The New Life Mission

Preken

Onderwerp 11: De Tabernakel

[11-7] (Exodus 25:1-9) De bouwmaterialen van de Tabernakel die de basis van het geloof legden

(Exodus 25:1-9)
“Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen. Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper; Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar. En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen; en sittimhout; Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen; Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap. En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone. Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken.”
 
 
Armzielige levens
 
In een gedicht dat ‘Een psalm des levens’ heet, schreef Henry Wadsworth Longfellow, “Zeg me niet, in trieste getallen, ‘Leven is slechts een betekenisloze droom!’” 
Als u er echter werkelijk over nadenkt, dan is het leven van de mensen inderdaad erg armzalig. Alhoewel het lijkt alsof het leven van iedereen op het einde nutteloos tot stof terugkeert na een eenzaam en kortstondig leven in deze woestenij van de wereld, is de aarde niet de eindbestemming. Het definitieve einde van ieders persoonlijke leven zal vanwege de zonden, het eeuwigdurende en vreselijke lijden in de hel zijn. 
En toch zijn de mensen gewoonlijk onverschillig ten opzichte van hun eigen dood en de wereld na het graf. Terwijl ze op deze wereld leven, leven de mensen dus zonder enig doel, terwijl ze naar de hel gaan en niet in staat zijn God, die hen gered heeft, te ontmoeten. Dit is leven. Maar als dit inderdaad alles is om voor te leven, dan zouden wij toch erg armzalig en zielig zijn. 
De Messias wacht op zulke levens. Als de mensen onvoorzichtig in deze open wereld gegooid zouden worden om doelloos rond te dolen en dan in het duister te verdwijnen, dan zouden ze inderdaad een zielig en miserabel bestaan leiden. We kunnen dit allemaal erkennen door gewoon naar de mensen om ons heen te kijken.
Toen ik pas geleden in een auto zat, zag ik een oudere man van rond de 60, langs de weg lopen. Hij had zijn rug naar me toegekeerd, zijn hoofd was gebogen en hij liet zijn schouders hangen, wat alles tamelijk eenzaam uitzag. Toen ik toeterde, draaide hij zich om en ik zag dat zijn gezicht vol verdriet was. Toen ik de uitdrukking in het gezicht van deze man zag, peinsde ik even. Deze oudere man voelde waarschijnlijk hoe leeg zijn leven was. De verlatenheid van de herfst voegde misschien iets aan dit gevoel van leegte toe, wat hem zelfs nog meer de nutteloosheid van zijn leven liet voelen. Niet alleen het leven van deze man, maar in feite het leven van iedereen is werkelijk armzielig.
Met het verstrijken der tijd realiseren deze mensen zich nog niet eens dat zij ouder worden, totdat zij opeens diepe rimpels ontdekken. Velen van hen hebben zoveel moeilijkheden in hun leven aanschouwd dat zij niet eens een kans hebben gehad om op adem te komen, zich om te draaien en te zien waar zij gelopen zijn. Alhoewel alle ouders voor hun kinderen en familie geleefd en gewerkt hebben, kan geen woord hun verdriet beschrijven, want als zij hun eigen zonsondergang aanschouwen, blijft er niets van hun leven over. 
Ze worden gauw overweldigd door tranen vanwege hun emoties. Nadat zoveel tijd verstreken is, hebben ze eindelijk een kans om achterom te kijken en als ze dit doen, voelen zij slechts hoe griezelig deze verlatenheid van de late herfst hun leven weerspiegelt. Met de herfst, als alle bladeren gevallen zijn en zij slechts de sombere winter aanschouwen, herkennen zij dat ook hun levens gauw op deze manier zal verdwijnen. Zij zullen er natuurlijk spijt van dat ze er zolang over hebben gedaan om zich dit te realiseren. Welke hoop zouden deze mensen hebben als zij op het punt staan te sterven zonder ook maar de Heer te hebben ontmoet? Zulke mensen, die aan hun einde komen zonder de Messias te hebben ontmoet, zijn voor altijd armzielig.
Ik zou ook een zielig leven hebben geleid als ik de Heer niet had ontmoet. En u? Waar zou u nu op afstevenen als u de Heer ook niet had ontmoet? Er zijn teveel mensen in deze wereld die, omdat ze niet in staat waren de Heer te ontmoeten, hun eigen ongeluk gereserveerd hebben.
Het breekt mijn hart als ik aan deze mensen denk, dat er zoveel mensen zijn die hun eigen ongeluk gereserveerd hebben. Varkens hoeven maar te eten totdat ze doodgaan, maar ons leven is anders dan dat van deze varkens, want wij moeten overwegen en verder in de eeuwige toekomst kijken. Veel mensen bereiken hun laatste dag vol spijt. Alhoewel zij weten dat er het eeuwige Koninkrijk van de Hemel is, erkennen zij dat zij te ongepast zijn om er binnen te gaan, want zij zijn nog steeds zondig. Het trieste lot van de vele mensen, die spijt hebben in hun levens, maakt me treurig. 
Als we over deze levens nadenken, dus dat zij niet in staat zijn om naar de goede plaats te gaan die door God voorbereid is en dat zij van deze wereld zullen verdwijnen zonder het werkelijke doel van hun leven te vervullen, kunnen we slechts medelijden met deze zielen hebben en treuren om hun lot. Daarom wordt het leven vaak vergeleken met een reis over een woeste en moeilijke oceaan. Als we naar het leven verwijzen, zeggen mensen dat het is alsof ze in zo’n oceaan leven terwijl ze de bitterheid van de menselijke wereld proberen te overleven. Vanaf hun geboorte tot aan hun dood moeten zij lijden, trappen en schreeuwen om te overleven.
Als we onszelf eraan herinneren dat het leven hierom draait, dan realiseren we ons met zekerheid dat het werken van uiterst belang zijn om dit Tabernakel aan alle mensen uit te leggen en om deze mensen te helpen de Heer te ontmoeten. Waarom? Omdat God, door het zondeoffer, deze zondige mensen hun zaligheid van de zonden geeft door ze in Zijn eigen Huis van God te ontmoeten. De Tabernakel is het Huis van God dat in de woestenij is opgericht. In dit Huis van God, de Tabernakel, ontmoet God de zondaar door de genade van de verlossing van de zonden die vervuld wordt door het zondeoffer. God zegt ons, “Ik zal jullie Mijn Huis laten bouwen waarin ik aanwezig zal zijn, en ik zal je in dit Tabernakel ontmoeten, op de verzoendeksel.” Alleen maar in de Tabernakel, het Huis van God, krijgt iedereen een kans om God te ontmoeten.
Dit geloof in de waarheid van de Tabernakel kan voor niets anders in deze wereld verwisseld worden en het is het meest waardevolle dat voor geen goud in de wereld gekocht kan worden. Ik geloof dat voor die mensen onder ons die het Christelijke geloof hebben dat in Jezus Christus als onze Verlosser gelooft, de exacte kennis van en het juiste geloof in dit Tabernakel, de manier is om een gezegende weg te gaan.
 
 
We leven ons gezegende leven
 
Mijn hart is gevuld met gelukkige gedachten en het vraagt zich af of er iemand is die zo’n gezegend leven voert als ons. Alhoewel het leven zo’n armzielig bestaan is, leven veel mensen hun leven terwijl ze volledig hun eigen lot vergeten. Maar God wilt hen laten erkennen hoe koppig zij voor Hem hebben geleefd en Hij wilt dat hun hart bekeert. Zij proberen echter nog steeds hun leven te leven zonder naar het evangelie, dat God hun gratis heeft gegeven, te luisteren en zonder ook maar een klein beetje hun hart te openen.
Exodus vertelt ons over de tien plagen die God over de farao bracht. Een totaal van tien plagen werd aan het land van Egypte gebracht. God heeft de farao geboden om Zijn volk dat in Egypte leefde, vrij te laten. Hij zei de farao dat als hij Hem niet zou gehoorzamen, Hij plagen over hem zou brengen. Maar de farao luisterde niet naar wat God hem te zeggen had, en verzette zich koppig tegen Zijn gebod, en uiteindelijk ontving hij alle tien de plagen die God beloofd had. De halsstarrigheid van de farao was onrechtvaardig. Ook bevrijdde hij het volk van Israël slechts nadat hij alle straffen van God had ontvangen omdat hij door Satan beheerst werd. Dit verwijst naar onze eigen ongerechte tegenstribbeling die bij iedereen gevonden kan worden.
Zulke mensen kunnen echter nog steeds de verlossing van de zonden (die door God in Zijn Tabernakel bepaald is) krijgen en met Hem in geloof leven. En toch zijn deze mensen zo halsstarrig dat zij Gods waarheid met een koppigheid van een ezel blijven weigeren en er niet in geloven. Daarom zijn er zoveel mensen die de God van de waarheid niet kunnen ontmoeten, die hun leven als zondaars leiden en uiteindelijk hun eigen vernietiging tegemoet gaan. Dit maakt me diep ongelukkig. Te veel mensen zijn veel te koppig voor God. 
Omdat zulke mensen even zwichten als zij moeilijkheden aanschouwen, maar dan meteen weer teruggaan naar waar zij waren voordat ze Gods wil weigerden en hun halsstarrige manieren weer opnemen, zullen zij hun tweede plaag aanschouwen. En met deze tweede plaag zwichten zij een beetje meer. Maar dit zal niet lang duren want zij zullen weer ongehoorzaam zijn tot God en Hem uitdagen. En dus worden zij onderworpen aan hun derde plaag, die gevolgd wordt door hun vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste en negende plaag totdat zij zich pas na de laatste plaag en als ze vernietigd zijn, zullen overgeven.
Als de laatste plaag komt, zullen er veel mensen zijn die het leed van de hel moeten verdragen omdat ze niet geloofden wat de Messias voor hen heeft gedaan. Hoe dwaas is het leven van zulke mensen? Daarom is het leven van iedereen zo armzalig.
Alhoewel het leven van de mensen armzalig is voor God, moet u zich realiseren dat het een grote zegen voor u is om God in de Tabernakel te ontmoeten en met dit besef over het Woord van de Tabernakel uit te weiden. 
 
 
Het Offer dat God van ons verlangt
 
God gebood Mozes om naar de berg Sinaï te komen en Hij gaf hem een hele reeks van Zijn Wet. Ten eerste gaf Hij Mozes de Tien Geboden: “Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen; Gij zult Mijn naam niet lichtvaardig gebruiken; Wees gedachtig dat gij de dag des Heerens heiligt; Eert uw vader en moeder, gij zult niet doden; gij zult geen echtbreuk plegen; gij zult geen diefstal plegen; gij zult uw naasten niet vals betuigen; gij zult niet begeren.” Daarnaast sprak God ook tot hun van de andere wetten die de Israëli’s in hun dagelijkse leven moesten houden. Het waren de in totaal 613 geboden en wetten van God.
Deze 613 geboden omvatten aspecten als wat de Israëli’s moesten doen als ze hun kudde verloren, wat ze moesten doen als het vee van iemand anders in een put was gevallen, dat zij geen incest moesten begaan, dat als zij dienaren hadden, zij hun in het zevende jaar vrij moesten laten, dat als zij hun vrouwelijke bediende met hun enige mannelijke bediende moesten laten trouwen en kinderen laten krijgen, enzovoorts enzovoorts. God gaf Mozes al deze ethische wetten waaraan de Israëli’s zich in hun dagelijkse leven moesten houden volgens hun geloof in het aangezicht van God.
God zei toen tegen Mozes dat hij de berg naar beneden moest gaan, de ouderlingen moest verzamelen en Zijn geboden moest aankondigen. Terwijl ze Gods Woord hoorden, stemde het hele volk van Israël toe en zwoer met hun bloed dat zij dus al Zijn geboden zouden gehoorzamen (Exodus 24:1-4).
Toen God Mozes nog eens naar de berg riep, was het om hem te gebieden dat ze de Tabernakel moesten bouwen.
God sprak tot Mozes, “Spreek tot de kinderen Israels, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.” (Exodus 25:2). Daarna somde Hij Zijn offer op: “Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper; Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar. En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen; en sittimhout; Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen; Sardonyxstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap” (Exodus 25:3-7).
God zei hun dat ze deze offers moesten brengen met een concrete bedoeling. Deze bedoeling was om het schitterende Huis van God te bouwen op deze aarde, waar geen zonde was en waar God zou verblijven, zodat Hij het volk van Israël daar zou ontmoeten en er hun zonden zou laten verdwijnen. Dit betekent echter niet dat God hun zei dat ze geld moesten brengen om een herdenkingsgebouw te bouwen zoals de huidige kerken. Valse profeten van het huidige Christendom neigen ertoe om deze passage verkeerd toe te passen wanneer zij hun kerkgebouwen bouwen omdat ze hun eigen lusten willen stillen. 
God zei de Israëli’s daarentegen dat ze Hem deze offers moesten brengen zodat Hij hun Zijn eigen Huis zou laten bouwen en hun daar rijkelijk zou zegenen. De reden waarom God deze offers ontving was in feite om ons van onze zonden te verlossen en ons van ons oordeel te redden. Het was zodat God zelf ons kon ontmoeten, ons zondaars die zo’n armzalig leven leiden, om onze zonden weg te wassen, onze zonden te laten verdwijnen en ons Zijn eigen volk te maken.
 
