The New Life Mission

Preken

Onderwerp 9: Romeinen (commentaren over Romeinen)

[Hoofdstuk 6-3] (Romeinen 6:12-19) Bied Uw Leden als Werktuigen van Gerechtigheid aan

(Romeinen 6:12-19)
“Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams. En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid. Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade. Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre. Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid? Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt; En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid. Ik spreek op menselijke wijze, om der zwakheid uws vleses wil; want gelijk gij uw leden gesteld hebt, om dienstbaar te zijn der onreinigheid en der ongerechtigheid, tot ongerechtigheid, alzo stelt nu uw leden, om dienstbaar te zijn der gerechtigheid, tot heiligmaking.”
 

We kunnen niet blijven zondigen voor meer genade
 
De Apostel Paulus vertelt ons hoe de rechtvaardigen moeten leven nadat ze gered zijn van de zonden in Romeinen hoofdstuk 6. Hij verduidelijkt ‘het geloof’ weer met Jezus’ doopsel. Onze zonden werden voor eens en altijd vergeven door het geloof in het doopsel, het Kruis en de herrijzenis van Jezus.
We kunnen niet met Gods gerechtigheid en zaligmaking vervuld zijn zonder het doopsel van Jezus. Als Jezus niet al onze zonden had weggenomen toen Hij gedoopt werd, zouden wij niet kunnen zeggen dat wij rechtvaardig zijn nadat we de vergeving van zonden hebben ontvangen.
We kunnen vol vertrouwen zeggen dat we rechtvaardig zijn omdat al onze zonden aan Jezus zijn doorgegeven en omdat Hij gekruisigd en veroordeeld werd voor al onze zonden. Romeinen hoofdstuk 6 leert zowel de zaligmaking door geloof als het praktische leven van de rechtvaardigen. Hij zegt, “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde?” (Romeinen 6:1). Hij zegt in de vorige passages, “Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest; Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere” (Romeinen 5:20-21). De zonden van de wereld kunnen Gods liefde en gerechtigheid niet overtreffen, hoe ernstig ze ook zijn. Onze zonden werden vergeven door Gods liefde en gerechtigheid door het geloof in het Ware Woord.
De Bijbel zegt dat we niet kunnen blijven zondigen, opdat de genade overvloedig zal zijn, ook al hebben wij die in het vlees leven de vergeving van al onze zonden ontvangen. “Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven? Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood” (Romeinen 6:2-4).
 

We zijn met Jezus begraven door het doopsel in de dood
 
Onze oude ego’s werden met Jezus gekruisigd. Dit betekent dat we dood zijn voor de zonde. Al onze zonden zijn aan Jezus doorgegeven en Hij stierf voor ons in de plaats. Daarom is de dood van Jezus onze dood voor de zonde. “Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood.” Onze oude ik van vlees werd met Hem begraven door het doopsel in de dood.
De Heer nam onze zonden op Zich door Zijn doopsel en Hij stierf aan het Kruis in de plaats van de zondaars. Hij was van nature zonder zonde. Hij nam echter alle zonden van de zondaars op Zich en Hij werd in hun plaats veroordeeld. Gelooft u dit? Hijzelf hoefde niet veroordeeld te worden, maar wij die zondaars waren, werden in Hem veroordeeld, want we werden gedoopt in Jezus Christus.
De Apostel Paulus legde grote nadruk op het doopsel van Jezus. We prediken ook over het doopsel van Jezus. Het is niet verkeerd om vanuit een gelovig standpunt over Zijn doopsel te prediken. Jezus nam de zonden van zondaars weg door Zijn doopsel en Hij stierf voor hen, net zoals een zondaar zijn zonden doorgaf door het opleggen van handen op het hoofd van het zonde-offer en het te doden in het tijdperk van het Oude Testament.
Johannes de Doper doopte Jezus, het Lam van God. Hij nam alle zonden van de wereld op Zich toen Hij gedoopt werd als het zonde-offer. Daarom was Zijn dood onze dood en de dood van alle gelovigen. Iedereen die gedoopt is in Jezus Christus is met Jezus Christus begraven. Zij die niet gedoopt zijn in Jezus kunnen niet gered worden, geloven, zichzelf niet ontkennen, noch de wereld overwinnen.
Alleen iemand die in het doopsel van Jezus Christus gelooft, weet dat hij/zij in Hem aan het Kruis stierf. Deze persoon regeert en overwint de wereld en ontkent zichzelf. Hij/zij kan op Gods woord vertrouwen en erin geloven. Alleen diegenen die geloven dat het doopsel van Jezus de onmisbare methode voor Hem is om alle zonden van de wereld te dragen, ontvangen de vergeving van hun zonden, dat wil zeggen, Zijn volmaakte zaligmaking.
De kern van de zaligmaking door de vergeving van zonden is het doopsel en het bloed van Jezus. Als Jezus niet de zonden van zondaars had weggenomen door Zijn doopsel, zou Zijn dood niets met onze zaligmaking te maken hebben gedaan. De kern van de zaligmaking is het doopsel van Jezus. Alle zonden van de wereld werden aan Jezus doorgegeven toen Johannes de Doper Hem doopte.
 

