The New Life Mission

Preken

Onderwerp 10: Openbaring (commentaren over Openbaring)

[Hoofdstuk 22-1] (Openbaring 22:1-21) De Nieuwe Hemel en Aarde, waar het levenswater stroomt

(Openbaring 22:1-21)
“En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams. In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen. En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen; En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn. En aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid. En hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.” Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart. En ik, Johannes, ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neder om aan te bidden voor de voeten des engels, die mij deze dingen toonde. En hij zeide tot mij: Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God. En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden der profetie dezes boeks niet; want de tijd is nabij. Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde. En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad. Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet. Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster. En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet. Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is. Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.”
 
  
Exegese
 
Vers 1: En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams.
Hier staat geschreven dat Johannes een “zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal” te zien heeft gekregen. Het woord water staat hier synoniem voor het leven. Deze vers vertelt ons dat het water van het leven in de Nieuwe Hemel en Aarde stroomt waar de heiligen eeuwig zullen leven. Stromend vanaf de troon van het Lam zal de rivier van het levenswater het Hemelse Koninkrijk bevochtigen en zal het alles vernieuwen. In de zin “de troon van het Lam” verwijst “het Lam” naar Jezus Christus die de mensheid hier op aarde verlost heeft met het evangelie van het water en de Geest.
Het levenswater stroomt in de Nieuwe Hemel en Aarde die God Zijn heiligen geschonken heeft. En omdat deze tuin net zo helder en schoon is als een prachtig waterverfschilderij, kan het slechts omschreven worden als fantastisch. Het levenswater dat God ons gegeven heeft, is niet zomaar een gewone rivier, maar het is het water dat leven schenkt aan alles wat er leeft. Zo komt het dat het leven bloeit in alles wat in contact komt met deze levensrivier. De heiligen die aan de oevers van deze levensrivier wonen, zullen van dit water drinken en kunnen genieten van het eeuwige leven.
De rivier van het levenswater stroomt van de troon van God en van het Lam. Omdat zij van Hem het geschenk van het leven hebben gekregen, kunnen de heiligen de gratie van God en het Lam slechts loven in het nieuwe Hemelse Koninkrijk. Ik ben dankbaar dat alle gratie van dit nieuwe leven uit de troon van de Heer vloeit.
 
Vers 2: In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen.
Het vertoon van Gods wonderlijke zegens voor Zijn heiligen in de Hemel stopt niet want het Woord vertelt ons hier dat de Heer ons de boom des levens zal schenken. Deze boom groeit op de oevers van de rivier en wij mogen van de vruchten ervan eten. De levensboom draagt twaalf verschillende soorten vruchten die iedere maand vruchten draagt en de kracht van nieuw leven brengt. Er wordt ook gezegd dat de bladeren van de boom dienen om de heidenen te genezen.
Omdat Gods genade voor Zijn heiligen zo groot en dankbaar is, kunnen we niets anders dan Hem en God de Vader te loven. Hetgeen de heiligen nu niet moeten proberen te doen, is iets waardevols voor Hem proberen te doen uit zichzelf, maar ze moeten eerder – en alleen – de Heer prijzen met hun dankbare harten omdat Hij hen de Nieuwe Hemel en Aarde en een nieuw leven heeft gegeven. Ik prijs de Heer dat hij de harten van de heiligen slechts het volgende laat schreeuwen: “Dank U, Heer! Halleluja!”
 
