The New Life Mission

Preken

Onderwerp 10: Openbaring (commentaren over Openbaring)

[Hoofdstuk 22-2] (Openbaring 22:1-21) Wees blij and sterk in de hoop van de gelukzaligheid

(Openbaring 22:1-21)
 
De hoop op de Hemel wordt ons getoond in Openbaring 22:6-21. In hoofdstuk 22, het slothoofdstuk van het Boek der Openbaring, wordt de getrouwheid van de profetieën en Gods uitnodiging voor het Nieuwe Jeruzalem van de Geschriften besproken. Dit hoofdstuk vertelt ons dat het Nieuwe Jeruzalem Gods gave is aan de heiligen die werden wedergeboren door te geloven in het evangelie van het water en de Geest.
God liet de wedergeboren heiligen Hem loven in het Huis van God. Hiervoor ben ik de Heer zeer dankbaar. Woorden zijn ontoereikend als we willen tonen hoe dankbaar we zijn dat wij de heiligen mogen zijn wiens zonden allemaal vergeven zijn voor de Heer door te geloven in het evangelie van het water en de Geest. Wie zou er ooit een grotere zegen toebedeeld krijgen dan wij op deze aarde? Niemand!
De hoofdpassage van vandaag is het laatste hoofdstuk van de Openbaring. In het Boek van Genesis zien we God de plannen maken voor de mensheid en in het Boek van de Openbaring zien we Hem deze plannen vervullen. Het Woord der Openbaring kan omschreven worden als een vernietigend proces voor deze wereld zodat alle werken van God voor de mensheid volgens Zijn plannen uitgevoerd kunnen worden. We kunnen reeds vooraf het Hemelse Koninkrijk zien zoals God het heeft geopenbaard.
 
 
De vorm van Gods Stad en de tuin
 
In hoofdstuk 21 wordt er gesproken over Gods Stad. Verzen 17-21 zeggen ons het volgende: “En hij mat haar muur op honderd vier en veertig ellen, naar de maat eens mensen, welke des engels was. En het gebouw van haar muur Jaspis; en de stad was zuiver goud, zijnde zuiver glas gelijk. En de fondamenten van den muur der stad waren met allerlei kostelijk gesteente versierd. Het eerste fondament was Jaspis, het tweede Saffier, het derde Chalcedon, het vierde Smaragd. Het vijfde Sardonix, het zesde Sardius, het zevende Chrysoliet, het achtste Beryl, het negende Topaas, het tiende Chrysopraas, het elfde Hyacinth, het twaalfde Amethyst. En de twaalf poorten waren twaalf paarlen, een iedere poort was elk uit een paarl; en de straat der stad was zuiver goud; gelijk doorluchtig glas.”
Dit Woord van Openbaring omschrijft het Nieuwe Jeruzalem dat God zal geven aan Zijn wedergeboren volk. Men zegt dat deze Hemelse Stad Jeruzalem gebouwd is met twaalf verschillende soorten edelstenen, met twaalf poorten gemaakt van parels.
Hoofdstuk 22 vertelt dan over de natuur die in de tuin van de Stad van Jerusalem gevonden kan worden. In vers 1 staat: “En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams.” In Gods Stad stroomt een kristallen rivier door de tuin, net zoals God in het begin vier rivieren heeft laten stromen in de Hof van Eden. God vertelt ons dat dit de tuin is waar de rechtvaardigen in de toekomst van zullen genieten.
In de sleutelpassage wordt ons ook verteld dat de levensboom in deze tuin staat, dat deze boom twaalf verschillende vruchten draagt, elke maand vruchten voortbrengt en dat de bladeren heidenen kan genezen. Het schijnt dat de Hemelse natuur van dien aard is dat niet alleen de vruchten, maar ook de bladeren gegeten kunnen worden omwille van hun geneeskrachtige eigenschappen.
 
 
De zegens die de rechtvaardigen te beurt vallen!
 
