The New Life Mission

Preken

Onderwerp 9: Romeinen (commentaren over Romeinen)

[Hoofdstuk 7-2] (Romeinen 7:1-4) De Kern van Paulus’ Geloof: Verenig u met Christus na Gedood te zijn tot de Zonde

(Romeinen 7:1-4)
“Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft? Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans. Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt. Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.”
 
 
Heeft u ooit een bol garen gezien die in de war was? Als u dit hoofdstuk probeert te begrijpen zonder de waarheid van Jezus’ doopsel te kennen, waarin Paulus de Apostel geloofde, zou uw geloof nog erger in de war zijn dan voorheen.
Paulus zegt in dit hoofdstuk dat omdat iedereen uiterst zondig is volgens de Wet van God, iedereen slechts naar Jezus Christus kan gaan en wedergeboren kan worden na een geestelijke dood gestorven te zijn.
 
 
De waarheid waarvan Paulus zich bewust werd
 
Romeinen 7:7 verklaart, “Wat zullen we dan zeggen? Is de Wet zonde? Dat zij verre! Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet.” Paulus gaat verder, “want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.” Bovendien voegt hij toe, “Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood.” Paulus realiseerde zich dat hij alle 613 geboden van God had geschend. Met andere woorden, hij was niet meer dan een massa zonde die niets anders kon dan te zondigen, omdat hij een nakomeling was van de eerste mens Adam, in ongerechtigheid werd opgevoed en in zonde werd ontvangen door zijn moeder.
Iedereen die in deze wereld geboren wordt, zondigt vanaf zijn geboorte tot zijn dood. Zij zijn niet in staat om zich aan God’s geboden te houden. Hoe kunnen deze massa’s van zonde zich aan alle 613 geboden van de Wet van God houden? Slechts wanneer we erkennen dat we zondaars zijn volgens de Wet van God, kunnen we naar Jezus Christus gaan, de gerechtigheid van God, en gaan we inzien dat we uiteindelijk verlost kunnen worden van de zonden door Jezus Christus. Jezus Christus werd de gerechtigheid van God. Hij bracht ons deze gerechtigheid van God door Zijn doopsel van Johannes en Zijn bloed aan het Kruis. We moeten daarom allen God’s gerechtigheid kennen en erin geloven. De reden waarom we in Jezus moeten geloven is omdat deze gerechtigheid van God in Hem gevonden kan worden.
Kent u en gelooft u in God’s gerechtigheid? God’s gerechtigheid is het geheim dat ingesloten is in het evangelie van het water en de Geest. Het doopsel dat Jezus van Johannes in de Jordaan ontving, bevat dit geheim volledig. Wilt u dit geheim kennen? Indien u in deze waarheid wilt geloven, zult u de gerechtigheid van God krijgen door uw geloof.
Voordat we over God’s Wet en de geboden te weten kwamen, leek het alsof we geen zondaars waren, zelfs al hadden we dagelijks zonden begaan. Maar nadat we naar de kerk gingen, werden we ons ervan bewust hoe zondig we werkelijk waren, en dat we de geestelijke dood zouden bereiken vanwege de zonden die in ons geopenbaard werden. Dus, om de zielen naar Jezus Christus te leiden, herinnerde Paulus de Apostel zich zijn vroegere dagen toen hij verkeerd geloofde door God’s Wet en geboden verkeerd begrepen te hebben.
Hier is een voorbeeld dat u zal helpen met de rol van de Wet van God. Ik heb de Bijbel nu vast. Als ik iets heel belangrijks tussen de bladzijden van deze Bijbel zou leggen, en ik zou zeggen, “Probeer nooit in dit boek te kijken om te zien wat erin verstopt is,” en ik het dan voor een tijdje bij u op de tafel zou leggen, hoe zou u erop reageren? Het moment waarop u mijn woorden hoort, zult u het verlangen hebben om uit te vinden wat er in die Bijbel verstopt is, en u zult door de nieuwsgierigheid mijn instructie misachten. Op het moment waarop u zich afvraagt wat er in de Bijbel verstopt zou zijn, zult u geen andere keuze hebben dan proberen uit te vinden wat het is. Maar als ik niet gezegd had dat u niet in de Bijbel mocht kijken, zou u nooit de verleiding gevoeld hebben. Net zo zullen de zonden die in ons aanwezig waren toen God ons gebood, zichzelf kenbaar maken volgens de omstandigheden.
De Wet die God de mensheid gegeven heeft, moet de zonde in de harten van de mensen onthullen. Hij gaf het niet aan ons zodat we ons eraan konden houden en het zouden volgen, de Wet werd ons gegeven om onze zonden te onthullen en ons aldus zondaars te maken. We zullen allen ten onder gaan als we niet naar Jezus Christus gaan en in God’s gerechtigheid geloven, die gevonden wordt in het doopsel dat Jezus van Johannes ontving en het bloed dat Hij vergoot aan het Kruis. We zouden in gedachten moeten dragen, dat de rol van de Wet is om ons Christus te brengen en om ons te helpen met ons geloof in God’s gerechtigheid door Hem.
Daarom getuigde Paulus de Apostel, “Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht” (Romeinen 7:8). Door de Wet van God toonde Paulus de Apostel ons wat de grondbeginselen van de zonde zijn. Hij biechtte dat in zijn grondbeginselen hij een zondaar is geweest, maar dat hij het eeuwige leven kreeg door in de gerechtigheid van God die gegeven is door Jezus Christus, geloofde.
 
