The New Life Mission

Preken

Onderwerp 2: De Wet

[2-1] (Lukas 10:25-30) Als We Dingen volgens de Wet Doen, Kan Ons Dat Redden?

(Lukas 10:25-30)
“En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij? En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven. Maar hij, willende zichzelven rechtvaardigen, zeide tot Jezus: En wie is mijn naaste? En Jezus, antwoordende, zeide: Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.”
 
 
Wat is het grootste probleem van de mens?
Hij leeft met veelvalse illusies. 

Lukas 10:28, “Doe dat, en gij zult leven.” 
Mensen leven met veel valse illusies. Het lijkt alsof zij bijzonder kwetsbaar zijn in dit opzicht. Zij lijken intelligent maar kunnen gemakkelijk bedrogen worden en ze zijn zich onbewust van hun slechte kanten. We zijn geboren zonder onszelf te kennen maar we leven nog steeds alsof we dat wel doen. De Bijbel zegt ons dat wij zondaars zijn omdat de mensen zichzelf niet kennen. 
De mensen praten over het bestaan van hun eigen zonden. En het lijkt erop dat mensen niet in staat zijn goed te doen maar ze zijn geneigd zichzelf als goed te karakteriseren. Zij pronken met hun goede werken en scheppen erover op. Ze zeggen dat zij zondaars zijn maar ze gedragen zich alsof ze goede mensen zijn. 
Zij weten dat zij geen goeds in zich hebben noch in staat zijn goed te doen maar zij proberen anderen en soms zelfs zichzelf te bedriegen. “Kom op, we kunnen niet volledig slecht zijn. Er moet iets van goeds binnenin ons zijn.”
Daarom kijken zij naar anderen en zeggen tegen zichzelf, “Gossie, ik zou willen dat hij dat niet gedaan had. Het zou beter voor hem zijn geweest als hij dat niet had gedaan. Hij zou er veel beter voor hebben gestaan als hij zo zou praten. Ik denk dat het beter is om het evangelie zus of zo te prediken. Hij was vóór mij verlost, dus ik denk dat hij zich meer moet gedragen als iemand die verlost is geworden. Ik ben pas kort geleden verlost geworden, maar als ik meer leer, zal ik veel beter dan hem worden.”
Zij scherpen de messen in hun hart. “Wacht jij maar. Je zult zien dat ik niet zoals jouw ben. Je denkt misschien dat je me nu voor bent, maar wacht maar af. Er staat in de Bijbel dat diegenen die het laatste komen de eersten zullen zijn. Ik weet dat dit op mij slaat. Wacht en ik zal het je laten zien.” Mensen bedriegen zichzelf. 
Zelfs als hij hetzelfde zou doen wanneer hij in de plaats van die persoon was, zou hij hem toch veroordelen. Als hij in de preekstoel staat, merkt hij van zichzelf dat hij hopeloos begint te stotteren en hij voelt zich onzeker worden. Predikers moeten alleen maar naar God kijken en niet beginnen te denken wat anderen ervan zouden denken. Als zij dat doen, zijn ze niet in staat om te prediken. 
Als hun gevraagd wordt of de mens het vermogen heeft om goed te doen, zeggen de meeste mensen nee. Maar zij hebben de illusie dat zijzelf wel het vermogen hebben. Dus doen ze hard hun best om deugdzaam te zijn totdat zij sterven. 
Zij denken dat zij 'goedheid' in hun hart hebben, dat zij het vermogen bezitten om goed te doen. Zij denken ook dat zijzelf goed genoeg zijn. Het maakt niet uit hoe lang geleden zij religieus waren, zelfs diegenen die veel vooruitgang hebben behaald in de dienst van God denken, ‘Ik kan dit en dat doen voor de Heer.’
Maar als we onze Heer uit onze levens halen, kunnen we dan werkelijk goed doen? Is er goedheid in de mensheid? Kan hij goede werken doen in zijn leven? Menselijke wezens hebben niet het vermogen goed te doen. Altijd als mensen proberen, iets uit zichzelf te doen, zondigen zij. 
Sommigen duwen Jezus aan de kant nadat zij verlost zijn en proberen op eigen kracht goed te doen. Er is niets dan slechtheid in ieder van ons. Wij kunnen alleen maar slechtheid voortbrengen. Vanuit onszelf (zelfs diegenen die gered zijn geworden), kunnen we alleen maar zondigen. Dat is de realiteit van ons vlees. 
 