We zijn met God gaan leven en wandelen in een nieuw leven
 
De Apostel Paulus zegt, “Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood” (Romeinen 6:4). Allen die in Jezus Christus werden gedoopt, hebben de verlossing door geloof, zijn met Hem begraven en hebben nieuwe levens in Hem. Dit is een geweldig geloof. Het geloof in Zijn doopsel is het geloof dat op een vaste grond is gevestigd. 
“Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden. Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding” (Romeinen 6:4-5). We kunnen verenigd zijn met God door het geloof in Jezus’ doopsel.
Zij die in Jezus Christus geloven, kunnen wandelen in het nieuwe leven. Onze oude ik, die bestond voordat we wedergeboren werden, stierf, en we werden vernieuwd en we zijn nu in staat nieuwe werken te doen, op nieuwe manieren te leven en te leven door nieuwe geloven. Een wedergeboren persoon leeft niet volgens de oude levensstijl en manier van denken. De reden waarom wij onze oude manieren van denken moeten ontkennen, is omdat onze oude ik met Jezus Christus aan het kruis stierf.
2 Korintiërs 5:17 verklaart, “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” De Heer werd gedoopt in de Jordaan om onze zonden weg te nemen, werd gekruisigd en herrees van de dood. Aldus redde Hij alle zondaars van hun zonden om hun in het nieuwe leven te laten wandelen. Onze oude ‘dingen’ zoals ellende, hardheid, bitterheid en verwonde harten, zijn doorgegeven. Nu is ons nieuwe leven begonnen. Gered worden is het beginpunt van ons nieuwe leven.
God zei tegen de mensen van Israël het Pascha te houden nadat ze uit Egypte gevlucht waren en het land van Kanaän waren binnengegaan. De uittocht uit Egypte symboliseert de redding van zonden. “De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende: Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn. Spreekt tot de ganse vergadering van Israël, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis. Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam. Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen. En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden. En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen. En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten. Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand. Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden. Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha” (Exodus 12:1-11). We moeten niet vergeten dat God hen gebood het vlees van het lam te eten met ongezuurd brood en met bittere kruiden tijdens het Pascha feest.
Er zullen veel bittere dingen komen nadat we van de zonden zijn gered. Bittere kruiden vertegenwoordigen het ontkennen van zichzelf. Er is zeker ontbering, maar we moeten niet vergeten dat we met Christus begraven zijn. “Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode. Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere” (Romeinen 6:10-11).
Dit is het hart dat verenigd is met Jezus. We worden verenigd met Jezus door in Zijn doopsel, Kruis en herrijzenis te geloven, dat Hij vervulde. Zijn ambt omvat Zijn geboorte, het ontvangen van het doopsel van Johannes de Doper, de kruisiging, de herrijzenis, Zijn hemelvaart en Zijn wederkomst om de doden te veroordelen. Het geloof in al deze dingen, is het ware geloof, dat wil zeggen, het geloof van de zaligmaking, het oordeel en de gerechtigheid van God.
Romeinen 6:10 verklaart, “Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode.” Jezus waste onze zonden niet met twee afzonderlijke tussenpozen weg. Jezus wiste in één keer de zonden van de wereld uit. Romeinen 6:10-11 verklaart, “en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode. Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere.” We zijn inderdaad dood voor de zonde maar levend voor God. Nu leven we voor God. We hebben nieuwe levens en we zijn nieuwe schepsels geworden.
“Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams. En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid. Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade” (Romeinen 6:12-14). 
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” We hebben geen zonde nadat we zijn verlost, ongeacht welke zwakheden er in ons leven aan het licht komen. We hebben zeker zwakheden, want we leven nog steeds in het vlees. De zonde zal echter niet meer over ons heersen. Er is geen veroordeling voor ons omdat we de vergeving van zonden door het geloof in het doopsel van Jezus en het oordeel van de zonden door Zijn bloed hebben ontvangen, hoe zwak wij ook mogen zijn. Onze overtredingen zijn ook zonden.
Het is waar dat zonde niet over ons kan heersen. God heeft de rechtvaardigen gemaakt om niet door de zonden beheerst te worden. De Heer waste onze zonden voor eens en altijd weg door Jezus’ doopsel, zodat de zonde niet over ons kan heersen, hoe zwak we ook zijn. Hij betaalde het loon van de zonden aan het Kruis. Gelovigen zijn zonder zonden omdat de Heer het loon van de zonden heeft betaald.
De rechtvaardigen zien dat er vele zwakheden en overtredingen in hun geopenbaard worden, maar de zonde kan niet over hun heersen en er is geen veroordeling voor hun als zij door geloof op de Heer vertrouwen. Daarom kunnen we altijd wandelen in de nieuwheid van het leven.
 