Vers 3: En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen.
God heeft aan de heiligen die in het Hemelse Koninkrijk leven de zegen gegeven om eeuwig vloeken weg te werken. Dat de troon van God en het Lam temidden de heiligen staat, toont ons dat de heiligen die in het Hemelse Koninkrijk leven het Lam in de kern van hun hart dragen. Daarom stroomt het hart van de heiligen steeds over met schoonheid en waarheid, en is hun leven gevuld met vreugde.
Uit de zin “Zijn dienstknechten zullen Hem dienen” leren we dat de heiligen die in het Hemelse Koninkrijk gekleed gaan in glorie doordat ze de Heer van dichtbij dienen. Het Hemelse Koninkrijk waar onze Heer woont, is het mooiste en het meest geweldige Koninkrijk.
Zo kunnen Zijn dienaren die Hem van dichtbij dienen ook van heel dichtbij van Gods glorie genieten. Dit vertelt ons dat er ook in het Hemelse Koninkrijk dienaren van God zullen zijn. Het woord ‘dienaar’ straalt nederigheid uit, maar de dienaren die onze schitterende God van dichtbij kunnen dienen, zijn de meest gezegenden in het Hemelse Koninkrijk want zij gaan immers gekleed in zo’n onbeschrijfelijk geweldige pracht. Zij die Gods dienaren geworden zijn in het Hemelse Koninkrijk en op deze aarde, zijn degenen die gekleed gaan in alle Hemelse glorie en die het gelukkigst van al zijn.
 
Vers 4: Zij zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.
Aan wie behoren alle heiligen en dienaren van de Heer? Zij behoren tot de Heer. Zij zijn het volk van de Heer en de kinderen van God. Bij hen die de Heer dienen in het Hemelse Koninkrijk staat de naam van de Heer op het voorhoofd geschreven. Omdat zij van Hem zijn, zal de Heer hen altijd beschermen en zegenen. Het feit dat de heiligen van Hem zijn, wilt zeggen dat zij nu gekleed gaan in één van de gelukkigste en geweldigste pracht. Degenen die zich schamen van de Heer te zijn en dienaar van Hem, zijn blind voor Zijn grootsheid en zullen nooit burgers van de Hemel worden.
De naam van de Heer is op de voorhoofden van de heiligen, die in de Hemel wonen, geschreven. Dit is een zegen die geschonken is door de Heer. Vanaf nu zijn de heiligen van Hem. Zelfs Satan kan Gods heiligen nu geen kwaad meer doen. De heiligen en de Heer zullen eeuwig leven in de pracht van de Hemel. De heiligen zullen het glorieuze gezicht van de Heer dagelijks mogen aanschouwen wat betekent dat zij voor eeuwig en altijd in Zijn liefde en wonderlijke zegeningen zullen mogen leven.
Er is nog één ding dat de heiligen moeten weten: Samen met de Heer Jezus zal ook God de Vader en de Heilige Geest bij hun zijn als hun familie. We mogen niet vergeten dat God de Vader, Zijn Zoon Jezus, de Heilige Geest, de heiligen, de engelen en alle dingen als één familie en in perfecte vrede zullen samenleven in het Hemelse Koninkrijk. I loof de Heer dat Hij ons tot de Zijnen heeft gemaakt.
 
Vers 5: Aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid.
De Bijbel vertelt ons hier dat de heiligen met de Heer zullen regeren over de Nieuwe Hemel en Aarde. Zij die Zijn heiligen zijn geworden door te geloven in het evangelie van het water en de Geest hebben de verlossing gekregen die hen in de Hemel laat regeren met de Heer en voor eeuwig in Zijn rijkdom, grootsheid en onder Zijn gezag laat leven. Opnieuw staan we versteld van dit evangelie, want wat een wonderlijk krachtig en zegenend evangelie hebben wij toch!
Ik dank onze Drie-eenheid God voor al deze zegeningen en glorie. De heiligen die op deze aarde in het evangelie van het water en de Geest geloofden, zullen over het Hemelse Koninkrijk regeren. Hoe wonderbaarlijk is deze zegen wel niet! We kunnen onze Heer slechts danken. Het is slechts een voorrecht en juist dat ze God zo moeten loven.
In de Nieuwe Hemel en Aarde, waar de heiligen wonen, is er geen behoefte aan lampen, gloeilampen of de zon. Waarom? Omdat God in hoogsteigen persoon het licht van de Nieuwe Hemel en Aarde is geworden en het er nooit meer nacht zal zijn. God laat zijn heiligen daar voor eeuwig en altijd regeren als Zijn kinderen. Deze zegen herinnert ons er nogmaals aan hoe groot de gave is die we van de Heer gekregen hebben.
Wij, de heiligen, moeten beseffen hoe geweldig de zegens van de Hemel zijn die we na onze verlossing gekregen hebben. De goedheid die de heiligen van de Heer gekregen hebben, reikt hoger en is veel groter dan de lucht. De heiligen mogen deze zegen niet aan hun voorbij laten gaan. Het enige dat zij kunnen doen, is de Heer eeuwig dankbaar zijn voor Zijn grootsheid, glorie en voor de zegens die Hij hen gaf. Zij zullen voor eeuwig in rijkdom en schoonheid leven. Amen! Hallelujah! Ik dank onze God!
 