Volgens de Bijbel zal er in Gods Stad “geen vervloeking meer zijn, enkel de troon van God en het Lam zal er zijn, en Zijn dienaren zullen Hem dienen. Zij zullen Zijn aangezicht zien en Zijn naam zal op hun voorhoofden geschreven staan.” Dit betekent dat degenen onder ons die vergeven zijn van onze zonden, voor eeuwig met God onze Verlosser zullen regeren.
Degenen waarvan de zonden zijn uitgewist doordat ze op deze aarde in het evangelie van het water en de Geest geloven, zullen niet alleen gezegend worden met het verdwijnen van al hun zonden, zij zullen ook Gods kinderen worden, vele engelen hebben die hun in Gods Koninkrijk dienen en zij zullen voor eeuwig met de Heer heersen. De passage vertelt ons dat de rechtvaardigen eeuwige zegens zullen ontvangen van God. Zo zullen zij langs de rivier van het leven kunnen staan en de levensvruchten eten opdat ze nooit meer ziek zullen worden.
Er wordt ook gezegd dat ze het licht van deze aarde of van de zon niet meer nodig zullen hebben want in Gods glorieuze Koninkrijk zullen ze voor altijd samenleven met God die Zelf het licht is. Gods kinderen die de verlossing van hun zonden hebben gekregen door te geloven in het evangelie van het water en de Geest, zullen met andere woorden als God leven. Dit is de zegen die de rechtvaardigen zullen krijgen.
De Apostel Johannes, één van Jezus’ twaalf discipelen die het Boek der Openbaring geschreven heeft, schreef ook het Evangelie van Johannes en de drie Epistels van het Nieuwe Testament: de Eerste, Tweede en Derde brief van Johannes. Omdat hij weigerde de Romeinse keizer als een god te erkennen, werd hij naar het Eiland Patmos verbannen. Tijdens deze ballingschap stuurde God Zijn engel naar Johannes en toonde hem wat er zou gebeuren met deze aarde. God openbaarde aan Johannes de vernietiging van de wereld en de plek waar de heiligen uiteindelijk zullen gaan leven.
Moesten we het Boek van Genesis omschrijven als de blauwdruk van de schepping, dan zouden we het Boek van de Openbaring als de voltooiing ervan kunnen zien. 4000 jaar lang heeft onze Heer de mensheid gezegd dat Hij alle zonden zou laten verdwijnen door Jezus Christus. En in de tijd van het Nieuwe Testament heeft Hij Zijn beloftes volbracht. Hij heeft Jezus de Verlosser naar de aarde gezonden, Hij heeft Jezus laten dopen door Johannes en Hij heeft de zonden der wereld laten verdwijnen door het bloed van Christus aan het Kruis.
Toen de mensheid viel voor de misleiding van de Duivel en omwille van de zonde gevangen zat in haar vernietiging, beloofde onze Heer dat Hij de mensheid zou verlossen van haar zonden. Hij heeft toen Jezus Christus gezonden en Hij heeft Hem laten dopen en bloeden. Hierdoor heeft Hij alle zonden van de mensheid op een perfecte manier laten verdwijnen.
Door het Woord van Openbaring heeft God in detail laten optekenen welke gelukzaligheid op degenen wacht die de verlossing van hun zonden hebben ontvangen, en welk oordeel daarentegen wacht op de zondaars. Met andere woorden, God vertelt ons dat er velen in de hel terecht zullen komen, ook al hebben ze beweren ze dat ze getrouw in Hem geloven (Matteüs 7:21-23).
Onze Heer heeft de zondaars verlost van hun zonden, en Hij heeft ons opgedragen het Woord van de zegens die Hij voorzien heeft voor de rechtvaardigen, niet te verzegelen.
 
 
Wie zijn de ongerechten en de vuilen?
 