Bied uw leden aan als werktuigen van Gods gerechtigheid 
 
De Heer heeft de rechtvaardigen gezegend om elke dag een nieuw leven te leiden. Kunnen zij doorgaan met zondigen? Zeker niet. Romeinen 6:13 verklaart, “En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid.”
“Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart.” We waren van nature slaven van de zonde en waren goed in zondigen, maar de Bijbel zegt, “Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt; En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid” (Romeinen 6:17-18).
Wij die rechtvaardig zijn geworden, zijn verlost van de zonden en we worden de dienstknechten van Gods gerechtigheid, die rechtvaardig kunnen zijn door genade. We zijn volledig verlost van zonde en we zijn in staat om rechtvaardig te zijn. We zijn de rechtvaardigen die kunnen werken voor Zijn gerechtigheid. 
Maar wat moeten we doen met ons vlees nadat we de verlossing hebben ontvangen? Hoe moeten we ons met het vlees gedragen nadat we zijn gered? De Bijbel zegt, “alzo stelt nu uw leden, om dienstbaar te zijn der gerechtigheid, tot heiligmaking” (Romeinen 6:19). Wat doet het vlees als we van de zonden gered zijn? Het vlees valt gewoonlijk in zonde, zelfs als we geen zonde in ons hart hebben. Daarom kunnen we ontsnappen aan de zonde als we ons vlees aanbieden als dienstknechten van de gerechtigheid. Dit betekent ook dat we ons vlees aan rechtvaardige werken moeten aanbieden omdat we rechtvaardig zijn gemaakt.
 

