The New Life Mission

Preken

Onderwerp 11: De Tabernakel

[11-9] (Exodus 27:1-8) Het geloof dat getoond wordt in het brandofferaltaar

(Exodus 27:1-8)
“Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte zijn, en vijf ellen de breedte (vierkant zal dit altaar zijn), en drie ellen zijn hoogte. En gij zult zijn hoornen maken op zijn vier hoeken; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn, en gij zult het met koper overtrekken. Gij zult het ook potten maken, om zijn as te ontvangen, ook zijn schoffelen, en zijn besprengbekkens, en zijn krauwelen, en zijn koolpannen; al zijn gereedschap zult gij van koper maken. Gij zult het een rooster maken van koperen netwerk; en gij zult aan dat net vier koperen ringen maken aan zijn vier einden. En gij zult het onder den omloop des altaars van beneden opleggen, alzo dat het net tot het midden des altaars zij. Gij zult ook handbomen maken tot het altaar, handbomen van sittimhout; en gij zult ze met koper overtrekken. En de handbomen zullen in de ringen gedaan worden, alzo dat de handbomen zijn aan beide zijden des altaars, als men het draagt. Gij zult hetzelve hol van planken maken; gelijk als Hij u op den berg gewezen heeft, alzo zullen zij doen.”
 
 
Ik zou graag het geloof dat in het brandofferaltaar getoond wordt, willen bespreken. Wanneer het volk van Israël een van de 613 artikelen van de Wet van God en de geboden, waaraan ze zich in het dagelijkse leven moesten houden, braken en als zij hun zonden erkenden, gaven zij God hun onbesmette offer volgens het opofferingssysteem dat door Hem bepaald was. De plaats waar zij deze offers gaven, is het brandofferaltaar. De mensen van Israël ontvingen dus hun verlossing van de zonden door hun handen op het hoofd van het onbesmette offerdier te leggen, de keel ervan door te snijden en het bloed van het dier te nemen, dit bloed op de hoorns van het brandofferaltaar en de rest van de vloer te sprenkelen en het vlees ervan op dit brandofferaltaar te verbranden.
 
 
Wat is de geestelijke betekenis van het brandofferaltaar?
 
Het brandofferaltaar was 2,25 m lang en breed en het was 1,35m hoog. Het was gemaakt van sittimhout en overlegd met brons. Altijd als de Israëli’s naar dit brandofferaltaar keken, gingen ze zich realiseren dat zij degenen waren die in hun gevangenschap opgesloten waren en die niet in staat waren om hun veroordeling te vermijden. En zij gingen zich ook realiseren dat zij vanwege hun zonden moesten sterven, net zoals het offerdier gedood werd. Maar zij gingen ook geloven dat de Messias naar deze aarde zou komen en hun zonden zou uitwissen door veroordeeld en gedood te worden zoals het zondeoffer vanwege hun zonden veroordeeld en gedood werd.
Het brandofferaltaar was een schaduw van Jezus Christus onze Verlosser. Zoals de onbevlekte dieren geofferd werden met het opleggen van handen en het vergieten van het bloed, zo kwam Jezus Christus als de Zoon van God naar ons en droeg de veroordeling van al onze zonden. Net zoals het zondeoffer van het Oude Testament alle zonden moest accepteren door het opleggen van handen en door het bloed te vergieten, accepteerde Hij alle zonden van de wereld die Johannes door het doopsel aan Hem had doorgegeven, en Hij droeg de veroordeling voor deze zonden door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten. 
Op deze wijze toont het brandofferaltaar ons dat Jezus Christus met Zijn doopsel al onze zonden op Zich nam, aan het Kruis stierf, van de dood herrees en ons daarmee redde.
 
 
Om van hun zonden vergeven te worden, moesten de Israëli’s hun zondeoffer aan het brandofferaltaar geven
 