 
Paulus’ weeklacht en geloof

Paulus zei dus, “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere” (Romeinen 7:24-25).
Paulus erkende het feit dat zelfs hij, die God’s gerechtigheid bezat, nog zondigde, en dat daardoor God’s gerechtigheid nog dringender nodig was, niet alleen voor hem maar ook voor de rest van de mensheid.
We zouden de gerechtigheid van God moeten verkrijgen door de geheimen die verborgen liggen in het doopsel dat Jezus ontving op de juiste manier te kennen, en erin te geloven. U en ik zouden God’s gerechtigheid, die gevonden wordt in Christus’ doopsel en Zijn bloed aan het Kruis, moeten kennen en erin geloven. Slechts dan kunnen onze zielen en vlees, dat geen andere keuze heeft dan te zondigen, verlost worden van onze zonden. We moeten het feit dat Christus’ doopsel en Zijn bloed aan het Kruis God’s gerechtigheid vervulde, niet vergeten.
Zij die de gerechtigheid van God niet kennen, kunnen slechts als zondaars overblijven op het einde, hoe hard zij ook proberen zich aan Zijn Wet te houden. We moeten ons realiseren dat God’s Wet ons niet gegeven werd om ons eraan te houden. Maar wettischen realiseren zich niet het geheim van de verlossing dat in het “doopsel” dat Jezus ontving en het bloed aan het Kruis, ligt. Door te denken dat het hun gegeven was om te gehoorzamen, begrepen zij God’s Wet verkeerd en zij blijven een leven leiden in verwarring. Maar we moeten onze zonden door de Wet erkennen en volgens ons geloof in God’s gerechtigheid leven. We moeten niet tegen deze gerechtigheid van God keren om onze eigen gerechtigheid te vervolgen. We moeten eerder in de gerechtigheid van God geloven die volbracht werd door het doopsel van Christus en Zijn bloed aan het Kruis. We moeten leren, onze Heer, die God’s gerechtigheid heeft volbracht, te danken.
Daarom keek Paulus naar zijn eigen vlees, en riep aanvankelijk uit, “Ik ellendig mens!” maar toch nog God dankte door Jezus Christus. De reden waarom Paulus deze biecht maakte, was omdat hoe meer hij zondigde hoe meer Jezus’ doopsel en Zijn bloed aan het Kruis de gerechtigheid van God volbracht. Wij zijn ook in staat om met vreugde en overwinning te roepen, omdat wij reeds gered zijn door ons geloof in Jezus Christus, zelfs als we moeilijke levens leiden tussen de wet van het vlees en dat van God’s gerechtigheid. Het geloof van Paulus was het geloof in het doopsel van Jezus Christus en in Zijn bloed aan het Kruis. Dit is hoe Paulus in zijn geloof in de gerechtigheid van God aanwezig werd, en door te geloven in deze gerechtigheid van God kon hij degene worden die Hem loofde.
In Romeinen hoofdstuk 7 praat Paulus over zijn vroegere ellendige aard, tegenover zijn overwinnend geloof in God’s gerechtigheid. Paulus’ overwinning van geloof was vanwege zijn geloof in deze gerechtigheid van God.
“Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?” (Romeinen 7:1).
Nadenkend over het feit dat voor zijn verlossing zijn vlees ter dood veroordeeld was volgens de Wet van God, maakte de Apostel Paulus de geloofsbelijdenis dat hij, door in Jezus Christus te geloven, dood was tot de zonde. Voordat we de gerechtigheid van God ontmoetten-dat wil zeggen, voordat we wedergeboren waren-leefden zij die in Christus geloofden onder de heerschappij en de vloek van de Wet. Dus zou de Wet macht over ons hebben als we niet van onze zonden verlost waren door Jezus Christus, die ons de gerechtigheid van God bracht, te hebben ontmoet.
Paulus sprak over spirituele dingen die niet gemakkelijk in het vlees begrepen kunnen worden - dat wil zeggen, zij die dood zijn tot zondigen, zijn niet langer onder de macht van de zonde, net als een vrouw wiens man net gestorven is, geheel bevrijd is van haar verplichtingen aan haar man. Deze passage zal misschien eenvoudig klinken, maar het is een spiritueel cruciale passage. Het betekent dat, of ze het nu graag hebben of niet, zij die niet God’s gerechtigheid ontmoet hebben, feitelijk verdoemd zijn om onder de vloek van de Wet te leven. Dit is omdat zij nog niet het probleem van hun zonden hebben opgelost.
Romeinen 6:23 verteld ons dat “De bezoldiging van de zonde de dood is”. Dit wil zeggen dat de zonde slechts zal verdwijnen als de lonen betaald zijn. Als iemand in Jezus gelooft, en toch nog niet de gerechtigheid van God kent, die gegeven is door Jezus, die zal nog steeds met zonde leven en moet de loon van de zonde betalen. Daarom moeten we God’s gerechtigheid ontmoeten door Jezus Christus. Slechts door de gerechtigheid van God te ontmoeten kunnen we dood tot onze zonden zijn, bevrijd van de Wet, en getrouwd zijn met onze nieuwe bruidegom Jezus Christus.
We kunnen God’s gerechtigheid door Jezus Christus vinden, maar zonder in deze gerechtigheid van God te geloven, kan niemand van de Wet bevrijd worden. De enige manier om van de vloek van de Wet los te breken is door God’s gerechtigheid te kennen en erin te geloven. Heeft u deze gerechtigheid van God door Jezus gevonden? Zo niet dan is het nu tijd om uw eigen gerechtigheid te verwerpen en nederig terug te keren naar God’s Woord.
 
 
Naar Christus na gedood te zijn tot de zonde
 
Paulus zei zijn broeders in Rome, “gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus.” U moet goed begrip hebben van wat het is ‘om der wet gedood te zijn door het lichaam van Christus.’ Niemand kan naar Christus gaan zonder gedood te worden van de zonden door het lichaam van Christus. Met andere woorden, onze zonden moeten met het lichaam van Jezus Christus sterven. Dit is slechts mogelijk indien iemand in het doopsel van Jezus door Johannes gelooft en in Zijn dood aan het Kruis.
We kunnen met Christus sterven tot de zonde door in Jezus’ doopsel door Johannes te geloven. Omdat Jezus stierf met alle zonden van de mensheid, die aan Zijn lichaam waren doorgegeven door Zijn doopsel van Johannes, zijn onze zonden ook met Hem gestorven als wij hierin geloven. Dat alle zonden van de wereld aan Jezus door Zijn doopsel van Johannes zijn doorgegeven, is de waarheid. Deze waarheid zou niet slechts bekend zijn, maar het moet met geloof in ons hart gehouden worden. We moeten dit geloof houden totdat we het Koninkrijk van God binnengaan. Daarom zei Paulus dat we gedood werden door de Wet door het lichaam van Christus. Zodoende kunnen zij die deze waarheid geloven, naar Jezus Christus gaan, met Hem leven, en de rechtvaardige vruchten van God dragen.
De Geschriften vertellen ons dus dat we God in de nieuwheid van de Geest moeten dienen en niet in de oudheid van de Geschriften (Romeinen 7:6). Zondaars begaan eigenlijk meer zonden vanwege de Wet. Dit is omdat de Wet meer zonden onthult die verborgen zijn in hun, en hun daarbij meer bewust maakt van hun zonden en hun toestaat nog meer te zondigen. De belangrijkste functie van de Wet is om ons onze zonden te laten erkennen, maar het werkt ook om nog meer van de aard van de zonde te onthullen en ons meer zonden laat begaan. Als het niet voor de Wet die God ons gaf was, zouden we niet weten dat er zoveel zonde in ons verborgen was. Maar God gaf ons Zijn Wet, en deze Wet maakt ons niet alleen zondiger, maar het laat ons ook meer zonden begaan.
Daarom zegt Paulus dat doordat we gedood zijn tot de zonde door Christus lichaam, we nu de Heer met het geloof in God’s gerechtigheid moeten dienen. Hij verteld ons dat we de Heer moeten dienen met de hulp van de Geest en de gave van de verlossing die ons gegeven is voor ons geloof dat diep in ons hart is, in plaats van Hem te dienen met het geloof in het letterlijke van het Woord. Zoals de Bijbel ons verteld, “want de letter doodt, maar de Geest geeft leven.” We moeten de Heer volgen door ons de ware betekenis van het evangelie van het water en de Geest, die God’s gerechtigheid is, bewust te worden. Als we in het Woord van God geloven, met ander woorden, moeten we weten en geloven in de ware betekenis die verborgen ligt in het geschreven Woord.
 
 
Is de Wet dan zonde? Zeker niet!
 