We moeten onszelf oefenen in godzaligheid
 
Zijn we zondeloos, hoewel het vlees zo zwak is, nadat we gered zijn? Het is zeker dat zij die in het doopsel van Jezus, het Kruis, de herrijzenis, de komst en het laatste oordeel van Jezus geloven, geen zonde hebben. Zij zijn zondeloos. We hoeven alleen ons vlees aan rechtvaardige werken aan te bieden en ons hart zal ook rechtvaardigheid willen werken. Maar het vlees is niet goed in het werken voor Zijn gerechtigheid. Dus verklaart 1 Timotheüs 4:7, “Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabelen; en oefen uzelven tot godzaligheid.” We moeten onszelf oefenen in godzaligheid.
Het kan niet in een korte tijd gedaan worden. Als we evangelieboekjes aan andere mensen weggeven, kunnen we ons schamen als we bekende mensen ontmoeten. We zullen ze vermijden en eerst naar huis terugkeren omdat we ons schamen. Probeer het echter verschillende keren te doen, denkend, ‘Mijn oude ik is al gestorven’ en vat dan moed door te zeggen, “U zult naar de hel gaan als u geen verlossing hebt, dus neem dit boekje en lees over het verkrijgen van de verlossing!” Als u zo handelt, kunt u uw vlees aan de gerechtigheid aanbieden.
Romeinen hoofdstuk 6 verteld ons om onze leden als dienstknechten van gerechtigheid voor heiligheid aan te bieden. We moeten onze leden als dienstknechten van de gerechtigheid aanbieden. We moeten dit vaak oefenen. Het kan niet in een korte tijd gedaan worden. We moeten het keer op keer proberen. We zullen ontdekken hoe interessant het is om naar de kerk te gaan als we proberen naar de kerk te gaan. We moeten niet denken, “Ik geloof het, maar ik zou graag alles thuis willen geloven. Ik weet duidelijk wat mijn pastoor zal prediken.” Zowel het vlees als het hart zouden in de kerk moeten zijn. Het geloof groeit alleen in het hart als we onze leden als de dienstknechten van gerechtigheid aanbieden.
We moeten onze leden aanbieden aan het werk van de gerechtigheid. Begrijpt u wat ik zeg? We moeten onszelf niet weghouden van samenkomsten en van het ontmoeten van leiders. Als we naar de markt gaan, kunnen we beter de kerk binnengaan en de deur openen terwijl we zeggen, “Ik kom even binnen op mijn weg naar de markt. Hoe gaat het?” Vaak langskomen in de kerk is uw leden als een dienstknecht van gerechtigheid aan te bieden.
Dan zal een leider zeggen, “Zuster, laat me eens zien, kunt u dit alstublieft even opruimen?”
“Oké.”
“En kom vanavond alstublieft nog eens terug.”
“Waarvoor?”
“We hebben vanavond een Jeugd Vriendenkring.”
“Oké. Ik zal vanavond terugkomen.”
We zijn druk bezig in de wereld, maar waaraan moeten we ons vlees als eerste aanbieden als mensen van de wereld ons vragen om hun bijeenkomsten te bezoeken?
We moeten onszelf aanbieden aan de kerk. We moeten de kerk bezoeken, ook al worden we gevraagd om met onze collega’s te dineren. We moeten ons vlees niet in een restaurant laten zijn, hoewel ons hart in de kerk is. Als we ons vlees aan de wereld laten ontsnappen en het in de kerk laten zijn, zullen zowel ons vlees als ons hart zich op hun gemak voelen.
Wat denkt u? Als uw vlees vaak op andere vleselijke plekken komt, zult u tegen uw wil een vijand van God worden, ook al wil uw hart zich met de kerk verenigen.
 