Vers 6: En hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.
“Deze woorden zijn getrouw en waar.” De Heer zal zeker al Zijn beloftes vervullen die Hij in het boek van de Openbaring aan Zijn heiligen heeft beloofd. Daarom heeft onze Heer alles vooraf aan Zijn heiligen verteld door gebruik te maken van de Heilige Geest en Gods dienaren. Wat is het meest gezegende Woord in het Boek van de Openbaring? Er staan verscheidene gezegende Woorden in de Openbaring, maar de meest gezegende Woorden zijn toch wel dat God de heiligen toelaat met de Heer te regeren in de Nieuwe Hemel en Aarde, en er met gezag en gelukzaligheid te leven.
Omdat God dit werk weldra zal voltooien, mogen de heiligen hun geloof niet laten vervallen of zich laten vangen door de wanhoop. De heiligen moeten met hun geloof en hoop alle beproevingen en verdrukkingen overwinnen. Onze Heer zal niet nalaten al de profetieën en beloften die Hij aan de heiligen en aan Gods Kerk maakte, te vervullen. Onze Heer stuurde Zijn dienaren naar deze aarde en liet hen de Woorden van profetie preken, opdat Zijn heiligen en de Kerk al deze zegens zouden kennen.
 
Vers 7: Zie, Ik kom haastiglijk! Zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart.
Omdat de Woorden van profetie uit het Boek der Openbaringen ons vertellen over het toekomstige martelaarschap van de heiligen, weten we dat er een tijd zal aanbreken waarin de heiligen vervolgd zullen worden door de Antichrist en dat zij hun geloof moeten verdedigen tot de dood erop volgt. De heiligen moeten hun martelaarschap aanvaarden omdat het Gods wil is. Dan pas zullen zij deelnemen aan de herrijzenis en opname, duizend jaar in Christus’ Rijk regeren en voor eeuwig en altijd in de Nieuwe Hemel en Aarde leven. Daarom moeten de heiligen vertrouwen op Gods Woord dat onze Heer hen toesprak en moeten zij ook hun geloof behouden. De meest gezegenden van de eindtijd zijn zij die in het Woord van onze Heer geloven en naar het geloof leven.
God heeft Zijn heiligen verteld dat Hij snel zal komen. De Heer zal nu zonder uitstel tot ons komen. Om al Gods zegens die voortvloeien uit het Woord van het water en de Geest – het Woord dat de heiligen van hun zonden zal verlossen – te volbrengen, zal onze Heer snel naar deze aarde komen.
Na de redding moeten de heiligen vasthouden aan het Woord van Gods zegens die hen beloofd zijn, en ze moeten hun geloof houden. Als hun hart ooit het geloof in het Woord van de Heer zou verliezen, dan zouden ze alles verliezen. Daarom moeten zij hun geloof in het Woord van de Heer verdedigen. Met andere woorden: God vertelt de heiligen te blijven geloven in de Heer.
 