Paulus verklaarde de Wet van God door zijn functies te benadrukken. Dit laat zien hoe belangrijk het is om met een goed begrip van de functies van de Wet te geloven. Paulus keek voorheen naar zijn zonden op zijn eigen wijze, en hierdoor kon hij zijn eigen zonden niet, maar door de Wet van God werd hij zich bewust dat hij een hebzuchtig hart in zich had.
Ik hoop dat de huidige gelovigen in Jezus ook in staat zijn hetzelfde begrip van de Wet te bereiken als Paulus. Er zijn veel mensen die, terwijl ze zich de waarheid van de Wet niet bewust zijn, nog harder proberen hun leven volgens de Wet te leven. Zij gaan naar de kerk terwijl ze denken dat als zij nog een beetje harder hun best doen, zij in staat zullen zijn zich aan de Wet te houden. Maar in werkelijkheid, zullen deze mensen niet in staat zijn God’s gerechtigheid te vinden.
Zij zijn zich niet bewust van de diepgaande betekenis van de Wet die door God gegeven is, en dus worden zij wettischen. Het zijn schijnheilige blinden die niet in staat zijn te zien, zelfs niet hun eigen harten, en zij weten niet dat zij tegen de gerechtigheid van God in de Christelijke maatschappij staan. Veel mensen zijn zo in het huidige Christendom. Zij die niet werkelijk God’s gerechtigheid kennen en Jezus als hun nominale Verlosser hebben geaccepteerd in wettisch geloof, zullen niet buitengesloten worden van de bestraffing van de eeuwige dood.
Paulus verklaarde dat door God’s geboden, hij zich de hebzucht in zijn hart bewust werd. Toen hij zich zijn zonden door de geboden realiseerde, was Paulus nog steeds een wettische die dacht dat hij zich aan God’s Wet moest houden. God’s geboden onthulden de hebzucht in Paulus’ hart en lieten Paulus’ zonden nog zondiger zijn. Dit is hoe Paulus zich ervan bewust werd dat hij niet meer was dan een ernstige zondaar.
Er zijn twaalf verschillende soorten van zonde in de menselijke gedachten. Toen Paulus niet wist van de eigenlijke functies van de Wet, dacht hij dat hij een goed mens was, terwijl hij zich er niet van bewust was hoe zondig hij werkelijk was. Maar het resultaat van zijn inspanningen om volgens God’s geboden te leven, toonde aan hem dat hij helemaal niet in staat was om zich aan de geboden te houden, en dat deze geboden eigenlijk zijn zonden nog meer onthulden.
Hoe zijn mensen als zij in Jezus geloven? Als u begint in Jezus te geloven, zult u een en al vuur zijn met uw geloof, maar als de tijd verstrijkt, zult u de vele zonden die oorspronkelijk in u aanwezig zijn, hebben gevonden. Waardoor vond u deze zonden? Het is door de geschreven Wet en de geboden dat we ontdekten hoe zondig ons hart is met de twaalf soorten van zonden. En onze zondige egos krimpen ineen vanuit het zicht voor de Wet. Dit is omdat we, door de Wet, vinden dat we werkelijk ernstige zondaars zijn.
Dat is waarom sommige mensen de Doctrine van de Rechtvaardiging hebben gemaakt om hunzelf te troosten. Deze leer verklaart dat zelfs als we zonde in ons hart hebben, God ons als rechtvaardig aanziet alleen maar omdat we in Jezus geloven. Dit is slechts een door de mens gemaakte leer. Mensen hebben het gemaakt en geloven in zulke doctrines om hun zonden te verbergen, terwijl ze proberen in de voldoening van deze leer te leven. Maar omdat zij nog steeds onthuld zijn als zondaars voor de Wet, gaan hun zonden steeds zwaarder wegen op hun gedachten. Om bevrijd te worden van al onze zonden, hebben we geen andere keuze dan in het evangelie te geloven dat God’s gerechtigheid bevat. Dit is de enigste manier om verlost te worden van al onze zonden.
Als Paulus in zijn verleden gedacht had dat God de geboden gaf om opgevolgd te worden, zou hij het slechts heel gewoon beschouwen om te proberen zich eraan te houden. Toch, aan de andere kant ontdekte hij dat deze geboden zijn ziel eigenlijk doodden vanwege de zonde. Paulus realiseerde zich tot het uiterste dat hij God’s geboden verkeerd begrepen had en er foutief in had geloofd.
Iedereen heeft de twaalf soorten van zonden in zijn hart die in Markus 7:21-23 genoemd worden. “Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. Al deze boze dingen komen voort van binnen, en ontreinigen den mens.”
Paulus en alle andere mensen gingen uiteindelijk hun zonden herkennen door God’s geboden. Door de Wet kunnen zij zich hun zonden realiseren en zij worden gedood en dan gaan zij de gerechtigheid van God door Jezus Christus ontdekken en erin geloven. Wat is uw begrip van de gerechtigheid van God? Probeert u nog steeds de geboden te observeren terwijl u denkt dat u zich aan ze allemaal kunt houden? God gaf ons Zijn Wet zodat wij onze zonden zouden herkennen en naar Hem terug zouden keren- om verlost te worden van de zonden, met andere woorden, door in de gerechtigheid van God te geloven. We moeten het juiste begrip hebben waarom God ons Zijn geboden gaf en we moeten er op correcte wijze in geloven. Zo gauw u zich deze waarheid realiseert, zult u precies weten hoe waardevol het evangelie van het water en de Heilige Geest is.
Zij die in God’s geboden geloven, realiseren zich dat zij enorme zondaars zijn in het aangezicht van God. Mensen die de rol van de geboden niet kennen en niet in God’s gerechtigheid geloven, zullen voor grote moeilijkheden komen te staan in hun religieuze leven en uiteindelijk zullen ze naar hun eigen afgrond geleid worden. Dit is omdat het gewoon onmogelijk is om weg te blijven van de zonde, terwijl we in een wereld leven die vol is met zonde. Dit is waarom sommige mensen zich zelfs afzonderen in de afgelegen bergen en proberen om ascete levens te leiden. Zij denken dat ze, door diep in de bergen te leven en zich van de zonden van de wereld terug te trekken, zij het begaan van zonden kunnen vermijden, maar dit is niet het geval.
We moeten ons realiseren dat, alhoewel het waar is dat iedereen in deze wereld zonde begaat, en dus zonde in zijn hart heeft, de verlossing van alle zonden gevonden kan worden door God’s gerechtigheid te kennen en erin te geloven. Zelfs als we de wereld vermijden om de zonden te ontvluchten, dan nog zouden we niet in staat zijn om van de zonden in ons hart te vluchten. Dit is omdat onze zonden gevonden worden in ons hart. Om ons werkelijk van de zonde te bevrijden, moeten we in het evangelie van het water en de Geest geloven. De Wet van God en Zijn geboden maken onze zonden nog zondiger. Zij die de ernst van hun zonden kennen, moeten de gerechtigheid van God, die aan ons geopenbaard wordt door het evangelie van het water en de Geest, kennen en erin geloven.
“En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden. Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood” (Romeinen 7:10-11). We moeten een goed begrip van de Wet hebben. Zij die geen goed begrip van de Wet hebben, zullen hun hele leven verdrinken in het wettische, terwijl ze proberen van de Wet te ontsnappen tot hun allerlaatste dag. Slechts zij die de ware rol van de Wet kennen, zullen de gerechtigheid van God, die door Jezus vervuld werd, liefhebben en erin geloven. Kent u dan deze gerechtigheid van God?
Paulus de Apostel zei dat omdat hij niet wedergeboren was in het verleden, hij toen aan zijn vlees behoorde en verkocht was onder de zonde. Hij verklaarde ook dat alhoewel hij wenste te leven volgens God’s Wet, hij altijd dat deed dat hij wenste niet te doen - zonden begaan. Dit was omdat de Heilige Geest niet in hem aanwezig was, omdat hij niet de gerechtigheid van God had. Paulus gaf toen toe dat de reden waarom hij zonde beging tegen zijn wens, was vanwege de zonden die in zijn hart gevonden werden, want hij moest nog de gerechtigheid van God vinden op dat moment.
Desalniettemin realiseerde Paulus zich de wet, en dat de wet de wet van de zonde was - zijn meest fundamentele realisatie van het feit dat de mens, die zonde in zijn hart heeft, het niet kan vermijden te zondigen. Hij realiseerde zich ook dat de innerlijke mens er altijd naar verlangt om volgens de Wet van God te leven. Maar Paulus verklaarde dat, net als een boom van zonde de vruchten van de zonde draagt, hij een zondaar was die slechts kon doorgaan met in zonde te leven, omdat hij, doordat hij Jezus Christus nog niet ontmoet had, nog niet de verlossing van zijn zonden had ontvangen. Het was dus juist voor hem om gedood te worden vanwege zijn zonden.
Daarom biechtte hij dat hij een ellendig mens was treurende, “Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” (Romeinen 7:24). Dit was de herinnering van Paulus aan hemzelf toen hij nog een zondaar was. U zult moeten overwegen om deze biecht van Paulus tot uzelf te richten. Bent u niet nog steeds gevangen in dit lichaam van dood dat zich niet aan de Wet kan houden? We moeten in de gerechtigheid van God geloven. God’s gerechtigheid wordt geopenbaard in het evangelie van het water en de Geest, die volbracht was door het doopsel van Jezus van Johannes en Zijn bloed aan het Kruis.
Paulus kon van al zijn ellende bevrijd worden door in het doopsel van Jezus Christus en Zijn dood aan het Kruis te geloven.
De climax van hoofdstuk 7 wordt gevonden in de verzen 24 en 25. Paulus schreef, “Ik ellendig man! wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. “Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde.”
In Romeinen hoofdstuk 6 praatte Paulus over het geloof dat ons naar de begrafenis en herrijzenis in vereniging met Christus leidt. Door onszelf met Zijn doopsel en Zijn dood aan het Kruis te verenigen, kunnen we dit geloof verkrijgen.
Paulus realiseerde zich dat hij een ellendig man was, wiens vlees zo onvoldoende was dat hij de Wet van God niet slechts voordat hij Jezus ontmoette brak, maar ook bleef breken zelfs na zijn ontmoeting met Jezus. En dus treurde hij, “wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Toen concludeerde hij dat hij verlost kon worden van het lichaam van de dood door in de gerechtigheid van God te geloven, terwijl hij zei, “Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.” Paulus werd verlost van zijn zonden van het vlees en van de geest door in God’s gerechtigheid te geloven door Christus en door zich met Hem te verenigen.
Paulus laatste belijdenis was, “Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde” (Romeinen 7:25). En in het begin van hoofdstuk 8 verklaart hij, “Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest. Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods” (Romeinen 8:1-2).
Aanvankelijk zijn er twee wetten door God gegeven: de wet van de zonde en dood en die van de Geest van het leven. De wet van de Geest van het leven redde Paulus van de wet van de zonde en de dood. Het betekende dat door in het doopsel van Jezus te geloven en in Zijn dood aan het Kruis, dat al zijn zonden wegnam, verenigde hij zichzelf met Jezus en was gered van al zijn zonden. We moeten allen het geloof hebben dat ons met het doopsel van de Heer en Zijn dood aan het Kruis verenigt.
Paulus verklaarde in Romeinen hoofdstuk 7 dat hij voorheen veroordeeld zou moeten worden volgens de Wet, maar door Jezus Christus, werd hij verlost van dit oordeel. En zo kon hij God dienen door de Heilige Geest, die in hem aanwezig was.
 
