op de weg naar de hel. 
Beste vrienden, ‘voorzichtigheid’ leidt alleen maar naar de hel. Als mensen voorzichtig zijn, zullen hun zonden niet zo snel overlopen. Maar het zijn nog steeds vermomde zondaars. Wat zit er in het hart van de mensheid? Zonde? Onzedelijkheid? Ja! Slechte gedachten? Ja! Diefstal? Ja! Arrogantie? Ja! We weten dat we opeenhopingen van zonden zijn, wanneer we onszelf zondig en goddeloos zien gedragen, zonder dat ons dat geleerd is geworden. Het zal niet zo duidelijk zijn als we nog jong zijn. 
Maar hoe is dat als wij ouder worden? Wanneer wij naar de middelbare school gaan, de universiteit, en zo verder, dan gaan we ons realiseren dat wat in ons zit, zonde is. Is dit niet waar? Op dat moment, is het onmogelijk om onze zondige aard te verbergen. Toch? We kunnen niet anders dan de zonde te blijven morsen. En dan hebben we berouw. “Ik zou dit niet moeten doen.” We ontdekken echter dat het onmogelijk is om echt te veranderen. Waarom is dat? Omdat ieder van ons met zonde is geboren. 
We worden niet rein door alleen maar voorzichtig te zijn. Om verlost te worden, moeten we weten dat wij met een opeenhoping van zonde geboren worden. Alleen zondaars die dankbaar de verlossing accepteren, die door Jezus werd voorbereid, kunnen gered worden.
Diegenen die denken “Ik heb niet veel verkeerd gedaan en ik heb niet erg veel gezondigd”, geloven niet dat Jezus hun zonden wegnam en dat zij naar de hel zullen gaan. We moeten weten dat wij deze opeenhoping van zonde in ons hebben. We worden ermee geboren. 
Als iemand denkt, “Ik heb niet veel verkeerd gedaan, als ik alleen maar verlost kan worden voor deze kleine zonde,” zou hij dan achteraf van zijn zonden verlost kunnen worden? Nee, dit kan nooit. 
Hij die verlost kan worden, weet van zichzelf dat hij een opeenhoping van zonde is. Hij gelooft oprecht dat Jezus al zijn zonden door zijn doopsel in de rivier de Jordaan wegnam, en dat Hij het loon van de zonden afbetaalde toen Hij voor ons stierf. 
Of we nu verlost zijn of niet, we leven allemaal in een illusie. Wij zijn opeenhopingen van zonde. Dat is wat we zijn. We kunnen alleen verlost worden als we geloven dat Jezus al onze zonden wegnam.
 
 
GOD VERLOSTE NIET DIEGENEN MET ‘EEN BEETJE ZONDE’
 
Wie is hij die de Heer bedriegt?
Hij die om vergeving voor dagelijkse zonden vraagt
 
God verloste niet diegenen met maar ‘een beetje zonde.’ God kijkt niet eens naar de mensen die zeggen, “God, ik heb dit kleine beetje zonde”. Diegenen waar Hij naar kijkt zijn zij die zeggen, “God, ik ben een opeenhoping van zonde. Ik ga naar de hel. Redt me alstublieft.” Zondaars zeggen, “God, ik kan alleen gered worden als U me redt. Ik kan niet meer in berouw bidden omdat ik alleen maar weer zal zondigen. Redt me alstublieft.”
God redt hun, die volledig op Hem vertrouwen. Ik heb ook dagelijkse gebeden van berouw gegeven. Maar de gebeden van berouw hebben mij nooit van mijn zonden kunnen bevrijden. Dus knielde ik voor God en bad, “God, heb alstublieft medelijden met mij en redt me van al mijn zonden.” Zij die op deze manier bidden zullen geredt worden. Zij geloven in de verlossing van God, het doopsel van Jezus door Johannes de Doper. Zij zullen gered worden. 
God bevrijdt alleen maar diegenen die van zichzelf weten dat ze opeenhopingen van zonde zijn, het gebroed van de zonde. Zij die zeggen, “Ik heb alleen maar deze kleine zonde begaan. Vergeef me alstublieft hiervoor,” zijn nog steeds zondaars en God kan hun niet redden. God redt alleen maar de mensen die van zichzelf weten dat ze niets anders dan opeenhopingen van zonde zijn. 
In Jesaja 59:1-2, staat geschreven, “Ziet, de hand des Heeren is niet verkort, dat zij niet zou kunnen verlossen; en Zijn oor is niet zwaar geworden, dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden, dat Hij niet hoort.” 
Omdat wij als een opeenhoping van zonde geboren worden, kan God niet liefdevol naar ons kijken. Het is niet omdat Zijn hand verkort is noch is Zijn oor zwaar geworden dat Hij ons niet kan horen vragen om Zijn vergeving.
God zegt ons, “Jullie ongerechtigheden hebben jullie gescheiden van jullie God; en jullie zonden hebben zijn gezicht voor jullie verborgen, zo dat Hij jullie niet kan horen.” Omdat we zoveel zonde in ons hart hebben, kunnen we de Hemel niet binnen gaan zelfs als de deuren wijd open staan. 
Als wij, die opeenhopingen van zonde zijn, iedere keer als wij zondigen om vergeving vragen, zou God herhaaldelijk Zijn Zoon moeten doden. God wilt dit niet doen. Daarom zegt Hij, “Kom niet dagelijks met u zonden naar Mij. Ik stuurde Mijn Zoon om u van alle zonden te verlossen. Het enige wat u moet doen is begrijpen hoe Hij u zonden wegnam en kijken of het de Waarheid is. Geloof dan in het evangelie van de verlossing om gered te worden. Dit is de hoogste liefde die Ik voor u heb, Mijn schepsels.” 
Dat is wat Hij ons verteld. “Geloof in Mijn Zoon en wordt verlost. Ik, u God, stuurde Mijn eigen Zoon om te verzoenen voor al u zonden en ongerechtigheden. Geloof in Mijn Zoon en wordt verlost.”
Diegenen die zichzelf niet als een opeenhoping van zonde zien, vragen Hem alleen maar om vergeving voor hun eigen kleine zonden. Zij verschijnen voor Hem zonder het verschrikkelijke aantal en gewicht van hun zonden te kennen en bidden, “Vergeef alstublieft dit kleine beetje zonde. Ik zal het nooit meer doen.”
Zij proberen Hem te bedriegen met deze gebeden. Wij zondigen niet maar één keer maar doen dit constant totdat we doodgaan. We zouden om vergeving moeten blijven vragen tot de allerlaatste dag van onze levens. 
Vergiffenis krijgen voor een kleine zonde zal niets oplossen omdat we iedere dag van ons leven zonden begaan totdat we doodgaan. De enige manier waarop wij dus vrij van zonden kunnen zijn, is om al onze zonden aan Jezus door te geven.
 