 
De verborgen geestelijke betekenis van de offers die God gebood om naar Hem gebracht te worden
 
Laat ons voordat we verder gaan, even nadenken over de geestelijke betekenis van deze offers die God ons gebood Hem te brengen. Hierna zullen we ons geloof in het licht hiervan onderzoeken. 
 
 
Goud, Zilver en Brons
 
Ten eerste moeten we uitvinden waar het goud, zilver en brons voor gebruikt werd. In de Tabernakel werd goud gebruikt voor het Heiligdom, het Allerheiligdom en de gebruiksvoorwerpen die erin te vinden waren, inclusief de kandelaar, de tafel der toonbroden, het wierookaltaar, de verzoendeksel en de Ark van het Verbond. Goud verwijst naar het geloof in het Woord van God. En zilver verwijst naar de genade van zaligheid. Het zegt ons dat we moeten geloven in het geschenk van de zaligheid dat ons slechts gegeven wordt door de Messias en dat onze Heer al onze zonden op Zich heeft genomen en voor ons veroordeeld was.
Brons werd daarentegen voor de voetstukken van de pilaren van de Tabernakel, de haringen, het wasbekken en het brandofferaltaar gebruikt. Alle bronzen gebruiksvoorwerpen werden in de grond begraven of op de grond geplaatst. Dit verwijst naar het oordeel van de zonden van de mensen, en brons zegt ons ook dat we door God veroordeeld zullen worden voor het falen om ons aan de Wet te houden en vanwege onze zonden. 
Wat is dan de geestelijke betekenis van het goud, zilver en brons? Zij vormen de basis van het geloof in de ontvangst van het geschenk van de zaligheid die door God gegeven wordt. De Bijbel zegt ons dat we allen zondaars zijn die zich niet volledig aan de Wet kunnen houden, dat we vanwege onze zonden moeten sterven en dat in plaats van onze eigen dood, de Heer naar deze aarde kwam en voor onze zonden in onze plaats veroordeeld werd omdat Hij het zondeoffer werd van de offerande voor de zonden die in de Tabernakel gegeven werd. 
Om het probleem van hun zonden op te lossen, brachten zondaars een onbesmet dier naar de Tabernakel en door hun handen volgens het opofferingssysteem op het hoofd te leggen, gaven ze hun zonden eraan door; het zondeoffer dat hun zonden accepteerde, vergoot zijn bloed en werd gedood. Door dit te doen, kond het volk van Israël, dat gedoemd was om naar de hel (brons) te gaan, de verlossing van hun zonden (zilver) ontvangen en aan hun veroordeling voor de zonde volgens geloof ontsnappen (goud).
 
 
De blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen
 
Hier zijn de andere veelgebruikte materialen: blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen. Deze draden werden gebruikt voor de poort van de voorhof van de Tabernakel, de poort van het Heiligdom, en de voorhang tussen het Heiligdom en het Allerheiligdom. Deze vier draden vertellen ons de waarheid die precies zo geprofeteerd is in Genesis 3:15, dat de Heer uit de schoot van een vrouw geboren wordt, dat onze Heer inderdaad naar deze aarde zou komen en de zondaars van hun zonden zou redden door gedoopt en gekruisigd te worden en dat God Zelf ons zou redden. 
Deze vier draden werden niet alleen voor de poorten van de Tabernakel gebruikt maar ook voor de kledij van de Hogepriester en de eerste bedekkingen van de Tabernakel. Dit was Gods verbond dat Jezus Christus naar deze aarde zou komen en ons van onze zonden zou redden door Zijn werken van de blauwe, paarse en dieprode wol te vervullen. En onze Heer hield zich aan deze belofte en heeft ons inderdaad van de zonden van de wereld gered.
Het belangrijkste punt van de poorten van de Tabernakel is de blauwe wol. Waarom moest Jezus Christus, toen Hij als de Messias naar deze aarde kwam, aan het Kruis sterven? Omdat Hij gedoopt was, moest Hij aan het Kruis sterven. De blauwe wol verwijst naar het doopsel van Jezus, de paarse wol vertelt ons dat Jezus de Koning is, en de dieprode wol verwijst naar Zijn kruisiging en bloedvergieten. De blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen zijn de wezenlijke materialen die het geschenk van de zaligheid vormen dat Jezus Christus ons heeft gegeven door als de Messias naar deze aarde te komen en al onze zonden op Zich te nemen.
Veel mensen in deze wereld benadrukken slechts dat Jezus Christus de Zoon van God is en dat Hij in wezen God zelf is. Maar God vertelt ons duidelijk door de Tabernakel dat zulke leringen niet de hele waarheid kunnen zijn. 
De Apostel Paulus zei in 1 Petrus 3:21, “Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus.”
Dit getuigt aan ons dat Jezus Christus Zijn belofte van de zaligheid vervulde en dat de basis van het geloof volledig gelegd was door de ontvangst van Zijn doopsel, het tegenbeeld dat ons redt. Wie is onze Messias? De Messias betekent de Verlosser, wat ons zegt dat Jezus naar deze aarde kwam, gedoopt werd om al onze zonden en alle zonden van de wereld op Zich te nemen en ze werkelijk allemaal op Zich nam met Zijn doopsel. 
God zei de Israëli’s dat ze de poort van de Tabernakel moesten maken door blauwe, paarse en dieprode wol op getweernd linnen te weven. En het doel van onze Heer, die de Koning der koningen was en de Heer van de Hemel, om in de gedaante van een mens naar deze aarde te komen, was om de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen te vervullen. Onze Heer kwam in de gedaante van een mens en ontving het doopsel, dat alle gerechtigheid van God ontving, van Johannes de Doper, de vertegenwoordiger van de mensheid. 
Dit was hetzelfde als het zondeoffer van het Oude Testament dat de zonden van de Israëli’s accepteerde doordat de Hogepriester de handen op het hoofd ervan legde en dat het voor deze zonden veroordeeld werd. Met andere woorden, Jezus kwam, net zoals het zondeoffer van het Oude Testament, als het zondeoffer voor de zonde van alle zondaars in het Nieuwe Testament, werd gedoopt, gekruisigd en droeg daarbij alle veroordeling van de zonden van de wereld. Jezus vervulde de waarheid van de blauwe wol door, als het offer Lam van God, gedoopt te worden van Johannes. Met dit doopsel nam Jezus de zonden van de mensheid in een keer op Zich.
De reden waarom de meeste Christenen mensen zijn geworden die zelfs nog slechter zijn dan de mensen van andere wereldlijke religies, is omdat zij niet in staat zijn geweest om deze waarheid van de blauwe wol, het doopsel van Jezus, te kennen en erin te geloven en daarom de verlossing van hun zonden niet in een keer hebben ontvangen. Als Christenen niet de juiste vertaling hebben van dit doopsel dat Jezus ontving om onze zonden op Zich te nemen, dan kan hun geloofsbasis vanaf het begin niet goed gelegd worden. 
Om precies te zijn, de blauwe wol is de methode en de waarheid waarmee de Messias naar deze aarde kwam en onze zonden op Zich nam. En de dieprode wol verwijst naar het bloed van Jezus. De reden waarom Jezus Christus gekruisigd was, Zijn bloed vergoot en aan het Kruis stierf, is omdat al onze zonden aan Hem zijn doorgegeven door Zijn doopsel. Omdat Jezus met Zijn doopsel dat Hij van Johannes ontvangen had, onze zonden op Zichzelf had genomen, kon Hij aan het Kruis sterven en door dit feit was Zijn offer aan het Kruis voor ons niet nutteloos. Omdat Jezus Christus de Messias al onze veroordeling voor de zonde volledig met Zijn doopsel en kruisiging droeg, kon Hij onze zaligheid voltooien. 
De paarse wol betekent dat Jezus Christus God is en de Koning der koningen. Alhoewel Jezus Christus de Koning der koningen is (de paarse wol), zou zijn dood slechts nutteloos zijn geweest als Hij niet gedoopt was door Johannes de Doper, de vertegenwoordiger van de mensheid en als Hij daarom niet onze zonden op Zich had genomen (blauwe wol); ondanks de hoeveelheid pijn en verdriet Hij leed toen Hij aan het Kruis stierf (dieprode wol). Het getweernde linnen vertelt ons dat het Woord van de profetie dat God in het Oude Testament gesproken had, geheel vervuld is in het Nieuwe Testament. 
 
 
Het huidige Christendom heeft de betekenis van de blauwe wol verloren
 
En toch is er in het huidige Christendom een uitgesproken neiging om de blauwe wol, van de vier draden, te negeren en om het Woord van God willekeurig zelf te interpreteren, deze grote zonde zal zeker veroordeeld worden.
De blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen dat gebruikt werd voor de poort van de voorhof van de Tabernakel, zegt ons de waarheid van de zaligheid; dat Jezus Christus onze Messias, naar deze aarde moest komen in de gedaante van een mens, gedoopt en gekruisigd moest worden, om ons van onze zonden te redden. Jezus nam al onze zonden op Zich.
Hoe nam Jezus onze zonden op Zich? Hij nam ze door het doopsel dat Hij van Johannes ontving. Slechts door onze zonden op Zich te nemen kon Jezus onze ware Verlosser worden. Daarom moesten de poorten van de Tabernakel met deze vier draden geweven worden want zij vertellen ons dat Jezus, die naar deze aarde kwam, gedoopt werd, Zijn bloed aan het Kruis vergoot en van de dood herrees, God Zelf is.
De poort van de voorhof van de Tabernakel was dus gemaakt van deze blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen. Jezus is de deur tot de zaligheid die ons in het Koninkrijk van de Hemel leidt. Deze deur is een deur die geweven is van de blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen. Jezus is de Verlosser van de zondaars. Het doopsel van Jezus en Zijn kruisiging zijn Zijn geschenk van de zaligheid dat de zondaars van hun zonden heeft gered.
Omdat het huidige Christendom gefaald heeft om het doopsel van Jezus goed te begrijpen, zijn de mensen niet in staat geweest om de echte God tegen te komen en hierdoor is het Christendom tot een van de vele wereldlijke religies gekeerd. Wat ons geloof betreft moeten we daarom eerst een stevige geloofsbasis leggen op grond van de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol. Deze basis van geloof is het feit dat onze Heer naar deze aarde kwam en ons heeft gered van de zonden van de wereld door Zijn blauwe, paarse en dieprode wol en getweernde linnen. 
Jezus kwam naar deze aarde en heeft het geschenk van de zaligheid, dat ons van al onze zonden gered heeft, met Zijn doopsel en het bloed aan het Kruis, voltooid. Om duidelijker te zijn, Jezus kwam naar deze aarde in de gedaante van een mens, nam door Zijn doopsel de zonden van de wereld op Zich, verzoende al onze zonden met Zijn bloed aan het Kruis en droeg dus de veroordeling van onze zonden door aan het Kruis te sterven. Deze Jezus, die ons dus gered heeft door het water en het bloed (1 Johannes 5:4-8) is in wezen de Heer van de schepping die ons maakte en de Ene die ons het geschenk van de zaligheid heeft gegeven dat ons redde. Deze Jezus die ons van al onze zonden en de veroordeling gered heeft, is onze ware Verlosser geworden. Dit zeggen de bouwmaterialen van de Tabernakel ons.
En we moeten ons geloof dus stevig vestigen door in deze materialen te geloven. We moeten duidelijk en beslist met ons hele hart geloven in het doopsel dat Jezus, die als onze Messias kwam, ontving, in alle veroordeling die Hij voor ons aan het Kruis droeg en in Zijn herrijzenis van de dood, als we in deze Jezus geloven. De Verlosser die ons het geschenk van onze zaligheid van al onze zonden heeft gegeven door Zijn doopsel en het bloed dat Hij aan het Kruis vergoot, was niet gewoon een man, maar Hij was de Schepper die de mensheid en het hele universum heeft gemaakt. We moeten ons geloof in de blauwe, paarse en dieprode wol belijden. Zonder zo’n geloofsbelijdenis is het gewoon onvast om in Jezus als de Verlosser te geloven.
Heeft u ooit het spel ‘zin doorfluisteren’ gespeeld? Dit spel begint bij een persoon die een kaart wordt gegeven waarop een zin geschreven staat. De persoon leest stilletjes de zin en zegt dan de zin op zonder geluid te maken, dus alleen de lippen te bewegen. De volgende die de lippen leest, geeft de zin dan door aan een derde persoon. Deze persoon leest dan de lippen van de tweede persoon en geeft het dan op dezelfde manier door aan de vierde persoon totdat de laatste persoon is bereikt. Het doel van dit spel is dat de laatste persoon de originele zin correct zegt zoals die in het begin is doorgefluisterd. Dit spel is leuk omdat de originele zin gemakkelijk veranderd wordt. Als het spel bijvoorbeeld begint met de zin “Zet de ventilator aan,” zal het al na een paar mensen veranderd zijn. Op het einde zal de laatste persoon misschien zeggen, “Zet de ezel weg,” wat een volledig andere zin is. 
Zoals deze laatste persoon met een volledig andere zin komt, zo heeft ook het huidige Christendom een volledig misplaatst geloof alsof het dit fluisterspel heeft gespeeld. Waarom is dit het geval? Dit komt omdat het Christendom gefaald heeft het geloof te baseren op de blauwe, paarse en dieprode wol. Het huidige Christendom heeft haar basis niet gegrond op dit geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol. We kunnen gewoon niet in Jezus geloven en Zijn leringen op ons leven toepassen, als de basis van ons geloof veranderd is, hoe hard we ook onze best doen.
De Heer zei de Israëli’s dat ze Hem eerst goud, zilver en brons moesten brengen en daarna blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen toen Hij hun zei dat ze Hem hun offers moesten brengen om de Tabernakel te bouwen. Deze bouwmaterialen tonen ons allen dat Jezus ons gered heeft door Zijn doopsel dat Hij van Johannes had ontvangen, Zijn doodbloeden aan het Kruis en Zijn herrijzenis.
De blauwe wol werd niet alleen voor alle poorten van de Tabernakel gebruikt maar ook voor de efod van de Hogepriester en de bedeksels van de Tabernakel. Dit is het evangelie dat ons vertelt hoe onze Heer naar deze aarde kwam en hoe Hij ons gered heeft van onze zonden. Het vertelt ons dus hoe belangrijk deze vier basis onderdelen van het geloof, d.w.z. de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, werkelijk zijn voor het geloof. Op basis van dit Woord moeten we allen stevig onze basis voor ons geloof leggen. Slechts dan kunnen we in God geloven en onze verlossing van de zonden ontvangen, Zijn dienaren worden die dit woord hierna verspreiden en als de Heer terugkeert, daarbij zo’n geloofsvolk worden dat dit geloof vol vertrouwen voor God staat met.
Het is waar dat er nog steeds pluimstrijkerij is in Korea, dat alles van het buitenland als beter beschouwt. De theologen van mijn land hebben deze neiging ook terwijl ze groot vertrouwen plaatsen in wat westerse theologen gezegd hebben en zelfs nog meer op hun woord vertrouwen dan op het Woord van God. Zij moeten van deze onwetendheid verlost worden en zij moeten werkelijk in het Woord van God geloven, erin vertrouwen en van Hem afhankelijk zijn, want de waarheid van het doopsel van onze Heer, van Zijn bloed en van het feit dat Hij God Zelf is, is in wezen de deur van onze zaligheid geworden.
Zoals de Apostel Petrus belijdde, “Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods” (Mattheüs 16:16), moet ook u weten en geloven dat de Heer onze ware God van de zaligheid werd door met Zijn doopsel onze zonden op Zich te nemen, aan het Kruis te sterven en van de dood te herrijzen, wanneer u gelooft dat de Heer naar deze wereld kwam om ons van onze zonden te redden. Het doopsel van onze Heer en het bloed aan het Kruis zijn de basis van het ware geloof dat ons in staat stelt om de gave van de zaligheid te ontvangen. Als we zelfs niet volgens het Woord van God in het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol kunnen geloven, hoe zouden we het dan ooit het ware geloof kunnen noemen?
 