 
De waarheid die Paulus zich realiseerde
 
Paulus verklaarde, “Is de wet zonde? Dat zij verre! Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn” (Romeinen 7:7). Hij kon de hebzucht niet gekent hebben tenzij de Wet zei, “Gij zult niet begeren.” Paulus legde de verhouding uit tussen de Wet en de zonde, terwijl hij zei, “Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood.” Dit betekent dat de harten van de mensen grondleggend vol met zonde zijn. Vanaf het moment waarop mensen ontvangen worden in hun moeder’s baarmoeder, zijn zij ontvangen in zonde, en zullen geboren worden met de twaalf soorten van zonde.
Deze twaalf soorten van zonden zijn overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand. Iedereen begaat deze zonden totdat zij sterven. Hoe kan iemand in de wereld de Wet en de geboden van God gehoorzamen als hij/zij in deze wereld geboren is met deze twaalf zonden? Op het moment waarop we de woorden van de Wet horen en de geboden die ons zeggen wat we ‘moeten’ en ‘niet moeten doen’ begint de zonde in ons te handelen.
Toen we de Wet en de geboden van God niet konden, waren de zonden in ons rustig aan het slapen. Maar na het horen van de geboden, die ons zeggen wat we doen moeten en niet doen moeten, kwamen deze zonden naar boven en lieten ons nog meer zondigen.
Iedereen die niet wedergeboren is of niet in de waarheid van het water en de Geest gelooft of het niet begrijpt, heeft zonde in zich. Deze zonde, die door de woorden van de geboden actief zijn geworden, produceren dan nog meer zonden. De Wet, die de mensen verteld wat ze doen moeten en wat niet, is net als een trainer die de zonde probeert te temmen. De zonde gaat echter tegen God’s geboden en gehoorzaamt ze niet. Als een zondaar de geboden hoort, worden de zonden in zijn/haar hart geactiveerd, en leiden haar tot het begaan van nog meer zonden.
We kunnen ons door de Tien Geboden ervan bewust worden dat we zonden in ons hebben. De rol van de Wet is dus om de zonden in ons hart te onthullen, ons ervan bewust te maken dat God’s geboden heilig zijn en ons wakker te schudden voor onze zondigheid. Bij onze grondbeginselen, zijn we geboren met de begeerte om hebberig te zijn naar alles dat God geschapen heeft, inclusief de bezittingen of partners van anderen. Dus zegt het gebod dat verklaart “Heb geen begeerte” dat we geboren zondaars zijn en dat we voorbestemd zijn om naar de hel te gaan vanaf de dag dat we geboren zijn. Het laat ons ook de noodzakelijkheid van de Verlosser zien, die de gerechtigheid van God volbracht.
Daarom biechtte Paulus dat zonde de mogelijkheid wegnam door de geboden om alle manieren van kwaad verlangen in hem te produceren. Paulus realiseerde zich dat hij een grote zondaar was geweest die de goede geboden van God had verbroken, want hij werd origineel zondig geboren en hij was met zonde voordat hij in God’s gerechtigheid ging geloven.
Als we een kijkje nemen in hoofdstuk 7 ontdekken we dat Paulus de Apostel erg spiritueel was, en een uitgebreide kennis had van de Bijbel, en hij had veel begrip en ervaring. Hij wist duidelijk door de Wet dat er zonde in hem was, die met de geboden alle manieren van kwade verlangens in hem produceerden. Hij kwam te weten dat de Wet van God de rol had om de zonden in hem te openbaren. Toen deze zonden opleefden, biechtte hij ook dat de geboden, die leven zouden brengen, hem de dood brachten.
Hoe is uw geloof? Is het hetzelfde als Paulus’ geloof? Is er geen zonde in uw hart of u in Jezus gelooft of niet? Zoja, dan betekent het dat u nog steeds God’s gerechtigheid niet kent, nog niet de Heilige Geest heeft ontvangen en een zondaar bent die voorbestemd is om naar de hel te gaan om veroordeeld te worden voor uw eigen zonden. Geeft u deze feiten toe? Zoja, dan geloof in het evangelie van het water en de Geest waarin de gerechtigheid van God is geopenbaard. U zult van al uw zonden gered worden, de gerechtigheid van God verkrijgen, en de Heilige Geest over u krijgen. We moeten in het evangelie van het water en de Geest geloven.
 
