The New Life Mission

Preken

Onderwerp 11: De Tabernakel

[11-4] (Exodus 19:1-6) De reden waarom God Mozes naar de berg Sinaï riep

(Exodus 19:1-6)
“In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israels uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinai. Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinai, en zij legerden zich in de woestijn; Israel nu legerde zich aldaar tegenover dien berg. En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen: Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb. Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult.”
 
 
Waarom koos God het volk van Israël?
 
De hoofdpassage komt van Exodus 19:1-6. Alhoewel de passage niet lang is, heb ik er veel over te vertellen. Met deze passage zou ik over de waarheid, die onthuld wordt in de hoofdstukken 19 tot en met 25 van Exodus, willen spreken. Drie maanden nadat het volk van Israël van Egypte ontsnapte, kwamen ze in de Sinaï woestijn. God liet hen een kamp opzetten aan de voet van de berg Sinaï en riep Mozes op de berg.
Terwijl Hij Mozes dus geroepen had, sprak God Zijn Woord tot de Israëli’s, “Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult.” God riep en verhief het volk van Israël om hen Zijn bijzondere schat te maken en omdat Hij van hun de priesters van Zijn koninkrijk te maken.
Dit was het doel waarmee God het volk van Israël uit Egypte bevrijdde. De methode waarmee God de Israëli’s tot Zijn bijzondere schat zou maken, was door hun Zijn Wet en het opofferingssysteem van de Tabernakel te geven, waardoor Hij al hun zonden zou wegvegen, en hen tot Zijn eigen volk zou maken en als een land van priesters zou vestigen. Als dusdanig moeten de Israëli’s zich dit duidelijk realiseren en het geloof dat God van hun wilt, herontdekken. Om hun land een koninkrijk van Gods priesters te maken, gaf God hun aan de ene kant Zijn Wet die bestond uit de 613 geboden en aan de andere kant liet Hij hen de tabernakel bouwen.
Als de Israëli’s daarom niet in Jezus Christus geloven, die als hun Messias kwam, moeten zij bekeren en met hun hart in Hem geloven. Jezus, die het wezenlijke is van de offerande voor de zonden van het opofferingssysteem van de Tabernakel, heeft al hun zonden met Zijn doopsel, dat Hij van Johannes ontving en Zijn bloed aan het Kruis, gereinigd. Als dusdanig moet het volk van Israël de waarheid accepteren dat God hen tot Zijn eigen volk heeft gemaakt, door hun, de nakomelingen van Abraham, uit Egypte te halen, en al hun zonden te reinigen door de offers van de Tabernakel. Omdat de Israëli’s op dat moment niet in staat waren zich aan de Wet van God te houden, moesten hun zonden vergeven worden door zondeoffers aan God te geven, volgens het opofferingssysteem dat door Hem bepaald was. Deze zondeoffers waren de voorbodes van Jezus Christus, de Verlosser die de mensheid nu van al haar zonden heeft gered.
Zelfs nu vinden de Israëli’s Mozes de grootste profeet van allen. Zij hebben hier gelijk in. Omdat zij echter niet in Jezus Christus als hun Messias geloven, die hen van al hun zonden heeft gered, herkennen zij het Nieuwe Testament niet als het Woord van God en in plaats daarvan erkennen zij slechts het Oude Testament als Gods Woord. Maar we moeten ons eraan herinneren dat Jezus niet alleen een grotere profeet was dan Mozes, maar dat Hij de Hogepriester van het Koninkrijk van de Hemel is, de Messias waarop de Israëli’s gewacht hebben en hoopten. De Israëli’s moeten zich nu door geloof realiseren dat het wezenlijke van de offerande voor de zonden van de Tabernakel, niemand minder dan de Messias Zelf was.
 