We moeten het vlees goed oefenen met de Geest
 
We moeten ons vlees als de dienstknechten van gerechtigheid aanbieden, maar het betekent niet dat het vlees volmaakt is. We moeten onze leden keer op keer aan rechtvaardige werken aanbieden, hoewel ons vlees de neiging heeft te doen wat het wil. We gaan meestal een bekende weg. Het hangt ervan af wat we ons vlees als dienstknechten aanbieden.
De Apostel Paulus zegt, “Bied uw leden als dienstknechten van rechtvaardigheid voor heiligheid aan. Bied uw leden als werktuigen van Gods gerechtigheid aan.” Het hangt ervan af hoe u uw vlees temt. Als u het vlees africht om te gaan drinken, zal het vlees automatisch gaan drinken. Als gevolg daarvan rent het vlees een bar in terwijl u in de kerk bent. Als u in een bar zit, voelt het hart pijn. Maar als u in de kerk zit, voelt het hart zich op zijn gemak, hoewel het vlees vol pijn is.
Het vlees heeft ook een persoonlijkheid. Het vlees hangt af van hoe het door het hart wordt getemd. Het vlees zegt, “Ik hou van alcohol,” als we herhaaldelijk drinken. Maar het vlees zegt, “Ik haat het,” als we niet drinken. Waarom? Omdat het vlees niet getemd is. Het hangt ervan af hoe we het vlees temmen, ook al is het hart geheiligd. De Heilige Geest zorgt voor ons hart. De Heilige Geest houdt ons nog steeds vast, ook al zijn wij buiten de kerk. We moeten het vlees echter aanbieden als de dienstknechten van gerechtigheid voor heiligheid. Dus ga toch maar keer op keer naar de kerk.
Diegenen die gered zijn, moeten zichzelf oefenen in godzaligheid. De Bijbel zegt ons het woord van God te gehoorzamen en ons erdoor te laten leiden. De reden waarom we ons door het woord van God moeten laten leiden, is omdat we altijd graag doen wat ons vlees wil, denkend dat ons vlees van ons is. Omdat we gaan winkelen, dansen en drinken zoals het ons uitkomt, is het moeilijk voor ons om in de kerk te zitten en ons te concentreren op de aanbiddingsdienst. Dus een leider moet ons leiden. “Gaat u hier zitten en luister naar het woord van God.” “Oké.”
We moeten geduld hebben, hoewel we ons vervelen als we een preek horen en denken, “Ik moet hier geduldig zitten. Waarom ben ik zo verveeld, terwijl ik 3 uur in een café kan zitten? Waarom kan ik hier niet eens een uur blijven zitten? Er is nog maar een uur verstreken sinds ik de preek gehoord heb! Ik heb 5 uur in een café gedronken, en zelfs 20 uur poker gespeeld zonder een pauze.”
Het hangt allemaal van het temmen van het vlees af. Het vlees dat gewoonlijk in de kerk zit, haat het om naar het café te gaan. Maar voor een persoon die goed getemd is in het drinken, is het zitten in de kerk een hel. Ik wil dat u het verschillende dagen volhoudt en dan zult u het leren vol te houden. Het is erg moeilijk totdat u uw vlees getemd heeft. We moeten onze tijd in de kerk doorbrengen als we andere dingen met onze tijd willen doen.
We brengen onze tijd in de kerk door, terwijl we met de leiders, broeders en zusters praten om getemd te worden. Ik voel me zo op mijn gemak in de kerk en er is niets dat me daar verleidt. Als ik echter over de straat loop, zijn er veel dingen die me verleiden! Er zijn veel verleidingen zoals kleren in de etalages van kledingswinkels. Het duurt 2 uur voordat ik thuis ben als ik naar al de dingen kijk die ik wil zien en zal ik uiteindelijk verdwalen.
Ik ga naar iets vreemds kijken als er iets vreemd te zien is. Later realiseer ik me, “Wanneer zal ik thuiskomen? Ik wil dat iemand me naar huis leidt.” Wandel daarom niet van de ene plek naar de andere op weg naar huis. We moeten meteen naar huis gaan na de aanbiddingsdiensten, door de kerkbus te nemen en rechtstreeks naar uw bestemming te gaan. Als u denkt, “Kom me niet ophalen om naar de kerk te gaan. Ik zal alleen naar de kerk gaan. Ik heb twee sterke benen, dus er is geen reden om met de kerkbus naar de kerk te gaan,” zult u verdwalen door verleid te worden. U zou dankbaar moeten zijn dat u met de bus naar de kerk kunt gaan en weer naar huis zo gauw de dienst is afgelopen, zodat u zich geen zorgen hoeft te maken over nutteloze dingen. U kunt veel beter de Bijbel lezen, gebeden aanbieden en naar bed gaan zo gauw u thuiskomt.
Het zou voor u beter zijn om zo te leven. Iemand kan denken, ‘Ik heb een sterk geloof. Ik heb geen zonde. Ik zal mezelf iets bewijzen. Ik zal niet drinken ook al ga ik naar het café. Waar de zonde overvloedig aanwezig is, daar is de genade nog overvloediger aanwezig. Ik ben vervuld met genade.’ Als hij zo denkt en naar een café gaat, zal zijn vriend zeggen, “He, drink je ook eentje.”
“Nee, heb je me ooit zien drinken? Ik ben gestopt met drinken.”
“Neem er toch eentje.”
“Nee.”
“Waarom drink je niet gewoon een glaasje wijn?”
Zijn vriend schenkt wijn in een glas en geeft het hem. Maar hij denkt, “Ik drink bronwater, ook al verleid jij me om alcohol te drinken.” Dan herinnert hij zich dat hij lange tijd geleden gedronken heeft en denkt, “Wat zou het lekker zijn. Waarom bied je me niet nog een keer wijn aan? Ik zal alleen een drankje drinken.” Hij drinkt snel zijn bronwater.
Dan merkt zijn vriend dat hij wil drinken en schenkt snel wijn in het lege glas.
“Het is mild. Je zult het drinken als een cocktail.”
“Nee, ik zou het niet moeten doen. Weet je niet dat ik in Jezus geloof?” Hij drinkt echter uiteindelijk het glas alcohol en zijn vriend weet dat hij goed drinkt.
“Drink alleen vandaag.”
“Oké. Ik drink vandaag, maar je zou ook in Jezus moeten geloven, oké? Ik heb geen zonde hoewel ik drink. Maar hebt jij zonde? Je zult gered moeten worden van je zonden.”
 