Vers 8: En ik, Johannes, ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neder om aan te bidden voor de voeten des engels, die mij deze dingen toonde.
Gods Woord van profetie wordt verspreid door de profeten en de heiligen. We moeten God loven omdat Hij doet zoals Hij gezegd heeft, en we moeten slechts Hem aanbidden. Soms proberen mensen zichzelf zo hoog te verheffen als God om zich als dusdanig te kunnen laten behandelen. Zij doen dit omdat zij oplichters of valse profeten zijn. Slechts God is het waard om alle lof, aanbidding, heerlijkheid en dienstbaarheid te krijgen.
 
Vers 9: En hij zeide tot mij: Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God.
Wat moeten we doen opdat we Gods ware profeten kunnen worden? In de eerste plaats moeten we geloven in het mysterie van het evangelie van het water en de Geest dat onze Heer ons gegeven heeft. Dan zullen we Gods volk worden, de heiligen, en broeders en zusters van elkaar. Slechts als dit heeft plaatsgevonden kan God hen Zijn werken opdragen. Zij die de dienaren van de Heer zijn geworden, moeten ook in Zijn Woord geloven en er met hun geloof aan vasthouden. Dit zijn de mensen die alle heerlijkheid aan God geven in plaats van het voor zichzelf te houden. Onze Heer is het waard alle aanbidding en heerlijkheid te krijgen van iedereen in deze wereld. Hallelujah!
 
Vers 10: En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden der profetie dezes boeks niet; want de tijd is nabij.
Het Woord van belofte dat in de Openbaring geschreven staat, mag niet verborgen worden gehouden. Omdat het weldra vervuld zal worden, moeten we het tot iedereen getuigen. Amen! Laten we allen geloven in het Woord van de profetie uit het Boek van de Openbaring en laten we het preken.
 
Vers 11: Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.
Als de dag nadert dat de Heer terugkeert, zal Hij degenen die de zonden opzoeken, verder laten zondigen, degenen die heilig zijn, verder heilig laten zijn en zij die smerig zijn, smerig laten zijn. Wanneer de eindtijd is gekomen, zullen degenen wiens hart zondeloos geworden is door te geloven in het evangelie van de Heer van het water en de Geest, nog steeds het evangelie dienen op deze aarde. Zij die de heiligheid hebben bewaard die ze gekregen hebben van de Heer en die hun levens leiden op een gelovige manier, zullen dit blijven doen. Onze Heer adviseert ons het geloof dat we nu hebben, te houden.
 
Vers 12: En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.
Met andere woorden: onze Heer zal weldra komen. Hij zal het Aardse Paradijs en de Nieuwe Hemel en Aarde aan de heiligen geven omdat zij zo hard gewerkt hebben om het evangelie van het water en de Geest te verspreiden. Hij wil ze belonen voor al hun opofferingen. Wanneer de heiligen in het Woord van de profetie uit de Openbaring geloven, zullen zij hun geloof tot het bittere eind kunnen verdedigen omdat zij hun hoop op de Heer hebben gevestigd. We moeten ons ervan bewust zijn dat de Heer het werk van de heiligen zal belonen met nog grotere zegens, want onze Heer is glorieus en barmhartig.
 
Vers 13: Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.
Onze Heer is het begin- en eindpunt van alles. Hij is onze Redder en God Zelf, die ons de voltooiing van de zaligheid zal brengen die Hij ons slechts kan geven. De geschiedenis van het hele universum, de geschiedenis van zowel de Hemel en de aarde, begon door de Heer en zal door hem beëindigd worden.
 