 
Zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, verleidde Paulus
 
Paulus de Apostel zei, “En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden. Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood” (Romeinen 7:10-11). Met andere woorden, Paulus werd bedrogen door de zonde door misbruik te maken van het gebod. Paulus geloofde in het gebod dat werkelijk goed en juist was, en toch leefden en knaagden de twaalf soorten van zonden in zijn hart. Dit betekent dat hij door de zonde bedrogen was omdat hij het doel van God’s geboden niet kon begrijpen.
Eerst dacht Paulus dat God hem de Wet had gegeven om het te gehoorzamen. Maar later realiseerde hij zich dat de Wet niet gegeven was om te gehoorzamen maar om de zonden in de harten van de mensen te onthullen, samen met de heiligheid van God, en om de ongelovigen veroordeeld te laten door God. Dat is hoe Paulus dacht dat hij door de zonde bedrogen was, omdat hij niet goed God’s geboden en Wet begreep. De meeste mensen van tegenwoordig worden op dezelfde manier bedrogen.
We moeten ons realiseren dat de reden dat God ons de geboden en de Wet gaf, niet was om het te gehoorzamen, maar om ons onze eigen zonden te laten realiseren en God’s gerechtigheid te laten bereiken door te geloven in het evangelie van het water en de Geest. Maar omdat we volgens de Wet proberen te leven met onze zonden, onthullen we uiteindelijk onze zondige aard.
Dus, een zondaar realiseert zich door de Wet dat zelfs als de Wet heilig is, hij/zij geen kracht of mogelijkheid heeft om een heilig leven te leiden. Op dat moment wordt hij/zij een zondaar die geen andere keuze heeft dan naar de hel gestuurd te worden volgens de Wet. Maar zondaars die het evangelie van het water en de Geest niet kennen, blijven denken dat God hun de Wet gaf om te gehoorzamen. Zij proberen zich aan de Wet te houden, maar zij zullen zichzelf bedriegen en uiteindelijk ten onder gaan.
Zij die niet wedergeboren zijn door onwetendheid over de gerechtigheid van God, begaan zonden en proberen dan vergeven te worden door berouwgebeden aan te bieden. Echter, uiteindelijk zullen zij zich gaan realiseren dat zij het doel van God’s Wet verkeerd hebben begrepen en dat zij zichzelf bedrogen hebben. Zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft hun bedrogen. De Wet van God is heilig, maar in plaats daarvan leiden de zonden die zij in zich dragen hun naar de dood.
Paulus zei, “Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed. Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre! Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate wierd zondigende door het gebod” (Romeinen 7:12-13). Zij die deze waarheid begrijpen, realiseren zich hun noodzaak voor God’s gerechtigheid, en vandaar geloven zij dat het evangelie van het water en de Geest de werkelijke waarheid is. Een persoon die in het evangelie van het water en de Geest gelooft, gelooft ook in de gerechtigheid van God. Laat ons verlost zijn van al onze zonden en de heiligheid van God bereiken door in Zijn gerechtigheid te geloven. Ik wens dat jullie allen door dit evangelie gezegend zullen worden.
 
 
Hoe was het vlees en de geest van Paulus?
 