 
De Wet is de schaduw van de goede dingen die komen gaan
 
De bouwmaterialen van de Tabernakel tonen ons dat onze Heer naar deze aarde kwam in de gedaante van een mens, met Zijn doopsel onze zonden op Zich nam, met Zijn kruisiging de veroordeling van onze zonden droeg, van de dood herrees en daarbij onze Verlosser werd. Met de blauwe, paarse en dieprode wol, beloofde onze Heer in het Oude Testament dat Hij ons de gave van de zaligheid zou geven. De Ene die ons dit verbond gaf, was niemand minder dan Jezus Christus, de Koning der koningen die gedoopt en gekruisigd werd voor de zondaars. Deze God kwam met andere woorden als onze God, de Messias naar ons. We moeten dus de basis van ons geloof leggen door deze waarheid volledig te kennen en erin te geloven. Door in het evangelie van het water en de Geest te geloven, moeten we allen de gave van de zaligheid ontvangen.
Goud, zilver en brons waren ook de materialen die voor de Tabernakel gebruikt werden. Deze materialen verwijzen naar de gronding van ons geloof. We kunnen het voor God niet voorkomen om in de hel geworpen te worden vanwege onze zonden. Maar onze Heer heeft de gave van de zaligheid gegeven aan mensen die zoals ons geloven. Jezus Christus werd door Johannes gedoopt, Hij werd gekruisigd en heeft ons, als het zondeoffer van de hele mensheid, volledig van onze zonden gered. Er was geen manier voor ons om de hel te voorkomen, want wij weten slechts dat wij verdoemd zullen worden voor onze zonden en we wisten niet hoe we het geloof konden hebben dat al onze zonden laat verdwijnen. Maar in God was de gave van de zaligheid. Het is de gave van de zaligheid dat Jezus naar deze aarde kwam, al onze zonden op Zich accepteerde met Zijn doopsel, aan het Kruis stierf en daarbij alle problemen van onze zonden en veroordeling heeft opgelost.
We zijn van onze zonden gered door ons geloof, door te geloven dat God Zijn werk van onze zaligheid voltooid heeft en ons de gave van deze zaligheid heeft gegeven. Daarom zei God dat we Hem goud, zilver en brons moesten brengen want Hij heeft degene die het niet konden voorkomen om naar de hel te gaan, volledig gered door hen de gave van de zaligheid te geven. Omdat onze Heer ons inderdaad gered heeft door naar deze aarde te komen, al onze zonden op Zich te nemen en al onze veroordeling te dragen, zijn wij volledig gered voor God door in deze gave van de zaligheid te geloven. 
Jezus Christus is nu onze volmaakte Verlosser geworden. We moeten daarom stevig met ons geloof in Zijn gave van zaligheid verankerd zijn want de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen zijn de gaven van het geloof. God wilt niet dat we willekeurig en blindelings geloven zonder iets te weten.
 
 
Geitenhaar, roodgeverfde ramsvellen en dassenhuiden
 
Deze werden gebruikt als de bedeksels van de Tabernakel. De eerste bedekking was geweven van blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen waarop de tweede bedekking van geitenhaar werd gelegd. Dit werd daarna bedekt met roodgeverfde ramsvellen en uiteindelijk werden daarover dassenhuiden gelegd. Zo bedekten vier verschillende lagen de Tabernakel.
De bedekking die het allerlaatste op de Tabernakel gelegd werd, was van dassenhuiden. Wat dus aan de oppervlakte van de bedekking van de Tabernakel verscheen waren gewoon deze zwarte dassenhuiden. Een das is een marterachtige. De grootte van de huiden van een das zijn iets kleiner dan die van een mens en de huiden zijn waterdicht. Daarom werden de huiden als bedekking voor de bovenste laag van de Tabernakel gebruikt. Hierdoor was de uiterlijke schijn van de Tabernakel niet erg indrukwekkend en het was zeker geen plezierig gezicht om naar te blijven kijken. Dit zegt ons dat wanneer Jezus voor ons naar deze aarde komt, Hij inderdaad zo’n lage vorm zal aannemen die geen uiterlijke aantrekkelijkheden heeft.
De roodgeverfde ramsvellen vertellen ons dat Jezus Christus naar deze aarde zou komen en voor ons zou worden opgeofferd terwijl de geitenharen ons vertellen dat Hij ons zou redden door gedoopt te worden als ons zondeoffer en daarbij onze zonden op zich te accepteren en aan het Kruis geofferd te worden. 
De materialen van deze bedekkingen van de Tabernakel zijn met andere woorden de fundamenten van ons geloof. Deze waarheden zijn de bouwmaterialen van het geloof dat absoluut niet weggelaten kan worden. Jezus Christus kwam naar deze aarde als ons eigen zondeoffer om ons de gave van de zaligheid te geven. In het Oude Testament richtte God het opofferingssysteem op voor de verlossing van de zonden van de Israëli’s: de onbesmette offerdieren (geiten, lammeren of stieren) accepteerden de zonden van de Israëli’s, die aan hen werden doorgegeven, door het opleggen van handen en ze werden in plaats van de Israëli’s gedood, hun bloed werd vergoten en ze werden verbrand en daarbij redden zij hen van al hun zonden. 
Jezus Christus kwam naar deze aarde als het Offerlam en accepteerde onze zonden op Zich door Zijn doopsel, d.w.z. het opleggen van handen. Jezus Christus droeg ook alle veroordeling van onze zonden door gedoopt te worden en door aan het Kruis te sterven en Hij heeft ons daarbij van de zonden van de wereld gered, net zoals het zondeoffer dat gedood werd door het bloed te vergieten en op het brandofferaltaar te verbranden voor het accepteren van de zonden van de Israëli’s met het opleggen van handen.
Omdat Jezus gedoopt werd en Zijn bloed vergoot, waarmee Hij onze eeuwige verzoening met dit bloed voltooide en alle zonden van de wereld heeft uitgewist, zijn de namen uit het Boek des Oordeels uitgewist door het bloed van het zondeoffer op de hoorns van het brandofferaltaar te strijken. Op deze manier spreken alle materialen van de Tabernakel tot ons over Jezus Christus en Zijn diensten, terwijl ze ons vertellen dat Hij ons aldus van de zonden van de wereld heeft gered. Het Woord dat Jezus ons van onze zonden gered heeft, is van het Oude tot het Nieuw Testament de hele waarheid die helemaal foutloos is.
Veel van de huidige Christenen geloven niet dat Jezus Christus naar deze aarde kwam als ons zondeoffer en onze zonden op Zich nam met Zijn doopsel, maar zij geloven in plaats daarvan onvoorwaardelijk alleen maar in Zijn dood aan het Kruis. Zulk Christelijk geloof is het geloof van een onwettige poort van de voorhof van de Tabernakel dat geweven is van slechts de paarse en dieprode wol terwijl de blauwe wol weggelaten wordt. Zij hebben slechts het foute geloof dat geen noodzaak ziet in de bedekkingen die gemaakt zijn van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, en dat in plaats daarvan gelooft dat slechts de twee bedekkingen van roodgeverfde ramsvellen en dassenhuiden nodig zijn.
Als we naar de vele schilderijen van de Tabernakel kijken, die over de hele wereld afgebeeld zijn, dan zijn de meeste van hen geschilderd zonder het minste spoortje van de blauwe wol. Omdat de mensen die deze schilderijen gemaakt hebben, onwetend zijn over het evangelie van het water en de Geest, zijn de poorten van de voorhof van de Tabernakel in hun schilderijen helemaal bedekt in paarse en witte kleuren. Maar zo’n geloof kan nooit het goede geloof zijn voor God. 
De wol die het meeste gebruikt werd voor de poort van de voorhof van de Tabernakel was de blauwe wol die gevolgd werd door de paarse en dan de dieprode wol en daarna het witte linnen. Als we dus naar de poort van de voorhof kijken, moeten al deze vier kleuren in een keer naar voren komen. Maar omdat er zoveel mensen in deze wereld zijn wiens geloof het volledig aan enige kennis over het doopsel van Jezus ontbreekt, zijn ze allen onwetend over de vier kleuren wol die gebruikt zijn voor de Tabernakel en in plaats ervan gebruiken ze hun eigen poorten van de Tabernakel met slechts twee draden wol. 
Door dit te doen, bedriegen zij veel mensen die reeds weinig kennis hebben van God en tamelijk onwetend zijn over Zijn Woord. Dit zijn allen valse profeten. Jezus Zelf beschrijft dit soort mensen als het onkruid dat de Duivel onder het koren gezaait heeft (Mattheüs 13:25). Het zijn, met andere woorden, mensen geworden die valse leugens verspreiden door de blauwe wol weg te laten uit hun schilderijen van de poort van de voorhof van de Tabernakel. Daarom blijven zoveel mensen zondig, zelfs als zij in Jezus geloven en daarom zullen zij allen hun vernietiging tegemoet gaan vanwege hun zonden, ondanks hun geloof.
Onze geloofsbasis moet stevig zijn. Welk nut zou het hebben als men een lange tijd een religieus leven zou leiden voor de ziel als het alles gebaseerd is op een wetteloze geloofsbasis Het verkeerde geloof kan en zal binnen een mum van tijd vervallen. Wat doet het er toe als uw huis mooi is als het gebouwd is op een gebrekkige basis van geloof? Wanneer uw geloofsbasis gebrekkig is dan doet er niet toe hoe vlijtig u God gediend heeft. U heeft dan slechts een huis op zand gebouwd en wanneer een storm of een vloedgolf komt, zal het meteen helemaal in elkaar storten.
Maar hoe zit dat met het geloof van degenen wiens basis stevig is? Het zal nooit omvervallen, hoe hard het ook bewogen wordt. God zei ons dat een huis dat op de steen van de waarheid (dat geweven is van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen) gebouwd is, nooit omver zal vallen. Dit is werkelijk zo. Wat is het geloof van steen? Het is het geloof dat in de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen gelooft. Het geloof van degenen die zo’n geloofshuis hebben gebouwd, zal nooit instorten. Daarom is het voor ons geloof van belang om een stevige en solide basis te hebben. Als we geloven zonder werkelijk te begrijpen wat de Heer voor ons heeft gedaan, dan zal zo’n geloof in een vals religieus geloof keren, wat God niet wilt.
 