Wat is de mensheid?
Een opeenhoping van zonden 

De Bijbel somt de zonden van de mensen op, “Want uw handen zijn met bloed bevlekt; en uw vingeren met ongerechtigheid; uw lippen spreken valsheid, uw tong dicht onrecht. Er is niemand, die voor de gerechtigheid roept, en niemand, die voor de waarheid in het gericht zich begeeft; zij vertrouwen op ijdelheid, en spreken leugen; met moeite zijn zij zwanger, en zij baren ongerechtigheid. Zij broeden basiliskus-eieren uit, en zij weven spinnewebben; die van hun eieren eet, moet sterven, en als het in stukken gedrukt wordt, er berst een adder uit. Hun webben deugen niet tot klederen, en zij zullen zichzelven niet kunnen dekken met hun werken; hun werken zijn werken der ongerechtigheid, en een maaksel des wrevels is in hun handen. Hun voeten lopen tot het kwade, en zij haasten om onschuldig bloed te vergieten; hun gedachten zijn gedachten der ongerechtigheid, verstoring en verbreking is op hun banen. Den weg des vredes kennen zij niet; en er is geen recht in hun gangen; hun paden maken zij verkeerd voor zich zelven, al wie daarop gaat, die kent den vrede niet.” (Jesaja 59:3-8). 
De vingers van de mensen zijn besmet met ongerechtigheden en zij werken hun hele leven voor het kwade. Alles wat zij doen is slecht. En hun tongen, ‘hebben leugens gesproken.’ Alles dat uit onze monden komt zijn leugens. 
“Wanneer een duivel de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen” (Johannes 8:44). Zij die niet wedergeboren zijn, zeggen graag, “Ik zeg u de waarheid.... Ik zeg het u eerlijk. Wat ik u vertel is de waarheid....” Echter, alles wat zij zeggen zijn desondanks leugens. Het is zoals het geschreven staat. “Wanner een duivel de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen.”
Mensen vertrouwen op lege woorden en vertellen leugens. Mensen verwekken het kwade en baren ongerechtigheid. Zij broeden adder eieren uit, en zij weven spinnewebben. God zegt, “Hij die eet van hun eieren zal sterven, en van de schalen zal een adder uitkomen.” Hij zegt dat er addereieren in u hart zitten. Adder eieren! Er zit kwaad in u hart. Daarom moet u verlost worden door te geloven in het evangelie van het water en het bloed. 
Altijd als ik over God begin te spreken, zijn er mensen die zeggen, “Oh jee. Praat alstublieft niet met me over God. Altijd als ik probeer iets te doen, mors ik zonde. Het loopt gewoon over. Ik kan niet een stap zetten zonder overal zonde te morsen. Ik kan er niets aan doen. Ik zit vol met zonde. Dus praat alstublieft niet met me over God.”
Deze persoon weet zeker dat hij een opeenhoping van zonde is, maar hij kent het evangelie dat hem redden kan niet. Zij die van zichzelf weten dat zij opeenhopingen van zonde zijn, kunnen gered worden. 
In feite is iedereen hetzelfde. Iedereen morst constant zonde, overal waar hij gaat. Het loopt gewoon over omdat alle mensen een opeenhoping van zonde zijn. De enige manier waarop zo iemand gered kan worden is door de kracht van God. Is het niet verbazingwekkend? Zij die altijd zonde morsen wanneer zij van streek zijn, gelukkig zijn of zelfs als zij op hun gemak zijn, kunnen alleen door onze Heer Jezus gered worden. Jezus kwam om ons te redden. 
Hij heeft uw zonde geheel verzoend. Ken uzelf als een opeenhoping van zonde en wordt gered.