Wat doen we altijd; het goede of het slechte?
Het slechte

In onze lofgezangen, ‘Looft de Heer,’ is een lied dat als volgt gaat, “♪Zonder Jezus zullen we alleen maar struikelen. We zijn zo waardeloos als een schip dat de zee oversteekt, zonder zeilen.♪” Zonder Jezus, kunnen we alleen maar zondigen. We zijn de rechtvaardigen, omdat we gered zijn geworden door Jezus Christus. In werkelijkheid zijn we slecht. 
De Apostel Paulus zei, “Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik” (Romeinen 7:19). Als een mens met Jezus is, dan maakt dat niet uit. Maar als hij niets met Hem te maken heeft, dan probeert hij goed te doen voor God. Maar hoe meer hij zijn best doet, hoe meer hij bemerkt dat hij het kwaad beoefent. 
Zelfs Koning David had dezelfde aangeboren aard. Toen zijn land vredig en voorspoedig was, ging hij naar het platte dak voor een wandeling. Hij zag een verleidelijke afbeelding van een vrouw en viel voor het sensuele plezier. Hoe was hij toen hij de Heer had vergeten! Hij was echt slecht. Hij doodde Uria en nam zijn vrouw maar hij kon het kwaad in hemzelf niet zien. Hij maakte excuses voor zijn daden. 
Toen op een dag de profeet Nathan naar hem kwam en zei. “Er zijn twee mannen in een stad, een is rijk en de ander is arm. De rijke had zeer veel schapen en runderen. Maar de arme had gans niet dan een enig klein ooilam.Toen nu den rijken man een wandelaar overkwam, verschoonde hij te nemen van zijn schapen en van zijn runderen, om voor den reizenden man, die tot hem gekomen was, wat te bereiden; en hij nam des armen mans ooilam, en bereidde dat voor den man, die tot hem gekomen was” (2 Samuël 12:1-4). 
David zei, Zo waarachtig als de HEERE leeft, de man, die dat gedaan heeft, is een kind des doods! Hij werd erg kwaad, dus hij zei, “En dat ooilam zal hij viervoudig wedergeven, daarom dat hij deze zaak gedaan, en omdat hij niet verschoond heeft.” Maar hij nam de arme man zijn enige lam om een maal voor zijn gast te bereiden. Hij moet sterven! En Nathan zei tegen hem, “Gij zijt die man!” Als we Jezus niet volgen en niet met Hem zijn, kunnen zelfs de wedergeborenen zo zijn. 
Dit geldt voor iedereen, zelfs voor de gelovigen. We struikelen steeds en voeren kwaad uit zonder Jezus. We zijn vandaag weer dankbaar dat Jezus ons gered heeft, ongeacht het kwaad in ons. “♪Ik wil onder de schaduw van het Kruis rusten♪.” Ons hart rust onder de schaduw van de verlossing van Christus. Maar als we de schaduw verlaten en voor onszelf moeten zorgen, kunnen we nooit rusten.
 