 
God liet de Israëli’s Mozes vereren, maar…
 
Waarom verhief God Mozes zo hoog tegenover de Israëli’s? Dit deed Hij om hen het hele Woord van God, dat gesproken werd door Mozes, te laten accepteren en erin te laten geloven. Met andere woorden, Hij deed dit om de Israëli’s te laten geloven dat wat Mozes tot hen sprak, alles Gods eigen Woord was. God riep Mozes naar de berg Sinaï zodat hij hoog boven het volk van Israël verheven zou worden. Hierdoor vreesden de Israëli’s Mozes en God, en de Israëli’s gingen in God geloven nadat ze Mozes met Hem hadden zien spreken, want God praatte met Mozes alsof hij Zijn vriend was.
Het Woord van God dat Mozes dus aan het volk van Israël bracht, werd door de Israëli’s, met vastberadenheid, helemaal geloofd als het eigenlijke Woord dat God tot hen sprak. Door Mozes te hoog aan te zien, maakte het volk van Israël echter de grote fout om Jezus Christus niet in hun hart te accepteren als hun eigen Verlosser. Uiteindelijk faalden de Israëli’s erin om hun Messias juist te erkennen, en weigerden ze dus uiteindelijk Zijn liefde van de zaligheid. Zij hebben nu een grote taak voor ogen, d.w.z. zij moeten Jezus Christus, die een grotere profeet was dan zelfs Mozes, in hun hart als hun eigen Verlosser accepteren.
 
 
God gebood het volk van Israël om Zijn Tabernakel te maken en Hem de offerande voor de zonden te geven
 
God gaf Zijn Wet en geboden door Mozes aan het volk van Israël en Hij zei hen ook dat ze de Tabernakel moesten bouwen. In de Tabernakel werd Gods liefde van genade, dat werkelijk de zonden van de Israëli’s had uitgewist, geopenbaard door het opofferingssysteem. Door dit opofferingssysteem van de Tabernakel, heeft God ook de verlossing van de zonden aan de geestelijke nakomelingen van Abraham gegeven, en Hij heeft al hun zonden weggewassen zodat zij aan niets tekort komen om Gods eigen volk te worden.
God gaf het volk van Israël twee stenen tafels met Zijn Tien Geboden erin gegraveerd. De Tien Geboden zijn samengesteld uit de bovenste vier geboden die tussen God en de mensheid gehouden moeten worden, en de onderste zes geboden die gehouden moeten worden tussen de mensen. Naast deze Tien Geboden gaf God het volk van Israël ook honderden van geboden waaraan zij zich in hun dagelijkse leven moesten houden.
De reden waarom God de Israëli’s zoveel wetten en geboden gaf, was om hun in hun hart te tonen dat God alleen het absolute en volmaakte goddelijke Wezen is. Er kan voor de geestelijke mensen van Israël, d.w.z. degenen die in Jezus als hun Verlosser geloven, geen ander goddelijk wezen naast God zijn. Om het volk van Israël, voordat ze het land van Kanaan binnengingen, duidelijk de waarheid te leren dat Hij Jehova was, sprak God tot Mozes op de berg Sinaï om ze Zijn Wet te geven. En Hij gaf hen, altijd als ze zondigden door Gods geboden te breken, de vergeving van al hun zonden doordat ze hun offer in de Tabernakel volgens het opofferingssysteem dat Hij gegrond had, gaven. 
 