 
Sittimhout, olie en specerijen 
 
De pilaren van de Tabernakel, het brandofferaltaar, de panelen en de gebruiksvoorwerpen van het Heiligdom, waren allen van sittimhout gemaakt. In de Bijbel duidt hout gewoonlijk menselijke wezens aan (Rechtere 9:8-15, Markus 8:24). Het hout verwijst hier ook naar ons in onze menselijke natuur; dat dit sittimhout gebruikt werd voor de pilaren, het brandofferaltaar en de Tabernakel zelf vertelt ons dat net als de wortels van acaciabomen altijd onder de grond begraven zijn, onze basis zo is dat we het niet kunnen voorkomen om de hele tijd te zondigen. Mensen moeten altijd toegeven dat zij het gewoonweg niet kunnen voorkomen dat ze onrechtvaardig blijven doen en altijd zondigen. 
Tegelijkertijd duidt sittimhout ook de menselijkheid van Jezus Christus aan. De Messias die in de gedaante van een mens kwam, droeg alle zonden van de wereld en werd indirect veroordeeld voor de hele mensheid. Hij is God Zelf, en daarom waren de ark, de tafel der toonbroden, het wierookaltaar en de panelen van de Tabernakel allen van sittimhout gemaakt en overlegd met puur goud.
De olie voor de lamp en de specerijen voor de zalvingsolie en voor de zoete wierook verwijzen naar ons geloof dat wij Jezus Christus aanbieden. Jezus Christus is de Messias die ons gered heeft. De betekenis van de naam “Jezus” is “de Ene die Zijn volk van hun zonden zal redden” en de naam “Christus” betekent “de Gezalfde” wat ons daarom vertelt dat Jezus Christus God Zelf is en de Hogepriester van de Hemel die ons gered heeft. Terwijl Hij de wil van God gehoorzaamde, kwam onze Heer naar deze aarde in de gedaante van een mens, werd gedoopt, offerde Zichzelf aan het Kruis voor ons en heeft ons daarbij de gave van de zaligheid gegeven. De rol van de Hogepriester die door Jezus, die ons onze zaligheid heeft gegeven, opgenomen werd, was inderdaad het meest prachtige werk.
 
 
Onyxstenen en andere stenen om in de efod en de borstplaat van de Hogepriester te zetten
 
Twaalf verschillende edelstenen worden hier genoemd die in de efod en de borstplaat van de Hogepriester zouden worden gezet. De Hogepriester droeg eerst tunieken, daarover droeg hij een blauwe robe en hierover droeg hij de efod. Over de efod werd dan de borstplaat geplaatst, die tijdens de offerceremonie gedragen werd, en op deze borstplaat waren twaalf edelstenen gezet. Dit toont ons dat het de rol van de Hogepriester was om het volk van Israël te omarmen en het volk van de hele wereld in zijn armen te nemen, om voor God te gaan en Hem hun zondeoffer te geven. 
Jezus, de eeuwige Hogepriester van de Hemel, omarmde ook alle landen van de wereld, gaf Zijn eigen lichaam op om met Zijn doopsel onze zonden op Zich te nemen en om voor ons geofferd te worden en Hij heeft daarmee Zijn volk aan God de Vader gewijd. De twaalf edelstenen die op de borstplaat waren geplaatst, verwijzen naar alle landen van deze wereld, en de Hogepriester die ze droeg, verwijst naar Jezus Christus die ook alle landen van de wereld gered heeft en ze aan Zijn boezem heeft genomen.
Dit waren dus de offers waarmee de Israeli’s volgens God de Tabernakel voor Hem moesten bouwen. Er is een geestelijke betekenis aan het feit dat God hun zei dat ze met deze offers de Tabernakel moesten bouwen, Zijn woonplaats. Het volk van Israël zal altijd zondig blijven omdat zij zich niet aan de Wet die God hun gegeven had, konden houden. Daarom zei God hun door Mozes dat ze de Tabernakel moesten bouwen en gaf Hij hun het opofferingssysteem waarmee de verlossing van de zonden gegeven werd door het zondeoffer dat in de Tabernakel gegeven werd. God wistte, met andere woorden, alle zonden van de Israëli’s uit door hun offer te accepteren, terwijl Hij al deze offers gebruikte om Zijn Huis te bouwen, en daarna liet Hij hun het zondeoffer geven volgens de vereisten van het opofferingssysteem. Zo kon God in de Tabernakel aanwezig zijn met het volk van Israël.
Er zijn echter te veel Christenen op deze aarde die gewoonweg niet in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen geloven. Waarom geloven zij niet in de waarheid die door deze offers wordt aangegeven, als God hun zei dat ze goud, zilver en brons naar Hem moesten brengen? 
Waren wij niet allen voorbestemd om naar de hel te gaan vanwege onze zonden? Heeft u in het Christendom geloofd alsof het gewoon een van de vele religies was van deze wereld omdat u nooit voor uzelf heeft toegegeven dat u voorbestemd was om naar de hel te gaan? Als u tot dusver zo geloofd heeft, dan moet u bekeren en terugkeren naar uw geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen. En u moet zich voor Gods stricte geboden realiseren dat u een massa zonde bent, en dat u verdoemd bent om naar de hel te gaan vanwege deze zonden en u moet in het evangelie van het water en de Geest geloven. 
U moet nu geloven in het evangelie van de waarheid, dat zelfs als u verdoemd bent om naar de hel te gaan, uw Heer desalniettemin naar deze aarde kwam als de Messias, door Zijn doopsel uw zonden op Zich accepteerde, deze zonden naar het Kruis droeg en Zich daarbij opofferde door Zijn bloed eraan te vergieten en Hij heeft ons daarmee van onze zonden en veroordeling verlost. Zonder in het evangelie van het water en de Geest te geloven dat in de blauwe, paarse en dieprode wol getoond wordt, kunnen we nooit volledig onze geloofsbasis leggen.
 
 
We moeten over de basis van ons geloof nadenken
 
God zegt ons dat we het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol moeten hebben; we moeten onszelf afvragen of we inderdaad dit geloof hebben van de blauwe, paarse en dieprode wol of dat we in de waarheid geloven die slechts getoond wordt in de paarse en dieprode draad terwijl we de blauwe wol weglaten. 
We moeten naar onszelf kijken en zien of we wel of niet het verkeerde geloof, dat slechts onze eigen smaak is, naar God brengen. Geven we Hem niet toevallig zwartkleurige nylondraad terwijl God ons zegt dat we Hem blauwe, paarse en dieprode wol moeten brengen? “God, de wol die u gevraagd heeft, lijkt zo nutteloos voor de Tabernakel. Het zal door de regen gewoon gaan rotten. En het is ook tamelijk druk om er naar te kijken en moeilijk om het de hele weg naar hier te brengen. Probeer maar deze nylondraad in plaats ervan. Ik kan U garanderen dat het tenminste 50 jaar zal houden, misschien zelfs 100 jaar als U het goed onderhoudt. En zelfs als U het begraaft, zal het na 200 jaar niet rot zijn. Is dat niet geweldig?” 
Is soms niet wat wij tegen God zeggen? We moeten ook eens goed kijken naar onszelf en overwegen of we inderdaad dit soort narcistische en bijgelovige geloof tot God aannemen. En als we zo’n geloof hebben, moeten we meteen bekeren. We moeten, met andere woorden, omkeren.
Er zijn maar weinigen onder ons die van zichzelf denken dat zij werkelijk goede Christenen zijn, maar bij nadere beschouwing is hun kennis verkeerd en ook hun geloof.
 
 
De mystiek die verbreid is in het huidige Christendom
 
Mystiek is wat Christenen gewoonlijk het meeste geloven. Deze mensen hebben geen idee van wat het Woord van God eigenlijk zegt. Omdat zij het Woord van de waarheid, dat de Messias hun gegeven heeft, niet kennen, geloven zij en volgen ze de Heer volgens hun eigen gevoelens en emoties. En zij zijn ervan overtuigd dat zulke gevoelens de waarheid zijn. Omdat zij ijverig tot God bidden en getrouw hun eigen emoties en gevoelens volgen die zij in hun gebeden voelen, kunnen zij niet onderscheiden wat het ware geloof in God precies is.
Zo is het geloof in God volgens iemand’s eigen emoties en gevoelens, die enorm schommelen binnen iemands gedachten, ook het geloof van de mystiek. Mensen die in God geloven terwijl ze geleid worden door de gevoelens die ze krijgen tijdens het vasten, loven, geloven, tijdens hun ochtendgebed, als zij een berg beklimmen om te gaan bidden, als zij zondigen, of berouwgebeden geven, en ga zo maar door, zijn allen mystici. Met andere woorden het is niet het geloof in de blauwe, paarse en dieprode wol waarvan de Messias sprak als men een geloofsleven leidt terwijl men zijn eigen gevoelens vasthoudt.
Misschien wel 99,9% van de huidige Christenen zijn ooit mystici geweest. Het is daarom geen overdrijving om te zeggen dat behalve de Vroege Kerk, het hele Christendom de mystiek heeft gevolgd. Degenen die niet het geloof in de blauwe, paarse en dieprode wol hebben, zijn bedrogen in de denkwijze dat hun eigen gevoelens een eigen geloof zijn. Zij beweren dat ze God gezien en ontmoet hebben in hun gebeden en ze vertellen ons hoe prachtig ze zich voelen als ze loven.
Zij zeggen, “We verzamelen ons op deze lofbijeenkomst en we heffen onze handen in de lucht en samen belijden we onze zonden. We hielden het Kruis en voerden enige rituelen aan de voet ervan uit en daarna was ons hart helemaal opgewonden en Christus werd zo intens beminnelijk. We voelden zoveel dankbaarheid in ons hart voor het bloed dat Christus vergoot. We geloofden zelfs nog vuriger dat de Heer al onze zonden heeft weggewassen, terwijl we ons nog meer realiseren dat Hij daarom Zijn bloed vergoot. We vonden de hele ervaring gewoon prachtig.” Maar als hun emoties op een dag afnemen, zeggen ze, “Maar al die gevoelens zijn opgedroogd, en we hebben zonden in ons hart.” Dit soort geloof is niets anders dan het geloof van de mystiek. 
Iemands denominatieve of sektarische verschillen doen er niet toe, iedere Christen heeft het geloof nodig dat in de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol gelooft. Het geloof van alle mensen die niet dit geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol hebben waarover God praat, zijn mystiek en bijgelovig. Deze mensen geven God niet het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol, maar het geloof van de nylondraad. Zij brengen God hun mystieke geloof, met andere woorden, iets dat te kort schiet, iets waarnaar God niet eens zal kijken.
Heeft u ooit de dikke touwen gezien waarmee de boten aan de aanlegsteigers worden vastgebonden? De mystieken zouden God met plezier dit soort materiaal aanbieden. Als onze Heer ons heeft gezegd dat we blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen moeten brengen, nemen sommige mensen dikke touwen naar God en zeggen tot Hem, “Heer, accepteer dit geloof!” En sommige mensen nemen Hem zelfs ijzeren kettingen mee die gebruikt worden om grote schepen aan elkaar of aan de kade vast te maken. Terwijl ze een rol van deze dikke ijzeren kettingen hebben gemaakt, offeren ze het aan de voet van de Heer, en vragen Hem het te accepteren. 
Maar God heeft ons gezegd dat we het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol moeten brengen. Hij heeft ons niet gezegd dat we Hem ijzeren kettingen moeten brengen. En toch zijn er veel mensen die Hem brengen wat in hun ogen beter uitziet of wat voor hen gemakkelijker is om te vinden. Alhoewel er mensen zijn die naar God gaan met ijzeren kettingen, touw, nylondraad of zelfs pijlkruid ranken, ontvangt God in feite alleen het offer van de blauwe, paarse en dieprode wol. God heeft bepaald dat het enige geloof dat Hij accepteren zal, het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol is. En als dusdanig moeten we dit geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol voor God nemen.
 