 
GOD GAF ONS DE RECHTVAARDIGHEID VAN GELOOF VÓÓR DE WET
 
Welke was er het eerst, geloof of de Wet? 
Geloof 

De Apostel Paulus zei, dat God ons de rechtvaardigheid van geloof als eerste gaf. De rechtvaardigheid van geloof was er het eerst. Hij gaf het aan Adam en Eva, aan Kain en Abel, daarna aan Seth en Enoch, daarna aan Noah, dan aan Abraham, dan weer verder aan Isaac, aan Jacob en zijn twaalf zonen. Zelfs zonder de Wet werden zij rechtvaardig voor God door hun geloof in Zijn Woord. Zij waren gezegend en kregen rust door hun geloof in Zijn Woord. 
De tijd verstreek en door Josef, leefden Jakob’s afstammelingen 400 jaar als slaven in Egypte. Toen leidde God hun door Mozes naar het land van Kanaän. Echter, tijdens de 400 jaar slavernij hadden zij de rechtvaardigheid van geloof vergeten. 
Dus liet God hun, door Zijn wonder, de Rode Zee doorkruisen en leidde hun de woestijn in. Toen zij de woestijn van Zonde bereikten, gaf Hij hun de Wet op de berg Sinaï. Hij gaf hun de Tien Geboden en de 613 gedetaileerde artikelen van de Wet. “Ik ben de Heer jouw God, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jacob. Kom en beklim de Berg Sinai en Ik zal je de wet geven.” God gaf de Wet aan Israël. 
Hij gaf hen de Wet zodat zij ‘kennis van de zonde’ zouden hebben (Romeinen 3:20). Het was om hun te tonen, wat Hij graag had en wat Hij verafschuwde en om Zijn rechtvaardigheid en Heiligheid te verkondigen. 
Alle mensen van Israël die 400 jaar slaaf waren geweest in Egypte, staken de Rode Zee over. Zij hadden nooit de God van Abraham, de God van Isaak, de God van Jakob ontmoet. Zij kenden Hem niet. 
En terwijl zij die 400 jaar in slavernij hadden geleefd, waren zij de rechtvaardigheid van God vergeten. In die tijd hadden zij geen leider. Jakob en Josef waren hun leiders, maar zij waren al lang geleden gestorven. Het lijkt dat Josef gefaald had om het geloof aan zijn zonen Manasse en Efraim door te geven. 
Daarom moesten zij hun God weer vinden en Hem ontmoeten omdat zij de rechtvaardigheid van God vergeten waren. Dus gaf God hun eerst de rechtvaardigheid van geloof en Hij gaf hun de Wet nadat zij het geloof vergeten hadden. Hij gaf hun de Wet om hun naar Hem terug te brengen. 
Om Israël te redden en hen Zijn volk te maken, het volk van Abraham, zei Hij dat ze besneden moesten worden. 
De reden waarom Hij hun riep, was in de eerste plaats om hun te laten weten dat de God die de Wet schiep bestaat en ten tweede om hun te laten weten dat zij zondaars waren voor God. God wilde dat zij voor Hem zouden komen en Zijn volk zouden worden door verlost te worden door het offersysteem dat God hun gegeven had. En Hij maakte hen tot Zijn volk. 
De mensen van Israël werden verlost door de Wet (het offersysteem) door te geloven in de Messias die komen zou. Maar het offeringssysteem vervaagde met de tijd. Laten we eens kijken wanneer dat was. 
In Lukas 10:25, “En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende.” De wetgeleerde was een Farizeeër. De Farizeeën waren conservatieve mensen die in overeenstemming met Zijn Woord probeerden te leven. Zij waren een volk dat eerst het land probeerde te beschermen en vervolgens te leven naar Zijn Wet. En dan waren er nog de Zeloten, die erg onstuimig waren en die geneigd waren hun toevlucht te nemen tot geweld om hun visie, de onafhankelijkheid van Israël van Rome, te bereiken. 
 
Wie wilde Jezus Ontmoeten?
Zondaars zonder herder

Zelfs, vandaag de dag, zijn er mensen zoals zij. Zij leiden sociale bewegingen met slogans als ‘bescherm de onderdrukte mensen van de wereld.’ Zij geloven dat Jezus kwam om de armen en onderdrukten te redden. Dus leren zij theologie op hogescholen, nemen deel in de politiek en proberen in ieder deel van de samenleving de ‘benadeelden te helpen’. 
Zij zijn het, die volhouden, “Laat ons allemaal volgens de heilige en genadige wet leven... leven overeenkomstig de Wet en Zijn Woorden.” Maar zij realiseren zich de werkelijke betekenis van de Wet niet. Zij proberen overeenkomstig de letters van de Wet te leven maar ze herkennen de goddelijke openbaring van de Wet niet.
We kunnen dus zeggen dat er geen profeten waren, dienaren van God, in Israël voor ongeveer 400 jaar, voor Christus. Zo werden zij een kudde schapen zonder herder. 
Zij hadden noch de Wet noch een leider. God verkondigde Zichzelf niet door de schijnheilige religieuze leiders van die tijd. Het land was een kolonie van het Romeinse Rijk geworden. Daarom zei Jezus tegen de mensen van Israël die Hem in de woestijn volgden dat Hij ze niet hongerig weg zou sturen. Hij had medelijden met de kudde zonder herder, omdat er velen waren die leden in die tijd. 
De wetgeleerden en anderen in dergelijke posities waren in wezen diegenen die voorrechten hadden verworven; de Farizeeën waren van het orthodoxe geslacht van het Jodendom. Ze waren erg trots. 
En deze wetgeleerde vroeg Jezus in Lukas 10:25, "Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?" Schijnbaar dacht hij dat er niemand beter dan hem was onder het volk van Israël. Dus deze wetgeleerde (die nog niet verlost was) daagde Hem uit, zeggende, “Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?”
Deze wetgeleerde is een weerspiegeling van onszelf. Hij vroeg Jezus, “Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?” Jezus zei tegen hem, “Wat is in de Wet geschreven? Hoe leest gij?”
“En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.” 
En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven. Jezus zei hem, “Je hebt goed geantwoordt, doe dit en je zult leven.” 
Hij daagde Jezus uit niet wetende dat hij slecht was, een brok zonde die nooit goed zou kunnen doen. Daarom vroeg Jezus hem, “Wat is er in de Wet geschreven? Hoe leest gij?” 
 