Vers 14: Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.
Omdat alles wat de Heer ons verteld heeft leven is, geloven de heiligen in Zijn Woord en zullen ze het preken en verdedigen. Dit doen ze omdat het Woord dat onze Heer gesproken heeft tot Zijn heiligen en alle dingen in het universum, waar is. Dit is de reden waarom de heiligen en Gods dienaren het Woord van de Heer steeds in gedachten houden. Ze verdedigen hun geloof door nóg sterker in Gods Woord te geloven opdat ze het recht zullen verwerven om van de vruchten te eten van de levensboom die in de Nieuwe Hemel en Aarde groeit.
De heiligen die zondeloos zijn door te geloven in het evangelie van de Heer van het water en de Geest, zullen hun geloof proberen te verdedigen want zij hebben het recht te eten van het fruit van de levensboom in de Hemel.
 
Vers 15: Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.
Degenen die in de bovenstaande passage vermeld worden, zijn zij die niet geloven in het evangelie van het water en de Geest en dus zullen ze ook niet wedergeboren worden in de eindtijd. De Antichrist en zijn volgelingen misleiden mensen met tekenen en wonders. Zij hebben hen keer op keer misleid door valselijk te beweren dat de Antichrist de Verlosser is. Zij hebben mensen de vernieling in geholpen door ze het beeld van de Antichrist te laten aanbidden. Onze Heer houdt dit soort mensen buiten de poorten van de Heilige Stad zodat ze nooit de Nieuwe Hemel en Aarde zouden kunnen betreden. De Stad van de Heer opent zijn poorten slechts voor de heiligen die hun geloof in het evangelie van het water en de Geest hebben verdedigd.
 
Vers 16: Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.
Omwille van Gods Kerk en de heiligen heeft onze Heer ons Gods dienaren gestuurd en Hij heeft hen opgedragen te getuigen over alles dat nog te gebeuren staat. De Ene die hun deze dingen liet getuigen, is Jezus Christus, God Zelf die de Verlosser van de heiligen is geworden.
 
Vers 17: En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.
Onze Heer heeft alle mensen van deze aarde die hevig verlangen naar Gods rechtvaardigheid, uitgenodigd tot het Woord van het levenswater. Iedereen die verlangt en smacht naar Gods rechtvaardigheid, heeft de zegen gekregen om tot de Heer te komen, in het evangelie van het water en de Geest te geloven dat we van Hem kregen en daarbij van het levenswater te drinken. Daarom zegt onze Heer tegen iedereen tot Jezus Christus te komen. Iedereen kan de waarheid van het evangelie van het water en de Geest gratis krijgen. Maar het levenswater is niet bestemd voor diegenen die dit verlangen niet hebben. Als u ernaar verlangt, kunt ook u van het levenswater van de Heer drinken door te geloven in het evangelie van het water en de Geest.
 
Vers 18: Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.
Het Geschrift is het Woord van God. En als we in dit Woord geloven, kunnen we er niets aan toevoegen of uit weglaten. Deze vers vertelt ons dat niemand erin kan geloven door dingen te te voegen of weg te laten, of door de geschreven waarheid te schrappen omdat het Woord van het Geschrift Gods Woord is. Daarom moeten voorzichtig zijn. Ieder Woord dat God heeft gezegd is belangrijk; niets mag weggelaten worden als zijnde onbelangrijk.
Toch zijn er nog steeds mensen die het evangelie van het Water en de Geest van de Heer blijven negeren. Dit is de reden waarom ze nog moeten worden verlost van hun zonden, ze zondaars blijven en nog steeds hun eigen vernietiging aangaan, ook al beweren ze in Jezus als hun Verlosser te geloven. Om de zondaars te verlossen van hun zonden, heeft onze Heer Zijn water en bloed vergoten (1 Johannes 5:4-5, Johannes 3:3-7). En toch zijn er nog altijd veel mensen die slechts belang hechten aan Jezus’ bloed dat vergoten werd aan het Kruis. Daarom zijn hun zonden nog niet verlost en zullen zij alle plagen moeten aanschouwen die in het Boek der Openbaring geschreven staan.
Zij die beweren dat ze in Jezus geloven, maar toch de waarheid blijven negeren dat Christus alle zonden van de wereld op zich nam door zich te laten dopen van Johannes, zullen de gruwelijke straf van de hel over zich krijgen. Waarom? Omdat zij niet geloven in het evangelie van het water en de Geest dat ze van de Heer gekregen hebben, en omdat zij daardoor nog niet wedergeboren zijn. Iedereen die het evangelie van het water en de Geest van de Heer negeert, zal in het meer van vuur geworpen worden, eeuwig blijven branden en lijden. Er komt zeker een dag waar al deze mensen berouw zullen hebben.
 