 
De Messias ontvangt niet zomaar elk offer
 
De Israëli’s moesten ook goud, zilver en brons, en twaalf edelstenen naar God brengen om in de efod en de borstplaat te zetten. En toch zijn er sommige mensen die koper of ijzer naar God meenemen. Heeft Jezus soms een stortplaats, alsof Hij allerlei soorten dingen zal accepteren? Natuurlijk niet!
Jezus is niet iemand die gewoon maar ieder soort vuilnis accepteerd. Hij heeft geen stortplaats waar Hij alle nutteloze dingen die men Hem brengt, aanneemt. Jezus is de Messias die ons Zijn genade van de blauwe, paarse en dieprode wol wilt geven dat ons vergeeft van onze zonden en Hij is degenen die ons Zijn ware liefde geeft. Daarom wordt Jezus de Koning van de liefde genoemd. Onze Herder is inderdaad de Koning van de liefde. Jezus is inderdaad onze ware Messias. Deze Messias heeft het geloof bepaald dat Hij van ons wilt, terwijl Hij bepaalde kenmerken omschrijft als absoluut vereist. Slechts als we voor God gaan met dit geloof, zal Hij ons geven wat Hij ons beloofd heeft.
En toch zien we dat er onder degenen wiens geloof in de Messias gebaseerd is op hun verkeerde geloof in Hem, er enkelen zijn die onbeschrijflijk koppig zijn. Zij zijn gewoon niet te rechtvaardigen en slecht, zoals de farao die zijn koppige manieren voor God volhield. Toen Mozes tot hem zei, “Jehova heeft Zichzelf geopenbaard, laat Zijn volk gaan,” antwoordde de farao, “Wie is deze Jehova?” 
Wanneer Gods bestaan aan hem was uitgelegd, zou hij er zeker beter aan hebben gedaan om zich snel aan God over te geven nadat hij de kosten en voordelen van zijn opstandigheid had berekend. Als hij absoluut niet kon geloven en als hij zijn koppigheid moest volhouden, kon hij het een tijdje geprobeerd hebben het vol te houden, maar na een paar plagen zou hij hebben opgegeven. Hoe dwaas en armzielig was het van de farao om zijn koppigheid vol te houden en het Woord van God niet te gehoorzamen, zelfs als hij geplaagd werd door kikkers die zijn hele land bedekten.
Niet alleen kikkers, maar ook luizen plaagden het paleis van de farao. Links, rechts, waar men maar keek, het hele land van Egypte was vol met luizen, en toch gaf de farao zich niet over. Hoe kan iemand leven als alles vol luizen is? In deze situatie moest hij zich gerealiseerd hebben, “Omdat ik God niet gehoorzaamd heb, toont Hij me nu wie de ware Koning is. Ik mag dan wel een koning van mijn rijk hier op deze aarde zijn, maar ik ben niets in vergelijking met Hem. Alhoewel ik een koning ben van de grootste landen op het aangezicht van deze aarde, en alhoewel ik de macht over de hele wereld heb, is God nog machtiger dan ik ben en Hij brengt me deze plagen omdat ik ongehoorzaam was.” Zo had hij zich moeten overgeven. 
Het zou voor de farao verstandig geweest zijn als hij zich snel overgegeven had, nadat hij zelf zag wat de kosten van zijn weerstand zouden zijn. Het doet er niet toe hoe machtig de farao was, als hij tot de conclusie kwam dat er voor hem geen manier was om tegen God te staan, zou hij zich aan Hem hebben moeten overgeven en zeggen, “Oké God, U komt op de eerste plaats; ik zal de tweede plaats nemen.” Maar omdat de farao weigerde zich over te geven, werd zijn hele land en volk geplaagd door luizen.
Hierdoor kon geen Egyptenaar iets doen. Hoe kon iemand iets anders doen dan zich van de luizen proberen te ontdoen als men meedogenloos geplaagd werd door de luizen? We kunnen ons allemaal deze arme Egyptenaren voorstellen die met toortsen rondrennen terwijl ze zich proberen te ontdoen van de luizen, misschien zelfs hun eigen huizen verbranden in dit proces terwijl de stank van de verbrande luizen de dorpen vult.
Er zijn dingen die men doen kan, en er zijn dingen die de mens niet kan doen. Omdat God de Heer van Gastheren is, is het God die beslist over leven en dood, geluk en ongeluk en zegen en vloeken. Als dit het geval is, moeten we allen rationeel denken en tot logische conclusies komen om onze eigen koppigheid achter te laten in plaats van vertrouwen in onszelf te plaatsen en tegen God proberen te staan. We kunnen aan onze eigen manier blijven vasthouden en proberen om over anderen te heersen als we onder onszelf zijn, maar als we met de Messias te maken hebben, is dit niet langer uitvoerbaar.
We moeten erover nadenken welke persoon we werkelijk moeten zijn voor God. We moeten ernstig overwegen of we tegen God moeten volhouden of dat ons hart inderdaad beleefd en gedwee moet zijn. En we moeten de uiteindelijke conclusie bereiken dat we allen gehoorzaam moeten zijn aan God. We kunnen, als we voor mensen staan, koppig vol blijven houden en soms de consequenties aanschouwen, maar voor God moet ons hart altijd gehoorzaam zijn.
“God ik heb verkeerd gedaan”; degenen die dit toegeven zijn de mensen die de juiste weg kiezen. Dit zijn de mensen die van hun vervloekte levens gered kunnen worden. Degenen die God vanwege hun zonden verlaten hadden, kunnen door wedergeboren te worden uit het water en de Geest, in Gods armen worden opgenomen en Zijn levensgevende water gevoed krijgen. Wat kunnen wij van ons leven verwachten als zulke levens vruchteloos in de woestenij van deze wereld benut worden, zwevend in het lege en barre land zonder enig doel om slechts terug te keren tot een handvol stof ? 
De enigste manier om gered te worden voor ons, die tot stof wederkeren en verdoemd zijn om in het meer van vuur geworpen te worden, is door in het evangelie van het water en de Geest te geloven en dus de verlossing van onze zonden te ontvangen. Dit is zodat de wanhopige en hopeloze levens, die voorbestemd waren tot de eeuwige vernietiging voor het tegenwerken van God en hun zonden, om wonderbaarlijk wedergeboren te worden voor God door Zijn liefde van genade, de liefde van zaligheid. We moeten daarom allen gekleed worden in deze zaligheid.
Hoe kan iemand, terwijl hij/zij slechts een sterfelijk wezen is, God ooit uitdagen? Als God ons vertelt om dergelijke offers te brengen, dan moeten we allen Zijn Woord gehoorzamen. Als we naar de bovenstaande passage kijken, waar God ons vertelt welke offers we Hem moeten brengen, moeten we allen tot de bewustwording komen “Ah, dus dit soort geloof verlangt God van ons.”
Op de borstplaat van de Hogepriester werden de twaalf edelstenen geplaatst. En onder de borstplaat van het oordeel, moesten de Urim en de Thummim, wat letterlijk de Lichten en de Perfecties betekende, geplaatst worden zodat de Hogepriester het juiste oordeel over de kinderen van Israël kon dragen. 
Dit verwijst naar niets minder dan het feit dat slechts de dienaren van God het juiste oordeel aan hun geestelijke kinderen van geloof konden doorgeven door het licht van de Heilige Geest, die in hen aanwezig was, te brengen en door het Woord van God. 
We moeten ons nu allen realiseren dat voor God de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol de echte waarheid is en de echte zaligheid. Deze waarheid van blauwe, paarse en dieprode wol is de ware zaligheid die ons leven brengt en daarnaast schept niets anders onze zaligheid. Dit is alles duidelijk en echt gebaseerd op het Woord van God.
 
 
Alle materialen van de Tabernakel houden verband met de zaligheid van de zonde van de mens
 
En toch weigeren de mensen, uit domheid, nog steeds te geloven. Wat zal er dan met hun gebeuren? Zij zullen nooit en te nimmer gered worden. We moeten voor God ook onze dwaasheid verwerpen. En we moeten ons hart leegmaken. We moeten onze eigen gedachten en koppigheid voor God verwerpen en in plaats daarvan Zijn Woord gehoorzamen en Hem ons hart geven. We moeten God nooit tegenwerken terwijl we onze eigen weerspannige manieren blijven volhouden. We kunnen dit tegenover andere mensen doen, maar als Christen kunnen we dit gewoon niet doen, tenminste niet tegenover God. En toch zijn er dwaze mensen die God tegenwerken en slechts gehoorzaam zijn tegenover andere mensen. Dat is wat mis is met hen. We moeten onszelf plat op ons gezicht werpen voor God en toegeven dat alles wat God tot ons heeft gesproken, juist is.
En we moeten geloven en vertrouwen hebben in het Woord van blauwe, paarse en dieprode wol. Geloof is vertrouwen in Gods Woord. Als we onszelf aan Gods voeten werpen, al onze problemen aan Hem belijden en ons aan Hem vastklemmen terwijl we Hem om hulp vragen, zal God ons zeker antwoorden. We moeten dan met dank accepteren wat Hij voor ons heeft gedaan. Dit is waar het in het geloof om gaat. Hoe gek en dwaas moeten we zijn om God ooit iets anders dan blauwe, paarse en dieprode wol tonen, terwijl we Hem vislijnen en metalen kettingen brengen? Ze brengen wat nutteloze draad voor God en zeggen tegen Hem, “Dit is mijn eigen geloof. Op deze manier heb ik zo enorm sterk geloofd. Dit is het stevige geloof dat ik in het bijzonder heb gehouden.” Maar dit is geen geloof. Men maakt zichzelf gewoon belachelijk voor God.
Men moet zijn/haar koppigheid voor de Messias opgeven. Met andere woorden, we moeten onze eigen wil voor God buigen. We moeten ons allemaal zelf herkennen voor God. We moeten herkennen volgens wat God ons gezegd heeft en hoe Hij voor ons beslist. Niets anders dan dit is het juiste geloof van de Christenen. Het is de juiste houding en hart van de getrouwe om het Woord van God te gehoorzamen en volgens dit Woord te geloven. Hieraan moeten we denken tegenover God.
Als we onder ons zijn, zullen we natuurlijk opscheppen over de eigen prestaties, ons met anderen vergelijken en tegenover elkaar concurreren en elkaar uitdagen. Alhoewel dit ook een nutteloze praktijk is die probeert te meten wat voor God in wezen gelijk is, is het onder de mensen iets waarin we weinig keuze hebben om constant in betrokken te zijn. 
Zelfs puppy’s herkennen hun eigen baas, onderwerpen zich aan hen en gehoorzamen ze. Met andere woorden, zelfs honden gehoorzamen hun bazen, herkennen hun stem en volgen slechts hun baas. Als honden door hun eigenaars berispt worden, herkennen ze hun fouten, buigen hun kop in gehoorzaamheid en proberen terug te keren tot de goede genade van hun baas door allerlei schattige truukjes te doen. Zelfs dieren doen dit en toch blijven mensen God uitdagen door het geloof van hun eigen gedachten aan te nemen. Zij blijven met andere woorden zich aan God vasthouden zelfs als zij aandringen op hun eigen manieren en gedachten.
Met Zijn blauwe, paarse en dieprode wol heeft God dus alle zonden van de mensheid laten verdwijnen en alles dat Hij ons gezegd heeft te doen, is dat we het geloof moeten hebben om in de werken van onze Heer te geloven. En toch blijven mensen weerspannig en dagen God uit. 
De heer heeft ons gezegd dat we Hem al onze zonden moesten brengen, en Hij heeft ons de verlossing van de zonden gegeven door ze allen te laten verdwijnen met de blauwe, paarse en dieprode wol. Ondanks dat God ons heeft gezegd dat we Hem het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol moeten geven, zijn er nog steeds mensen die niet hierin geloven en hun eigen Meester verachten. Deze mensen zullen vervloekt worden. 
Als zij de Messias niet het geloof geven dat Hij van hen wilt, maar het geloof dat Hij niet wilt, dan kan Hij alleen maar kwaad worden. Zij blijven koppig tegenover God en zeggen tegen Hem, “Ik heb mijn geloof tot dusver goed gehouden. Beloon me voor iets dat ik goed gedaan heb!” Zou God hun loven alleen maar omdat ze zich aan hun geloof hebben gehouden, terwijl dit geloof in feite de hele tijd nutteloos was?
Het zal tijdens ons leven vaak voorkomen dat het gepast is om koppig te zijn. Maar de koppigheid van een verkeerd geloof is volledig nutteloos tegenover God. God gebruikte de blauwe, paarse en dieprode wol om onze zonden te laten verdwijnen. De Bijbel zegt niet dat Hij slechts de paarse wol gebruikte noch dat Hij slechts de dieprode wol gebruikte en nog minder dat Hij metalen kettingen gebruikte, evenals er geen nylondraad genoemd wordt. In het Huis van God en binnen Zijn wet van zaligheid die ons gegeven is, heeft de Messias het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol van ons gevraagd.
Christenen verwijzen naar degenen die in Jezus Christus geloven en Hem volgen. Dan zijn wij ook Christenen. Er zijn echter zoveel mensen die niet wedergeboren zijn ondanks dat ze in Jezus als hun Verlosser geloven, en die niet de verlossing van de zonden hebben ontvangen, en die niet het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol hebben. Deze mensen zijn slechts nominale Christenen die voorbestemd zijn tot de hel omdat zij volgens hun eigen manier geloven. God zal deze mensen verstoten want zij zijn slechts religieuzen en geen ware Christenen.
We moeten tenminste allen eerlijk zijn tegenover God en onszelf herkennen zoals we werkelijk zijn. Ieder moment, iedere minuut en seconde, moeten we belijden dat we verdoemd zijn tot de hel vanwege onze zonden. Voor de Messias moeten we allen het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol hebben. Men doet het juiste ding als men dit gelooft. En altijd als we belijden, moeten we onszelf herinneren aan wat de Messias voor ons heeft gedaan, dat Hij gedoopt werd om ons van de zonden te verlossen en voor onze eigen zonden met Zijn kruisiging veroordeeld werd, en we moeten onze zaligheid iedere keer herkennen. Dit is het geloof dat God van ons verlangt.
We kunnen God nooit behagen tenzij we precies doen wat de Messias van ons verlangt. Waarom? Omdat Hij onze eeuwige Verlosser is geworden door Zijn blauwe, paarse en dieprode wol, moeten wij ieder moment geloven wat God voor ons heeft gedaan. We hebben het zelfs nog meer nodig voor de verlossing van onze zonden die we dagelijks begaan, als het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol waar is.
 