Hoe leest u de Wet?
Wij zijn zondaars die zich nooit aan de Wet kunnen houden.
 
“Hoe leest gij?” Met deze passage vraagt Jezus hoe iemand, inclusief u en ik, de Wet kent en begrijpt. 
De wetgeleerde dacht, net als veel mensen tegenwoordig, dat God de Wet aan hem gaf om te houden. En hij antwoordende,“Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.” 
De wet was foutloos. Hij gaf ons een volmaakte wet. Hij zei ons, de Heer met ons hele hart en onze hele ziel, en uit geheel onze kracht en verstand lief te hebben, en onze naasten als onszelf. Het is goed voor ons om God met ons hele hart en kracht lief te hebben, maar het is een heilig gebod waar we ons nooit aan kunnen houden. 
“Hoe leest gij?” betekent dat de Wet goed en juist is, maar hoe wordt het begrepen? De wetgeleerde dacht dat God de Wet gegeven had om te gehoorzamen. Maar Gods wet werd ons gegeven zodat wij ons onze tekortkomingen realiseren door onze onrechtvaardigheden bloot te leggen. “U hebt gezondigd. U doodde terwijl Ik u zei niet te doden. Waarom hebt u Me niet gehoorzaamd?”
De Wet legt de zonden in de harten van de mensen bloot. Stelt u zich voor dat ik op mijn weg hierheen een veld met rijpe meloenen zag. God waarschuwde me door de Wet, “Pluk niet van die meloenen om ze op te eten. Ik zou Me schamen als u dat zou doen.” "Ja, Vader." “Het veld behoort aan Dhr. zo en zo, daarom moet u ze nooit plukken.” “Ja, Vader.”
Het moment waarop we door de Wet horen dat we ze nooit moeten plukken, voelen we een sterk verlangen om ze te plukken. Als we een veer omlaag duwen, dan springt deze automatisch weer omhoog. De zonden van de mensen zijn net zo. 
God zegt ons dat we nooit kwaad moeten doen. God kan dat zeggen omdat Hij heilig en volmaakt is en omdat Hij hiertoe het vermogen heeft. Aan de andere kant, wij kunnen ‘nooit’ niet zondigen en ‘nooit’ goed doen. Wij hebben ‘nooit’ het goede in onze harten. De Wet is vastgelegd met het woord 'nooit'. Waarom? Omdat mensen lusten in hun harten hebben. We handelen uit onze lust. We plegen overspel omdat we overspel in onze harten hebben. 
We moeten de Bijbel aandachtig lezen. In het begin toen ik in Jezus geloofde, geloofde ik in het Woord. Ik las dat Jezus voor mij aan het Kruis stierf en ik kon de tranen niet meer bedwingen. Ik was zo’n slecht persoon en Hij stierf voor mij aan het Kruis.... Mijn hart deed zo ontzettend pijn dat ik in Hem geloofde. Toen dacht ik, ‘Als ik in Hem ga geloven, dan zal ik gaan geloven in overeenstemming met het Woord.' 
Toen ik Exodus 20 las, stond er, “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.” Ik bad vol berouw volgens dit gebod. Ik probeerde me te herinneren of ik ooit andere goden voor Hem had gehad, Zijn naam ijdel had gebruikt, of dat ik ooit voor andere goden had geknield. Ik realiseerde me dat ik me veelvuldig voor andere goden had geknield, tijdens de rituelen ter ere van mijn voorvaders. Ik had de zonde begaan meerdere goden te hebben. 
Dus bad ik vol berouw, “Heer, ik heb idolen vereerd. Hiervoor moet ik veroordeeld worden. Vergeef alstublieft mijn zonden. Ik zal het nooit meer doen.” Daarmee was een zonde afgehandeld. 
Toen dacht ik na of ik Zijn naam ooit misbruikt had. Toen herinnerde ik me dat ik rookte in het begin dat ik in God geloofde. Mijn vrienden zeiden me, “Breng je geen schande aan God door te roken? Hoe kan een Christen roken?”
Dat was toch Zijn naam misbruiken, of niet? Dus bad ik weer, “Heer, ik heb Uw naam misbruikt. Vergeef me alstublieft. Ik zal stoppen met roken.” Dus probeerde ik te stoppen met roken maar ik bleef een jaar lang hier en daar doorroken. Het is werkelijk moeilijk, bijna onmogelijk, om te stoppen met roken. Maar uiteindelijk lukte het me helemaal met roken te stoppen. Ik dacht dat ik alweer een zonde afgehandeld had. 
De volgende was “Houdt de Sabbat dag heilig.” Dit wil zeggen doe geen andere dingen op Zondagen; geen zaken doen, noch geld verdienen.... Dat deed ik dus ook niet meer. 
Dan was er “Eert uw vader en uw moeder.” Ik eerde hen als ik weg was maar zij waren een bron van ergernis als ik in hun buurt was. “Goeie genade, ik heb gezondigd voor God. Vergeef me alstublieft, Heer.” Ik bad vol berouw. 
Maar ik kon mijn ouders niet meer eren omdat ze toen al beiden dood waren. Wat kon ik doen? “Heer, vergeef alstublieft deze waardeloze zondaar. U stierf aan het Kruis voor mij.” Hoe dankbaar ik was! 
Zo dacht ik dat ik al mijn zonden een voor een had afgehandeld. Er waren andere wetten zoals niet te doden, geen overspel te plegen, niet te begeren.... Ik realiseerde me dat ik me aan geen enkel gebod gehouden had. Ik bad de hele nacht. Maar weet u, bidden in berouw is niet echt prettig. Laten we erover praten. 
Als ik aan Jezus’ kruisiging dacht, was ik in staat de pijn ervan mee te voelen. En Hij stierf voor ons die niet in overeenstemming met Zijn woorden konden leven. Ik huilde de hele nacht eraan denkend hoeveel ik van Hem hield en bedankte Hem dat Hij me plezier gaf.
Mijn eerste jaar dat ik naar de kerk ging was over het algemeen best gemakkelijk, maar de volgende paar jaar werden erg moeilijk omdat ik steeds dieper moest nadenken om de tranen te laten vloeien omdat ik dat zo vaak deed. 
Wanneer de tranen nog steeds niet kwamen, ging ik vaak voor 3 dagen naar de bergen om te bidden en te vasten. Dan kwamen de tranen terug. Ik was doorweekt van mijn tranen, kwam terug in de samenleving, en huilde in de kerk. 
Mensen om me heen zeiden, “Je bent zoveel heiliger geworden door je gebeden in de bergen.” Maar de tranen droogden onvermijdelijk weer op. Het werd ontzettend moeilijk het derde jaar. Ik dacht aan de onrechtvaardigheden die ik mijn vrienden en mede-Christenen had aangedaan en huilde weer. Na 4 jaar droogden de tranen weer op. Er zaten traanzakjes in mijn ogen, maar zij werkten niet meer. 
Na 5 jaar kon ik niet meer huilen, hoe hard ik ook probeerde. Daarna begon mijn neus te lopen. Na een paar jaar walgde ik van mijzelf en liet God me weer terugkeren naar de Bijbel.
 