 
Het volk van Israël ontving de Wet en Geboden van God
 
Laat ons eens naar Exodus 24:3-8 kijken: “Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en al de rechten, toen antwoordde al het volk met een stem, en zij zeiden: Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen. Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israel. En hij zond de jongelingen van de kinderen Israels, die brandofferen offerden, en den HEERE dankofferen offerden, van jonge ossen.En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar. En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden.”
God maakte het verbond met bloed toen Hij de Wet aan het volk van Israël gaf door Mozes. Dit betekent dat de Wet van God de Wet van het leven was. God spreekt Zijn Wet van het leven aan het volk van Israël en het volk van Israël moest in Zijn Woord geloven.
Mozes zei dus tegen de Israëli’s dat ze het bloed van het brandoffer en het verzoeningsoffer moesten brengen. God liet Mozes zijn volk bijeenroepen, zodat Hij hen de Wet en de geboden, Gods verbond kon lezen. En daarna vroeg Mozes hen, “Zul je gehoorzamen aan wat God je heeft geboden?” De Israëli’s antwoorden toen gezamenlijk tot God dat zij Hem inderdaad zouden gehoorzamen.
“Ik zal je beschermen en van jullie een koninkrijk van priesters maken,” beloofde God de Israëli’s daarna door Mozes. Mozes sprenkelde daarna het bloed van het brandoffer en het verzoenoffer over hen. Dit toonde dat als een persoon zondigde, hij/zij vergeven moest worden door het zondeoffer. We moeten accepteren wat God als het Woord van leven spreekt. Mozes nam het bloed van het offer, sprenkelde het over zijn volk en zei tot hen, “Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden.” Dit zegt ons dat als we ons niet aan het Woord van God hebben gehouden, we onze zonden aan het zondeoffer moeten doorgeven door onze handen op het hoofd te leggen, het te doden en het offerbloed aan God te offeren voor onze zonden, omdat het Woord van God het Woord van leven is. 
Wat we ons moeten realiseren is dat in deze Wet van God de straf voor onze zonden is, maar tegelijkertijd bestaat er ook het opofferingssysteem dat al onze zonden wegwast. Als we daarom met Gods Wet en geboden te maken hebben, moeten we ze in ons hart accepteren terwijl we erkennen dat in deze Wet en geboden het offer gevonden kan worden dat ons de verlossing van onze zonden brengt. Dit geloof is absoluut noodzakelijk. Omdat we gezegend zijn als we ons aan Gods Wet houden en vervloekt als we dat niet doen, moeten we geloven dat we altijd onze zonden moeten wegwassen met ons zondeoffer. Degenen die dus zondigden, moesten de verlossing van hun zonden ontvangen door hun zonden aan het zondeoffer door te geven met het opleggen van hun handen op het hoofd van het offer, en door het bloed ervan te nemen en het aan God te offeren. We moeten ons allen realiseren en geloven dat de Wet en het opofferingssysteem, de Wet van het leven zijn, waardoor we het nieuwe leven van God kunnen ontvangen.
Terwijl de Wet van God ons onze zonden leert, toont het evangelie van het water en de Geest ons daarentegen dat al onze zonden verlost zijn door het doopsel dat Jezus Christus van Johannes ontving en Zijn bloed aan het Kruis; d.w.z. de waarheid die ons van alle zonden van de wereld heeft gered.