 
Zou God behaagt zijn als we Hem de producten van onze eigen inspanningen geven?
 
Als we God de dingen van de aarde zouden geven, zouden we niet alleen de toorn van God over ons verzamelen maar we zouden ook een grote zonde begaan door Hem uit te dagen. Zo’n geloof is verraderlijk want het werkt God tegen. Niets in deze wereld, hoe waardevol en duur het ook moge zijn, kan God ooit behagen. Het is nooit het juiste geloof dat door God aanbevolen kan worden om Hem zulke materiële dingen van de wereld aan te bieden. Het doet er niet toe hoe goed zij zijn in wereldlijke bewoordingen, God accepteert zulke materiële dingen niet. We moeten het geloof hebben dat God werkelijk van ons verlangt, en Hem dit geloof geven.
Ons geloof moet zo zijn dat het in het Woord van God gelooft zoals het is, een geloof dat precies de offers brengt waar God ons om gevraagd heeft. En de hele tijd, met ieder moment dat verstrijkt, moeten we ook herkennen wat God voor ons heeft gedaan, en we moeten onze eigen ongerechtigheden en fouten ook toegeven. We moeten ons de overvloedige zegens herinneren die God ons heeft geschonken, en we moeten precies weten en geloven in wat Hij voor ons heeft gedaan, en dat Hij ons bereidwillig ontmoet heeft. 
We moeten al ons geloof van de mystiek verwerpen en we moeten slechts het geloof hebben dat in het Woord dat door God gesproken werd, geloven. De offers van dit geloof zijn wat we God moeten geven. Slechts als we God de offers van het juiste geloof geven, zal Hij behaagt zijn, ons ontmoeten en ons geloof accepteren. En als we dat doen, zal God ons alle zegens geven die Hij voor ons bepaald en voorbereid heeft.
Als we daarom over het Woord uitweiden, moeten we overwegen, “Wat is het geloof dat God werkelijk van ons verlangt?” Welk soort gebed is het gebed dat Hij van ons wilt?” Dan realiseren we ons dat het gebed dat God van ons wilt, geen ander gebed is dan het gebed binnenin het geloof. Onze Heer wilt de gebeden van ons die geofferd worden binnen het geloof van de zaligheid van de blauwe, paarse en dieprode wol, binnen het geloof dat geaccepteerd heeft wat God ons heeft gegeven. Alles wat God van ons wilt is dit dankbare gebed binnen het geloof; Hij zal nooit iets van onze eigen schepping accepteren dat wij Hem proberen te geven of aan Zijn voeten laten liggen. We moeten ons allen realiseren dat we dit nooit moeten doen.
God zegt ons, “Nee, nee, dat is niet het geloof dat ik van je wil. Ik werd gedoopt en gekruisigd voor jou. Ik ontving het doopsel om al jullie zonden te laten verdwijnen. Het is omdat ik jullie zonden op Me moest nemen voordat ik voor deze zonden veroordeeld werd en aan het Kruis stierf. Ik ben jullie Verlosser, maar ik ben in wezen ook jullie God. Ik ben de Koning der koningen, maar omdat ik ook jullie God ben, kwam ik naar deze aarde en vervulde alles. Ik wil dat jullie werkelijk in Me geloven, Mijn gezag in jullie hart herkennen en met jullie hele hart belijden dat Ik jullie ware God ben.” Het is met dit doel heeft God ons de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernd linnen gegeven. En dit is het geloof dat God van ons verlangt.
We moeten werkelijk dit geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol hebben. Je zult bij jezelf denken, “Och, het is nog steeds tamelijk leefbaar. Ik ben nog steeds in orde en alles loopt op rolletjes. Waarom zou men iets repareren als het niet stuk is? Waarom moet ik precies op deze manier geloven? Of ik nu zo geloof of op een andere manier, is het niet allemaal hetzelfde?” Nee, het is niet allemaal hetzelfde! Als u een of ander geloof in uw hart heeft dat anders is dan dit, dan bent u absoluut niet gered. Omdat in zo’n hart nog steeds zonde gevonden wordt, moet u uw hart omkeren en terugkeren naar het geloof dat werkelijk in het evangelie van het water en de Geest gelooft.
Het hart van degenen die in het ware evangelie gelooft en dat van degenen die dat niet doen, is in wezen verschillend van elkaar. God weet dit, en wij, die wedergeboren zijn, ook. Als u uzelf leert kennen, moet u omkeren. “God, ik ben inderdaad zondig. Redt me alstublieft.” Als u uw hart op deze manier omkeert en uw zaligheid zoekt, zal God u met Zijn waarheid ontmoeten.
 
 
Onze Heer heeft ons van al onze zonden gered
 
Onze Heer werd voor ons gedoopt en gekruisigd. Zoals geschreven staat in Mattheüs 3 is dit wat de Heer voor ons heeft gedaan. Wij geloven hierin. We danken Hem hiervoor. Toen Jezus gedoopt werd, werden al onze zonden aan Hem doorgegeven. Hij werd gekruisigd omdat Hij al onze zonden op Zich nam om deze naar het Kruis te kunnen dragen. Hij werd niet allen voor onze eigen zonden veroordeeld maar voor alle zonden van de hele wereld.
Als onze Heer ons zegt dat we Hem de offers van de bouwmaterialen voor de Tabernakel moeten brengen, of als Hij ons iets anders zegt, doet Hij dat altijd met een volgorde. Hij zegt ons altijd, “Breng Me blauwe, paarse en dieprode wol.” De blauwe wol komt altijd eerst. En Hij volgt dit op door het getweernde linnen te noemen, terwijl Hij ons zegt dat we in Gods Woord moeten geloven. Het lijkt misschien op het eerste gezicht in orde om eerst in het bloed aan het Kruis te geloven en dan in Jezus’ doopsel, maar het is in feite verkeerd. Jezus kon Zijn bloed aan het Kruis vergieten omdat Hij eerst gedoopt was. Ik zeg u nogmaals dat het nooit in orde is om eerst in het bloed van het Kruis te geloven en dan in Zijn doopsel. God staat zo’n geloof nooit toe.
Terwijl Hij als een mens naar deze aarde kwam, werd onze Heer toen Hij 30 jaar werd, eerst gedoopt om al onze zonden op Zich te nemen. Nadat Hij dit gedaan had, droeg Hij deze zonden van de wereld naar het Kruis, werd tot Zijn kruisiging veroordeeld en herrees toen van de dood en werd hiermee onze Verlosser. Op deze manier moeten we geloven in wat de Heer voor ons heeft gedaan in de volgorde waarmee Hij Zijn werken vervuld heeft. Zo moeten we geloven. Slechts dan kan ons geloof als een geheel staan, nooit verward worden en nooit omver gegooid worden. En als we het evangelie aan anderen verspreiden, moeten we dat ook op deze manier doen. We moeten dus geloven naar wat God zou behagen, naar wat Hij voor ons heeft bepaald.
Welke geloofsoffers vraagt God van ons? Zegt Hij niet dat u het geloof van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernd linnen moet brengen? Heeft u dit geloof? Gelooft u misschien niet in de verkeerde volgorde? “Of ik nu zo geloof of op een andere manier, dat doet er niet toe. Ik geloof en dat is wat telt. Ik geloof eerst in de dieprode wol en dan in de blauwe wol en dan in de paarse wol.” Als u zo gelooft, moet u weer geloven. De Heer zal dit omgekeerde geloof van u nooit goedkeuren.
Onze Heer is de God van de gerechtigheid en de God van de waarheid. Hij keurt dus geen verkeerd geloof goed. Omdat geloof niet recht kan staan als de volgorde helemaal verkeerd is, kan God dit geloof niet goedkeuren zelfs al wilt Hij dat. Jezus kon gekruisigd worden omdat Hij met Zijn doopsel al onze zonden op Zich had genomen, evenals men niet de fundering van een huis kan leggen als het huis al gebouwd is. 
We moeten daarom geloven wat de Heer ons zei. Dit is het leggen van de hoeksteen van het juiste geloof. Omdat God ons juist heeft gered, gerecht en rechtvaardig, kunnen wij niet zelf Zijn volgorde gaan veranderen. Als we eerst in het bloed aan het Kruis geloven en dan in het doopsel van Jezus, dan is dit geloof gewoon verkeerd. En er kan nog steeds zonde in het hart gevonden worden van degenen die zo geloven, want hun zonden zijn niet weggewassen door de omgekeerde volgorde van hun geloof. Dit is werkelijk wonderbaarlijk. Niets anders dan dit is de wonderbaarlijke waarheid.
Voor de Messias geloofden velen van ons slechts in Jezus bloed aan het Kruis. We geloofden, “Jezus nam al mijn zonden en droeg al mijn veroordeling door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten. We zijn daarom volledig gered. Onze zaligheid kwam van Christus die voor ons aan het Kruis stierf. Iedereen die hierin gelooft, is nu gered.” Daarna realiseerden we ons de oorspronkelijke betekenis van Jezus’ doopsel. Dus op ons eerste, verkeerde geloof, voegden we gewoon het geloof van de waarheid. Wat gebeurde er toen? Onze zonden verdwenen niet werkelijk. Omdat dit soort geloof slechts intellectueel en doctrinaal is, kon het niet het echte en ware geloof van ons hart zijn. 
Als uw geloof zo is, moet u zich snel omdraaien en het veranderen. Ten eerste moet u uitdrukkelijk toegeven dat uw geloof niet juist is geweest. En dan moet u uw geloofsbasis meteen hernieuwen. Alles wat u doen moet is de volgorde nog eens te veranderen. “Door naar deze aarde te komen, nam de Heer al mijn zonden op Zich toen Hij van Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt werd. Omdat Jezus gedoopt was, werden alle zonden van de wereld aan Hem doorgegeven en omdat alle zonden van de wereld dus aan Hem waren doorgegeven, zijn al mijn zonden ook aan Jezus doorgegeven. En daarna vergoot Hij Zijn bloed aan het Kruis om de lonen van al mijn zonden te betalen.” Zo moet u geloven. 
“Wie interesseert het op welke manier ik geloof? Alles wat er toe doet is dat ik in deze vier diensten van de Heer geloof. Waarom is men zo koppig en houdt men deze volgorde vol?” Houdt u zich toevallig nog steeds aan dit standpunt vast? U moet deze waarheid dan in uw hart nemen: Jezus stierf aan het Kruis nadat Hij gedoopt was. En dit is de waarheid waarin u moet geloven.
De Heilige Geest keurt geen ongerechtigheid goed. God de Heilige Geest keurt ons geloof alleen maar goed als wij geloven in wat de Messias voor ons op deze aarde gedaan heeft. De Heilige Geest zegt niet, “Dus jij gelooft in alle vier de werken van Jezus. Amen. Of je nu goed gelooft of in de verkeerde volgorde, of je op deze of een andere manier gelooft, dat is in orde zolang je maar gewoon gelooft. Amen. Goed dan, je bent Mijn kind.”
Jezus de Messias kwam naar deze aarde volgens de wil van God de Vader en deed wat de Vader gebood. Zo leefde Hij Zijn 33 jaar op deze aarde. Toen Hij naar deze aarde kwam, vervulde Hij Zijn werk van onze zaligheid door gedoopt, gekruisigd, en herrezen te worden en daarna naar de Hemel op te stijgen. En Hij heeft ons de Heilige Geest gezonden.
God de Heilige Geest is aanwezig in de harten van degenen onder ons die de verlossing van de zonden hebben gekregen en Hij keurt het geloof van degenen die geloven wat de Heer voor hen gedaan heeft zoals het is, goed. Daarom kunnen we nooit volgens onze eigen gedachten geloven. Gelooft u niet toevallig, volgens de verkeerde volgorde, ook al geloven wij allemaal in Jezus. Indien ja, dan moet u weer juist gaan geloven.
Als u dit doet, werkt de Heilige Geest in uw hart. Alhoewel we vol tekortkomingen zijn, houdt de Heilige Geest ons hart vast, is met ons en geeft ons Zijn genade als we voor Hem tekortkomen. De Heilige Geest geeft ons macht. Hij geeft ons kracht. Hij troost ons. Hij zegent ons. Hij belooft ons een schitterende toekomst. En degenen onder ons die geloven, leidt Hij van het geloof naar het geloof terwijl we niet de machtiging verliezen om Zijn eeuwige Koninkrijk binnen te gaan. 
Dit is wat we nodig hebben als we geloven in wat de Heer voor ons heeft gedaan of als Hij ons zegt dat we Hem onze offers moeten brengen, d.w.z. we moeten geloven dat Hij ons met het water en de Geest gered heeft. Alle gebruiksvoorwerpen in de Tabernakel zijn belangrijk omdat zij ons allemaal consequent over het geheim van de wedergeboorte van het water en de Geest vertellen. God wilt ons, met andere woorden, met zoveel dingen van de Tabernakel over een ding vertellen, het evangelie van het water en de Geest. 
 