 
DE WET IS VOOR DE ERKENNING VAN DE ZONDE
 
Wat moeten we ons realiseren bij de Wet? 
We kunnen ons nooit aan de Wet houden. 

In Romeinen 3:20, lezen we “Bij de wet is de erkenning van de zonde.” In het begin, beschouwde ik dit als een persoonlijke boodschap aan de Apostel Paulus en ik geloofde alleen in de woorden die ik koos. Maar nadat mijn tranen waren opgedroogd kon ik mijn geloofsleven niet meer voortzetten. 
Dus, ik had herhaaldelijk gezondigd en ik ontdekte dat ik zonde in mijn hart had en dat het onmogelijk was om in overeenstemming met de Wet te leven. Ik kon het niet verdragen, maar ik kon de Wet ook niet afdanken omdat ik geloofde dat het gegeven was om te gehoorzamen. Uiteindelijk werd ik een wetgeleerde zoals we die gezien hebben in het Heilige Schrift. Het werd heel moeilijk voor mij om mijn leven van geloof voort te zetten. 
Ik had zoveel zonde dat terwijl ik de Wet las, ik me van deze zonden bewust werd. In mijn hart had ik alle Tien Geboden gebroken. Zondigen in het hart is ook een zonde, en ik was onbewust een gelovige van de Wet geworden. 
Als ik me aan de Wet hield was ik gelukkig. Maar als ik me niet aan de Wet kon houden dan voelde ik me ellendig, geïrriteerd en ongelukkig. Tenslotte was ik helemaal uitgeput ervan geworden. Was me maar vanaf het begin geleerd geworden, “Nee, nee. Er is een andere betekenis aan de Wet. Het laat u zien dat u een en al zonde bent; u houdt van geld, van het andere geslacht en van dingen die mooi zijn om naar te kijken. U heeft dingen waarvan u meer houdt dan van God. U wilt de dingen van de wereld volgen. De Wet is u gegeven, niet om te houden, maar om uzelf als een zondaar te herkennen die kwaad in zijn hart heeft.”
Had iemand me dat toen maar geleerd, dan had ik niet 10 jaar hoeven te lijden. Ik had 10 jaar onder de Wet geleeft voordat ik me dit realiseerde. 
Het vierde gebod is “Houdt de Sabbath dag heilig.” Het betekent dat wij niet zouden moeten werken op de Sabbat dag. Het betekent dat we zouden moeten lopen in plaats van rijden als we lange afstanden reizen. En ik dacht dat ik naar de plaats waar ik preekte zou moeten lopen om eerbaar te zijn. Per slot van rekening preekte ik over de Wet. Daarom dacht ik dat ik moest uitvoeren wat ik preekte. Het was zo moeilijk, dat ik op het punt stond om op te geven. 
Zoals hier staat geschreven, “Hoe leest gij?” Ik begreep deze vraag niet en leed gedurende 10 jaar. De wetgeleerde begreep het ook verkeerd. Hij dacht dat als hij de Wet zou gehoorzamen en voorzichtig zou leven, hij gezegend zou worden voor God. 
Maar Jezus zei tegen hem, “Hoe leest gij?” De man antwoordde volgens zijn wettsich geloof. En toen zei Jezus tegen de man, "Ja, u antwoordde juist; u vat het op zoals het geschreven staat. Probeer de Wet te houden. U zult leven als u het doet, maar sterven als u het niet doet. Het loon voor de zonde is de dood. U zult sterven als je het niet doet.” (Het tegenovergestelde van leven is dood, of niet?)
Maar de wetgeleerde begreep het nog steeds niet. Wij zijn die wetgeleerde, u en ik. Ik heb 10 jaar theologie gestudeerd. Ik probeerde alles, las alles en deed alles: vasten, illusies, spreken in tongen, trance.... Gedurende 10 jaar las ik de Bijbel en ik verwachtte iets te bereiken. Maar geestelijk was ik een blinde. 