In de oudheid, toen de stammen elkaar beloften maakten, brachten zij vaak een of ander offer. Zij brachten schapen, geiten of stieren en zij tekenden hun overeenkomst met het bloed van hun offer, nadat ze de keel ervan hadden doorgesneden. Dit geeft de wezenlijke voorwaarden van de overeenkomsten weer, want het betekende, “Jij zult ook op deze manier sterven als jij je niet aan de overeenkomst, die je net met mij hebt gemaakt, houdt.” Zij besloten hun overeenkomst met bloed. 
Zo heeft God ook Zijn Wet met bloed besloten. Hij zei ons, met andere woorden, dat als we falen om ons aan al Zijn 613 wetten en geboden te houden, we gedood zouden worden vanwege deze zonde. Maar tegelijkertijd heeft Hij ons ook gezegd om de verlossing van onze zonden te krijgen door Hem, met ons geloof, het zondeoffer te geven door het opofferingssysteem van de Tabernakel.
Als we ooit Gods Woord van de Wet niet serieus nemen, zouden we nooit aan de toorn die vanwege onze zonden van God komt, kunnen ontsnappen. Maar als we Hem het zondeoffer geven dat Hij voor ons heeft bepaald, zal God deze offers ontvangen, en ons van al onze zonden vergeven. We moeten allen in deze Wet van leven geloven, deze Wet van zaligheid die ons zegt dat God de zonden van alle mensen van Israël zou vergeven door het opofferingssysteem van de Tabernakel en daarbij moeten we in ons hart de verlossing van onze zonden ontvangen. Iedereen die de Wet van God negeert, is van Gods genade voor de liefde buitengesloten, en dus moeten we allen in de Wet en het opofferingssysteem van de waarheid van de zaligheid geloven, alsof het onze eigen leven is. 
Daarom las Mozes het verbond dat met bloed gemaakt was, en met dit bloed besprenkelde hij de mensen van Israël, waarmee zij hun belofte met God maakten. We moeten daarom allen de verlossing van al onze zonden ontvangen door te geloven, samen met de Wet in Jezus Christus, die ons brand- en verzoenoffer aan God was, terwijl we ons realiseren dat we allen moeten sterven als we ons niet aan deze Wet houden die verzegeld is met bloed. 
We moeten ons allen de waarheid, dat we vergeven kunnen worden van al onze zonden door God volgens het opofferingssysteem van de Tabernakel ons zondeoffer te geven, realiseren en erin geloven. Door Zijn blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen, heeft God ons duidelijk de verlossing van de zonden van de hele mensheid geleerd. Om van hun zonden vergeven te worden, moesten al hun zonden aan het zondeoffer worden doorgegeven doordat ze hun handen op het hoofd ervan legden en daarna moest dit zondeoffer bloed vergieten en het bloed van het offer moest op de hoorns van het brandofferaltaar gestreken worden en de rest van het bloed moest op de grond gesprenkeld worden. 
Dit was het zondeoffer dat absoluut noodzakelijk was volgens de wet van de zonde en dood. Met ons geloof moeten we daarom allen de verlossing van de zonden, die door het zondeoffer dat onze zonden uitwist, beloofd wordt, accepteren. Door ons het opofferingssysteem van de Tabernakel te geven, heeft God ons de wet van de zaligheid gegeven zodat we in Gods Woord kunnen geloven en vergeven kunnen worden van al onze zonden. We moeten allen de zegen van de verlossing van de zonden ontvangen die door God gegeven wordt, door in ons hart de twee wetten die God de mensheid gegeven heeft, te accepteren: de Wet zelf en het opofferingssysteem van de Tabernakel. 
 