 
De geloofsbasis is van enorm belang voor ons geloof.
 
Als we het geloofshuis bouwen zonder eerst stevig het fundament van ons geloof te leggen, zullen we hoe langer we in Jezus geloven hoe meer zonden ophopen, meer berouwgebeden moeten geven en schijnheiligere zondaars worden. Maar als we in de gave van de zaligheid geloven, dat onze Heer ons met Zijn blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen gered heeft, dan kunnen we allen de volmaakte kinderen van God worden. Daarom moeten we allen in de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen geloven en we moeten dus allen Gods kinderen worden.
Degenen waarvan de geloofsbasis heel is, kunnen altijd hun priesterschap in het heldere licht uitvoeren, zelfs als zij tekortkomingen hebben. Zij kunnen met andere woorden, de taken van het priesterschap, zoals het omarmen van alle mensen van deze wereld, het bidden tot God voor hun verlossing van de zonden en het dienen van dit evangelie voor God, uitvoeren. 
Degenen waarvan de geloofsbasis niet duidelijk is, worden daarentegen met de tijd schijnheiliger. Zij worden slecht. Zij worden schijnheilige religieuzen. Omdat onze Heer ons gezegd heeft dat we een boom aan zijn vruchten herkennen, zijn de vruchten die uit zulke mensen geboren worden smerig, vies en schijnheilig. Degenen van ons die echter wedergeboren zijn, zijn helemaal niet schijnheilig. Zij zijn allen eerlijk. Alhoewel zij hun eigen tekortkomingen hebben, zijn ze werkelijk oprecht. Zij erkennen hun eigen zwakheden en fouten, en zij leven altijd in het midden van het heldere licht. Omdat onze Heer gedoopt en gekruisigd was om al onze zonden uit te wissen en omdat Hij al onze zonden inderdaad op deze manier liet verdwijnen, hebben wij de verlossing van onze zonden ontvangen door in deze waarheid te geloven. Alhoewel we onvoldoende zijn, we zonden begaan, en we zwak zijn, is ons leven nog steeds schitterend, want ons hart is altijd zondeloos omdat onze geloofsbasis stevig is. Door onze tekortkomingen zullen we soms verdwalen, maar omdat we eigenlijk zondeloos zijn, leiden we niet anderen op een dwaalspoor en onszelf naar de vernieling. Alhoewel we onvoldoende zijn, lopen we desalniettemin op het pad dat God behaagt, terwijl we stap voor stap voorwaarts gaan en het Evangelie zelfs nog meer dienen. Dit werd alles mogelijk gemaakt omdat Jezus ons volmaakt gered heeft.
Als Jezus Christus, onze Messias en onze Verlosser ons dus niet volledig had gered met de vier draden, dan konden we helemaal nooit gered zijn. Omdat Hij ons gered heeft, zijn we gered, en hierdoor geloven wij, verspreiden wij het evangelie en loven God met ons geloof. Het is door ons geloof dat we God danken, door ons geloof dat we Hem dienen en door ons geloof dat we Hem volgen. Zo zijn we geworden wie we nu zijn. We zijn dus degenen geworden die God met ons geloof behagen. Wij zijn degenen geworden wiens geloofsbasis stevig is.
Degenen wiens geloofsbasis niet goed gelegd is, moet het opnieuw leggen. Daarom zegt Hebreeën 6:1-2, “Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende het fondament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God, van de leer der dopen, en van de oplegging der handen, en van de opstanding der doden, en van het eeuwig oordeel.” 
Wat zegt ons deze pasage? Het zegt ons dat we duidelijk moeten weten en bevestigen en stevig de basis moeten leggen voor vragen als: “Waarom werd Jezus gedoopt?”, “Is dit doopsel het tegenbeeld van het opleggen van handen van het Oude Testament?”, “Zullen we weer leven?” en “Wat is het eeuwige oordeel?” Het zegt ons dat we het hele geloof moeten hebben en vanaf het begin het fundament stevig moeten leggen zodat we nooit omver geworpen noch gedwongen worden om de fundamenten nog eens te leggen door deze dingen. Het geloof dat in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen gelooft, is het hele geloof dat gelooft dat onze Heer onze zaligheid volmaakt heeft voltooid. We moeten stevig op deze geloofsbasis staan en we moeten van daaruit rennen. We moeten de wedstrijd van het geloof rennen.
Sommige mensen vertalen de bovenstaande passage van Hebreeën zo dat we niet nog eens kunnen zeggen dat onze zonden door Zijn doopsel aan Jezus zijn doorgegeven en ze zeggen dat de passage ons zegt dat we het niet nodig hebben om weer een geloofsbasis te bouwen. Maar zou God ons dan zeggen dat we onze geloofsbasis niet moeten herbouwen als het op de eerste plaats niet goed gebouwd is? Deze passage vertelt ons dat degenen die niet de juiste geloofsbasis hebben, deze basis moeten leggen en dat degenen die een juiste geloofsbasis hebben, het nog vaster en steviger moeten maken en voorwaarts moeten rennen.
Om ons te redden, gebood God Mozes de Tabernakel te bouwen en de offers van Zijn volk te accepteren. Tot het volk van Israël gebood Hij dat ze Hem goud, zilver en brons moesten brengen en blauwe, paarse en dieprode wol, getweernd linnen en geiteharen; roodgeverfde ramsvellen, dassehuiden en sittimhout. Net zoals in deze materialen uitgelegd wordt, heeft onze heer ons inderdaad de gave van de zaligheid gegeven door u en mij van de zonden van de wereld te verlossen. Op deze manier had God de Israëli’s eigenlijk vertelt dat ze Hem deze offers moesten brengen, de Tabernakel moesten bouwen, het opofferingssysteem moesten oprichten, en dat Hij de zonden van de Israëli’s die Hem hun zondeoffer gaven volgens de vereisten van dit opofferingssysteem, zou vergeven.
 
 
Ons geloof is heel gemaakt door in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, dat ons de volmaakte vervulling van onze zaligheid voorspelde door Jezus Christus, te geloven
 
Als we niet in een keer de basis van ons geloof stevig leggen, omdat we niet in staat zijn in de volmaakte waarheid te geloven die door Jezus Christus vervuld werd, dan zou ons geloof constant opgeschud worden. Zonder de kennis, de verwezenlijking en het geloof in het feit dat onze Heer ons volledig gered heeft, zullen we uiteindelijk proberen om onze zaligheid te verkrijgen door onze eigen inspanningen. Zo’n geloof is niet volledig, maar het is een vergissing.
Laat ons naar Hebreeën 10:26-31 keren: “Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden. Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen;Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan? Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen. Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods.”
De passage vertelt ons dat als we opzettelijk zondigen nadat we de kennis van de waarheid hebben ontvangen, er niet langer een offer voor de zonde overblijft, maar alleen het vreselijke oordeel. Hier verwijst degenen die opzettelijk zondigen nadat ze de kennis van de waarheid hebben ontvangen, naar degenen die niet in het evangelie van het water en de Geest geloven, zelfs als ze het kennen. We moeten in de waarheid geloven dat God ons met Zijn blauwe, paarse en dieprode wol en getweern linnen gered heeft, dat Hij ons met goud, zilver en brons gered heeft en dat Hij het dak van de Tabernakel met bedekkingen van blauwe, paarse en dieprode wol en getweern linnen, geitehaar, roodgeverfde ramsvellen en dassehuiden heeft gemaakt. We moeten allen deze dingen duidelijk weten en de basis van ons geloof stevig leggen. 
Onze Heer beloofde ons dat Hij ons volledig zou redden en dat als de tijd rijp zou zijn Hij gedoopt werd om onze zonden op Zich te nemen, aan het Kruis zou sterven, van de dood zou herrijzen en ons daarmee inderdaad volledig zou redden. We zijn daarom volmaakt gered door in deze Jezus Christus te geloven die de basis van onze zaligheid volledig maakte. 
Maar degenen die deze waarheid kennen en toch nog weigeren om erin te geloven, zullen zeker Gods brandende oordeel aanschouwen als de dag van hun laatste oordeel komt. Hun lichamen zullen niet sterven maar voor altijd lijden. De Bijbel zegt ons dat er slechts brandende woede zal zijn voor hun, en dat hun lijden van de hel zo enorm zal zijn dat het beschreven wordt als gekruid te worden met vuur (Markus 9:49). Het zegt ons dat er slechts een zekere vreselijke afwachting voor het oordeel zal zijn en brandende woede die de tegenstander zal verslinden. 
Als slechts het falen om zich aan de Wet te houden tot dit vreselijke oordeel leidt, hoe veel groter zal het oordeel dan zijn voor degenen die niet in hun zaligheid geloven die hun door de Zoon van God gegeven is? Daarom moeten we allen in Jezus Christus als onze Verlosser geloven, in de Heer die naar deze aarde kwam in de gedaante van een mens, die met Zijn doopsel al onze zonden op Zich nam, die deze zonden van de wereld naar het Kruis droeg en alle veroordeling van de zonden met Zijn kruisiging droeg en die van de dood herrees en nu leeft.
 
 
De basis van ons geloof moet daarom stevig gelegd worden
 
Waarom zei God dat Mozes de Tabernakel moest bouwen? Als we naar elk voorwerp van alle materialen kijken die voor de Tabernakel gebruikt werden, kunnen we zien dat zij allen de waarheid tonen dat Jezus naar deze aarde kwam in de gedaante van een mens, onze zonden op Zich nam door Zijn doopsel dat Hij van Johannes de Doper ontving, deze zonden van de wereld naar het Kruis droeg en eraan stierf, van de dood herrees, naar de hemel opsteeg en nu aan de rechterkant van de troon van God de Vader zit en nu onze eeuwige God wordt. Vanaf de poort tot de pilaren en de bronzen voetstukken, tonen alle gebruiksvoorwerpen van de Tabernakel ons de waarheid van het evangelie. Het hele Oude Testament vertelt ons met andere woorden over het doopsel van Jezus Christus, Zijn offer, Zijn identiteit en Zijn werken van zaligheid.
Van het Oude Testament tot het Nieuwe Testament, omdat Jezus Christus tot ons spreekt van het evangelie van het water en de Geest, d.w.z. het evangelie van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, spreken degenen die in deze waarheid geloven altijd van de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen als zij er de kans toe krijgen. Omdat zij dit zo vaak gepreekt en gehoord hebben, zullen zij soms misschien zelfs vergeten hoe waardevol deze waarheid is. Maar hoe belangrijk is deze waarheid wel niet? Alsof we onder koning Solomons heerschappij leefden toen waardevol goud en zilver zo overvloedig was dat het behandeld werd als steen, zullen we soms deze zaligheid als vanzelfsprekend aannemen omdat we dit Woord van waarheid iedere dag horen in Gods Kerk. Maar we moeten ons dit herinneren: deze waarheid kan nergens anders dan in Gods Kerk gehoord worden en zonder deze zaligheid kan niemand gered worden, noch stevig een basis van het geloof leggen.
Het geloof waarmee wij gered zijn is het geloof in het feit dat onze Heer ons volledig gered heeft en de basis van ons geloof stevig gelegd heeft met de vier draden van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen. Laat me nog een keer herhalen dat we allemaal met ons hart hierin moeten geloven. God beloofde het ons, en zoals Hij heeft beloofd, kwam Hij naar deze aarde als de Zaad van een vrouw (Genesis 3:15), nam al onze zonden op Zich met Zijn doopsel, droeg alle veroordeling voor onze zonden naar het Kruis, herrees van de dood en heeft ons daarmee volmaakt gered. Omdat dit zo’n eenvoudige waarheid is, die zo gemakkelijk uitgelegd en begrepen is, kunnen we dit evangelie nu over de hele wereld preken. Natuurlijk zijn er nog steeds bemedelijdende mensen die deze waarheid niet kennen. Wat echter nog armzieliger is dan degenen die deze waarheid niet kennen, zijn degenen die niet geloven, ook al blijven zij in Gods Kerk.
Zelfs als u werkelijk de verlossing van uw zonden heeft ontvangen, zullen uw gedachten nog steeds slecht zijn, maar uw hart is tenminste gehoorzaam geworden. Maar de schijnheiligen die niet zo zijn, zijn zo slecht van binnen dat zij God en ontelbare mensen iedere dag blijven bedriegen alhoewel zij zullen proberen om zichzelf naar buiten toe als gehoorzaam af te schilderen. Wij moeten stevig de basis van het geloof leggen. En op deze zaligheid die onze Heer zo stevig voor ons heeft gevestigd, moeten we tegenover God staan door erin te geloven.
 