Als we naar hoofdstuk 4 van het Boek van Leviticus kijken, zien we dat altijd als de gezalfde priesters, de hele congregatie van Israël, een heerser, of iemand van het gewone volk zondigde, zij hun verlossing van de zonden kregen door een zondeoffer voor God te brengen, hun handen op het hoofd van het dier te leggen, het te doden, het bloed ervan te nemen en het naar het brandofferaltaar te nemen en het aan God te offeren.
Omdat dit brandofferaltaar de plaats was waar de Israëli’s dagelijks hun zondeoffer gaven, was er in feite geen dag dat het er niet druk was. De Israëli’s die hun zonden kwijt wilden, bereidden een onbevlekt dier voor en gaven het aan God op het brandofferaltaar als hun zondeoffer. Zondaars geven al hun zonden aan het offerdier door, doordat ze hun handen op het hoofd ervan leggen en als het oordeel voor deze zonden, het bloed van het dier nemen door de keel ervan door te snijden. De priesters doen dan het bloed van het zondeoffer aan de hoorns van het brandofferaltaar en verbranden het vlees en vet op het altaar. Zo ontving het volk van Israël de verlossing van hun zonden.
Ongeacht wie gezondigd had, of het een leider van het volk van Israël was, de Hogepriester, gewone priesters, de hele congregatie of iemand van het gewone volk, zij moesten hun verlossing van de zonden ontvangen door een offerdier, zoals een stier, geit of ram te brengen en het aan God te geven als het zondeoffer. 
De zondaars of hun vertegenwoordigers moesten hun handen op het hoofd van het offer leggen, het doden, het bloed op de hoorns van het brandofferaltaar sprenkelen, de rest van het bloed op de grond sprenkelen en daarbij het vet van hun zondeoffer dat hun van hun zonden zou vergeven, verbranden. Daarom moesten velen hun offerdieren naar het brandofferaltaar brengen, hun handen op het hoofd van het offer leggen, het bloed ervan nemen en het aan de priesters geven.
Wanneer offers aan het brandofferaltaar gegeven werden, moesten deze offers onbevlekt zijn. En als zondaars offers aan God gaven, moesten zij zich ervan vergewissen dat ze onbevlekte dieren voor God brachten, en slechts door hun handen op het hoofd van deze onbevlekte zondeoffers te leggen, waren hun zonden aan hun doorgegeven. Niets kon dus worden weggelaten als ze het zondeoffer gaven. 
Normaal moest de persoon die gezondigd had, zijn eigen handen op het hoofd van zijn zondedier leggen, maar als de hele congregatie van Israël gezondigd had, moesten de vertegenwoordigende ouderlingen hun handen op het zondeoffer leggen (Leviticus 4:15). Natuurlijk moest het zondedier, waar men de handen op legde, gedood worden door zijn keel door te snijden en het bloed ervan te nemen. En tenslotte moest het op het brandofferaltaar worden gelegd.
De rook van het brandende vlees, vet en hout vervulde daarom altijd de plaats rond het brandofferaltaar en de hoorns en de grond eronder waren allen doordrenkt met het bloed van offerdieren. Het brandofferaltaar was de plaats van de verlossing van de zonden, waar zondeoffers aan God werden gegeven om de zonden van het volk van Israël te reinigen.
Dit brandofferaltaar, waar de rook altijd van opsteeg, was een vierkant die 2,25 lang en breed was en 1,35m hoog. Een bronzen rooster werd in het midden geplaatst en er steeg onaflatend rook op van de offers die door het houtvuur verbrand werden. De plaats waar de offers verbrand en aan God werden gegeven, was het brandofferaltaar.
 
 
De gebruiksvoorwerpen van het brandofferaltaar waren allemaal van brons gemaakt
 
De gebruiksvoorwerpen van het brandofferaltaar, die gebruikt werden om de as weg te doen, waren allen van brons. Het brandofferaltaar zelf was gemaakt door sittimhout met brons te overleggen, en dus waren het altaar en de gebruiksvoorwerpen allemaal van brons.
Dit brons van het brandofferaltaar heeft een bepaalde geestelijke betekenis. Brons verwijst naar het oordeel van God voor de zonden. Het brandofferaltaar is dus een plaats die ons duidelijk toont dat de zondigen zeker voor hun zonden veroordeeld zijn. God zal de mensen ongetwijfeld voor hun zonden veroordelen. Dit brandofferaltaar was de plaats waar de zondeoffers indirect veroordeeld werden voor de zondaars door verbrand te worden en het altaar zelf en alle gebruiksvoorwerpen waren van brons; deze dingen zeggen ons dus dat iedere zonde zeer zeker zijn oordeel opeist.
Het altaar toont ons dat mensen vanwege hun zonden veroordeeld en gedood zullen worden, maar doordat ze hun offerdier naar het brandofferaltaar brengen en het aan God geven, kunnen hun zonden weggewassen worden, kunnen ze de verlossing van hun zonden krijgen en daarmee weer leven. De offers die op het brandofferaltaar gemaakt werden, zeggen ons dat het doopsel van Jezus Christus en Zijn bloedvergieten, de zonden van de gelovigen heeft vergeven. Dit geloof dat het zondeoffer aan het brandofferaltaar heeft gegeven, blijft dus in de tijd van het Nieuwe Testament doorgaan als het geloof in het doopsel en bloed van Jezus Christus.
Als we in Jezus Christus als onze Verlosser geloven, moeten we ons geloof in het doopsel en bloed van Jezus, als onze verlossing van de zonden aan God geven. In het Oude Testament wordt dit geloof gevolgd door het geloof dat de poort van het voorhof van de Tabernakel, dat geweven is van blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen, opent en binnengaat.
 