 
Hoe kunnen we van al onze zonden gered worden?
 
Door het opofferingssysteem dat God Mozes heeft gegeven, toonde Hij het volk van Israël dat hun zaligheid van al hun zonden mogelijk is door hun geloof in de verlossing van hun zonden met hun zondeoffer.
Als we God ons geloof geven dat in het zondeoffer, dat door Hem bepaald is, gelooft, dan zal Hij ons geloof ontvangen en ons van al onze zonden verlossen. Waarom? Omdat God reeds de hele mensheid van hun zonden heeft gered, en aan degenen die geloven, geeft Hij Zijn zegen van de heiliging van al hun zonden. Door het opofferingssysteem dat door de Ene die Absoluut is, bepaald is, heeft God ons in staat gesteld om de wet van de zaligheid te kennen. Als iemand de waarheid, dat Jezus Christus zijn/haar zonden voor altijd heeft weggewassen door Zijn doopsel en Zijn bloed aan het Kruis, niet kent of er niet in gelooft, zal hij/zij zeker veroordeeld worden. We moeten allen in Gods liefde van de genade geloven.
God heeft ons gered door het opofferingssysteem van de Tabernakel. Zijn methode van zaligheid liet ons onze zonden aan het zondeoffer doorgeven door onze handen op het hoofd ervan te leggen. We moeten dus allen in het evangelie van de genade geloven dat iedereen die in deze waarheid gelooft, toestaat om van hun zonden gereinigd te worden. Degenen die de Wet en het opofferingssysteem voor God niet herkennen, kunnen nooit voor altijd de verlossing van de zonde ontvangen, maar degenen die in het evangelie van Gods genade geloven, kunnen allen hun eeuwige verlossing van de zonde krijgen.
God zei ons niet dat we niet moesten zondigen, maar Hij leerde ons dat we de zondige wezens waren die slechts dagelijks konden zondigen. Dus zei Hij ons dat we ons zondeoffer aan Hem moesten geven om de verlossing van deze zonden te ontvangen. Daarom zei God toen een zondaar een zondeoffer ging geven, “Maakt Mij een altaar van aarde, en offert daarop uw brandofferen, en uw dankofferen, uw schapen, en uw runderen; aan alle plaats, waar Ik Mijns Naams gedachtenis stichten zal, zal Ik tot u komen, en zal u zegenen” (Exodus 20:24).
Het zondeoffer dat de Israëli’s aan God gaven, was in de vorm dat ze hun handen op het hoofd van het offer moesten leggen, waardoor hun zonden eraan werden doorgegeven, het bloed ervan te nemen en het op de hoorns van het brandofferaltaar te sprenkelen, en het vlees op het Altaar te leggen en het te verbranden in het vuur. Het was van wezenlijk belang om met het hele hart in de wet van de zaligheid, die ons door God gegeven is, te geloven als men zo’n offer moest aanbieden. Het offer dat God wilde, was geen ritueel offer, maar een serieus offer dat al hun zonden aan het zondeoffer in geloof zou doorgeven, terwijl ze geloven dat zij inderdaad naar de hel zullen gaan zonder Gods genade. 
Onze Heer werd door Johannes gedoopt en vergoot Zijn bloed aan het Kruis om onze zonden te laten verdwijnen. Hij besloot om onze zonden uit te wissen met dezelfde methode als de zondeoffering. Deze geloofsoffering voorspelde het offer van het Nieuwe Testament van de zaligheid dat vervuld werd door Jezus Christus, d.w.z. Christus kwam naar deze aarde, nam de zonden van de wereld op Zich met Zijn doopsel dat Hij van Johannes ontving, stierf aan het Kruis en redde daarmee de hele mensheid van hun zonden. Door met ons hele hart in deze waarheid te geloven, worden wij Gods kinderen.
 