Het belangrijkste ding is waar we het vlees aan overgeven
 
Menselijke wezens zijn zo. Zij zijn niets bijzonders. Het belangrijkste is waar we het vlees aanbieden. Bied uw leden aan als dienstknechten van gerechtigheid voor heiligheid. Stel uw vlees voor aan heiligheid, want het vlees is niet heilig. Ik gebruikte drinken hier als voorbeeld. Maar andere dingen zijn hetzelfde als dit. Het hangt ervan af hoe we ons vlees temmen.
We worden door geloof in één adem gered en het is voor eeuwig. Maar de godzaligheid van ons hart en vlees hangt af van waar we ons vlees aanbieden. We voelen dat het hart ook vies wordt als we ons vlees vies maken, ondanks dat ons hart rein is. Dan gaan we ons geloof verzaken, gaan tegen de kerk in, gebruiken Gods naam ijdel en gaan weg van Gods aanwezigheid, door bedrogen te worden van Satan. En we worden uiteindelijk vernietigd.
Pas daarom op dat u niet vernietigd wordt. U moet voorzichtig zijn. Hoe kunnen we omgaan met onze dagelijkse zonden nadat we gered zijn van de zonden? “En waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest.” De Heer heeft ook onze dagelijkse zonden volledig uitgewist, zodat we nooit meer een zondaar kunnen worden hoewel we vele malen zondigen.
We kunnen echter een probleem hebben als het vlees keer op keer weer op het slechte wordt gericht. Waar moeten we ons vlees aanbieden? Het vlees moet de aangewezen weg gaan. Ik heb tot nu toe gesproken om u dit duidelijk te maken.
Het vlees wordt heilig net als het hart heilig is, en het wordt de dienstknecht van gerechtigheid voor God als we het als een dienstknecht van gerechtigheid aanbieden. We moeten ons leven op de kerk richten nadat we gered zijn als we niet weten hoe we moeten leven nadat we gered zijn. De Bijbel zegt dat de kerk als een herberg is. We drinken water, eten geestelijk voedsel en we verblijven in vriendschap net zoals we met elkaar zouden drinken en praten in een herberg.
De kerk is hetzelfde als een herberg. We verblijven in vriendschap en praten met elkaar in de kerk, dus moeten we toch altijd naar de kerk gaan. Een persoon die normaal naar de kerk gaat wordt een geestelijk persoon. En iemand die dat niet doet, kan niet in de Geest wandelen, hoe groot zijn/haar geloof ook voorheen is geweest. De persoon die gewoonlijk naar de kerk komt, bloeit van zelf geestelijk, hoe zwak hij/zij ook is. Dit komt door de geestelijke vriendschap na de ontvangst van de verlossing.
Er is geen ander plaats dan de kerk voor ons om in te verblijven. Ik wil dat u zo vaak naar Gods kerk komt als u kunt, en verblijft in vriendschap met Zijn volk. Kom eens langs bij de kerk, ga naar iedere aanbiddingsdienst, luister naar Gods woord en overleg met de kerkleiders in alles wat u wilt gaan doen.
We moeten ons leven op Gods woord richten en ons verzamelen. Dan kunnen we zonder falen succes hebben in ons leven van geloof. We kunnen waardevol gebruikt worden door de Heer en gezegend worden. Ik wil dat u uw vlees en uw hart als werktuigen van gerechtigheid aan God aanbiedt.