In vers 11staat: “Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.” Wie zijn hier de “ongerechten”? Het is niemand minder dan degenen die niet in de liefde van het evangelie van het water en de Geest geloven dat gegeven is door de Heer. Omdat mensen altijd zondigen, moeten ze geloven in het evangelie van het water en de Geest dat de Heer hen gegeven heeft en daarbij moeten ze hun levens leiden door God te verheerlijken. Omdat slechts God de Ene is die de heerlijkheid van de mensheid kan ontvangen en omdat slechts Hij de Ene is die ons gekleed heeft in Zijn genade van de zaligheid, moeten we allen een leven leiden dat alle heerlijkheid aan God geeft. Zij die God niet gehoorzamen, zijn vuil omdat ze niet altijd in Zijn Woord geloven.
In Matteüs 7:23 zei onze Heer aan de zogenaamde religieuzen die Hem alleen maar naar eigen zeggen geloven: “Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!” Onze Heer noemde hen “gij die de ongerechtigheid werkt.” Hij berispte hen omdat deze mensen slechts in Jezus geloven door hun daden, in plaats van met heel hun hart te geloven in het evangelie van het water en de Geest. Ongerechtigheid is een zonde, net zoals niet met zijn hart in Gods Woord te geloven. Wanneer mensen ongerechtig zijn in de ogen van God betekent dit dat zij niet geloven in de liefde en de zaligheid van het water en de Geest die God hun gegeven heeft. Ongerechtigheid is niets minder dan Gods Woord aanpassen aan de eigen wil en er slechts willekeurig in geloven hoe het hen uitkomt.
Zij die werkelijk in Jezus geloven, moeten accepteren wat God voor hen voorzien heeft. Wij geloven in Jezus, maar dit staat ons op geen enkele manier toe om Gods plan en de vervulling van Zijn zaligheid te veranderen. De boodschap uit de hoofdpassage is dat God het eeuwige leven zal schenken aan degenen die in Zijn verlossing geloven zoals het is, maar dat Hij degenen die Gods wetten naar eigen goeddunken veranderen, naar de hel zal sturen.
“Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe.” Dit vertelt ons dat mensen zo koppig zijn dat ze niet geloven in Gods zaligheid. Zij zijn de ongerechten. En daarom zijn de zondaars altijd onjuist.
De passage gaat als volgt verder: “die vuil is, dat hij nog vuil worde.” Dit verwijst naar de mensen die niet van plan zijn om hun zonden met geloof weg te wassen alhoewel ze zondaars zijn, en Jezus hun zonden heeft laten verdwijnen met het water en de Geest. Aldus zal God deze ongelovigen met rust laten en hun achteraf veroordelen. Door de mensen een geweten te geven, heeft God het de mensen mogelijk gemaakt om zonden in hun hart te herkennen. En toch zijn zij nog steeds niet van plan om hun harten te reinigen van zonden, of om het evangelie van het water en de Geest te leren kennen. God zegt dat Hij deze mensen zal laten voor wat ze zijn.
In Spreuken 30:12 staat: “Een geslacht, dat rein in zijn ogen is, en van zijn drek niet gewassen is.” De religieuze Christenen van tegenwoordig zijn het soort mensen die niet van hun zonden gereinigd willen worden. Jezus, die God Zelf is, kwam echter naar deze aarde om de zondaars te verlossen, alle zonden weg te wassen door ze in een keer op Zich te nemen met Zijn doopsel, werd in een keer voor al deze zonden veroordeeld door gekruisigd te worden en heeft daarmee inderdaad degenen onder ons die geloven, van de zonden verlost.
Iedereen die het Woord van het evangelie van het water en de Geest waarmee Jezus de zondaars heeft verlost, kent en erin gelooft, heeft de toestemming van God om vergeven te worden, ongeacht welk type zondaar hij/zij wel niet is. Toch zijn er nog mensen die deze verlossing van de zonden door het geloof nog steeds niet hebben ontvangen. Dit zijn de mensen die niet eens proberen hun zonden weg te laten wassen. God laat hun zijn zoals ze zijn.
Dit is zodat God zijn rechtvaardigheid kan laten gelden. Dit is om te tonen dat God de God van de gerechtigheid is. Deze mensen zullen in het eeuwige vuur van zwavel geworpen worden. Dan pas zullen zij beseffen wie de echte God van de gerechtigheid is. Alhoewel ze Jezus als hun Verlosser belijden, misleiden ze niet alleen hun eigen geweten, maar bevuilen ze ook dat van anderen. God zal ze straffen in overeenstemming met wat ze gedaan hebben omdat zij het evangelie van het water en de Geest hebben verworpen. Op een dag zal God zijn woede tonen aan degenen die Zijn woede verdienen.
 
 
Geef aan iedereen volgens Zijn werk
 
Er zijn twee soorten mensen op deze aarde: zij die de Heer ontmoet hebben, en zij die dat niet hebben. Onze Heer zal iedereen vergoeden naar zijn/haar werk.
Niemand kan in zijn/haar eentje gerechtvaardigd worden maar de rechtvaardiging gaat uit van Jezus. Hij nam door het doopsel alle zonden van de mensheid in één keer op Zich, droeg de zonden der wereld naar het Kruis en aanschouwde de veroordeling die de mensheid aanschouwd zou moeten hebben. Door in deze waarheid te geloven zal de mensheid rechtschapen kunnen worden. Zij die hierin geloven zijn degenen die de Heer reeds hebben ontmoet.
God vraagt degenen die zondeloos zijn en die deze waarheid kennen en erin geloven het evangelie op deze aarde te preken en Zijn heilig Woord te bewaren zolang ze leven. God zegt: “Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe.” We moeten dit gebod in ons hart dragen, ons heilige geloof verdedigen en steeds het volmaakte evangelie preken. Waarom? Omdat te veel mensen in deze wereld niets weten van dit ware evangelie, met als resultaat dat hun geloof totaal verkeerd is.
Er zijn mensen op deze aarde die onvoorwaardelijk de leer van de geleidelijke heiliging verdedigen. Hoewel onze Heer reeds alle zonden van de mensheid heeft laten verdwijnen, zijn er zelfs nu nog mensen die dagelijks om de vergeving van hun zonden bidden. Door dagelijks vol berouw te bidden, proberen zij hun zonden weg te wassen om steeds heiliger te worden zodat zij uiteindelijk de rechtvaardige kunnen worden die nooit meer een zonde begaat en uiteindelijk Jezus’ gelijke wordt. Maar Jezus Christus is de Zoon van God, Hij is de Koning, de Profeet en de Hogepriester.
Gods ware dienaren zorgen er niet alleen voor dat iedereen werkelijk wordt verlost van zijn zonden, maar ook dat zij als Gods medewerkers iedereen de weg naar de waarheid tonen. Gods dienaren zijn degenen die door het geschreven Woord precies weten wat er gaat gebeuren.
In vers 12-13 staat: “En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.” Onze Heer is inderdaad de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste. Met vrees moeten wij alles wat de Heer ons vertelde, geloven.
De Heer zal het werk van de heiligen belonen met nog grotere zegens, want onze Heer is glorieus en barmhartig. Hij is de barmhartige en meelevende Ene die ons van alle zonden verlost heeft en zoals het Woord van de Openbaring ons vertelt, ook de God van de kracht en de gerechtigheid is die Zijn werk van de zaligheid zal voltooien. En deze voltooiing van de zaligheid, die gauw zal komen, staat de heiligen toe glorieus de Stad van het Nieuwe Jeruzalem te betreden, de vrijgevige en toereikende beloning van onze Heer voor hun werken.
 