 
We moeten het doctrinale geloof verwerpen
 
Exodus 20:25-26 zegt, “Maar indien gij Mij een stenen altaar zult maken, zo zult gij dit niet bouwen van gehouwen steen; zo gij uw houwijzer daarover verheft, zo zult gij het ontheiligen. Gij zult ook niet met trappen tot Mijn altaar opklimmen, opdat uw schaamte voor hetzelve niet ontdekt worde.” We moeten bijzondere aandacht schenken aan wat God in deze vers zegt. God zei de Israëli’s dat als zij een altaar van steen maakten, zij het niet uit steen moesten houwen, maar van stenen die in hun originele vorm en staat zijn. Wat betekent dit? Het betekent dat God blij is om ons geloof in Zijn zaligheid te accepteren, wat nooit veranderd of aangepast kan worden door menselijke gedachten. 
En God waarschuwde ons dus met de zin, “Gij zult ook niet met trappen tot Mijn altaar opklimmen, opdat uw schaamte voor hetzelve niet ontdekt worde,” dat we Hem niet met een door de mens gemaakt, religieus geloof moeten aanbidden. Ieder geloof van de wereld is niets anders dan een geloofssysteem dat door de mensen gemaakt is. Ze hebben gewone en basis principes opgezet in hun eigen religies die de mensen zeggen dat ze stap voor stap heilig moeten zien te worden, terwijl ze hun gelovige religieuze levens leiden. Zelfs de Christelijke religieuzen beweren dat zij geleidelijk geheiligd kunnen worden terwijl zij deugdzame levens leiden volgens Gods Wet.
Maar is het werkelijk waar? Helemaal niet! Mensen, die geboren zijn als de nakomelingen van Adam, kunnen Gods Wet niet volgen vanwege hun zonden, en zij kunnen slechts hun zekere dood aanschouwen vanwege deze zonden. Om al deze mensen daarom van de zonden van de wereld te redden, maakte God het opofferingssysteem van de Tabernakel en Hij heeft ze inderdaad allemaal gered. 
We moeten daarom allen het evangelie van de genade, van de verlossing van onze zonden, van onze zaligheid die God voor ons bepaald heeft met de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernd linnen, dat getoond wordt in de poort van het voorhof van het Tabernakel, accepteren. We moeten geloven zoals het echt geschreven staat in het Woord van de Bijbel; dat Jezus Christus naar deze aarde kwam als de God van het Woord, dat Hij Zijn werken deed zoals voorspeld was door de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen dat getoond wordt in de Tabernakel en dat Hij ons inderdaad op deze manier van al onze zonden heeft verlost. 
Maar hoe zit dat met de mensen die slechts religieus en doctrinaal geloof hebben? Wat doen zij aan hun dagelijkse zonden? Zulke mensen proberen de verlossing van hun zonden te verkrijgen door hun berouwgebeden aan te bieden, terwijl ze uiteindelijk rechtvaardig proberen te worden door de doctrine van de geleidelijke heiligmaking. Dit is zelfbegoochelend doctrinaal geloof van menselijke fabricatie. Het is arrogant om te proberen God met zijn eigen inspanningen te ontmoeten, en het is niets minder dan de werkelijkheid van de religieuze slechtheid van iemands eigen schepping.
De mensen moeten eerst toegeven dat er niets is dat zij zelf kunnen doen om al hun zonden te laten verdwijnen voor God. Toen we in deze wereld geboren werden, werden we allen geboren als het soort wezens die uit zichzelf slechts konden zondigen en daarom begaan we altijd zoveel zonden. Het doet er niet toe hoe vaak God ons door Zijn Wet vertelt dat we niet moeten zondigen. We zijn zodanig dat we er niets aan kunnen doen dat we het hele gamma van Zijn Wet breken en bij de vleet zonde begaan voor God. We moeten dus voor de Wet van God bekennen dat we zondig zijn. En we moeten met ons hart in de waarheid van de zaligheid geloven dat God ons van al onze zonden door de Werken van onze Heer Jezus heeft gered zoals getoond wordt in Zijn blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen.
Er is geen andere manier dan slechts in het Woord van God te geloven dat ons van alle zonden van de wereld gered heeft; de Heer werd zelf ons zondeoffer door Zijn doopsel en daarbij heeft Hij ons inderdaad van de zonden van de wereld gered. De Bijbel vertelt ons dat er geen andere god is naast Jehova en dat niemand naar de Vader komt behalve door Christus (Johannes 14:6). Door Gods Woord van de Wet te erkennen en erin te geloven, worden wij zondaars, en door in het evangelie van het water en de Geest te geloven, zijn we gered van onze zonden. Dit is de waarheid van ons echte geloof in God.
We moeten dus allen in Zijn zaligheid geloven zoals het volgens de wet van de verlossing van de zonden die onze Heer voor ons bepaald heeft om ons van al onze zonden te redden. Het Christendom is niet slechts een van de vele religies van de wereld, maar het is de waarheid van de zaligheid die gebouwd is op basis van ons geloof in Jezus Christus die verscheen in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernd linnen.
 