 
Geloof dat stevig staat als de onderdelen van de Tabernakel
 
God zei ons dat we zulke offers moesten brengen en Zijn Tabernakel moesten bouwen. Wij moeten allen het volk van geloof worden, dat gelooft dat Jezus Christus naar deze aarde kwam en ons dus geestelijk verlost heeft. We moeten stevig voor God staan door het soort geloof te hebben dat zoals de bouwmaterialen die gebruikt werden voor de Tabernakel, is. Gelooft u? Heeft u werkelijk dit soort geloof? Gods Kerk preekt nog steeds het evangelie van het water en de Geest. Omdat dit de basis van het ware geloof is, kan ik het niet genoeg benadrukken.
Zoveel kerken en sekten van deze wereld blijven onwetend over de waarheid dat Jezus met Zijn doopsel alle zonden van de wereld op Zich heeft genomen en ze geloven in plaats daarvan slechts in het bloed aan het Kruis. Zelfs onder deze omstandigheden heeft onze Heer ons nog steeds toegestaan om de waarheid te vinden. De reden waarom Jezus aan het Kruis genageld en doorboort werd, was omdat Hij door Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt was. Omdat hij geaccepteerd had dat alle zonden van de wereld aan Hem werden doorgegeven met Zijn doopsel, werd Hij gekruisigd en aan het Kruis geslagen. 
Het geloof van degenen die beweren dat ze de verlossing van de zonden hebben ontvangen door slechts in het bloed aan het Kruis te geloven, is dus een vals geloof dat uiteindelijk helemaal in elkaar zal zakken, hoe toegewijd zij ook mogen zijn. Hoe onvermoeid zij met een luide stem tot de menigte preken om in Jezus te geloven, hun geloof dat maar in het bloed van Jezus gelooft, dat slechts berouwgebeden aanbiedt en niet eens hun eigen probleem van de zonden kan oplossen, is op een gebrekkige basis gebouwd die gewoon zal wegzakken als het pijpenstelen regent, de wind waait en de vloed komt.
Zelf had ik niet gedetailleerd van het doopsel van Jezus gehoord in meer dan 10 jaar nadat ik in Jezus ben gaan geloven. Jezus ontmoette me met Zijn Woord van de waarheid en ik kon wedergeboren worden uit het water en de Geest. Nu weet ik dat er veel mensen over de hele wereld zijn die naar de waarheid zoeken maar het nog niet bereikt hebben. Ik wil tot hen allen spreken, zodat zij de waarheid zullen horen van het water en de Geest en zodat zij de verlossing van hun zonden zullen ontvangen door er met hun hart in te geloven. 
Voordat u wedergeboren was, heeft u misschien ook uw religieuze leven geleid. U had toen misschien niet van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen gehoord. Niet alleen dat, u had waarschijnlijk ook niet van het evangelie van het water en de Geest gehoord, en nog minder dat onze zonden aan Jezus waren doorgegeven toen Hij gedoopt werd.
Het is van het uiterste belang voor Christenen om de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen te kennen en erin te geloven zoals het is. Slechts wanneer de basis van het geloof gelegd is met de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, kunnen we allen stevig en solide met ons geloof staan. Ook al heeft u tot dusver niet zo geloofd, het is nooit te laat, alles wat u doen moet is vanaf nu zo te gaan geloven. Alleen maar als u zo gelooft, kunt u volledig gered worden, uw basis van geloof stevig leggen en uw geloof op deze basis vestigen.
 
 
Degenen die in Gods Kerk zijn, moeten ook hun basis van het geloof stevig leggen
 
Mattheüs 24:40 zegt, “Alsdan zullen er twee op den akker zijn, de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.” Als we allen verklaard hebben om in dezelfde waarheid te geloven en hetzelfde evangelie in Gods Kerk te dienen, wat zou er dan tragischer zijn als enigen van ons later achtergelaten zouden worden? 
Omdat het Woord van God intellectueel en beleefd is, kan het geloof niet aan iemand worden opgedrongen onder dwang. Als u dus het Woord van God hoort dat beleefd aan u gepreekt wordt, moet u er met een eerlijke geest in geloven, terwijl u uw gedachten om het feit centreert dat u in feite Gods Woord hoort. Toen het volk van Israël hoorde wat Mozes hun zei, beschouwden zij het niet als zijn eigen woorden, maar als het Woord van God. Wanneer u verteld wordt wat het Woord van God zegt, moet u voor uzelf nagaan of u werkelijk volgens dit Woord van God gelooft. U moet het Woord met een nuchter hoofd beschouwen en dan geloven in wat het u eigenlijk zegt. 
De Bijbel looft de gelovigen van Berea voor hun edele houding t.o.v. het Woord van God. De gelovigen in Berea ‘En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren’ (Handelingen 17:11). Kort gezegd, zij geloofden rationeel in Zijn Woord zoals hen het werd geleerd.
Het ware geloof komt van het rationele en edele hart dat het Woord zoekt. Zou het iets uitmaken als u tegen uw wil gedwongen werd om te geloven? Zelfs als iemand door iemand anders gedwongen werd om te geloven, zou dit eigenlijk volledig nutteloos zijn want degenen die dus gedwongen wordt, zou niet noodzakelijk geloven in wat hij/zij gezegd krijgt te moeten geloven. Voor God hangt alles af van wat iemand uit zijn/haar vrije wil gelooft. Als iemand niet gelooft als hij/zij hetzelfde verhaal keer op keer vertelt krijgt, dan zit er niets anders op dan dat deze persoon in de hel zal eindigen. 
Iedere zondaar in deze wereld verdient daarom onze medelijden, maar als sommigen van ons niet in Zijn Woord geloven zoals het is, zelfs als we allen onder hetzelfde dak van Gods Kerk zijn, dan zijn ze zelfs nog zieliger. Hoe kan iemand zieliger zijn dan degenen onder ons die in de hel eindigen, zelfs als zij lichamelijk in dezelfde Kerk van God zijn gebleven als wij?
Jezus had twaalf discipels en onder hun geloofde slechts Judas niet dat Jezus de Messias en de Verlosser was. Dus Judas noemde Jezus altijd leraar. Peter noemde Jezus ook soms leraar, maar Hij ging uiteindelijk anders geloven en belijdde, “Heer, U bent Christus en de Zoon van God. U bent de Zoon van God, de Verlosser die kwam om mijn zonden te laten verdwijnen. U bent de God van de zaligheid.” 
Het geloof van Petrus was dus anders dan dat van Judas. Nadat Judas Jezus had verraden en Hem verkocht had, hing hij zichzelf op. Alhoewel Judas op het einde met de andere elf discipels was, faalde Hij te herkennen wie Jezus Christus werkelijk was en eindigde hij dus in de hel. Petrus daarentegen werd gered door Jezus Christus te herkennen en door in Hem als zijn Verlosser te geloven, ondanks het feit dat hij een ongeduldig mens was met veel tekortkomingen.
Net zo hangt de zaligheid ervan af of iemand de waarheid kent en er met zijn/haar hart in gelooft of niet. Iemand kan niet in de waarheid geloven als hij/zij het niet kent. Als mensen echter niet in de waarheid geloven, zelfs als zijn het kennen, zullen zij nog grotere straffen aanschouwen (Lukas 12:48). Zo vertelt God ons dat de basis van ons geloof stevig en eerlijk moet zijn.
 
 
Hoe is ons geloof?
 
Is de basis van ons geloof nu versterkt? Is het stevig? Gelooft u dat de Heer u definitief heeft gered? Door het water en de Geest heeft onze Heer ons inderdaad zeker gered. Dit is niet iets raars dat slechts onze denominatie leert, maar het is wat God in het Oude Testament beloofde en wat Jezus eigenlijk in het Nieuwe Testament voltooide, d.w.z. dit is hoe Christus ons inderdaad heeft gered. 
Jezus is de Koning der koningen (de paarse draad) die in de gedaante van een mens naar deze aarde, met Zijn doopsel (de blauwe draad) de zonden van de wereld op Zich nam, deze zonden aan het Kruis droeg en gekruisigd werd (het paarse draad), van de dood herrees en ons daarmee heeft gered. Hij beloofde in het Oude Testament dat Hij dat zou doen en Hij heeft ons inderdaad gered door deze belofte in het Nieuwe Testament te vervullen. Gelooft u? Niets anders dan dit legt de stevige basis van het geloof.
Er zijn honderden miljoenen Christenen in de wereld, en toch blijft bij de meeste van hen de geloofsbasis zwak. We kunnen nu uitvinden of mensen het juiste geloof hebben of niet, door gewoon naar de vele Christelijke boeken te kijken die nu verkrijgbaar zijn. De schrijvers van deze boeken zijn meestal de leiders van Christelijke samenlevingen en door hun boeken te lezen, kunnen we ontdekken of ze de juiste kennis van de waarheid hebben of niet. Zelfs als er maar een van deze leiders onwetend zou zijn t.o.v. de waarheid of er niet in zou geloven terwijl hij/zij het kon, dan zou iedereen die zo’n leider volgt, verdoemd zijn om naar de hel te gaan. De trieste werkelijkheid is dat amper iemand de waarheid kent, zo weinig als een op de miljoen. Daarom moeten de weinigen van ons die de waarheid kennen, het evangelie getrouw over de hele wereld verspreiden.
God werkt door ons. Wij kunnen het niet vermijden om het evangelie te preken, want het niet verkondigen van dit evangelie van het water en de Geest over de wereld is hetzelfde als een grote zonde te begaan voor God. Als we in feite dit werk van geloof niet werkelijk volgen en dienen, dan zouden we inderdaad een grote zonde voor God begaan. Het is de zonde om mensen naar de hel te sturen zelfs als we weten hoe we het kunnen stoppen; het is gewoon een onvergeeflijke zonde dat mensen in de hel zullen belanden in hun onwetendheid door degenen onder ons die de waarheid kennen en hun mond dicht houden. 
Als we onze taak, die ons is toegeschreven, niet vervullen, dan zullen deze mensen tegen ons protesteren want het is onze verplichting. De Bijbel waarschuwt ons door te zeggen, “Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen” (Ezechiël 33:6). Wij, die het eerste wisten en het eerste geloofden, moeten deze taak van de wachter uitvoeren.
Ik dank de Heer omdat Hij ons dit evangelie heeft gegeven en ons in staat heeft gesteld deze waarheid te kennen. Ik dank Hem zelfs nog meer als ik me realiseer dat we de verkozenen zijn in deze wereld die deze waarheid kennen en in dit evangelie geloven. We hebben het evangelie van het water en de Geest gepreekt aan vele pastoors en niet-geestelijke gelovigen over de hele wereld maar iedere dag hebben we het feit bevestigd dat er niemand was die dit evangelie voorheen werkelijk kon en erin geloofde. Door ons zijn de prekers van het evangelie van de waarheid van het water en de Geest over de wereld opgekomen. Net zoals ons hebben zij ook de stevige geloofsbasis en verspreiden zij dit solide geloof. 
Als er veel van zulke mensen zijn die het evangelie verspreiden, zouden we misschien een stuk gemakkelijker kunnen ademhalen en een beetje rusten met ons preken van het evangelie, maar jammer genoeg zijn er toch nog niet zoveel mensen in deze wereld die deze waarheid kennen en erin geloven. Velen hebben de prestaties van de Hervorming van de geschiedenis van de wereld overschat. Als we het gedetailleerd onderzoeken, kunnen we ontdekken dat de hervormers de eerste knop van de basis van het bijbelse geloof misplaatst hadden tijdens de Hervorming en dat alles dat daarop volgde ook misplaatst was. Omdat de eerst knop misplaatst was, blijft het nog steeds gebrekkig; of deze laatste fouten nu gecorrigeerd worden of niet en als dusdanig moet de geschiedenis van het Christendom herschreven worden.
Ik hoop en bid dat u allen voor God kunt staan op uw solide geloofsbasis en dat u op deze basis van geloof uw levens zult leiden voor het dienen van het ware evangelie. Als u voor het evangelie leeft, zal uw hart natuurlijk gevuld worden met vreugde. Als iemand voor het evangelie leeft, wordt zijn/haar hart omgevormd tot een geestelijk hart. En terwijl de Heilige Geest uw hart vult en erin werkt, zult u allen overstromen met vreugde. 
Maar als u niet voor het evangelie leeft maar slechts de verlangens van uw vlees nastreeft, zelfs als u de verlossing van de zonde heeft ontvangen en het evangelie van het water en de Geest kent, dan zult u een betekenisloos leven leiden, lege levens. 
Ik dank God omdat Hij ons dit waardevolle evangelie heeft gegeven en omdat Hij ons onze zaligheid gratis heeft gegeven. Het is mijn gebed en hoop dat u allen uw geloof nog eens zult onderzoeken en de gave van de volmaakte zaligheid zult ontvangen door de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen.