The New Life Mission

Preken

Onderwerp 3: Het evangelie van het water en de Geest

[3-7] (Hebreeën 7:1-28) Het veranderde Priesterschap

(Hebreeën 7:1-28)
“Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende; Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes; Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. Aanmerkt nu, hoe groot deze geweest zij, aan denwelken ook Abraham, de patriarch, tienden gegeven heeft uit den buit. En die uit de kinderen van Levi het priesterdom ontvangen, hebben wel bevel om tienden te nemen van het volk, naar de wet, dat is, van hun broederen, hoewel die uit de lenden van Abraham voortgekomen zijn. Maar hij, die zijn geslachtsrekening uit hen niet heeft, die heeft van Abraham tienden genomen, en hem, die de beloftenissen had, heeft hij gezegend. Nu, zonder enig tegenspreken, hetgeen minder is, wordt gezegend van hetgeen meerder is. En hier nemen wel tienden de mensen, die sterven, maar aldaar neemt ze die, van welken getuigd wordt, dat hij leeft. En, om zo te spreken, ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven; Want hij was nog in de lenden des vaders, als hem Melchizedek tegemoet ging. Indien dan nu de volkomenheid door het Levietische priesterschap ware (want onder hetzelve heeft het volk de wet ontvangen), wat nood was het nog, dat een ander priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, en die niet zou gezegd worden te zijn naar de ordening van Aaron? Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet. Want Hij, op Wien deze dingen gezegd worden, behoort tot een anderen stam, van welken niemand zich tot het altaar begeven heeft. Want het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is; op welken stam Mozes niets gesproken heeft van het priesterschap. En dit is nog veel meer openbaar, zo er naar de gelijkenis van Melchizedek een ander priester opstaat: Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens. Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. Want de vernietiging van het voorgaande gebod geschiedt om deszelfs zwakheids en onprofijtelijkheids wil; Want de wet heeft geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot God genaken. En voor zoveel het niet zonder eedzwering is geschied, (want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden; Maar Deze met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek). Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden. En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij door den dood verhinderd werden altijd te blijven; Maar Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk Priesterschap. Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden; Dien het niet allen dag nodig was, gelijk den hogepriesters, eerst voor zijn eigen zonden slachtofferen op te offeren, daarna, voor de zonden des volks; want dat heeft Hij eenmaal gedaan, als Hij Zichzelven opgeofferd heeft. Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd, stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is.” 
 
 
JEZUS VERZORGDE HET HEMELSE PRIESTERSCHAP
 
Wie is de hoogste,
de Hogepriester Melchizedek of 
de aardse Hogepriester van 
de orde van Aaron?
De Hogepriester Melchizedek

In het Oude Testament was er een Hogepriester die Melchizedek heette. In de tijd van Abraham, namen Kedor-Laómer en de koningen die met hem geallieerd waren, alle goederen van Sodom en Gomorra en al hun proviant en gingen weg. Abraham bewapende zijn getrainde dienaren, die geboren waren in zijn huishouden en leidde ze in de oorlog tegen Kedor-Laómer en zijn bondgenoten. 
Daar versloeg hij Kedor-Laómer, de koning van Elam en de koningen die met hem geallieerd waren, en bracht zijn neef Lot en zijn bezittingen terug. Nadat Abraham zijn vijanden had verslagen en terugkeerde, bracht Melchizedek, Koning van Salem en de priester van de Allerhoogste God, brood en wijn en zegende Abraham. En Abraham gaf hem een tiende van alles (Genesis hoofdstuk 14).
In de Bijbel wordt de grootsheid van de Hogepriester Melchizedek en de Hogepriesters in zijn order gedetailleerd beschreven. De Hogepriester Melchizedek was “koning van de vrede,” “koning van gerechtigheid,” zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom. Doordat hij geen begin van de dagen noch een eind van het leven heeft, maar als de Zoon van God is gemaakt, blijft hij constant een priester. 
De Bijbel vertelt ons dat we de grootheid van Jezus Christus, de Hogepriester van de order van Melchizedek, zorgvuldig moeten beschouwen door het priesterschap van Jezus in het Nieuwe Testament met dat van de Hogepriester Aaron in het Oude Testament te vergelijken.
De nakomelingen van Levi, werden priesters en verzamelden tienden van het volk, d.w.z. hun broeders, ook al waren zij nakomelingen van Abraham. Maar toen Abraham tienden aan de Hogepriester Melchizedek gaf, was Levi nog steeds in de lenden van zijn vader.
Waren de priesters van het Oude Testament groter dan Jezus? Het wordt uitgelegd in de Bijbel. Is Jezus groter dan de aardse Hogepriesters? Wie zou gezegend moeten worden door wie? De schrijver van Hebreeën sprak hierover vanaf het begin. “Nu, zonder enig tegenspreken, hetgeen minder is, wordt gezegend van hetgeen meerder is.” Abraham werd gezegend door de Hogepriester Melchizedek. 
Hoe moeten we in ons geloof leven? Moeten we op de geboden van God vertrouwen door het offeringssysteem van de heilige Tabernakel van het Oude Testament, of moeten we op Jezus Christus vertrouwen die tot ons kwam als de hemelse Hogepriester door Zijn offer van het water en de Geest? 
Afhankelijk voor welke interpretatie we kiezen, worden we gezegend of verdoemd. Leven we volgens het woord van God en offeren we dagelijkse offers of kiezen we ervoor om in de zaligmaking te geloven die Jezus ons gegeven heeft door Zichzelf voorgoed op te offeren met het water en het bloed? We moeten een van deze twee kiezen. 
In de tijd van het Oude Testament keek het volk van Israël op naar de nakomelingen van Aaron en Levi. Als ons in de tijd van het Nieuwe Testament gevraagd wordt wie groter is, Jezus of de priesters van de order van Aaron, dan kunnen we zonder aarzeling antwoorden dat Jezus groter is. Maar hoewel mensen dit feit duidelijk kennen, zijn er maar weinigen die het in hun geloof volgen. 
De Bijbel geeft ons een duidelijk antwoord op deze vraag. Het vertelt ons dat Jezus, die van een andere stam was die nog nooit voor het altaar gediend had, het hemelse priesterschap overnam. “Want het priesterschap veranderd zijnde, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet.” 
God gaf het volk van Israël geboden en 613 gedetaileerde artikelen van de Wet door Mozes. Mozes vertelde het volk om volgens de Wet en de geboden te leven en het volk stemde ermee in. 
 
Waarom zette God het 
eerste verbond opzij
en vestigde het tweede?
Omdat de mens te zwak was om volgens 
het eerste verbond te leven.

Het volk van Israël legde in de Bijbel een eed af om volgens de geboden van God te leven in de Pentateuch: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. God verkondigde elk gebod aan hen en zij zeiden “Ja” tegen elk gebod. 
Maar we kunnen zien dat ze na Deuteronomium, vanaf Jozua, nooit meer volgens de geboden van God hebben geleefd. En van Richteren tot 1 Koningen en 2 Koningen, begonnen zij hun leiders in diskrediet te brengen en naderhand waren zij zo vervallen dat zij het offeringssysteem van het heilige tabernakel veranderden. 
En uiteindelijk in Maleachi, brachten zij dieren die niet geschikt waren om geofferd te worden ondanks Gods instructies om een offer zonder smet aan te bieden. Zij vroegen de priesters, “Knijp alstublieft een oogje dicht. Accepteer alstublieft deze ene.” In plaats van offers te brengen volgens de wet van God, veranderden ze die willekeurig. 
Het volk van Israël hield zich nooit volledig aan de wet van God in de tijd van het Oude Testament. Zij vergaten en negeerden gewoon de zaligmaking die in het systeem onthuld wordt. Daarom moest God het offeringssysteem veranderen. In Jeremia zei God, “Ik zal met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond maken.” 
Laten we eens kijken naar Jeremia 31:31-34. “Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE; Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.” 
God zei dat Hij een nieuw verbond zou maken. Hij had al een verbond gemaakt met het volk van Israël maar zij konden niet volgens het woord van God leven. Aldus besloot Hij een nieuw verbond van zaligmaking met Zijn volk te maken. 
Zij hadden een eed voor God afgelegd, “We zullen alleen U aanbidden en volgens Uw Woorden en geboden leven.” God had hun verteld, “Jullie zullen geen andere goden voor Mij hebben,” en het volk van Israël zei, “Zeker, we zullen nooit een andere god aanbidden. U bent de enige God voor ons. Er kan nooit een andere god voor ons zijn.” Maar zij konden zich niet aan hun eed houden. 
De kern van de Wet bestaat uit de Tien Geboden: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken. Eert uw vader en uw moeder. Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uws naasten huis.” (Exodus hoofdstuk 20).
De Wet is ook onderverdeeld in 613 gedetaileerde artikelen waaraan ze zich hun hele leven moesten houden. “Wat men niet mag doen met dochters, en wat men niet mag doen met zonen, wat men moet doen met stiefmoeders....” De wet van God gebood hun alle goede dingen te doen maar geen kwade dingen. Dit zijn de Tien Geboden en 613 gedetaileerde artikelen. 
Maar onder de hele mensheid, is er niet een geweest die zich aan alle artikelen van Zijn Wet kon houden. Daarom moest God een andere manier bepalen zodat zij gered konden worden van al hun zonden. 
Wanneer veranderde het priesterschap? Nadat Jezus naar deze wereld kwam, veranderde het priesterschap. Jezus nam het priesterschap van alle priesters van de order van Aaron over. Hij zette de offers van het tabernakel aan de kant die het inherent recht van de priesters van de order van Levi was. Hij alleen diende het hemelse Hogepriesterschap. 
Hij kwam naar deze wereld, niet als een nakomeling van Aaron, maar als een nakomeling van Juda, het huis van koningen. Hij offerde Zichzelf als een offer door Zijn doopsel en Zijn bloed aan het Kruis en redde de hele mensheid van hun zonden. 
Door Zichzelf te offeren, maakte Hij het voor ons mogelijk om het probleem van de zonde op te lossen. Hij waste alle zonden van de mensheid weg door het offer van Zijn doopsel en bloed. Hij bracht voor altijd een eeuwig offer voor alle zonden. 
 
 
NAAST DE VERANDERING VAN HET PRIESTERSCHAP WAS ER OOK EEN VERANDERING IN DE WET
 
Wat is de veranderde 
wet van zaligmaking?
Het ene eeuwige offer van
Jezus Christus

Beste vrienden, het priesterschap van het Oude Testament werd veranderd in het Nieuwe Testament. In de tijd van het Oude Testament, offerde de Hogepriester onder de nakomelingen van Aaron van het huis van Levi, het offer om voor de zonden van de Israëlieten van het afgelopen jaar, te verzoenen. De Hogepriester ging het Allerheiligdom binnen. Hij ging naar de verzoendeksel met het bloed van het offerdier. Alleen de Hogepriester kon voorbij het voorhangsel gaan, waar het Allerheiligdom was. 
Maar na de komst van Jezus, werd het priesterschap van Aaron aan Hem doorgegeven. Jezus nam het eeuwige priesterschap over. En Hij diende het eeuwige priesterschap door Zichzelf te offeren zodat de hele mensheid van al hun zonden gered kon worden. 
In het Oude Testament moest de Hogepriester ook voor zijn zonden verzoenen door zijn handen op het hoofd van de stier te leggen voordat hij voor zijn volk kon dienen. Hij gaf zijn zonden, door het opleggen van handen, door terwijl hij zei, “God, ik heb gezondigd.” Daarna doodde hij het dier en sprenkelde het bloed zeven keer op en voor de verzoendeksel. 
Als zelfs de Hogepriester Aaron niet volmaakt was, kunt u zich voorstellen hoe zwak het volk was. Een zoon van Levi, de Hogepriester Aaron zelf, was een zondaar, zodat hij een stier moest offeren om voor zijn eigen zonden te verzoenen en voor de zonden van zijn familie.
De Heer zei in Jeremia hoofdstuk 31, “Ik zal het verbond breken. Ik heb dit verbond met u gesloten, maar u hebt zich er niet aan gehouden. Daarom zal Ik het verbond verbreken dat u niet kon heiligen en u een nieuw verbond voor de zaligmaking geven. Ik zal u niet langer door Mijn geboden redden, maar Ik zal u de zaligmaking aanbieden door het evangelie van het water en de Geest.” 
God gaf ons het nieuwe verbond. Toen het tijd was, kwam Jezus naar deze wereld in de gedaante van een mens, offerde Zichzelf op om de zonden van de wereld weg te nemen en bloedde aan het Kruis om ons, die in Hem geloven, te redden. Hij nam de zonden van de mensheid weg met Zijn doopsel.
De wet van God werd terzijde geschoven en vervangen. Het volk van Israël had gered kunnen worden als zij volgens de wet van God hadden geleefd, maar dat hebben ze niet gedaan. “Want door de wet is de kennis der zonde” (Romeinen 3:20). 
God wilde dat de Israëlieten zich realiseerden dat zij zondaars waren en dat de Wet hun niet kon redden. Hij redde hen door de wet van de zaligmaking van het water en de Geest, niet door hun werken. In Zijn oneindige liefde gaf God ons een nieuw verbond waardoor we gered konden worden van alle zonden van de wereld door het doopsel en het bloed van Jezus. 
Als u in Jezus gelooft zonder de betekenis van Zijn doospel en bloed te kennen, is uw hele geloof tevergeefs. Als u dat doet, heeft u meer zorgen dan wanneer u helemaal niet in Jezus geloofde. 
God zei dat Hij een nieuw verbond moest maken om de mensheid van hun zonden te redden. Hierdoor zijn we nu gered door de rechtvaardige wet van de zaligmaking door het water en het bloed en niet door de wet van onze werken. 
Hij beloofde het en vervulde Zijn belofte aan ons die in Jezus geloven. En Hij vertelde ons over de grootsheid van Jezus. Hij zei ons hoe groot Hij is door Hem met de priesters van de order van Aaron in het Oude Testament te vergelijken. 
Wij werden bijzonder door te geloven in de zaligmaking door het water en het bloed van Jezus. Denk hier eens goed over na. Hoe geleerd of welbespraakt uw pastoor ook is, hij kan nooit groter zijn dan Jezus. Dat gaat niet. We kunnen alleen gered worden door het evangelie van het water en het bloed, maar nooit door gewoon de geboden van God te gehoorzamen. Omdat het priesterschap veranderd werd, werd de wet van de zaligmaking ook veranderd.
 
 
DE SUPERIORITEIT VAN DE LIEFDE VAN GOD
 
Wat is superieur, de liefde 
van God of de wet van God?
De liefde van God

We kunnen alleen gered worden als we in Jezus geloven. Wetend hoe Jezus ons redde, hoe groot de liefde van God voor ons is. Wat is dan het verschil tussen het geloof in de geboden en geloof in de grootsheid van de liefde van God? 
De legalisten hechten meer belang aan hun eigen confessionele doctrines en persoonlijke ervaringen dan aan Gods woord. Maar het ware en volledig geestelijke geloof in Jezus komt tot stand door te geloven in de grootsheid van de zaligmaking die door het water en de Geest wordt vervuld. 
Zelfs vandaag de dag zeggen veel mensen dat de erfzonde is vergeven, maar dat zij iedere dag voor hun dagelijkse zonden moeten verzoenen. Veel mensen geloven dit en proberen hun leven volgens de geboden van het Oude Testament te leven. Zij zijn zich nog altijd niet bewust van de superioriteit van de zaligmaking van Jezus die door het water en de Geest kwam. 
In het Oude Testament, moesten de Israëlieten volgens de wet van God leven om van hun zonden gered te worden, maar ze konden niet gered worden. Omdat de Heer onze zwakheden en onvolmaaktheden kent, heeft Hij Zijn geboden terzijde geschoven. We kunnen nooit gered worden door onze werken. Jezus zei dat Hij ons door Zijn evangelie van het water en de Geest zou redden. Hij zei, “Ikzelf zal u allemaal verlossen van uw zonden.” God profeteerde het in Genesis. 
“Het zaad van de vrouw zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen” (Genesis 3:15). Nadat Adam en Eva gezondigd hadden en gevallen waren, maakten ze kleren van vijgenbladeren om hun zondigheid voor God verborgen te houden. Maar God riep hen en maakte kleren van huiden als een symbool van de zaligmaking. Genesis spreekt over twee soorten kleding van zaligmaking. Een was gemaakt van vijgenbladeren en de ander was gemaakt van huiden. Welke is volgens u, beter? Natuurlijk zijn de kleren van huiden beter omdat het leven van een dier geofferd werd om een mens te beschermen. 
Kledingstukken van vijgenbladeren verwelken snel. Zoals u weet lijkt een vijgenblad op een hand met vijf vingers. Om dus een kledingsstuk van vijgenbladeren aan te trekken, betekent het verbergen van u zonden achter goede daden. Als u een kledingstuk van vijgenbladeren aandoet en gaat zitten, dan zullen de bladeren gauw scheuren. Als kind maakte ik vaak een uitrusting van de bladeren van pijlwortel om soldaatje te spelen. Maar hoe voorzichtig ik het ook droeg, op het eind van de dag waren de bladeren helemaal gescheurd. Zo maakt het kwetsbare vlees van de mens ook de heiligmaking onmogelijk.
Maar de zaligmaking van het water en het bloed, het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis, redde meer dan genoeg zondaars om te getuigen van de grootsheid van de liefde van God. Zo superieur is de liefde van God ten opzichte van de wet van God. 
 
 
DIEGENEN DIE NOG STEEDS GELOOF HEBBEN IN DE WET VAN GOD 
 
Waarom maken  
legalisten elke dag nieuwe 
kleding met hun werken?
Omdat zij niet weten dat hun 
werken hun niet rechtvaardig 
kunnen maken.

Diegenen die hun kleding van vijgenbladeren maken leiden een wettisch leven. Deze misleidde gelovigen moeten hun kleding regelmatig vervangen. Zij moeten iedere zondag als zij naar de kerk gaan, nieuwe kleren maken. “Beste God, ik heb zoveel gezondigd vorige week. Maar Heer, ik geloof dat U me aan het Kruis redde. Heer, was alstublieft mijn zonden weg met het bloed van het Kruis!” Op dat moment naaien zij een nieuw paar kleren. “O, loof de Heer. Halleluja!” 
Maar thuis moeten zij al gauw een nieuw paar kleren maken. Waarom? Omdat hun oude versleten zijn. “Beste Heer, ik heb alweer gezondigd de afgelopen drie dagen. Vergeef me alstublieft.” Zij maken en dragen keer op keer nieuwe kleren van berouw.
In het begin kunnen de kleren enkele dagen meegaan, maar na een tijdje hebben ze iedere dag een nieuwe set nodig. Omdat zij nooit volgens de wet van God kunnen leven, schamen ze zich voor zichzelf. “O, ik schaam me zo. Heer, o Heer, ik heb gezondigd!” En zij moeten nieuwe kleren van berouw maken. “O Heer, het is vandaag zo moeilijk om kleren van vijgenbladeren te maken.” Zij werken zo hard om nieuwe kleren te naaien. 
Telkens wanneer zulke mensen de Heer aanroepen, is dat om hun zonden te biechten. Zij bijten op hun lip en roepen naar God, “Go-hod!” en ze blijven iedere dag hun kleding maken. Wat gebeurt er dan als zij hier moe van worden? 
Een of twee keer per jaar, gaan zij naar de bergen en vasten. Zij proberen supersterke kleren te maken. “Heer, was alstublieft mijn zonden weg. Maak me alstublieft nieuw. Ik geloof in U, Heer.” Zij denken dat het beter is om ‘s nachts te bidden. Dus, rusten zij overdag en zo gauw het nacht wordt, klammen ze zich met al hun macht vast aan bomen of ze gaan naar donkere holen en roepen uit naar God. “Heer, ik geloof!” “♪Ik belijd en vul mijn hart met berouwvolle gedachten♪” Zij bidden hardop en schreeuwen, “Ik geloof.” Op deze wijze maken zij speciale kleren waarvan zij hopen dat ze lang zullen houden, maar dat doen ze nooit. 
Hoe verkwikkend is het om na berggebeden naar beneden te komen! Net als een koele bries of een lenteregen die de bomen en bloemen besprenkelt, wordt hun ziel vervuld met vrede en de genade van de Almachtige. Ze voelen zich zuiverder dan de geest van de berg en staan voor de wereld in hun speciale nieuwe kleding. 
Maar zodra ze teruggaan naar hun huis en kerk en hun dagelijks leven weer opnemen, worden de kleren vies en beginnen te verslijten. 
Hun vrienden vragen, “Waar ben je geweest?” 
“Ach, ik ben een tijdje weggeweest.” 
“Je ziet eruit alsof je vermagerd bent!” 
“Ja, maar dat is een ander verhaal.” 
Zij onthullen nooit dat ze gevast hebben, zij gaan gewoon naar de kerk en bidden. “Ik zal nooit vrouwen begeren. Ik zal nooit liegen. Ik zal het huis van mijn buurman niet begeren. Ik zal van alle mensen houden.”
Maar het moment waarop zij een mooie zwaarbeboezemde vrouw met slanke benen zien, verandert de heiligheid in hun hart meteen in pure lust. “Kijk hoe kort dat rokje is! De rokken worden steeds korter! Die benen moet ik weer zien! O! Nee! O Heer! Ik heb weer gezondigd!”
Legalisten lijken vroom, maar u moet weten dat zij zich iedere dag nieuwe kleding moeten maken. Legalisme is het geloof in kledingstukken van vijgenbladeren, het verkeerde geloof. Veel mensen proberen zo hard om vroom volgens de wet van God te leven. Zij schreeuwen de longen uit hun lijf in de bergen zodat hun stem tamelijk vroom begint te klinken. 
Legalisten zijn erg indrukwekkend als zij de mis in de kerk leiden. “Heilige Vader in de Hemel! We hebben de afgelopen week gezondigd. Vergeef ons alstublieft...” Zij barsten in tranen uit en de rest van de congregatie volgt. Ze denken bij zichzelf, “Hij moet een lange tijd vastend en biddend in de bergen hebben doorgebracht. Hij klinkt zo vroom en getrouw.” Maar omdat zijn geloof wettisch is, begint het hart van de legalist zich nog voor het einde van het gebed met arrogantie en zonde te vullen.
Als mensen speciale nieuwe kleren maken van vijgenbladeren, kunnen deze zelfs twee of drie maanden houden. Maar vroeg of laat worden de kleren vodden en moeten de mensen nieuwe kleren maken en verder gaan met hun schijnheilige leven. Dit is het leven van legalisten die volgens de wet proberen te leven om gered te worden. Zij moeten constant nieuwe kleren van vijgenbladeren maken.
Legalisme is het geloof van vijgenbladeren. Legalisten vertellen u, “U heeft de afgelopen week allemaal gezondigd, nietwaar? Dan hebt berouw.”
Zij schreeuwen met een luide stem naar u. “Hebt berouw! Bidt!”
Een legalist weet hoe hij zijn stem heilig moet laten klinken. “Heer! Het spijt me. Ik heb niet volgens de Wet geleefd. Ik heb me niet aan Uw geboden gehouden. Vergeef me Heer, vergeef me nog een keer.” 
Ze kunnen nooit volgens de Wet leven ook al proberen ze dapper van wel. In feite dagen ze de wet van God en God Zelf uit. Ze zijn arrogant voor God. 
 
 
DE GELIJKEN VAN CHUDAL BAE 
 
Waarom legde 
God de wet terzijde?
Omdat het nutteloos was om ons 
van de zonde te redden.

Er was eens een jonge man die Chudal Bae heette. In 1950, tijdens de Koreaanse Oorlog, kwamen de communistische soldaten en bevalen hem om de binnenplaats op de Sabbatdag te vegen om hem zo van zijn standvaste religieuze geloof te beroven en hem een communist te maken. Maar deze religieuze jonge man weigerde hun bevelen te gehoorzamen. Zij hielden vol maar de jonge man bleef weigeren. 
Uiteindelijk bonden de soldaten hem vast aan een boom en richtte geweren op hem. “Wat wil je, de binnenplaats vegen of gedood worden?” 
Toen hij gedwongen werd om een beslissing te nemen, zei hij, “Ik ga liever dood dan op de heilige Sabbatdag te werken.” 
“Je hebt je keuze gemaakt en we zullen je met plezier gehoorzamen.” 
En ze schoten hem neer. Later hebben de kerkleiders hem postuum tot diaken benoemd om zijn onwankelbare religieuze geloof te herdenken. 
Maar zijn religieuze geloof was een vergissing. Waarom had hij niet de binnenplaats geveegd en het evangelie aan deze soldaten gepredikt? Waarom moest hij zo koppig zijn en ervoor sterven? Zou God hem loven omdat hij niet op de Sabbatdag heeft gewerkt? Nee. 
We moeten een geestelijk leven leiden. Niet onze daden maar ons geloof is belangrijk in de aanwezigheid van God. De leiders van de kerk willen iemand als Chudal Bae verheerlijken omdat zij met de superioriteit en orthodoxie van hun eigen denominatie willen pronken. Het is net als de schijnheilige Farizeeën die Jezus uitdaagden. 
We kunnen niets leren van legalisten. We moeten over het geestelijke geloof leren. We moeten nadenken waarom Jezus gedoopt moest worden en aan het Kruis moest bloeden, en de aard van het evangelie van het water en de Geest onderzoeken. 
We moeten eerst de antwoorden op deze vragen zien te vinden en dan proberen het evangelie aan alle mensen van de wereld te verspreiden zodat zij wedergeboren kunnen worden. We moeten ons leven aan geestelijke werken wijden. 
Als een prediker tegen u zegt, “Wees zoals deze jongeman Chudal Bae. Houdt de Sabbatdag heilig,” dan probeert hij u alleen op zondag naar de kerk te krijgen. 
Hier is nog een verhaal dat verhelderend kan zijn. Er was eens een vrouw die zich veel moeite moest doen om op zondag naar de kerk te gaan. Haar schoonouders waren geen Christenen en zij probeerden wanhopig haar niet naar de kerk te laten gaan. Zij zeiden haar dat ze op zondag moest werken. Maar zij ging zaterdagsnachts het veld op en werkte in de maneschijn zodat de familie geen excuus had om haar niet naar de kerk te laten gaan op zondag. 
Natuurlijk is het belangrijk om naar de kerk te gaan, maar is het voldoende om iedere zondag te komen aanbidden om te laten zien hoe getrouw we zijn? De ware getrouwen, zijn wedergeboren uit het water en de Geest. Het ware geloof begint als iemand is wedergeboren. 
Kunt u gered worden van uw zonden door volgens de wet van God te leven? Nee. Ik zeg u niet dat u de Wet moet negeren, maar we allemaal weten dat het menselijk onmogelijk is om zich aan alle artikelen van de Wet te houden. 
Jakob 2:10 zegt, “Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.” Bedenk daarom eerst hoe u wedergeboren kunt worden uit het evangelie van water en de Geest. Daarna gaat u naar een kerk waar u het evangelie kunt horen. U kunt een trouw leven leiden nadat u wedergeboren bent. Dan, als de Heer u roept, kunt u met vreugde naar Hem toegaan. 
Verspil uw tijd niet door naar een valse kerk te gaan, verspil uw geld niet door verkeerde offers aan te bieden. Valse priesters kunnen u er niet van weerhouden naar de hel te gaan. Luister eerst naar het evangelie van het water en de Geest en wordt wedergeboren. 
Denk eens na over de reden waarom Jezus naar deze wereld kwam. Als we het Koninkrijk van de Hemel kunnen binnengaan door volgens de Wet te leven, zou Hij niet naar deze wereld gekomen zijn. Nadat Hij kwam, is het priesterschap veranderd. Legalisme werd een ding van het verleden. Voordat we gered werden, dachten we dat we gered konden worden door volgens de Wet te leven. Maar dit is niet langer een teken van het ware geloof.
Jezus redde ons van alle zonden van de wereld met Zijn liefde, met het water van Zijn doopsel, met Zijn bloed en de Geest. Hij vervulde onze zaligmaking door Zijn doopsel in de Jordaan, Zijn bloed aan het Kruis en Zijn herrijzenis. 
God legde de voormalige regels terzijde omdat ze zwak en nutteloos waren. “Want de wet heeft geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot God genaken. En voor zoveel het niet zonder eedzwering is geschied, want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden” (Hebreeën 7:19-20). Jezus legde een eed af en redde ons van al onze zonden met Zijn doopsel en bloed. Martelaarschap uit legalisme is een vruchteloze dood en het enige ware geloof is te geloven in het evangelie van het water en de Geest. 
We moeten een vruchtbaar geloof hebben. Wat denkt u dat goed is voor uw ziel? Zou het beter zijn om de kerk regelmatig te bezoeken en volgens de Wet te leven of zou het beter zijn om de kerk van God te bezoeken waar het evangelie van de wedergeboorte van het water en de Geest wordt gepredikt, zodat u wedergeboren zult worden? Welke kerk en welke prediker zou beter zijn voor uw ziel? Denk erover na en kies hetgene dat goed zou zijn voor uw ziel. 
God redt uw ziel door een prediker die de woorden van het evangelie van het water en de Geest heeft. Iedereen moet verantwoording nemen voor zijn eigen ziel. Een werkelijk wijze gelovige is iemand die zijn ziel aan het woord van God toevertrouwd. 
 
 
JEZUS WERD PRIESTER DOOR EEN EED
 
Werden de nakomelingen van 
de order van Levi priester  
door een eed af te leggen?
Nee. Alleen Jezus werd Priester 
door een eed.

Hebreeën 7:20-21 zegt, “En voor zoveel het niet zonder eedzwering is geschied, (want genen zijn wel zonder eedzwering priesters geworden; Maar Deze met eedzwering, door Dien, Die tot Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek).”
En Psalmen 110:4 zegt, “De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.” De Heer heeft een gelofte afgelegd. Hij maakte een verbond met ons en toonde het aan ons door het geschreven Woord. “Ik zal de eeuwige Hogepriester worden in de order van Melchizedek. Melchizedek is koning van de gerechtigheid, koning van de vrede en voor altijd de Hogepriester. Ik zal de eeuwige Hogepriester worden in de order van Melchizedek voor jullie zaligmaking.”
Jezus kwam naar deze wereld en stond borg voor een beter verbond (Hebreeën 7:22). In plaats van het bloed van stieren en bokken, boodt Hij Zichzelf aan als het offer door gedoopt te worden en aan het Kruis te bloeden om al onze zonden weg te wassen. 
Wanneer een Hogepriester in het Oude Testament stierf, volgde de zoon hem op als hij 30 werd. Wanneer de Hogepriester oud werd en zijn zoon de leeftijd van 30 had bereikt, gaf de Hogepriester het priesterschap aan zijn zoon door. 
Er waren veel nakomelingen van de Hogepriester. Dus zette David een systeem op waarbij ze allemaal om de beurt de rol op zich namen. Sinds alle nakomelingen van Aaron aangewezen werden als priesters, hadden zij het recht en de plicht om het priesterschap te dienen. Lukas zei, “Zacharias, van de dagorde van Abia... En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde...” 
Jezus kwam naar deze wereld en nam de bediening van het priesterschap voor altijd over. Hij kwam als Priester van de goede dingen die nog moesten gebeuren. Hij vervulde de zaligmaking van de wedergeboorte uit het water en de Geest. 
De nakomelingen van Aaron waren zwak en onvolmaakt in hun vlees. Wat gebeurde er als een Hogepriester stierf? Zijn zoon nam het Hogepriesterschap over, maar zulke offers konden nooit genoeg zijn om de zaligmaking van de mensheid te verzekeren. Geloof door de mensheid kan nooit een waar en volledig geloof zijn. 
In de tijd van het Nieuwe Testament, kwam Jezus naar deze wereld. Maar Hij hoefde niet voortdurend offers te brengen omdat Hij voor altijd leeft. Hij nam onze zonden voor eens en altijd weg met Zijn doopsel. Hij bood Zichzelf aan en werd gekruisigd om iedereen die in Hem geloven volledig vrij van zonde te maken. 
Hij leeft nu en zit aan de rechterhand van God om voor ons te getuigen. “Beste Vader, zij zijn misschien nog onvolmaakt, maar zij geloven in Mij. Nam ik niet al hun zonden lang geleden weg?” Jezus is de eeuwige Hogepriester van onze zaligmaking. 
De aardse priesters waren nooit volmaakt. Wanneer zij stierven, namen hun zonen het priesterschap over. Onze Heer leeft eeuwig. Hij vervulde de eeuwige zaligmaking voor ons door naar deze wereld te komen, gedoopt te worden van Johannes de Doper en aan het Kruis te bloeden voor al onze zonden. 
“Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde” (Hebreeën 10:18). Jezus getuigt tot het einde der tijden van onze zaligmaking. Bent u wedergeboren uit het water en de Geest? 
“Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden” (Hebreeën 7:26). “Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die zwakheid hebben; maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd, stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is” (Hebreeën 7:28).
Wat ik wil zeggen is dat Jezus Christus, zonder smet, onze zonden voor eens en altijd wegwaste door het water van Zijn doopsel en Zijn bloed aan het Kruis. Hij redde ons van al onze zonden, niet door de wet van werken, maar door al onze zonden weg te nemen en voor altijd veroordeeld te worden. 
Gelooft u dat Hij ons van al onze zonden redde door de eeuwige zaligmaking? Als u dat doen, bent u gered. Maar als u dat niet doet, dan hebt u nog veel te leren over de eeuwige zaligmaking van Jezus. 
Het ware geloof komt van het evangelie van het water en de Geest, strikt gebaseerd op de Geschriften. Jezus Christus, de eeuwige hemelse Hogepriester, werd onze eeuwige Verlosser door Zijn doopsel en bloed aan het Kruis. 
 
 
WE MOETEN ONS GELOOF VOLLEDIG BEGRIJPEN 
 
Wat betekent 
“geloven in Jezus?”
Te geloven in het doopsel van Jezus 
en Zijn dood aan het Kruis

We moeten nadenken over hoe we op de juiste manier in Jezus kunnen geloven en ons geloof corrigeren. Hoe kunnen we op de juiste manier in Jezus geloven? We kunnen we dit doen door in het evangelie van het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis te geloven.
Het juiste geloof is om in de werken van Jezus te geloven, Zijn doopsel en bloed, zonder onze eigen foutieve ideeën eraan toe te voegen. Gelooft u dat dit waar is? Hoe is uw geestelijke toestand? Vertrouwt u te veel op uw eigen werken en inspanningen? 
Er is niet veel tijd verstreken sinds ik in Jezus begon te geloven, maar ik heb ongeveer 10 jaar geleden vanwege het legalisme. Maar uiteindelijk werd ik moe van dat soort leven. Ik wil mezelf niet aan die tijd herinneren. Mijn vrouw die hier zit weet hoe verschrikkelijk het voor ons was. 
Op Zondag zei ik, “Schat, laten we vandaag wat leuks gaan doen.”
“Maar vandaag is het zondag!” 
Ze waste zelfs geen kleren op zondag. Ik heb eens op een zondag mijn broek gescheurd. Maar ze zei dat ik tot maandag moest wachten. Eigenlijk stond ik er nog meer op dat we de Sabbat correct zouden houden. Maar het was zo moeilijk. We hadden nooit rust op zondag omdat het zo moeilijk was om de Sabbat correct te houden. Ik kan me die tijd nog goed herinneren. 
Beste vrienden, om werkelijk in Jezus te geloven, moeten we in de verlossing van onze zonden geloven door Zijn doopsel en bloed aan het Kruis. Het ware geloof is om in de goddelijkheid en menselijkheid van Jezus te geloven en alle dingen die Hij in deze wereld deed. De ware gelovigen geloven in al Zijn Woorden. 
Wat betekent het om “in Jezus te geloven?” Het is om in het doopsel van Jezus en Zijn bloed te geloven. Dit heeft een diepe eenvoud. Het enige wat wij moeten doen is in de Bijbel te kijken en in het evangelie te geloven. We moeten allemaal op de juiste manier geloven. 
“Dank u, Heer. Ik zie nu dat het niet is gelukt door mijn inspanningen! Want door de wet is de kennis der zonde (Romeinen 3:20). Ik begrijp het nu allemaal. Ik dacht dat ik moest proberen volgens de Wet te leven omdat de Wet goed was en omdat het de geboden van God waren. Ik heb tot nu toe zo mijn best gedaan, maar ik zie nu dat ik ongelijk had om te denken dat ik volgens de Wet kon leven. Ik zie nu dat ik me nooit aan de geboden van God kan houden! Door de wet van God realiseer ik me nu dat mijn hart gevuld is met kwade gedachten en overtredingen. Ik begrijp nu dat de Wet ons gegeven is om de kennis van de zonde in ons te laten doordringen. O, dank u, Heer. Ik heb Uw Wil verkeerd begrepen en heb zo mijn best gedaan om de Wet na te leven. Het was werkelijk arrogant van me om het zelfs maar te proberen. Ik heb berouw. Ik weet nu dat Jezus gedoopt is en bloedde voor mijn zaligmaking! Ik geloof!” 
U moet eerlijk en zuiver geloven. U moet alleen in de geschreven woorden van de Bijbel geloven. Dit is de enige manier waarop u volledig wedergeboren kunt zijn. 
Wat betekent het om in Jezus te geloven? Is het iets dat we gedurende een bepaalde periode moeten volbrengen? Is ons geloof een religie waarvoor u moet werken? De mensen maakten goden en zij hebben religies gemaakt die bij deze goden pasten. Religie is een proces die de mens doorloopt om een doel te bereiken, namelijk, de goedheid van de mens. 
Wat is dan geloof? Het betekent in God te geloven en naar Hem op te kijken. We kijken naar de zaligmaking van Jezus op en danken Hem voor deze zegen. Dit is het ware geloof. Dit is het verschil tussen geloof en religie. Wanneer u tussen deze twee kunt onderscheiden, krijgt u 100 punten voor uw begrip van geloof. 
Theologen die niet wedergeboren zijn, vertellen ons dat we in Jezus moeten geloven en vroom moeten leven. Kan iemand gelovig zijn alleen maar omdat hij vroom is? Natuurlijk moeten we goed zijn. Wie leidt er een vromer leven dan diegenen onder ons die wedergeboren zijn? 
Maar het punt is dat zij dit aan zondaars vertellen. Er zitten 12 soorten zonden in de gemiddelde zondaar. Hoe kan hij vroom leven? Natuurlijk kan zijn verstand begrijpen wat hij doen moet, maar zijn hart kan het niet uitvoeren. Als een zondaar de kerk verlaat, wordt een vroom leven slechts een theorie en zijn instinct laat hem zondigen. 
Daarom moeten we in ons hart beslissen of we volgens de Wet gaan leven of dat we gered worden door in het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis te geloven, door geloof te hebben in de eeuwige Hogepriester van het Koninkrijk van de Hemel. 
Bedenk dat Jezus de ware Hogepriester is voor diegenen die geloven. Laten we allemaal gered worden door de ware zaligmaking te kennen en erin te geloven door het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis. 
 
 
DE WEDERGEBORENEN ZIJN NIET BANG VOOR HET EINDE VAN DE WERELD
 
Waarom zijn de 
wedergeborenen niet bang voor 
het einde van de wereld?
Omdat hun geloof in het evangelie 
van het water en de Geest hun 
vrij van zonde maakt.

Als u werkelijk wedergeboren bent, hoeft u niet bang te zijn voor het einde van de wereld. Veel Christenen in Korea beweerden dat de wereld zou eindigen op 28 oktober 1992. Ze zeiden dat het een tumultueuze en vreselijke dag zou worden. Maar al hun beweringen bleken onjuist. De ware wedergeborenen leven vroom en verspreiden het evangelie tot het laatste moment. Als deze wereld eindigt, hoeven we alleen maar het evangelie van het water en de Geest te prediken. 
Als de Bruidegom komt, kunnen de bruiden die werkelijk wedergeboren zijn uit het water en de Geest, Hem met grote vreugde ontmoeten door te zeggen, “O, U bent eindelijk gekomen! Mijn vlees is nog altijd onvolledig, maar U hield van me en redde me van al mijn zonden. Dus heb ik geen zonde in mijn hart. Dank u, Heer. U bent mijn Verlosser!” 
Jezus is de Bruidegom van alle rechtvaardigen. Het huwelijk vindt plaats omdat de Bruidegom van de bruiden houdt, en niet andersom. Ik weet dat het soms zo gebeurt in deze wereld, maar in de Hemel is het de Bruidegom die beslist of het huwelijk plaatsvindt. Het is de Bruidegom die kiest om te trouwen op basis van Zijn liefde en gave van zaligmaking, ongeacht de bruiden. Zo wordt het huwelijk in de Hemel gemaakt. 
De Bruidegom weet alles van de bruiden. Omdat Zijn geliefde bruiden zulke zondaars waren, had Hij medelijden met hen en redde ze van alle zonden door gedoopt te worden en aan het Kruis te bloeden.
Onze Heer Jezus kwam niet naar deze wereld als een nakomeling van Aaron. Hij kwam niet naar deze wereld om een aards offer aan te bieden. Er waren genoeg Levieten, de nakomelingen van Aaron, om het werk te doen. 
De hoofdpersoon van de offers van het Oude Testament was in feite niemand minder dan Jezus Zelf. Wat gebeurde er daarom met het tegenbeeld toen de Hoofdpersoon naar deze wereld kwam? Het tegenbeeld werd terzijde geschoven.
Toen Jezus naar deze wereld kwam, offerde Hij nooit offers zoals Aaron dat deed. Hij offerde Zichzelf voor de mensheid op door gedoopt te worden en voor de zaligmaking van de zondaars te bloeden. Hij vervulde de zaligmaking aan het Kruis. 
Voor diegenen die in het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis geloven, zal de zaligmaking in niet mis te verstane bewoordingen komen. Jezus verzoende niet op een onduidelijke manier voor onze zonden. Hij deed het duidelijk. “Ik ben de weg, en de waarheid en en het leven” (Johannes 14:6). Jezus kwam naar deze wereld en redde ons met Zijn doopsel, Zijn dood en Zijn herrijzenis. 
 
 
HET OUDE TESTAMENT IS HET MODEL VAN JEZUS 
 
Wat was de reden om een 
nieuw verbond op te stellen?
Omdat het eerste verbond zwak 
en nutteloos was.

Het Oude Testament is het tegenbeeld van het Nieuwe Testament. Hoewel Jezus nooit offers bracht zoals de Hogepriesters van het Oude Testament, diende Hij een beter priesterschap, het eeuwige hemelse priesterschap. Omdat mensen in deze wereld vanaf hun geboorte zondig zijn, worden ze zondaars en ze kunnen nooit rechtvaardig worden door de wet van God. Daarom maakte God een ander verbond. 
Onze Vader in de Hemel stuurde Zijn eniggeboren Zoon naar deze wereld en vroeg ons in Zijn doopsel, bloed en herrijzenis te geloven. Dit is het tweede verbond van God. Dit tweede verbond vereist dat we in het evangelie van het water en de Geest geloven. 
De Heer vraagt niet langer om onze goede werken. Hij vertelt ons niet hoe we moeten leven om gered te worden. Hij vraagt alleen dat we in de zaligmaking door Zijn Zoon geloven. Hij vraagt ons vooral te geloven in Zijn doopsel en bloed aan het Kruis. En wij moeten ja zeggen. 
In de Bijbel behield het huis van Juda het koningschap. Alle koningen van Israël werden geboren in het huis van Juda tot Koning Salomo. Zelfs na de scheiding van het koninkrijk, hield het huis van Juda de troon van het Zuiderlijke Koninkrijk tot het instortte in 586 v.Chr. Op deze manier staat het volk van Juda voor de Israëlieten. De stam van Levi was de stam van de priesters. Iedere stam van Israël had zijn eigen rol. God beloofde de stam van Juda dat Jezus uit haar gelederen zou komen. 
Waarom maakte Hij dit verbond met de stam van Juda? Het maken van dit verbond, was hetzelfde als het maken van een verbond met het hele volk van de wereld omdat de Israëlieten voor het volk van de wereld staan. Jezus vervulde het nieuwe verbond, wat de zaligmaking van de mensheid was door Zijn doopsel, Zijn dood aan het Kruis en Zijn herrijzenis.
 
 
DE ZONDEN VAN DE MENS KUNNEN NIET WEGGEWASSEN WORDEN DOOR BEROUW
 
Worden de zonden van de mens 
met berouw weggewassen?
Nee.