Daarom moet een zondaar iemand tegenkomen die hem zijn ogen kan openen, en die iemand is, onze Heer Jezus Christus. Dan realiseert hij zich dat “Aha! We kunnen ons nooit aan de Wet houden. Hoe hard we het ook proberen, we zullen sterven het wanhopig proberend. Maar Jezus kwam om ons te redden met het water en de Geest! Hallelujah!” We kunnen verlost worden door het water en de Geest. Het is de genade, het geschenk van God. Dus prijzen we de Heer. 
Ik had het geluk om af te studeren van de hopeloze lijn van legalisme, maar sommigen studeren hun hele leven zinloos theologie en worden zich niet bewust van de waarheid tot de dag dat zij sterven. Sommigen geloven tientallen jaren of van generatie op generatie, maar worden nooit wedergeboren. 
We promoveren van zondaar, wanneer we ons ervan bewust worden dat we ons nooit aan de Wet kunnen houden, dan voor Jezus gaan staan en luisteren naar het evangelie van het water en de Geest. Wanneer we Jezus ontmoeten, promoveren we van alle oordelen en verdoemenis. We zijn de ergste zondaars, maar we worden rechtvaardig omdat Hij ons redde door het water en het bloed. 
Jezus vertelde ons dat wij nooit naar Zijn wil kunnen leven. Hij zei dit tegen de wetgeleerde maar hij begreep het niet. Dus vertelde Jezus hem een verhaal om hem te helpen het te begrijpen. 
 
Wat doet mensen in het geloofsleven falen?
Zonde 

“Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen” (Lukas 10:30). Jezus vertelde de wetgeleerde, dat hij zijn hele leven geleden had net zoals deze man door dieven geslagen werd en bijna stierf. 
Een man ging van Jerusalem naar Jericho. Jericho vertegenwoordigt de seculiere wereld en Jeruzalem vertegenwoordigt de stad van religie; de stad van het geloof, van de opscheppers van de wet. Dit verhaal verteld ons dat als we op een religieuze manier in Christus geloven, we geruïneerd zullen worden. 
“Een zeker mens kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen” (Lukas 10:30). Jeruzalem was een grote stad met een hoge populatie. Er was een hogepriester, een menigte van priesters, Levieten en veel markante religieuze mannen woonden daar. Er waren velen die de Wet goed kenden. Zij probeerden daar in overeenstemming met de Wet te leven maar uiteindelijk faalden ze en vertrokken ze naar Jericho. Zij bleven in de wereld (Jericho) vallen en konden niet voorkomen dat ze dieven tegenkwamen. 
De man ontmoette dieven op de weg van Jeruzalem naar Jericho en werd van zijn kleding ontdaan. ‘Ontdaan worden van zijn kleding’ betekent dat hij zijn rechtvaardigheid verloor. Het is onmogelijk voor ons om volgens de Wet te leven of om de Wet na te leven. De Apostel Paulus zei in Romeinen 7, “Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Welnu, als ik iets doe wat ik niet wil doen, dan is het niet langer ik die het doet, maar de zonde die in me opzwelt.”
Ik zou willen dat ik goed kon doen en naar Zijn woorden kon leven. Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. (Markus 7:21-23). 
Omdat zij in ons hart zijn en af en toe naar buiten komen, doen we wat we niet willen doen en doen we niet wat we wel willen doen. We blijven dit kwaad herhalen in ons hart. De duivel hoeft ons maar kleine impulsen te geven om ons te doen zondigen. 
 