 
Gezegend zijn zij die leven volgens Zijn geboden
 
Als we verdergaan met vers 14, lezen we: “Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.” Op basis van deze vers zijn er veel mensen die beweren dat de zaligheid komt door daden, met andere woorden, door Zijn geboden na te leven.
Maar eigenlijk betekent “Zijn geboden doen” met geloof in ieder geschreven Woord van God te geloven en zich eraan te houden. Johannes de Apostel schreef: “En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft” (1 Johannes 3:23). Als we dus in het ware evangelie van het water en de Geest geloven, en ons opofferen om het evangelie te preken om alle verloren zielen over de hele wereld te redden, doen we Zijn geboden in Zijn aanwezigheid.
De waarheid is dat alle zonden die we in ons leven begaan reeds zijn uitgewist door het doopsel dat Jezus ontving van Johannes de Doper. Dit doopsel, het bloed van onze Heer op het Kruis, Zijn herrijzenis en Zijn afdaling, hebben ons wedergeboren gemaakt en een nieuw leven toegestaan in Zijn waarheid.
Elke keer dat we een zonde begaan na onze wedergeboorte, moeten we terugkeren naar het Woord van de waarheid dat onze zonden heeft weggewassen. We moeten ook beseffen dat we slechts kunnen zondigen, het ligt in onze natuur. Wederom moeten we terugkeren naar de rivier de Jordaan waar onze Heer al onze zwakheden, tekortkomingen en zonden op zich nam en we moeten samen met het doopsel van Jezus gedoopt worden en we moeten begraven worden met Christus die aan het Kruis gestorven is. Wanneer we dit doen, kunnen we eindelijk verlost worden van de zonden die we begingen na onze wedergeboorte en we kunnen schoongewassen worden. We moeten vasthouden aan Gods gerechtigheid door onze eeuwige verlossing van de boetedoening opnieuw te bevestigen en Hem te danken voor Zijn permanente en perfecte verlossing.
Jezus heeft reeds alle zonden van de wereld weggewassen. Het probleem zit in ons geweten. Hoewel onze Heer reeds voor alle zonden van de wereld gezorgd heeft door Zijn doopsel, blijft ons geweten ons voorhouden dat we zondaars zijn omdat we menselijke wezens zijn en niet beseffen dat de Heer echt al onze zonden heeft weggewassen met Zijn doopsel en kruisiging. Daarom kan het zijn dat we nog steeds de zonden in ons lichaam voelen, terwijl we eigenlijk alleen maar moeten geloven dat al onze zonden reeds weggewassen zijn door het evangelie van het water en de Geest dat door Jezus Christus gegeven is.
Als ons hart gepijnigd wordt door onze zonden, met welke waarheid kunnen we de wonden van deze zonden dan genezen?
Ook deze wonden kunnen worden genezen door te geloven in het evangelie van het water en de Geest, d.w.z. door te geloven dat onze Heer alle zonden der wereld op Zich nam door gedoopt te worden van Johannes in de Jordaan en dat Hij alle zonden liet verdwijnen door ze naar het Kruis van de Golgotha te dragen en er Zijn bloed voor te vergieten. Met andere woorden: de zonden van de daden die we begingen na de verlossing van onze zonden kunnen ook weggewassen worden als we nogmaals ons geloof in het evangelie dat Jezus Christus onze zonden allemaal al heeft weggewassen, bevestigen.
De zonden van deze wereld zijn allemaal in één keer weggewassen toen Jezus Christus Zijn doopsel ontving en gekruisigd werd. Het is dus zo dat de zonden van de wereld, noch onze persoonlijke zonden twee of drie keer moeten worden weggewassen, alsof zij constant gereinigd moeten worden. Als iemand leert dat de verlossing van de zonden iets is dat je beetje bij beetje moet verwerven, dan is het evangelie dat hij/zij preekt een vals evangelie.
God heeft het zo geregeld dat alle zonden van de wereld in één keer verdwenen. In Hebreeën 9:27 staat: “En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.” Als we eenmaal door een zonde zouden sterven, is het Gods wil dat we ook onmiddellijk verlost worden van die zonde. Door naar deze aarde te komen, heeft Jezus Christus alle zonden in één keer op Zich genomen, Hij is één keer gestorven en Hij is onmiddellijk één keer namens ons berecht. Hij deed deze dingen niet meerdere keren.
Als we verlost zijn van onze zonden door met ons hart in Jezus Christus te geloven, dan is het ook juist dat we alles in een keer geloven en de eeuwige verlossing voor al onze zonden ontvangen. Vanwege de zonden die we begaan, doet ons hart soms pijn. Het enige dat we dan moeten doen, is terugkeren naar het Woord van deze zaligmaking: dat onze Heer onze zonden in één keer heeft weggewassen, en ons bevlekte hart reinigde en heelde met geloof: “Heer, ik ben vol tekortkomingen. Ik heb weer gezondigd. Ik kon niet volledig naar Uw wil leven. Maar toen U door Johannes werd gedoopt in de Jordaan en aan het Kruis bloedde, heeft U toen niet ook al mijn zonden weggewassen? Halleluja! Ik loof U, Heer!”
Met dit soort geloof kunnen we onze verlossing van onze zonden nogmaals bevestigen en de Heer steeds blijven danken. Dit laatste hoofdstuk van Openbaring vertelt ons dat zij die al verlost zijn van hun zonden, Gods Koninkrijk, de Heilige Stad mogen betreden omwille van hun geloof als zij tegenover Jezus Christus die de levensboom is, gaan, en door te geloven dat de Heer reeds alle zonden van de wereld heeft weggewassen.
Iedereen die Gods stad wilt betreden, moet geloven dat Jezus Christus eeuwig geboet heeft voor de zonden van de mensheid door Zijn doopsel te ontvangen en door Zijn bloed te vergieten. Hoewel we allemaal tekortkomingen hebben, zal ons geloof door God goedgekeurd worden als echt en kunnen we allemaal voor de levensboom gaan staan door te geloven in het doopsel en in het bloed van Jezus Christus onze Verlosser.
Slechts door te geloven in het doopsel en het bloed van Christus, hebben we het recht om van het levenswater te drinken dat in het Nieuwe Jeruzalem stroomt en om van de vruchten van de levensboom te eten. Omdat de enige voorwaarde de Nieuwe Hemel en Aarde binnen te mogen, door het evangelie van het water en de Geest komt, iets wat men nooit mag weglaten, moeten we ons geloof verdedigen en het aan vele anderen verkondigen. Zo betekent de zin “Zijn geboden doen” ook dat we de wereld moeten overwinnen door ons geloof d.w.z. we moeten in het evangelie van het water en de Geest geloven en ons eraan houden en we moeten onszelf toeleggen op het preken van het ware evangelie over de hele wereld.
In Mattëus 22 vertelt Jezus ons “de parabel van de bruiloft.” De conclusie van deze parabel is dat zij die niet gekleed gaan in hun huwelijkskleed in de buitenste duisternis moeten worden geworpen (Matteüs 22:11-13). Hoe kunnen we gekleed gaan in ons huwelijkskleed om deel te nemen aan het huwelijksmaal van het Lam? En wat is de huwelijkskledij? De bruiloftskledij waardoor we mogen deelnemen aan het huwelijksmaal is de rechtvaardigheid van God die ons gegeven wordt door het evangelie van het water en de Geest. Gelooft u in het evangelie van het water en de Geest? Indien ja, dan gaat u prachtig gekleed in Zijn rechtvaardigheid en kunt u vrij van zonden de Hemel binnentreden als een bruid van de Zoon.
Ook wij, de wedergeborenen, begaan dagelijks zonden. Slechts de rechtvaardigen die door God vergeven zijn van hun zonden mogen echter hun dagelijkse zonden van hun kledij van gerechtigheid wassen met hun geloof. Want degenen waarvan de zonden niet vergeven zijn, mogen hun zonden niet wegwassen, zij zouden nooit in staat zijn zichzelf te wassen van hun zonden met hun dagelijkse berouwvolle gebeden. Dat we van de zonden van de wereld verlost zijn door in de Heer te geloven, is mogelijk gemaakt door te weten en te geloven dat de Heer al onze zonden van de wereld heeft weggewassen door naar deze wereld te komen, gedoopt te worden en Zijn bloed te vergieten.
We kunnen dus bevestigen dat onze dagelijkse zonden slechts voor eens en voor altijd zijn weggewassen in Zijn ware evangelie. Zij die verlost zijn van hun zonden door het Woord van het Water en het bloed van de Heer, kunnen ook overtuigd zijn van hun verlossing van hun zonden die ze begaan tijdens de rest van hun levens.
Doordat onze Heer al onze zonden in één keer liet verdwijnen, kunnen we de zonden die we begaan ook door eigen toedoen in één keer wegwassen door te geloven in deze zaligheid van het eeuwige zoenoffer. Als onze Heer niet al onze zonden in één keer had weggewassen, hoe zouden wij dan ooit zonder zonden kunnen zijn?
Hoe zouden we ooit in de Heilige Stad van de Hemel kunnen binnentreden? Hoe zouden we ooit in staat zijn voor Jezus Christus te staan, de boom van het leven? Door in onze Heer te geloven die al onze zonden heeft laten verdwijnen, kunnen we het Hemels Koninkrijk betreden als reine en smetteloze mensen. Telkens we een zonde begaan in ons leven, kunnen we ervan verlost worden door voor onze Heer te gaan staan en te bevestigen dat Hij ook deze zonden heeft laten verdwijnen. Daarom vertel ik u dat slechts de wedergeborenen vergeven kunnen worden van hun dagelijkse zonden door het geloof.
Koning David beging grote zonden voor God, ook al was hij een dienaar van God. Hij pleegde overspel met een getrouwde vrouw en vermoordde haar man, een trouwe onderdaan. Desalniettemin eerde hij God voor Zijn barmhartige vergiffenis:
“Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, Wiens zonde bedekt is. Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, En in wiens geest geen bedrog is” (Psalmen 32:1-2).
Wie is de meest gezegende in deze wereld en voor God? De gezegenden zijn niemand minder dan degenen onder ons die zijn wedergeboren, die verlost zijn en die telkens als ze een zonde begaan zich naar God keren en zien dat Hij al onze zonden heeft laten verdwijnen. Het zijn degenen die elke dag naar de bron van het leven gaan en die dagelijks hun bevlekte hart zuiveren. Dit is nadenken over onze verlossing en het bevestigen van de grote genade van verlossing van de Heer.
Slechts de rechtvaardigen hebben de verlossing van de zonden ontvangen waardoor al hun tekortkomingen nu heel zijn. Hun daden zijn heel, net als hun hart. Omdat we nu de smetteloze rechtvaardigen zijn geworden, kunnen we het Koninkrijk betreden dat God voor ons heeft voorbereid: het Hemels Koninkrijk. Indien we alleen maar zouden accepteren wat Jezus Christus, de poort tot de verlossing en de boom des levens, voor ons heeft gedaan, zou Zijn macht geopenbaard worden en zouden we daarom de verlossing van de zonden ontvangen en de Hemel binnengaan.
 
 
Zij die voor de levensboom verschijnen
 
De reden waarom degenen onder ons die de verlossing van de zonden hebben ontvangen altijd voor God verschijnen, is om te bevestigen dat onze Heer al onze zonden heeft laten verdwijnen, om nogmaals na te denken over de genade van de verlossing, het te onthouden en God ervoor te danken opdat we allen zijn Koninkrijk kunnen betreden. Dit is waarom we het evangelie preken.
Een ontelbaar aantal Christenen zit gevangen in hun onbegrip en hun verkeerde opvattingen over het Woord omdat ze niet de mogelijkheid hebben Gods dienaren te ontmoeten die hen kunnen begeleiden door hen de Bijbel op een juiste manier te onderwijzen. Zelfs nu nog zijn er mensen die geheel in beslag genomen zijn door hun daden en die elke ochtend en hele nachten lang berouwvol bidden. Waarom doen zij dit toch? Omdat ze geloven dat ze hierdoor vergeven zullen worden van hun zonden. En ze geloven dit omdat ze foutieve doctrines geleerd hebben. Maar in Gods ogen zijn dit onrechtvaardigheden. Zulke mensen zijn beklagenswaardig omdat zij niet Gods rechtvaardigheid kennen, noch Zijn onvoorwaardelijke liefde.
Men mag de Bijbel niet licht opvatten, alsof het op welke wijze dan ook mag worden geïnterpreteerd. En omdat mensen het op hun eigen menselijke manier hebben geïnterpreteerd, aangeleerd en geloofd, was het bovenstaande daarvan het resultaat, d.w.z. zij weten nog steeds niets over Gods rechtvaardigheid en liefde. Elke Bijbelpassage heeft een specifieke betekenis die slecht correct kan worden geïnterpreteerd door Gods profeten die de verlossing van de zonden hebben ontvangen.
Voor de levensboom te verschijnen, betekent voor ons dat we geloven in de Heer terwijl we nog op deze aarde zijn, dat we geloven dat onze Heer onze zonden heeft laten verdwijnen, dat we Hem danken en dat we dit evangelie preken. Wij, de wedergeborenen, moeten ook onthouden dat Hij onze zonden tot Zich nam. We moeten deze waarheid elke dag bevestigen, Hem aanbidden in de vreugde van dankbaarheid en voor onze Heer te verschijnen.
Het is helemaal niet overdreven om te stellen dat Christenen deze passage wereldwijd verkeerd hebben geïnterpreteerd en dat zij foutief denken dat ze Gods Koninkrijk toch binnen mogen als zij dagelijks berouwvol bidden om hun zonden weg te wassen. Dit is echter niet wat de passage betekent.
Na de verlossing van onze zonden te hebben ontvangen, kan ons hart in vrede blijven door te bevestigen dat onze Heer al onze zonden heeft laten verdwijnen. Door de verlossing van AL onze zonden te bevestigen, zijn we niet langer slaaf van de zonde. Op deze manier moet men in de Hemel voor de levensboom verschijnen.
Het Schrift bevindt zich in een heel andere dimensie dan de menselijke gedachten. Om dus de waarheid te kennen, moeten we eerst de waarheid horen en het leren van Gods wedergeboren dienaren.
 