In Jeremia 17:1 staat dat de zonde van de mens op twee plaatsen geschreven staan. “De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie, met de punt eens diamants; gegraven in de tafel van hunlieder hart, en aan de hoornen uwer altaren.” 
Onze zonden staan in ons hart geschreven. Zo weten we dat we zondaars zijn. Voordat iemand in Jezus gaat geloven, is hij zich er niet van bewust dat hij een zondaar is. Waarom? Omdat hij de wet van God niet in zijn hart heeft. Daarom, zodra iemand in Jezus gelooft, realiseert hij zich dat hij voor God een zondaar is.
Sommigen realiseren zich pas dat zij zondaars zijn nadat ze 10 jaar in Jezus geloven. “O jeetje! Ik ben een zondaar! Ik dacht dat ik gered was, maar toch ben ik nog altijd een zondaar!” Het besef komt op een dag dat we onszelf eindelijk zien zoals we werkelijk zijn. Ze waren 10 jaar lang zo gelukkig, maar ineens zien ze de waarheid. Weet u waarom? Dit besef komt omdat ze eindelijk in staat zijn om hun zonden en overtredingen te zien door de wet van God. Ze hebben tien jaar lang in Jezus geloofd zonder wedergeboren te zijn. 
Omdat hij zijn zonden in zijn hart niet kan uitwissen, blijft hij een zondaar voor God. Sommigen hebben 5 jaar nodig en anderen hebben 10 jaar nodig om dit besef te bereiken. Sommigen komen tot het besef na 30 jaar, sommigen na 50 jaar en sommigen realiseren zich de waarheid nooit. “Beste God, vroeger was ik goed voordat ik de geboden in mijn gedachten had. Ik was zeker van mezelf dat ik me goed aan de Wet hield, maar nu realiseer ik me dat ik iedere dag gezondigd heb. Net zoals de Apostel Paulus zei, “En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven” (Romeinen 7:9). Ik ben een zondaar ook al geloof ik in Christus.” 
Het zijn uw eigen zonden die u ervan weerhouden volgens het woord van God te leven. Uw zonden staan in uw hart geschreven. Omdat God uw zonden daar noteert, zullen al uw zonden opkomen als u uw hoofd buigt om te bidden. “Verassing! Ik ben de zonde die u hebt begaan.”
“Maar ik heb 2 jaar geleden voor u verzoend. Waarom laat u uzelf ineens weer zien? Waarom bent u niet weg?” 
“Och, doe toch niet zo vervelend! Ik sta in uw hart genoteerd. Het doet er niet toe wat u denkt, u bent nog steeds een zondaar.” 
“Nee! Nee!”
Dus de zondaar bekeert zich opnieuw voor de zonden die 2 jaar geleden zijn begaan. “Vergeef me alstublieft, Heer. Ik word nog steeds gekweld door de zonden die ik eerder heb begaan. Ik belijde mijn zonden maar ze zijn nog steeds bij me. Vergeef me alstublieft, want ik heb gezondigd.” 
Maar gaan deze zonden weg met berouw? Omdat de zonden van de mens in hun hart staan genoteerd, kunnen zij nooit zonder het evangelie van het water en de Geest uitgewist worden. Alleen door het evangelie van het water en de Geest kan de ware verzoening worden verkregen. We kunnen alleen gered worden door ons geloof in het ware evangelie van Jezus. 
 
 
IK ZAL U VERLOSSER ZIJN 
 
Hoe moeten we op het 
nieuwe verbond reageren?
We moeten er met ons hart in geloven en 
het over de hele wereld prediken.

Onze Heer in de Hemel maakte een nieuw verbond met ons. “Ik zal u Verlosser worden. Ik zal u volledig vrij maken van alle zonden van de wereld door het water en het bloed. Ik zal zeker iedereen zegenen die in Mij geloven.”
Gelooft u in dit nieuwe verbond met God? We kunnen gered worden van al onze zonden en wedergeboren worden als we geloven in de waarheid van Zijn nieuwe verbond en Zijn zaligmaking door het water en het bloed. 
We vertrouwen een dokter niet als hij geen goede diagnose stelt. Een dokter moet eerst een goede diagnose stellen bij zijn patiënten en dan het juiste medicijn voorschrijven. Er zijn allerlei soorten medicijnen, maar hij moet precies weten welke hij moet gebruiken. Als een dokter een goede diagnose heeft gesteld bij zijn patiënten, zijn er veel medicijnen voorhanden om ze te genezen. Maar met de verkeerde diagnose kunnen al die goede medicijnen de patiënt alleen maar zieker maken.
Zo moet u ook, als u in Jezus gelooft, de toestand van uw geest diagnosticeren op basis van het woord van God. Als u uw geest met het woord van God onderzoekt, kunt u precies zien wat de toestand van uw geest is. De Dokter van de geest kan al zijn patiënten zonder uitzondering genezen. Zij kunnen allemaal wedergeboren worden. 
Als u zegt, “Ik weet niet of ik ben verlost,” betekent dit dat u niet gered bent. Als een pastoor werkelijk een discipel van Jezus is, is hij in staat het probleem van de zonde van zijn volgers op te lossen. Dan kan hij de problemen van hun geloof oplossen en ze geestelijk leiden. Hij moet ook de exacte geestelijke conditie van zijn volgers kunnen zien. 
Jezus kwam naar deze wereld om alle zonden van de wereld weg te nemen. Hij kwam, werd gedoopt en stierf aan het Kruis. Toen Hij voor alle zonden verzoende, heeft Hij toen niet ook al uw zonden weggenomen? Het woord van het water en de Geest wist de zonden van alle gelovigen uit.
Het evangelie is als dynamiet. Het blaast alles op, van grote gebouwen tot bergen. Het werk van Jezus is precies zo. Hij wist de zonden van diegenen die in Hem geloven met Zijn evangelie van het water en de Geest uit. Laten we nu kijken naar het evangelie van het water en de Geest zoals het in de Bijbel wordt beschreven.
 
 
HET EVANGELIE VAN HET OPLEGGEN VAN HANDEN IN HET OUDE TESTAMENT
 
Wat was het doel 
van het handen opleggen 
in het Oude Testament?
Het doel was om de zonden 
aan het zondoffer 
door te geven.

Laten we de waarheid van het evangelie van de verlossing opzoeken in Leviticus 1:3-4. “Indien zijn offerande een brandoffer van runderen is, zo zal hij een volkomen mannetje offeren; aan de deur van de tent der samenkomst zal hij dat offeren, naar zijn welgevallen, voor het aangezicht des HEEREN. En hij zal zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, opdat het voor hem aangenaam zij, om hem te verzoenen.” 
Deze passage vertelt ons dat het brandoffer aan de poort van de Tabernakel voor de Heer geofferd moest worden door de handen op het hoofd van het offer te leggen en het offer moest een levend dier zijn zonder smet. 
In de tijd van het Oude Testament, legde een zondaar zijn handen op het offer om voor zijn dagelijkse zonden te verzoenen. Hij doodde het zondeoffer voor de Heer en de priester nam wat bloed en deed het op de hoorns van het brandofferaltaar. Daarna goot hij de rest van het bloed aan de voet van het altaar uit en de zondaar was vergeven voor de zonden van een dag. 
Voor de zonden van een jaar staat er in Leviticus 16:6-10 geschreven: “Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen. Hij zal ook beide bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst. En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok. Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken. Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate.” Zoals in de Bijbel uitgelegd wordt, betekent de zondebok “vernietigen.” Dus werden de zonden van een jaar op de tiende dag van de zevende maand verzoend. 
In Leviticus 16:29-30 staat geschreven, “En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert. Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.” 
Dit was de dag waarop de Israëlieten verzoenden voor de zonden van een jaar. Hoe kon men dit doen? Ten eerste moest de Hogepriester Aaron aanwezig zijn bij het offer. Wie vertegenwoordigde het volk van Israël? Aaron. God stelde Aaron en zijn nakomelingen aan als de Hogepriesters.
Aaron bood de stier aan om voor zichzelf en voor zijn huis te verzoenen. Daarna doodde hij de stier en sprenkelde het bloed zeven keer op en voor de verzoendeksel. Hij moest eerst voor zichzelf en zijn huis verzoenen. 
De verzoening betekende dat iemand zijn zonden aan het zondoffer doorgaf en het zondoffer in zijn plaats liet sterven. De zondaar zou eigenlijk diegenen zijn die zou moeten sterven, maar hij kan voor zijn zonden verzoenen door ze aan het offer door te geven en het in zijn plaats te laten sterven. 
Nadat zijn zonden en de zonden van zijn huis verzoend waren, bood hij een bok aan voor God terwijl hij een andere bok de woestijn instuurde als een zondebok in de aanwezigheid van het volk van Israël. 
Een bok werd geofferd als zondoffer. Aaron legde zijn handen op het hoofd van het zondoffer en beleed, “O God, Uw volk van Israël heeft alle Tien Geboden en de 613 artikelen van Uw Wet gebroken. De Israëlieten zijn zondaars geworden. Ik leg nu mijn handen op deze bok om al onze jaarlijkse zonden eraan over te dragen.” 
Hij sneed de keel van de bok door en ging het Allerheiligdom van de Tabernakel binnen met het bloed. Daarna sprenkelde hij zeven keer wat bloed op en voor de verzoendeksel. 
Binnen het Allerheiligdom was de ark des verbonds. De deksel werd de verzoendeksel genoemd en het bevatte twee stenen tafelen van het verbond, de gouden pot met manna en Aarons staf die bloeide. 
Aarons staf gaf de herrijzenis aan, de twee stenen tafelen van het verbond Zijn Gerechtigheid en de gouden pot met manna Zijn woord van Leven. 
Er zit een deksel op de ark des verbonds. Het bloed werd zeven keer voor de verzoendeksel gesprenkeld. Omdat er gouden belletjes aan de zoom van het gewaad van de Hogepriester hingen, rinkelden zij als hij het bloed sprenkelde.
In Leviticus 16:14-15 staat geschreven, “En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen. Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel.” 
De belletjes rinkelden iedere keer als hij wat van het bloed van de bok sprenkelde en alle Israëlieten die zich buiten verzameld hadden, zouden het geluid horen. Omdat de verzoening van hun zonden door de Hogepriester gedaan diende te worden, betekende het geluid van de belletjes, dat hun zonden vergeven waren. Het was het geluid van de zegening voor het hele volk van Israël. 
Wanneer de bellen zeven keer gerinkeld hadden, zeiden ze, “Nu ben ik zo opgelucht. Ik had me zorgen gemaakt over de zonden van een jaar en nu voel ik me vrij.” En het volk zette het leven weer voort, zonder zich schuldig te voelen. Het geluid van de bellen was in die tijd hetzelfde als het goede nieuws van de wedergeboorte uit het water en de Geest. 
Als we het evangelie van de verlossing van het water en de Geest horen en er met ons hart in geloven en het met onze mond toegeven, dan is dit waar het evangelie van het water en de Geest over gaat. Toen de belletjes zeven keer rinkelden, waren alle jaarlijkse zonden van de Israëlieten verzoend. Hun zonden waren weggewassen voor God. 
Nadat de Hogepriester een bok voor het volk van Israël had aangeboden, nam hij de andere bok en ging naar het volk dat buiten de Tabernakel stond te wachten. Terwijl ze toekeken, legde Aaron de Hogepriester zijn handen op het hoofd van de andere bok. 
In Leviticus 16:21-22 staat, “En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten.” 
De Aaron de Hogepriester, legde zijn handen op het hoofd van de andere bok (de zondebok) en belijdde de zonden van een jaar van de Israëlieten voor God. “O God, de Israëlieten zondigden voor U. We hebben de Tien Geboden en alle 613 artikelen van Uw Wet geschonden. O God, ik gaf alle zonden van een jaar van de Israëlieten aan het hoofd van deze bok door.” 
Volgens Jeremia 17:1 werden de zonden op twee plaatsen genoteerd. Een is in het Boek van Werken, en de ander is op de tafel van ons hart. 
Als de mensen dus voor hun zonden verzoenden, werden hun zonden uit het Boek van Werken en uit de tafelen van hun hart gewist. Op de Grote Verzoendag, was een bok voor de zonden die geschreven stonden in het Boek van Oordeel en de andere bok was voor de zonden die op de tafelen van hun hart geschreven stonden.
 