 
DE ZONDEN BINNENIN HET HART VAN DE HELE MENSHEID 
 
Kunnen wij leven volgens de Wet?
Nee 

Er staat geschreven in Markus 7, “Er is niets van buiten den mens in hem ingaande, hetwelk hem kan ontreinigen; maar de dingen, die van hem uitgaan, die zijn het, welke den mens ontreinigen.”
Jezus verteld ons dat er kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand in het hart van de mens zitten. 
We hebben allemaal moord in onze harten. Er is niemand die niet moord. Moeders schreeuwen naar hun kinderen, “Nee. Niet doen. Ik heb je gezegd dat niet te doen, verdomme. Ik zei, niet doen.” En dan, “Kom hier jij. Ik heb je verschillende keren gezegd dat niet te doen. Ik draai je de nek om.” Dat is moord. Met deze gedachteloze woorden hebt u uw kinderen in uw hoofd vermoord. 
De kinderen zijn nog in leven als zij zo snel van ons wegrennen; maar als we al onze woede op hun hadden uitlaten, dan hadden we ze misschien gedood. Soms schrikken we van onszelf. “Oh mijn God! Waarom deed ik dat?” We kijken naar de blauwe vlekken nadat we onze kinderen geslagen hebben en denken: We moeten gek geweest zijn om dat te doen. We handelen zo omdat we doodslag in onze harten hebben. 
Dus ‘Ik doe wat ik niet wil doen’ betekent dat we kwaad doen omdat we slecht zijn. En het is zo gemakkelijk voor Satan om ons tot het zondigen te verleiden. 
Laten we zeggen dat een man, die niet verlost is, 10 jaar in een hut zit met zijn gezicht naar de muur en mediteert net als Sungchol, een belangrijke Koreaanse monnik. Alles gaat goed zolang hij met zijn gezicht naar de muur zit, maar iemand moet hem voedsel brengen en zijn uitwerpselen weghalen. 
Dus, hij moet met iemand contact hebben. Het is geen probleem als het een man is, maar stelt u zich voor dat het een mooie vrouw is. Als hij haar per ongeluk zou zien, zou al dat zitten zinloos geweest zijn. Hij denkt, “Ik mag geen overspel plegen; ik heb het in mijn hart, maar ik moet het kwijtraken. Ik moet het van me afschudden. Nee! Ga uit mijn gedachten!”
Maar zijn voornemen verdwijnt op het moment waarop hij haar ziet. Nadat de vrouw is weggegaan, kijkt hij in zijn hart. 10 jaar hard werk, alles voor niets. 
Het is zo eenvoudig voor Satan om iemand’s rechtvaardigheid weg te nemen. Het enige wat Satan hoeft te doen is hem een klein duwtje te geven. Wanneer iemand zich door het leven worsteld zonder verlost te zijn, blijft hij zondigen. Hij betaald iedere Zondag trouw zijn kerkbelasting, vast 40 dagen, 100 dagen ochtendgebeden.... maar Satan verleidt en bedriegt hem met de schijnbaar goede dingen in het leven. 
“Ik wil u graag een belangrijke positie in het bedrijf geven, maar u bent een Christen en u kunt niet op Zondagen werken, of wel? Het is een geweldige positie. Misschien kunt u 3 Zondagen werken en maar één keer per maand naar de kerk gaan. Dan zult u enorm aanzien genieten en een dik loon krijgen. Wat denkt u ervan?” Waarschijnlijk zouden 100 van de 100 mensen hiervoor kiezen. 
Als dit niet werkt, dan zijn er nog diegenen die een zwak voor vrouwen hebben. Satan zet een vrouw voor hem neer, en hij wordt holderdebolder verliefd en vergeet God meteen. Zo wordt de man van zijn rechtvaardigheid ontdaan.
Als we volgens de Wet proberen te leven, houden we op het eind alleen maar wonden van de zonde over, pijn en geestelijke armoede; we verliezen al onze gerechtigheid. “Kwam af van Jeruzalem naar Jericho, en viel onder de moordenaars, welke, hem ook uitgetogen, en daartoe zware slagen gegeven hebbende, heengingen, en lieten hem half dood liggen.”
Dit betekent dat alhoewel we in Jeruzalem proberen te blijven door volgens de wil van de Heilige God te leven, zullen we keer op keer struikelen door onze eigen zwakheid en we zullen geruïneerd worden. 
En dan zullen we berouwvol voor God bidden. “Heer, ik heb gezondigd. Vergeef me alstublieft; Ik zal het nooit meer doen. Ik beloof U dat dit werkelijk de laatste keer was. Ik verzoek en smeek U me deze ene keer nog te vergeven.”
Maar het duurt nooit lang. Mensen kunnen in deze wereld niet leven zonder te zondigen. Zij zullen het enkele keren kunnen voorkomen, maar het zal onmogelijk zijn niet weer te zondigen. Dus worden er telkens weer zonden gepleegd. “Heer, vergeef me alstublieft.” Als dit blijft doorgaan, zullen zij uiteindelijk de kerk (de religie) de rug toekeren. Zij drijven weg van God door hun zonden en zij zullen in de hel eindigen. 
Het reizen naar Jericho betekent in de seculiere wereld vallen; dichter bij de wereld komen en verder weg van Jeruzalem. In het begin is Jeruzalem nog steeds dicht bij. Maar als de cyclus van zondigen en berouw zich herhaald, vinden we onszelf terug in de straten van Jericho; diep aan de wereld vervallen. 
 