 
Zij die buiten de stadsmuren staan
 
In vers 15 staat: “Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.” Deze woorden verwijzen naar alle mensen die in de eindtijd niet wedergeboren zijn. Het is gewoonweg verbazingwekkend dat onze Heer deze mensen met zulk een nauwkeurigheid heeft omschreven.
Een bepaalde eigenschap van honden is dat zij opgeven-dit wil zeggen dat zij hetgeen ze gegeten hebben, weer uitbraken, het opnieuw opeten, het weer uitbraken en dat ze dan nogmaals opeten wat ze net uitgebraakt hebben. Onze Heer zegt dat deze “honden” de Stad niet kunnen binnengaan.
Naar wie verwijzen deze honden dan? Er zijn mensen die schreeuwen “Heer, ik ben een zondaar, was alstublieft mijn zonden weg.” Niet veel later prijzen ze God en zingen ze “Ik ben vergeven, jij bent vergeven, we zijn allemaal vergeven!” Het volgende moment zullen deze mensen opnieuw uitroepen “Heer, ik ben een zondaar, vergeef mij nog één keer, ik zal nooit meer zondigen.” Dan zingen ze weer “Ik ben vergeven door het Bloed van Golgotha!”
Deze mensen schipperen zo vaak heen en weer dat niemand nog zeker is of ze wel vergeven zijn. Niemand minder dan deze mensen zijn de “honden” waarover de Bijbel spreekt. Honden blaffen elke dag. Ze blaffen ’s ochtends, in de namiddag en bij dageraad. Deze mensen blaffen niet exact op deze manier, maar ze roepen evenwel uit dat ze zondaars zijn, ook al zijn hun zonden reeds vergeven. De ene minuut maken ze deel uit van de rechtvaardigen, de andere minuut zijn ze weer zondaars.
Op deze manier kunnen we hun vergelijken met de honden die dat wat er binnenin hun zit uitbraken en weer opeten, waarna ze het weer uitbraken om het achteraf nogmaals op te eten. In het kort: de Bijbel vergelijkt Christenen die nog steeds zonden in hun hart hebben met de “honden”. Deze honden mogen de Hemel nooit in, zij moeten buiten de Stad blijven.
Wie zijn dan de “tovenaars”? Dit zijn de mensen die misbruik maken van de emoties van de onschuldige kerkgangers. Met hun mooie praatjes beroven zij hen van hun geld en ze misleiden mensen met valse tekenen en wonders terwijl ze beweren dat ze hun ziektes genezen. Omdat zij Gods naam te pas en te onpas gebruiken, kunnen ook zij niet de Heilige Stad binnen.
Ook de seksueel immorelen, de moordenaars, de afgodendienaren en iedereen die liegt en van leugens houdt, mag de Stad niet in. Wanneer de eindtijd aanbreekt, zullen de honden en tovenaars mensen misleiden en de Antichrist zal verschijnen. De Antichrist en zijn volgelingen zullen de Stad nooit kunnen binnengaan want zij zijn immers degenen die vele mensen misleiden met valse wonders en tekens, die de zielen van mensen stelen, zich tegen God verzetten en proberen zich boven God te verheffen en aldus aanbeden te worden.
We moeten dus erg goed opletten dat we niet misleid worden van degenen die zeggen dat er nog steeds zonden zijn in ons hart, of dat we gaan geloven in de tekenen en wonders die onze emoties beroeren, anders komen we allemaal buiten de Stad te staan, samen met de Antichrist en Satan, terwijl we huilen en knarsetanden, net zoals het Woord ons heeft gewaarschuwd.
In vers 16-17staat: “‘Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.’ En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.”
Heeft u uw verlossing van uw zonden voor niets gekregen? Met behulp van de Heilige Geest en Gods Kerk heeft onze Heer ons het evangelie van het water en de Geest gegeven dat ons in staat stelt te drinken van het levenwater. Iedereen die verlangt naar Gods rechtvaardigheid, smacht naar het ware Woord en wanhopig de verlossing van de zonden wilt ontvangen – al deze mensen zullen gekleed gaan in Gods barmhartigheid, Zijn Woord, het levenswater en Zijn verlossing. De ontvangst van de verlossing van de zonden is de enige manier om te reageren op de uitnodiging van de Nieuwe Hemel en Aarde waar het levenswater stroomt.
 
 
Amen, Heer Jezus kome!
 