Paulus was vol van de Geest en hij had een diep begrip van het Woord van God. Hij sprak echter van zijn vlees met de volgende woorden: “Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont” (Romeinen 7:14-17). Hij zei dat hij zonde beging omdat hij vleselijk van aard was. Omdat hij vleselijk was, zag hij zichzelf zoeken naar de verlangens van het vlees, zelfs al wilde hij goed doen.
Paulus realiseerde zich dus, “Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is” (Romeinen 7:22-23). Daarom treurde hij over zijn vlees, terwijl hij uitriep, “Ik ellendig mens” (Romeinen 7:24). Zelfs nadat Paulus wedergeboren was, was hij nog steeds gespannen omdat het kwaad nog in hem aanwezig was, alhoewel hij goed wilde doen. Toen Paulus zei dat kwaad in hem aanwezig was, verwees hij naar zijn eigen vlees. Hij zag een andere wet in zijn leden, oorlogvoerend tegen de wet van de Geest, hem losmakend van het vlees, en hem tot het begaan van zonden leidde. Hij kon slechts toegeven dat hij geen andere keuze had dan aan het oordeel onderheven te worden omdat hij zag hoe zijn vlees bezit van hem nam om te zondigen. Omdat Paulus ook vlees had, treurde hij over de zonden die van zijn vlees uitkwamen.
Daarom verklaarde Paulus, “Ik ellendig mens!” Maar hij dankte ook Jezus Christus voor het volbrengen van de gerechtigheid van God. Dit was omdat hij geloofde dat Jezus naar de aarde kwam, gedoopt werd, en gekruisigd, om de vergeving van de zonden aan de hele mensheid te geven. Hij kon God van harte danken, want hij had het geloof dat hem met het doopsel en het bloed van Jezus Christus verenigde.
Paulus wist dat toen Johannes Jezus doopte, al zijn zonden, als ook de zonden van de wereld, aan Jezus voor eens en voor altijd waren doorgegeven. Hij wist ook dat toen Jezus aan het Kruis stierf, we allemaal ook tot de zonde stierven. Daarom moeten we een verenigd geloof hebben samen met de waarheid van het water en de Geest. Is uw hart verenigd met het doopsel en het bloed van Jezus Christus? Heeft u, met andere woorden, uw hart verenigd met het evangelie van het water en de Geest, dat de gerechtigheid van God vervuld? We moeten ons geloof verenigd hebben in het doopsel dat onze Heer van Johannes ontving en het bloed dat Hij vergoot aan het Kruis. Het is voor ons erg belangrijk om verenigd geloof te hebben omdat de vereniging met het evangelie van het water en de Geest, de vereniging met de gerechtigheid van God is.
Romeinen 6:3 verklaart, “Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?” Dit betekent dat door in Jezus doopsel te geloven, we ook met Hem gedoopt zijn, wat betekent dat we in de dood van onze Heer verenigd zijn. Dat wil zeggen door gedoopt te worden in vereniging door geloof, zijn we geestelijk gedoopt in Zijn dood. Om met de Heer verenigd te zijn, is de vereniging met Zijn doopsel en in vereniging met Zijn dood te sterven.
We moeten daarom in het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis, die de gerechtigheid van God volbracht hebben, geloven en ons ermee verenigen. Als u nog niet in het evangelie van het water en de Geest gelooft, die de gerechtigheid van God bevat, bent u niet met het doopsel van Jezus en Zijn dood verenigd. En het is in dit evangelie dat de gerechtigheid van God geopenbaard is.
Als ons hart zich niet verenigd met het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis, zal ons geloof hoofdzakelijk theoretisch en nutteloos zijn. Verenig u met het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis en geloof erin. Zo moeten we geloven. Een theoretisch geloof is nutteloos. Wat heeft een mooi huis bijvoorbeeld voor zin, als het niet van u is? Om God’s gerechtigheid van ons te maken, moeten we weten dat het doel van Jezus’ doopsel was om onze zonden weg te spoelen, en dat Zijn dood aan het Kruis was voor de dood van ons vlees. Door ons geloof in de gerechtigheid van God dat volbracht werd door onze Heer, moeten we verlost worden voor eens en voor altijd en in de nieuwheid van het leven lopen.
Dus door uw geloof dat verenigd is met het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis, zal de gerechtigheid van God werkelijk van u worden. We moeten ons met het doopsel en de dood van Jezus verenigen want als we dat niet doen, heeft ons geloof geen zin.
“Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” (Romeinen 7:24). Dit is niet slechts Paulus’ verdriet, maar ook die van u en mij, als ook van degenen die nog steeds gescheiden zijn van Christus. Hij die ons van deze ellende zal verlossen, is Jezus, en het kan opgelost worden door in de Heer te geloven, die gedoopt was, gekruisigd, en herrees voor ons.
Paulus zei, “Ik dank God - door Jezus Christus, onzen Heeren!” Dit laat zien dat Paulus zichzelf had verenigd met de Heer. We meoten geloven dat als we ons verenigen en geloof hebben, de Heer ons van onze zonden zal verlossen door Zijn doopsel en bloed, we zullen vergeven worden en het eeuwige leven verkrijgen. Al uw zonden zullen aan Jezus Christus worden doorgegeven als u in het doopsel van Jezus gelooft met een verenigd hart. U zult gestorven en herrezen zijn met Hem nadat u het geloof in vereniging met Zijn dood aan het Kruis heeft verkregen.
Jezus begon Zijn dienst op aarde op de leeftijd van dertig jaar. Het allereerste ding dat Hij deed tijdens Zijn dienst was het wegwassen van onze zonden door gedoopt te worden van Johannes de Doper. Waarom werd Hij gedoopt? Hij werd gedoopt zodat Hij alle zonden van de mensheid kon dragen. Als we daarom ons hart verenigen met de gerechtigheid van God, die uitgevoerd werd door Jezus, zijn al onze zonden eigenlijk aan Jezus doorgegeven door Zijn doopsel. Al onze zonden werden aan Jezus doorgegeven en voor eens en voor altijd weggewassen.
Onze Heer kwam eigenlijk naar de wereld en werd gedoopt om al onze zonden te dragen en om te sterven om hun lonen te betalen. Jezus zei tegen Johannes net voordat Hij gedoopt werd, “Het betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen” (Mattheus 3:15). “Alle gerechtigheid” verwijst naar Jezus’ ontvangst van het doopsel, dat alle zonden van de mensheid, die voorbestemd was om naar de hel te gaan, wegwaste, en het verwijst ook naar Zijn dood en herrijzenis. Wat is de gerechtigheid van God? Volgens God’s belofte in het Oude Testament, zijn Jezus’ doopsel en dood aan het Kruis, dat alle zondaars redde, Zijn gerechtigheid. De reden dat Jezus naar de aarde kwam in de verschijning van een mens en het doopsel ontving, was om alle zonden van de mensheid op Zich te nemen en ze weg te wassen.
Waarom doopte Johannes Jezus? Hij deed dit om de gerechtigheid van God te vervullen door alle zonden van de mensheid weg te nemen. Wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn ook gedoopt in Zijn dood en nu lopen we in het nieuwe van het leven, want Hij herrees van de dood. Te geloven in de gerechtigheid van God is te geloven en ons hart te verenigen met het doopsel van Jezus, Zijn dood aan het Kruis en Zijn herrijzenis. Het is erg belangrijk om te geloven dat Jezus al onze zonden op Zich nam toen Hij gedoopt werd. We zijn met Hem begraven toen Hij aan het Kruis stierf omdat we met Hem door Zijn doopsel verenigd zijn. Het is cruciaal om ons met ons hart met de Heer te verenigen door in de gerechtigheid van God te geloven, zelfs nadat we verlost zijn van al onze zonden. We kunnen God danken omdat we allen gestorven zijn met Christus toen Hij aan het Kruis stierf, want Hij had reeds al onze zonden door Zijn doopsel op Zich genomen.
De vereniging met Jezus door geloof is noodzakelijk zelfs nadat we God’s gerechtigheid hebben verkregen door onze verlossing. Na de ontvangst van het geschenk van de verlossing, kan ons geloof ontaarden in niet meer dan een afspraak. Maar als we ons hart met de gerechtigheid van de Heer verenigen, zal ons hart met God leven. Als we ons met de gerechtigheid van God verenigen, zullen we met Hem leven, maar als we dat niet doen, dan zullen we slechts onbeduidend voor Hem worden. Als we ons niet met de Heer God verenigen en toeschouwers blijven tot Hem, als we de tuin van de buurman blijven bewonderen, zouden we onbeduidend voor God worden door ons van Hem te verwijderen. Daarom moeten we ons met het Woord van de Heer verenigen en met de gerechtigheid van God in geloof.
 
 
Als we het geloof hebben in vereniging met het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis, zijn we de Christenen die verenigd zijn met de Heer
 