 
Alle offers die op het brandofferaltaar werden geofferd symboliseren Jezus Christus
 
Waarom deed Jezus Christus toen Hij naar deze aarde kwam? We waren zondig; we hadden tegen God gezondigd en braken Zijn Wet en geboden. Maar om al deze zonden van ons uit te wissen, werd Jezus Christus gedoopt door Johannes en nam de zonden van de wereld op Zich en vergoot daarbij Zijn bloed aan het Kruis. Net zoals het zondeoffer de zonden droeg van de Israëli’s, die eraan waren doorgegeven door de handen op te leggen, en daarbij gedood en verbrand werd op het brandofferaltaar, zo kwam Jezus Christus naar deze aarde als het onbevlekte offer, werd gedoopt, en kon toen Zijn bloed als offer aan het Kruis vergieten en in onze plaats sterven. Door met beiden handen en voeten vastgespijkerd te worden en Zijn bloed te vergieten, droeg onze Heer de veroordeling van alle zonden in plaats van ons door voor onze zonden veroordeeld te worden. Hij heeft ons dus van al onze zonden en veroordeling gered.
Wat deed Jezus Christus, die het wezen van dit brandofferaltaar is geworden, toen Hij naar deze aarde kwam? Jezus Christus heeft ons gered door al onze zonden op Zich te nemen met Zijn doopsel, door gekruisigd te worden en aan het Kruis te sterven, en van de dood te herrijzen. Onze Heer kwam naar deze aarde, voltooide onze zekere zaligheid en steeg toen op naar het Koninkrijk der Hemel.
 
 
Wij die slechts iedere dag kunnen zondigen
 
Er is ook een andere betekenis van het brandofferaltaar, dat “opstijgend” is. Eigenlijk zondigen wij iedere dag. We moeten daarom altijd ons zondeoffer aan God geven, en hierdoor stijgt de rook van de veroordeling van onze zonden altijd naar God op. Is er eigenlijk een dag dat we niet zondigen, maar volmaakt leven? Het zondeoffer van het volk van Israël was constant gegeven totdat de priesters te uitgeput waren om deze offers te geven die de ontelbare zonden van de Israëli’s vergaven en ze dus niet meer konden uitvoeren. Omdat het volk van Israël iedere dag de Wet brak en tegen God zondigde, moesten zij iedere dag hun zondeoffer geven.
Mozes die Israël vertegenwoordigde, verklaarde de 613 artikelen van de Wet en geboden van God aan de Israëli’s: “Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult” (Exodus 19:5-6). 
Het volk van Israël beloofde toen, “Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!” (Exodus 19:8). Het volk van Israël wilde dus deze God, die aan Mozes verscheen en tot hen sprak door Mozes als hun ware God, erkennen en in Hem geloven en zij wilde dat deze God hun beschermde. Door alles wat God tegen hen sprak te houden, wilden zij ook een koninkrijk van priesters en een heilig land worden dat aan God toebehoorde en niet alleen een speciale schat voor Hem. Als dusdanig probeerden ze zich aan alle geboden van God te houden die Hij hun had gegeven.
Wist God reeds dat de Israëli’s zouden zondigen? Natuurlijk wist Hij dat. Daarom riep God Mozes naar de Sinai berg, toonde hem het visioen van de Tabernakel, legde gedetailleerd het doel ervan uit, zei dat Mozes het moest bouwen en liet hem het ook zo maken. En Hij zette ook het opofferingssysteem op waarmee de offers in dit Tabernakel gegeven werden. 
Wanneer de mensen een zondeoffer aan God wilde geven, moesten zij een onbevlekte stier, schaap, geit, tortelduif of duif geven en op een paar uitzonderingen na, moesten zij zich ervan vergewissen dat hun zonden aan hun zondeoffer werden doorgegeven door hun handen op het hoofd ervan te leggen (Leviticus 1:1-4). En dan moest het bloed ervan genomen worden door de keel door te snijden en dit bloed aan de priesters te geven. Hun priesters namen dan dit bloed, sprenkelden het op de hoorns van het brandofferaltaar, sprenkelden de rest van het bloed op de grond, sneden het zondeoffer in stukjes, plaatsten deze stukken op het altaar, en offerden het aan God door dit te verbranden. 
Zo werden de Israëli’s van hun zonden vergeven. Als het zondeoffer verbrand was, moesten ze niet alleen het vlees ervan verbranden, maar zij moesten het ook onthuiden en al het vet van de ingewanden en de lever verbranden. Zo vergaf God de zonden van de Israëli’s.
 