Wat liet God de Israëlieten 
zien door het offeringssysteem 
in het Oude Testament?
Dat de Verlosser zou komen en hun 
zonden voor eens en altijd zou uitwissen op 
de meest gepaste wijze.

Door zijn handen op het hoofd van de bok te leggen, toonde de Hogepriester het volk dat hun jaarlijkse zonden aan de bok waren doorgegeven. Toen de zonden op het hoofd van de bok waren gelegd, leidde een geschikte man de bok de woestijn in.
Palestina is een woestijnland. De bok die alle jaarlijkse zonden van Israël had weggenomen, werd door een man die voor deze taak was aangesteld, naar de woestijn geleid waar geen water noch gras was. De mensen stonden erbij en keken hoe de zondebok de woestijn in ging. 
Zij zeiden tegen zichzelf, “Eigenlijk had ik moeten sterven, maar de bok sterft voor mijn zonden. Het loon van de zonde is de dood, maar de bok sterft in mijn plaats. Dank je bok. Je dood betekent dat ik kan leven.” De bok werd tamelijk ver de woestijn in geleid en de Israëlieten werden voor de zonden van een jaar vergeven. 
Als de zonden in uw hart aan het zondeoffer zijn doorgegeven, bent u gereinigd. Zo eenvoudig is dat. De waarheid is altijd eenvoudig als we die eenmaal begrijpen. 
De bok verdween aan de horizon. De man kwam alleen terug nadat hij het dier losgelaten had. Alle jaarlijkse zonden van de Israëlieten waren weg. De bok zwierf door de woestijn zonder water of gras en hij stierf samen met de zonden van een jaar van de Israëlieten. 
Het loon van de zonde is de dood, en de Gerechtigheid van God was voltooid. God offerde de bok zodat de Israëlieten konden leven. Alle overtredingen van de Israëlieten van een jaar, waren weggewassen. 
Zoals de zonden van een dag en de zonden van een jaar op deze wijze vergeven waren in de tijd van het Oude Testament, was het verbond van God dat onze zonden op dezelfde manier voor eens en altijd vergeven zouden worden. Het was Zijn verbond dat Hij ons de Messias zou sturen en ons van al onze levenslange zonden zou verlossen. Het verbond werd uitgevoerd door het doopsel van Jezus. 
 
 
OM WEDERGEBOREN TE WORDEN UIT HET WATER EN DE GEEST IN HET NIEUWE TESTAMENT
 
Waarom werd Jezus door
Johannes de Doper gedoopt?
Om alle gerechtigheid te vervullen door alle zonden 
van de wereld weg te nemen. Het doopsel van Jezus 
in het Nieuwe Testament, was het opleggen 
van handen in het Oude Testament.

Laten we Mattheus 3:13-15 lezen. “Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden. Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij? Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.” 
Jezus ging naar de Jordaan en werd gedoopt door Johannes de Doper en daardoor vervulde Hij alle gerechtigheid. Hij werd gedoopt door Johannes. Johannes was de grootste onder diegenen die uit vrouwen werden geboren. 
Mattheus 11:11-12 zegt, “Onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper. En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan.” 
Johannes de Doper werd door God gekozen om de vertegenwoordiger van de mensheid te zijn en Hij stuurde hem 6 maanden voor Christus. Hij was een nakomeling van Aaron en de laatste Hogepriester. 
Johannes de Doper zei toen Jezus naar hem kwam, “Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?” 
“Laat nu af, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen.” Zijn doel was het om de mensheid van de zonden te bevrijden zodat zij de kinderen van God konden worden. Jezus zei tegen Johannes, “We moeten het evangelie van de wedergeboorte uit het water en de Geest volbrengen. Dus doop Mij nu.” 
Johannes doopte Jezus. Het was gepast dat Jezus gedoopt werd om alle zonden van de wereld weg te nemen. Omdat Hij gedoopt werd op de meest gepaste wijze, werden wij op de juiste wijze gered van al onze zonden. Jezus werd gedoopt zodat al onze zonden aan Hem konden worden doorgegeven. 
Jezus kwam naar deze wereld en werd gedoopt toen Hij 30 was. Dit was het begin van Zijn publieke ambt. Jezus vervulde alle gerechtigheid door alle zonden van de wereld uit te wissen en zo alle mensen te heiligen. 
Jezus kwam naar deze wereld en werd gedoopt op de meest gepaste wijze om ons van al onze zonden te verlossen. “Want aldus” werd alle gerechtigheid vervuld. 
God zei, “Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!” (Mattheus 3:17) Jezus Christus wist dat Hij alle zonden van de mensheid zou wegnemen en aan het Kruis zou doodbloeden, want Hij gehoorzaamde de Wil van Zijn Vader, door te zeggen, “doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt” (Mattheus 26:39). De Wil van de Vader was om alle zonden van de mensheid weg te wassen en zo zaligmaking te bieden aan het volk van de wereld. 
Dus gehoorzaamde Jezus, de gehoorzame Zoon, Zijn Vaders Wil en werd gedoopt door Johannes de Doper. 
In Johannes 1:29 staat, “Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!” Jezus nam alle zonden weg en bloedde aan het Kruis op Golgotha. “Ziet! Het Lam Gods die de zonden van de wereld wegneemt,” getuigde Johannes de Doper. 
Hebt u zonden of niet? Bent u een rechtvaardig mens of een zondaar? De waarheid is dat Jezus alle zonden van de wereld wegnam en voor ons gekruisigd werd. 
 
Wanneer werden de zonden 
van alle zondaars in deze wereld 
aan Jezus doorgegeven?
Jezus nam onze zonden op Zich toen Hij door 
Johannes de Doper in de Jordaan 
gedoopt werd.