Vers 19: indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.
Is er iemand onder ons die het Woord van de waarheid, dat zegt dat Jezus alle zonden van de mensheid op Zich nam door gedoopt te worden van Johannes en dat Hij alle zonden heeft gereinigd door gekruisigd te worden, weglaat uit het Christelijk geloof? Zo ja, dan zullen zij zeker alle rechten verliezen om Gods Heilige Stad te mogen betreden want zij geloven immers niet dat Hij door Johannes’ doopsel alle zonden in één keer op Zich nam. Uiteindelijk begaan zij de zonde het evangelie van het water en de Geest dat gegeven is door de Heer te negeren.
Daarom is het belangrijk dat Christenen in hun hart geloven dat Jezus alle zonden van de mensheid op Zich nam met Zijn doopsel dat Hij van Johannes ontving. Als ze dit niet doen, zullen zij geen van allen deel uitmaken van Gods glorie door de Heilige Stad binnen te gaan. Indien u gelooft dat Jezus uw Verlosser is, moet gereinigd worden van al uw zonden door met uw hele hart te geloven dat Jezus naar deze aarde kwam, van Johannes gedoopt werd in de Jordaan om volledig de hele mensheid van de zonden van de wereld te verlossen en dat Hij daarbij alle zonden die door de mensheid begaan zijn, gereinigd heeft door ze op Zich te nemen. De bron waar u van al uw smerigheid gereinigd kunt worden, is het doopsel dan onze Heer ontvangen heeft. Door aldus onze zonden van de wereld op Zich te nemen, vergoot onze Heer Zijn bloed en stierf aan het Kruis om de bezoldiging van al onze zonden met Zijn eigen dood te betalen.
Het doopsel dat Jezus van Johannes ontving is het bevestigend bewijs van onze zaligheid van de zonden. In 1 Petrus 3:21 staat het volgende geschreven: “Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus.” We moeten beseffen dat Jezus de zonden van de wereld met Zich heeft meegenomen naar het Kruis en daar Zijn bloed vergoten heeft zodat Hij met Zijn dood om namens ons voor alle zonden van de wereld te betalen met Zijn eigen dood.
Daarom waarschuwt God in vers 19 de hele mensheid nogmaals. We moeten in het Woord van het evangelie van het water en de Geest geloven zoals het geschreven staat, zonder er dingen aan toe te voegen of uit weg te laten.
 
Vers 20: Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!
Onze Heer zal gauw terugkeren naar deze wereld. En de heiligen die verlost zijn van hun zonden en die gekleed gaan in Hemelse glorie door in de Heer te geloven, wachten werkelijk op de tweede komst van de Heer. Omdat degenen die in het evangelie van het water en de Geest geloven, allen bereid zijn om de Heer te ontmoeten, wachten ze op de komst van de Heer en op de beloofde zegens. De heiligen hopen hartstochtelijk, met geloof en dankbaarheid, op de tweede komst van de Heer.
 
Vers 21: De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
De Apostel Johannes besluit het Boek der Openbaring met een zegenend gebed opdat de genade van onze Heer Jezus Christus bij degenen zou zijn die ernaar verlangen Gods Heilige Stad te betreden. Laat ook ons de heiligen worden die door onwankelbaar geloof Jezus Christus’ Heilige Stad mogen binnengaan.