Het geloof in de gerechtigheid van God is om zich te verenigen met de Heer en het geloof te hebben om Zijn gerechtigheid te erkennen. Ieder aspect van ons leven zou verenigd moeten worden met de gerechtigheid van God. Dat is hoe we leven moeten. Als we ons niet met Zijn gerechtigheid verenigen, zullen we slaven worden van ons vlees en sterven, maar het moment waarop we ons met de gerechtigheid van God verenigen, zullen al onze zonden vergeven zijn. Slechts als we ons met ons hart met de gerechtigheid van de Heer verenigen, worden we God’s dienaren. Alle werken God’s zullen dan betrekking hebben op ons, en zo zullen Zijn werken en macht van ons worden. Als we ons echter niet met Hem verenigen, zullen we onbeduidend voor Zijn gerechtigheid blijven.
We zijn onvast en zwak in het vlees net zoals Paulus dat was, dus moeten we ons hart met de gerechtigheid van God verenigen. We moeten ons verenigen en geloven dat Jezus gedoopt was door Johannes en gekruisigd werd om ons van al onze zonden te redden. Dit is het soort geloof dat God plezier geeft en dat zegeningen over ons lichaam en ziel brengt. Als we met ons hart verenigd in geloof in de ondernemingen van de Heer geloven, zullen alle beloofde zegens van de Hemel van ons worden. Daarom moeten we verenigd zijn met Hem.
Als we aan de andere kant ons hart niet met de gerechtigheid van God verenigen, zullen we Hem niet dienen. Die Christenen die zich niet met hun hart met God’s gerechtigheid verenigen, houden meer van wereldlijke waarden dan van iets anders. Zij zijn niet anders dan de ongelovigen van de wereld. Zij zullen zich de waarde van God’s gerechtigheid slechts realiseren als hun bezittingen, die zij meer liefhebben dan hun eigen leven, van hun wordt afgenomen. Materiaal heeft niet de waarde of macht om controle over het leven van de mensen te hebben. Slechts de gerechtigheid van de Heer kan ons de vergeving van de zonden geven, het eeuwige leven en de zegeningen. Materiële dingen zijn onze levens niet waard. We moeten ons realiseren dat als we ons met de gerechtigheid van de Heer verenigen, wij, als ook onze buren, zullen leven.
Ons hart moet verenigd zijn in de gerechtigheid van de Heer. We moeten leven volgens geloof en ons hart met Christus verenigen. Geloof dat verenigd is met de gerechtigheid van Christus is prachtig. Wat Paulus uiteindelijk zegt in hoofdstuk 7 is dat we geestelijke levens zouden moeten leven in enigheid met de Heer.
Heeft u ooit iemand gezien die een dienaar van God werd zonder zijn hart met Zijn gerechtigheid te verenigen? Niemand! Heeft u ooit iemand gezien die het evangelie van het water en de Geest als de noodzakelijke voorwaarde erkent voor de vergeving van de zonden zonder verenigd te worden met de gerechtigheid van God? Niemand! Het maakt niet uit hoeveel we over de Bijbel weten, ons geloof zal nutteloos zijn tenzij we met God’s gerechtigheid verenigd zijn, en geloven in het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis, kunnen we van al onze zonden verlost worden.
Zelfs als we ooit de vergeving van de zonden ontvangen hebben en naar de kerk gaan, als we ons niet met Zijn gerechtigheid verenigen, zijn we zondaars die geen deel hebben in het plan van de Heer. Alhoewel we zeggen dat we in God geloven, zouden we van de Heer gescheiden worden als we niet met Zijn gerechtigheid verenigd waren. We moeten ons met de gerechtigheid van God verenigen als we getroost, geholpen en geleid worden door Christus.
Heeft u God’s gerechtigheid ontvangen en de vergeving van al uw zonden door in het evangelie van het water en de Geest te geloven? Dient u, net als Paulus dat deed, de wet van God met uw gedachten terwijl uw vlees de wet van de zonde iedere dag dient. We moeten verenigd worden met de gerechtigheid van God ten allen tijde. Wat zal er gebeuren als we ons niet met de gerechtigheid van God verenigen? We zullen ten onder gaan. Maar degenen die verenigd zijn met God’s gerechtigheid zullen levens leiden die verenigd zijn met de kerk van God.
Het geloof in de gerechtigheid van God betekent om verenigd te zijn met de kerk en de dienaren van God. We kunnen slechts blijven leven volgens geloof als wij ons ieder dag met Gods gerechtigheid hebben verenigd. Zij die van hun zonden vergeven zijn door in Zijn gerechtigheid te geloven moeten zich iedere dag met God’s kerk verenigen. Omdat het vlees altijd de wet van de zonde wilt dienen, moeten we altijd op God’s wet mediteren en leven volgens geloof. We kunnen ons verenigen met de Heer als we blijven mediteren en onze aandacht op de gerechtigheid van God vestigen.
Wij, die in de gerechtigheid van God geloven, moeten ons met de kerk en de dienaren van God op een dagelijkse basis verenigen. Om dit te doen moeten we ons altijd de gerechtigheid van God herinneren. We moeten iedere dag eraan denken en ons verenigen met God’s kerk. We moeten mediteren over het feit dat de Heer gedoopt werd om al onze zonden in onze plaats te dragen. Als we ons met dit geloof en de gerechtigheid van God verenigd zijn, zullen we vrede hebben met God, en u zult hernieuwd zijn, gezegend en gekrachtigd door Hem.
Verenig u met God’s gerechtigheid. U zult dan nieuwe kracht vinden. Verenig u nu met het doopsel van Jezus in de gerechtigheid van God. Uw zonden zullen allen weggenomen worden. Verenig u met uw hart met de dood van Christus aan het Kruis. U ook, zal met Hem sterven. Verenig u met Zijn herrijzenis. U ook zal weer leven. Kort gezegd, als u zich met Christus in uw hart verenigd, zult u sterven, herrijzen met Christus en dus verlost worden van al uw zonden.
Wat gebeurt er als we ons niet met Christus herenigen? U zult misschien verward zijn en vragen, “Waarom werd Jezus gedoopt? Het enigste verschil tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament is dat de eerste praat over het ‘opleggen van de handen’ en de laatste over het doopsel. Dus? Wat maakt het uit?” Een kennis-georienteerd of theoretisch geloof is niet een eigenlijk geloof, en het leidt de gelovigen uiteindelijk tot het weglopen van God.
Zij die in zulke dingen geloven zijn net als studenten die slechts de kennis van hun leraren accepteren. Als de student werkelijk zijn leraren respecteert, zou hij ook van hun nobele karakters leren, hun leiderschap, of hun grootse persoonlijkheid. We zouden niet het Woord van God als slechts een ander stukje kennis moeten accepteren, maar we zouden God’s persoonlijkheid moeten leren, Zijn liefde, genade en rechtvaardigheid met ons hart. We zouden afstand moeten doen van het idee om Zijn Woord te leren slechts als kennis, maar we moeten ons met Zijn gerechtigheid verenigen. De vereniging met de gerechtigheid van God leidt gelovigen naar het verwerven van het ware leven. Verenig u met de Heer! Een verenigd geloof is het ware geloof. Een theoretisch en kennis-georienteerd geloof is niet een verenigd geloof, maar een oppervlakkig.
“De genade van God”, zoals gezongen wordt in een liedje, “is een goddelijke oceaan, een grenzeloze en ondoorgrondelijke vloed.” Wanneer ons hart verenigd is met de gerechtigheid van God, zal er vrede zijn zo grenzeloos en feilloos als de genade van God die ons Zijn gerechtigheid heeft gegeven. Maar een theoretisch en kennis-georienteerd geloof dat niet verenigd is met God is als ondiep water. Als de zee ondiep is, schuimt het gemakkelijk, maar de wonderbaarlijke stroom van de blauwe golven, waar de oceaan erg diep is, is onbeschrijfelijk. In ondiep water, zullen de golven als ze de kust raken, breken, schuimen, en in een chaos ondergaan. Het geloof van degenen die niet verenigd zijn met God’s gerechtigheid is net als de golven in ondiep water.
Het hart van degenige die verenigd is met het Woord van God is diep, rond de Heer opgebouwd, standvast en onwankelbaar, in alle omstandigheden. Hun hart beweegt voorwaarts naar de wil van de Meest Hoge. Maar degene wiens hart niet verenigd is met Zijn gerechtigheid worden gemakkelijk omver geworpen, bij de geringste problemen.
We moeten ons geloof verenigen met de Heer. We moeten verenigd worden met het Woord van God. We moeten niet omver geworpen worden door triviale zaken. Degenen die verenigd zijn met de Heer zijn gedoopt met Christus, gestorven met Christus, en herrezen met Christus van de dood. Omdat we niet langer tot deze wereld behoren, moeten we ons met God’s gerechtigheid verenigen om Hem te plezieren, die ons heeft geaccepteerd als de dienaren van de gerechtigheid.
Als we ons met de gerechtigheid van God verenigen, zullen we met vrede zijn en gelukkig en vol kracht omdat de Heer’s kracht zullen van ons zijn. Met Zijn kracht en zegeningen die tot de onze gemaakt zijn, zullen wij met grote zegeningen leven. Als we verenigd zijn met het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis door geloof, zal al Zijn kracht van ons worden.
Verenig uw hart met de Heer. Als u zich met de Heer verenigt, zult u ook verenigd worden met de kerk van God. En zij die met God verenigd zijn, zullen met elkaar verenigd zijn, in vriendschap, Zijn werken en samen in hun geloof in Zijn Woord groeien.
Als we ons hart niet met Christus verenigen, zullen we echter alles verliezen. Zelfs als ons geloof zo klein als een mosterdzaadje is, heeft de Heer onze zonden voor eens en voor altijd reeds vergeven. We zouden iedere dag in deze waarheid verenigd moeten worden, ondanks onze zwakheid. Slechts een verenigd geloof zal uw leven leiden en dank geven aan God door Jezus Christus.
Als we ons met de gerechtigheid van de Heer verenigen, vinden we nieuwe kracht, en ons hart wordt standvast. Ons hart wordt gerechtigt als we ons met God’s Woord verenigen. Het is onmogelijk om de vastberadenheid te krijgen om de Heer te dienen door onze eigen gedachten te volgen. Als we ons met het doopsel van Jezus, Zijn Kruis en de herrijzenis verenigen, zal ons geloof groeien en vast op het Geschrift staan.
We moeten ons hart verenigen met de Heer. Slechts het geloof dat verenigd is met Hem is het ware geloof; het geloof dat niet met Hem verenigd is, is een vals geloof.
We danken God voordat Hij ons toestaat om ons geloof met de Heer te verenigen door ons het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis te geven. We moeten ons hart verenigen met Hem vanaf deze dag, tot de laatste dag, als wij de Heer weer zullen ontmoeten. Laten we ons met Hem verenigen.
We moeten ons hart met God verenigen omdat we zwak zijn voor Hem. Paulus werd ook verenigd met God en werd verlost van zijn zonden. Hij werd God’s waardevolle dienaar die het evangelie over de hele wereld preekte, door het evangelie van het water en de Geest die gegeven werd door Jezus Christus, de gerechtigheid van God, te kennen en erin te geloven. Omdat we zwak zijn, terwijl we de wet van God met onze gedachten dienen maar de wet van de zonde met ons vlees, kunnen we slechts leven door ons met de Heer te verenigen.
Heeft u nu het geloof geleerd dat u met de gerechtigheid van Jezus verenigd? Is uw geloof met het doopsel van Jezus verenigd? Nu is het tijd voor u om een verenigd geloof te hebben dat in het doopsel en het bloed van Jezus gelooft. Degene onder u wiens geloof niet verenigd is met God’s gerechtigheid hebben gefaald in hun geloof, in hun zaligheid en in hun leven.
Daarom is de gerechtigheid van de Heer het onvermijdelijke vereiste voor uw verlossing. Verenigd te zijn met de Heer is de zegen die ons allen naar de vergeving van de zonden leidt en om God’s kinderen te worden. Ontvang de gerechtigheid van God door uzelf te verenigen met en te geloven in Zijn gerechtigheid. De gerechtigheid van God zal dan van u worden, en God’s zegen zal altijd met u zijn.
 