Nadat we in deze wereld geboren zijn, zondigen we van 1 tot 10 jaar. Jezus nam deze zonden weg. We zondigen ook tussen de leeftijd van 11 tot 20 jaar. De zonden die we in ons hart begaan en in onze handelingen, Hij nam ze allemaal weg. 
We zondigen ook tussen de leeftijd van 21 tot 45 jaar. Hij nam deze zonden ook weg. Hij nam alle zonden van de wereld weg en werd aan het Kruis gekruisigd. We zondigen van de dag dat we geboren worden totdat we sterven. Maar Hij nam ze allemaal weg.
“Ziet! Het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt!” Alle zonden, vanaf de eerste mens, Adam, tot de zonden van de laatste mens die op deze wereld geboren wordt, wanneer dat ook moge zijn, Hij nam ze allemaal weg. Hij koos niet zorgvuldig uit wiens zonden Hij zou wegnemen. 
Hij besloot niet om maar van enkele van ons te houden. Hij kwam in het vlees en nam alle zonden van de wereld weg en werd aan het Kruis gekruisigd. Hij ontving het Oordeel voor ons allemaal en wiste de zonden van de wereld voor eens en altijd uit. 
Niemand werd van Zijn zaligmaking buitengesloten. “Alle zonden van de wereld” omvatten al onze zonden. Jezus nam ze allemaal weg. 
Met Zijn doopsel en bloed, reinigde Hij alle zonden van de wereld. Hij nam ze allemaal weg door Zijn doopsel en werd voor onze zonden aan het Kruis veroordeeld. Voordat Jezus aan het Kruis stierf, zei Hij, “Het is volbracht” (Johannes 19:30), wat betekent dat de zaligmaking van de mensheid volbracht was. 
Waarom werd Jezus gekruisigd? Omdat het leven van het vlees in het bloed is en het bloed maakt de verzoening voor iemands leven (Leviticus 17:11). Waarom moest Jezus gedoopt worden? Omdat Hij alle zonden van de wereld op Zich wilde nemen.
“Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst” (Johannes 19:28). Jezus stierf, wetende dat het hele verbond van God in het Oude Testament volbracht was met Zijn doopsel in de Jordaan en Zijn dood aan het Kruis. 
Jezus wist dat de verlossing door Hem vervuld was en zei, “Het is volbracht.” Hij stierf aan het Kruis. Hij verloste ons van de zonden, herrees van de dood op de derde dag en steeg op naar de Hemel, waar Hij nu aan de rechterhand van God zit. 
Het wegwassen van alle zonden door het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis, is het gezegende evangelie van de wedergeboorte uit het water en de Geest. Geloof het en u zult van al uw zonden verlost worden. 
We kunnen onze zonden niet verzoenen door elke dag gebeden van berouw te geven. De verlossing wordt alleen door het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis voor eens en altijd aan iedereen gegeven. “Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde” (Hebreeën 10:18). 
Nu hoeven we alleen in de verlossing door het doopsel van Jezus en Zijn kruisiging te geloven. Geloof en u zult gered worden. 
Romeinen 5:1-2 zegt, “Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus; Door Welken wij ook de toeleiding hebben door het geloof tot deze genade, in welke wij staan, en roemen in de hoop der heerlijkheid Gods.” 
Er is geen andere manier om rechtvaardig te worden dan te geloven in het gezegende evangelie van de wedergeboorte uit het water en de Geest. 
 
 
HET DOEL VAN DE WET VAN GOD
 
Kunnen we geheiligd 
worden door de Wet?
Nee, dat kunnen we niet. De Wet kan 
ons alleen bewust maken 
van onze zonden.

In Hebreeën 10:9 staat geschreven, “Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.” We kunnen niet door de Wet geheiligd worden. Het maakt ons alleen zondaars. Het was niet Gods bedoeling dat we de Wet gehoorzaamden. 
Romeinen 3:20 zegt, “Want door de wet is de kennis der zonde.” God gaf de Israëlieten de Wet door Mozes, 430 jaar nadat Abraham het Verbond had ontvangen. Hij gaf hun de Wet zodat zij wisten wat het betekende om voor God te zondigen. Zonder de wet van God zou de mensheid geen kennis hebben van zonde. God gaf ons Zijn Wet zodat we de zonden zouden begrijpen. 
Het enige doel van de Wet is dus om ons te laten weten dat we allemaal zondaars zijn voor God. Het is de bedoeling dat we door deze kennis terugkeren naar Jezus door in het gezegende evangelie van de wedergeboorte uit het water en de Geest te geloven. Dit is het doel van de Wet die God ons gaf. 
 
 
DE HEER IS GEKOMEN OM GODS WIL TE VERVULLEN
 
Wat moeten we doen voor God?
We moeten geloven in Gods
verlossing door Jezus.

“Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen” (Hebreeën 10:9). Omdat we niet geheiligd kunnen worden door de Wet, verloste God ons niet met Zijn Wet, maar met Zijn volledige verlossing. God redde ons met Zijn liefde en gerechtigheid.
“In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied. En een iegelijk priester stond wel alle dagen dienende, en dezelfde slachtofferen dikmaals offerende, die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen; Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods” (Hebreeën 10:10-12). 
Hij ging aan de rechterhand van God zitten omdat Zijn werk van de verlossing voltooid was en er niets meer voor Hem te doen was. Hij zal Zichzelf niet nog eens dopen of opofferen om ons te redden. 
Nu dat alle zonden van de wereld zijn weggewassen, hoeft Hij alleen nog maar het eeuwige leven te schenken aan diegenen die in Hem geloven. Hij verzegelt nu diegenen die in de zaligmaking van het water en de Geest geloven met de Geest. 
Jezus kwam naar deze wereld en nam alle zonden van de wereld weg en stierf aan het Kruis, aldus Zijn werk voltooiend. Nu dat het werk van de Heer voltooid is, zit Hij aan de rechterhand van God. 
We moeten onze Heer Jezus geloven die ons voor eeuwig van de zonde heeft gered. Hij heeft ons voor altijd volmaakt gemaakt met Zijn doopsel en bloed.
 
 
DIEGENEN DIE VIJANDEN WORDEN VAN GOD
 
Wie zijn de vijanden
van God?
Diegenen die in Jezus geloven 
maar zonden in hun hart 
hebben.

In Hebreeën 10:12-13 staat, “Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods. Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten. Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.” Hij zei dat Hij zou wachten tot het laatste oordeel om hun lot te bepalen. 
Zijn vijanden zeggen nog steeds, “God, vergeef alstublieft mijn zonden.” Satan en zijn volgers geloven niet in het evangelie van het water en de Geest en blijven Hem om Zijn vergeving vragen. 
Onze Heer God zal ze nu nog niet veroordelen. Maar op de dag van de Tweede Komst van Jezus, zullen zij beoordeeld en eeuwig tot de hel veroordeeld worden. God tolereert hen tot die dag in de hoop dat zij zich zullen bekeren en rechtvaardig worden door de verlossing. 
Onze Heer Jezus nam al onze zonden weg en stierf voor ons die in Hem geloven. Jezus zal op een dag een tweede keer verschijnen om al diegenen die in Hem geloven, te verlossen. “O Heer, kom alstublieft snel.” Hij zal een tweede keer komen om de zondelozen mee te nemen om voorgoed bij Hem in het Koninkrijk van de Hemel te leven. 
Diegenen die volhouden dat zij zondaars zijn als de Heer terugkeert, zullen geen plaats krijgen in de Hemel. Op de Laatste Dag zullen zij veroordeeld worden en in de vuren van de hel geworpen worden. Deze straf wacht diegenen die weigeren te geloven in de wedergeboorte uit het water en de Geest. 
Onze Heer Jezus beschouwt diegenen die in de onwaarheid geloven, als Zijn vijanden. Daarom moeten we deze onwaarheid bestrijden. Daarom moeten we in het gezegende evangelie van de wedergeboorte uit het water en de Geest geloven. 
 
 
WE MOETEN IN HET EVANGELIE VAN HET WATER EN DE GEEST GELOVEN
 
Is het nodig om voor onze zonden 
te verzoenen nu dat al onze schulden 
(zonden)volledig zijn betaald?
Nee.

Hebreeën 10:15-16 zegt: “En de Heilige Geest getuigt het ons ook; Want nadat Hij tevoren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden.” 
Nadat Hij al onze zonden uitwiste, zei Hij, “dit is het verbond dat ik met hen maken zal.” Wat is dit verbond? “Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden.” We probeerden eerst een wettisch leven te leiden volgens Zijn Wet, maar we konden niet door de Wet gered worden. 
Later kwamen we te weten dat Jezus, diegenen die in hun hart in het gezegende evangelie van de wedergeboorte van het water en de Geest geloven, al gered heeft. Iedereen die in het doopsel en het bloed van Jezus gelooft, is verlost.
Jezus is de Heer van de zaligmaking. “Want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden” (Handelingen 4:12). Jezus kwam naar deze wereld als onze Verlosser. Omdat we niet door onze werken gered kunnen worden, redde Jezus ons en schreef op de tafelen in onze harten dat Hij ons met Zijn Wet van Liefde en zaligmaking redde. 
“‘En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken.’ Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde” (Hebreeën 10:17-18). 
Nu herinnert Hij Zich onze wetteloze daden niet meer. Nu dat Hij alle zonden heeft weggenomen, hebben wij gelovigen geen zonden meer waarvoor we vergeven dienen te worden. Onze schulden zijn volledig betaald en er is niets meer om terug te betalen. Mensen worden gered door geloof in de werken van Jezus, die ons door Zijn doopsel en bloed aan het Kruis redde. 
Nu hoeven we alleen in het water en het bloed van Jezus te geloven. “En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken” (Johannes 8:32). Geloof in de zaligmaking van Jezus. Het is gemakkelijker om de verlossing te krijgen dan te ademen. We hoeven alleen te geloven in de dingen zoals ze zijn. De zaligmaking is het geloof in het woord van God. 
Geloof dat Jezus onze Verlosser is (in het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis) en geloof gewoon dat de zaligmaking van u is. Ontken uw eigen gedachten en geloof in de zaligmaking van Jezus. Ik bid dat u werkelijk in Jezus gelooft en dat u klaar bent om het eeuwige leven met Hem te leiden.