Wie kan gered worden?
Diegenen die het opgeven om het op eigen houtje te proberen 

Wie kwam de man tegen op zijn weg naar Jericho? Hij kwam dieven tegen. Iemand die de Wet niet kent en niet met de Wet leeft, leeft als een verlaten hond . Hij drinkt, valt overal in slaap en plast overal. Deze hond wordt de volgende dag wakker en drinkt weer. Een verlaten hond zou zijn eigen uitwerpselen eten. Daarom wordt zo'n persoon een hond genoemd. Hij weet dat hij niet moet drinken, maar toch doet hij dat en heeft de volgende ochtend weer berouw, dit proces keer op keer herhalend. Hij is als de man die de dieven tegenkwam op de weg naar Jericho. Hij wordt gewond en voor bijna dood achtergelaten. Het betekent dat er alleen zonde in zijn hart is. Dit is wat een mens is. 
In Jeruzalem geloven de mensen in Jezus en leven naar de Wet maar ze worden achtergelaten met alleen maar zonde in hun hart. Het enige dat zij als bewijs voor hun religieuze leven kunnen tonen zijn de wonden van de zonde. Diegenen met zonde in hun hart worden in de hel gegooid. Zij weten het, maar weten niet wat te doen. Zijn u en ik daar niet ook geweest? Ja. We waren allemaal hetzelfde. 
De wetgeleerde die de wet van God verkeerd begreep, zou zijn hele leven worstelen, maar zou gewond in de hel belanden. Wij zijn hem, u en ik. 
Alleen Jezus kan ons redden. Er zijn zoveel intelligente mensen om ons heen en zij scheppen altijd op met wat zij weten. Zij doen allemaal net alsof ze volgens de wet van God leven. Zij kunnen niet eerlijk met zichzelf zijn. Zij kunnen het beestje niet bij de naam noemen, maar zij poetsen steeds hun uiterlijke schijn op om trouw te lijken. 
Onder hen zijn er zondaars op hun weg naar Jericho, zij die geslagen zijn geworden door dieven en anderen die al dood zijn. We moeten weten hoe kwetsbaar we voor God zijn. 
We moeten aan Hem toegeven, “Heer, ik zal naar de hel gaan als U me niet redt. Redt me alstublieft. Ik zal daar gaan waar U wilt dat ik ga, of het hagelt of stormt, als U me maar toestaat om het ware evangelie te horen. Als U me verlaat, zal ik naar de hel gaan. Ik smeek U me te redden.”
Diegenen die weten dat ze naar de hel zullen gaan, diegenen die het opgegeven hun eigen rechtvaardigheid te volgen, terwijl ze vasthouden aan de Heer, dat zijn diegenen die gered kunnen worden. We kunnen nooit uit onszelf gered worden. 
We moeten weten dat we net zo zijn als de man die onder de dieven viel.