In vers 19 staat geschreven: “indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is.” We kunnen niet op zo maar op iedere manier geloven tegenover God. Als het in Gods Woord geschreven staat, kunnen we niets anders doen dan “ja” zeggen. Moest iemand “neen” tegen het Woord zeggen, dan zal onze Heer hem/haar ook verwijderen en zeggen “Jij bent Mijn kind niet.” Daarom is het belangrijk in Hem te geloven volgens het Woord. We kunnen niets toevoegen aan of weglaten uit Gods Woord maar we moeten er in geloven zoals het geschreven staat.
Het ware geloof houdt in dat men vasthoudt aan Gods dienaren en dat men gelooft in de woorden die de Heilige Geest ons door middel van Gods Kerk doorgeeft. Toch hebben nog vele mensen zonden in hun hart omdat ze het evangelie van het water en de Geest buitengesloten hebben van hun geloof. Zelfs als het Woord hen er meermaals op wijst dat slechts degenen die vrij zijn van zonden Gods Heilige Stad binnen kunnen, laten zij Jezus’ doopsel toch buiten beschouwing en leggen zij de nadruk op berouwvolle gebeden en materiële offers.
Zij die in Jezus hun Verlosser zien, moeten met hun geloof kunnen toegeven dat alle zonden van de mensheid op Jezus zijn doorgegeven toen Hij door Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt werd. Wanneer je het doopsel van Jezus weglaat, laat je eigenlijk je eigen geloof in de steek. Met andere woorden: als je niet in het evangelie van het water en de Geest gelooft, dan is het bloed aan Kruis betekenisloos, net zoals de herrijzenis van Christus. Slechts degenen die geloven dat God al hun zonden voor niets heeft laten verdwijnen, zijn relevant voor de herrijzenis van Jezus en slechts zij kunnen luid juichen om de komst van de Heer Jezus in te luiden zoals de Apostel Johannes in vers 20 doet.
Daarin staat: “Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!” Slechts de rechtvaardigen kunnen dit zeggen. Volgens de gebeden van de rechtvaardigen zal de Heer snel terugkeren naar deze aarde. Slechts de rechtvaardigen die de volmaakte verlossing van hun zonden hebben ontvangen door te geloven in het evangelie van het water en de Geest, zullen blij zijn en geestdriftig wachten op de snelle komst van de Heer. Dit is omdat zij die klaar zijn de Heer te ontvangen slechts de mensen zijn die gekleed gaan in het kleding van het water en de Geest, slechts zij zijn zondeloos.
Onze Heer wacht op de dag dat Hij gehoor zal geven aan het wachten van de rechtvaardigen op de dag dat Hij naar deze aarde zal komen. Hij zal ons belonen met het Duizendjarige Rijk en ons - de rechtvaardigen - kleden in Zijn grote zegen om de Nieuwe Hemel en Aarde waar het levenswater stroomt, binnen te gaan. Dit wachten op onze Heer zal niet zo lang meer duren. Het enige dat we kunnen doen is “Amen” zeggen. Ofwel “Amen, Heer Jezus kome!” En met geloof en dankzegging, verlangen wij oprecht naar de terugkeer van de Heer.
Tenslotte, in vers 21 staat: “De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen.” De Apostel Johannes beëindigde het Boek Openbaring met dit laatste zegenende gebed voor iedereen. Hij gaf zijn zegenend gebed op het einde, met in zijn hart de hoop dat iedereen in Jezus zal geloven, gered zal worden en Gods stad zal mogen binnentreden.
Mijn geliefde heiligen, het feit dat we door God gered zijn, betekent dat Hij ons liefhad, ons verlost heeft van al onze zonden en ons tot Zijn volk heeft gemaakt. Daarom is het gewoonweg fantastisch dat God ons rechtvaardig heeft gemaakt zodat we Zijn Koninkrijk kunnen betreden. Daarvoor mogen we dankbaar zijn.
Dit is de kern van wat de Bijbel ons wilt meedelen. Om ons voor eeuwig in Zijn Koninkrijk te kunnen laten leven, heeft God u en mij toegestaan wedergeboren te worden door te luisteren naar dit ware evangelie en Hij heeft ons gered van al onze zonden en de veroordeling. Ik loof en dank onze Heer voor Zijn verlossing.
We mogen ons gelukkig prijzen dat we de verlossing van onze zonden zeker hebben ontvangen. We zijn allemaal mensen die enorm gezegend zijn door God. En wij zijn Zijn profeten. Daarom moeten we het evangelie van de verlossing van de zonden verspreiden onder alle zielen die dit evangelie nog moeten horen en we moeten ook preken over het Woord van Openbaring dat een vervulling is van dit evangelie.
Ik hoop en bid dat iedereen zal geloven in Jezus, de Schepper, Verlosser en Rechter en dat, wanneer de eindtijd komt, iedereen het heiligdom van de Nieuwe Hemel en Aarde dat we van de Heer gekregen hebben, zal mogen betreden. Moge de genade van onze Heer Jezus met u allen zijn.