 
Door de bovenstaande hoofdpassage, moeten we ons allen realiseren waarom God ons heeft geroepen
 
We moeten ons allen het feit realiseren dat God ons geroepen heeft om ons Zijn bijzondere schat te maken. U en ik kunnen nooit Gods volk worden door onze eigen daden en inspanningen. Wij zijn eerder Gods kinderen geworden omdat we in de waarheid hebben geloofd dat Jezus Christus naar deze aarde kwam om ons van de vloek van de Wet te verlossen en van de straf en vernietiging van de hel. Door van Johannes gedoopt te worden en Zijn bloed aan het Kruis te vergieten, heeft Hij inderdaad degenen die geloven, volledig gered. De Messias, de Zoon van God, kwam naar deze aarde in de gedaante van een mens, nam alle zonden van de mensheid in een keer op Zich met Zijn doopsel, droeg deze zonden van de wereld naar het Kruis, offerde Zichzelf om de lonen van onze zonden te betalen door gekruisigd te worden, herrees van de dood en werd daarmee de Verlosser voor degenen die met hun hele hart in Hem geloven.
God zegt ons dat Hij de mensheid de volmaakte verlossing van de zonden heeft gegeven door Zijn blauwe, paarse en dieprode wol en getweernde linnen. Onze Heer vraagt ons, “Geloof je in Mijn werken, in wat Ik voor de verlossing van je zonden heb gedaan, dat ik naar deze aarde kwam en door Johannes werd gedoopt, en Mijn bloed aan het Kruis vergoot?” Alles wat we voor God kunnen zeggen is “ja.” Er is geen andere manier om gered te worden dan in de verlossing van de zonden die God ons gegeven heeft, te geloven. Niet alleen de Israëli’s van de tijd van het Oude Testament, maar ook u en ik in de huidige tijd, inderdaad, alle mensen van de hele wereld, moeten weten waarom God Mozes naar de berg Sinaï moest roepen en dit Woord van de hoofdpassage tot hem moest spreken.
God heeft de Israëli’s de Tien Geboden gegeven en ze daarna gezegd dat ze een altaar van aarde moeten bouwen volgens het geloof om de verlossing van hun zonden te verkrijgen (Exodus 20:24). Door ons geloof in het evangelie van het water en de Geest dat getoond werd in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen dat God ons gegeven heeft, moeten wij ook verlost zijn van al onze zonden. 
Wat is Gods eigennaam? Zijn naam is “Jahweh.” Het betekent, “IK BEN DIE IK BEN,” d.w.z. God is Hij die van zichzelf bestaat. Hoe kwam Hij dan tot ons? Hij kwam door het water en de Geest (Johannes 3:5). Onze Heer kwam naar deze aarde in de gedaante van een mens, nam alle zonden van de mensheid op zich door gedoopt te worden van Johannes, en werd voor ons geofferd door gekruisigd te worden. Omdat dit alles waar is en omdat we er ook zo in moeten geloven, zei God ons dat we het geloof dat getoond werd in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen dat gebruikt werd voor de poort van het voorhof van de Tabernakel, moesten hebben. Het ware geloof komt slechts als we onze eigen gedachten negeren en de verlossing van de zonden die gegeven is door God, herkennen. Omdat Hij ons zo’n onvoorwaardelijke liefde heeft gegeven, kunnen we Hem niet genoeg bedanken want we hebben niets waarop we voor God trots kunnen zijn.
We moeten onze basis van geloof op de goede bijbelse kennis van God leggen. God sprak van deze basis van geloof tot het volk van Israël en Hij sprak ook tot ons. Zelfs nu moet u zich allen realiseren en geloven in de waarheid die getoond wordt in de kleuren van de poort van het voorhof van de Tabernakel, de kleuren die deze basis van het geloof vormen. We moeten in de ware God geloven. Om ons van onze zonden te redden, nam God Zelf onze zonden met Zijn doopsel op Zich en vergoot Zijn bloed aan het Kruis.
U moet in het evangelie van het water en de Geest geloven om gered te worden van al uw zonden door het opofferingssysteem dat door het religieuze Christendom vernietigd is, weer op te bouwen, als u het geestelijke volk van Israël wilt worden. U en ik moeten dit evangelie van het water en de Geest, dat getoond wordt in de blauwe, paarse en dieprode wol, kennen en nog eens de grondbeginselen van ons geloof van de verlossing van de zonde leggen zodat het sterk en stevig zal staan. 
We moeten Jezus met ons geloof danken. Om degenen onder ons te redden die slechts naar de hel kunnen gaan, zond God de Vader ons Jezus Christus, die als de blauwe, paarse en dieprode wol door Zijn Woord van waarheid kwam. Door met ons hele hart in deze waarheid te geloven dat onze Heer ons met Zijn vier diensten die getoond worden in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, van al onze zonden heeft gered, en doordat we in Zijn liefde van genade geloven, geven we allen onze dank aan God. Slechts als we de reden waarom God Mozes naar de berg Sinaï riep, goed kennen en erin geloven, kunnen we ons de mensen noemen die de goede basis van geloof op grond van de ware verlossing van de zonden hebben gelegd. U en ik moeten ons de reden waarom God ons van de berg Sinaï toeriep, realiseren en erin geloven: het was om ons van al onze zonden te vergeven door het zondeoffer en om ons Zijn eigen kinderen te maken.
U zult door de waarheid, die getoond wordt in de poort van het voorhof van de Tabernakel, in staat zijn nog meer liefde van Gods genade tegen te komen. Het is mijn oprechte hoop en gebed dat u allen in deze liefde van Gods genade zult geloven en het in uw hart zult accepteren.