 
Dank God voor Jezus Christus!
 
Paulus de Apostel zei dat hij God dankte door Jezus Christus onze Heer. Hij dankte voor de gerechtigheid van God die ontvangen wordt door geloof door Jezus Christus. Zelfs nadat Paulus in God’s gerechtigheid ging geloven, kon hij slechts God’s wet met zijn gedachten dienen en de wet van de zonde met zijn vlees. Maar sinds hij in God’s gerechtigheid geloofde met heel zijn hart, heeft zijn hart geen zonde.
Paulus biechtte dat hij reeds veroordeeld was door de Wet in Jezus Christus, en gered was van de zonde door het geloof vanwege God’s gerechtigheid. Hij zei ook dat degenen die de toorn van God tegenmoet gaan, en de straf van Zijn Wet, nog steeds in staat zouden zijn de vruchten van de zaligheid te dragen door in God’s gerechtigheid te geloven in hun hart. In het hart van de wedergeborene zijn wensen van de Heilige Geest als ook de wensen van het vlees. Maar een persoon die niet wedergeboren is heeft slechts de lusten van het vlees. Daarom verlangen zondaars slechts om te zondigen, en erger nog, door hun natuurlijke instinkten proberen ze hun zonden te verfraaien in de ogen van anderen.
De diakens en de ouderlingen die niet wedergeboren zijn zeggen gewoonlijk, “Ik wil deugdzaam leven, maar ik weet niet waarom het zo moeilijk is.” We moeten overleggen waarom zij er niets aan kunnen doen om zo te leven. Dit is omdat zij zondaars zijn die niet de zaligheid hebben ontvangen door in God’s gerechtigheid te geloven. In hun hart is zonde omdat de gerechtigheid van God niet gevonden kan worden in hun. Maar in het hart van de wedergeboren zijn zowel de gerechtigheid van God en de Heilige Geest aanwezig, maar geen zonde.
Toen Paulus zonde in zijn hart had, treurde hij, “Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Alhoewel Paulus meteen toevoegt, “Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere” (Romeinen 7:25). Dit betekent dat hij de zaligheid ontving van al zijn zonden door in Jezus Christus te geloven, die God’s gerechtigheid vervulde.
Wat Paulus probeerde te zeggen in hoofdstuk 7 is, dat hij voorheen, toen hij religieus was zonder wedergeboren te zijn, de rol van de Wet niet kon. Maar hij zei dat de Ene die hem verlost had van die ellendige staat, die veroorzaakt werd door de zonde, Jezus Christus was, die de gerechtigheid van God had volbracht. Wie gelooft dat Jezus Christus God’s gerechtigheid volbracht om ons van de zonden te verlossen, zal gered worden.
Zij die in God’s gerechtigheid geloven, dienen de wet van God met de gedachten maar dienen de wet van de zonde met het vlees. Hun vlees zal nog steeds naar de zonde neigen omdat het nog niet veranderd is, alhoewel zij wedergeboren zijn. Het vlees verlangt zonde, maar de gedachten die geloven in God’s gerechtigheid, zullen God’s gerechtigheid volgen. Aan de andere kant, zullen zij die nog niet de vergeving van de zonden ontvangen hebben, door zowel hun gedachten als ook hun vlees geleid worden om slechts zonde te begaan, omdat in de grondbeginselen van hun hart, zonde gevonden wordt. Maar zij die de gerechtigheid van God kennen en erin geloven, gehoorzamen Zijn gerechtigheid.
We danken God door Jezus Christus, want Christus heeft alle gerechtigheid van God volbracht. Dank de Heer voordat Hij ons Zijn gerechtigheid heeft gegeven en ons geleid heeft om hierin te geloven.