 
De enigste manier om de verlossing van alle zonden te ontvangen
 
Als we naar onszelf kijken, kunnen we ons allen realiseren dat we slechts de hele tijd kunnen zondigen. We zondigen constant in ons leven. We begaan ontelbare zonden om verschillende redenen; omdat we zwak zijn, te veel smet hebben, te hebzuchtig zijn of te veel macht hebben. Er is zelfs niemand onder degenen die in Jezus als hun Verlosser geloven, die niet zondigt.
Wij, die altijd zondigen zelfs als we in God geloven, kunnen slechts van al deze zonden gereinigd en gered worden, door in het doopsel van Jezus Christus te geloven. Hij is God Zelf die door het water en het bloed (1 Johannes 5:6) kwam; Hij kwam naar deze aarde als het zondeoffer van het brandofferaltaar door de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen. Hoe zouden we niet de verlossing van de zonden door geloof ontvangen, als deze Jezus onze zonden op Zich nam door gedoopt te worden en de lonen van onze zonden te betalen door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten en eraan te sterven? Vanwege de zaligheid van onze Messias Jezus Christus, konden wij onze verlossing van de zonden in een keer door het geloof ontvangen.
Alhoewel we inderdaad altijd zondigen, konden we toch van al onze zonden verlost worden door de zaligheid van het doopsel en het bloed dat Jezus Christus voltooide toen Hij naar deze aarde kwam. Onze Heer nam met Zijn doopsel onze zonden op Zich, droeg de zonden van de wereld aan het Kruis en werd gekruisigd, en Hij heeft ons daarmee volledig van onze zonden verlost. Door voor onze zonden gedoopt te worden, de veroordeling van al onze zonden met Zijn kruisiging te dragen en van de dood te herrijzen, heeft Hij degenen die in deze waarheid geloven, volledig gered. Alhoewel we het niet konden vermijden om veroordeeld te worden voor onze zonden, zijn wij door het geloof gered vanwege de liefde van de zaligheid en genade die Jezus ons door de blauwe, paarse en dieprode wol heeft gegeven. God heeft ons dus van onze zonden gered. Door in Hem te geloven, zijn we van al onze zonden verlost. Dat is wat het brandofferaltaar ons toont.
U zult misschien denken dat binnenin de Tabernakel alles mooi was, maar als u werkelijk de voorhof was binnengegaan, dan was u een onverwacht en afschuwelijk scenario tegengekomen. Het bronzen brandofferaltaar, dat vierkantig was, zou de hele tijd dreigend rook en vuur uitspuwen. Het bronzen altaar zou op de zondaars wachten, terwijl de grond doordrenkt was in bloed, en iedereen zou zich realiseren dat dit de plaats van de veroordeling van de zonden was. Omdat dit de plaats was waar dagelijks zondeoffers gegeven werden, zou u overweldigd worden door de stank van het brandende vlees en hout. 
Onder het brandofferaltaar zou het bloed als een rivier stromen. Als de Israëli’s zondigden, brachten zij hun offerdier naar de Tabernakel, gaven hun zonden eraan door, doordat ze hun handen erop legden, de keel door sneden, het bloed namen en dit bloed aan de priesters gaven. De priester deed dit bloed dan op de hoorns van het brandofferaltaar en goot de rest over de grond. 
Daarna sneden ze het offer in stukken en samen met het vet en de nieren werd het vlees op een rooster geplaatst en verbrand. Als bloed wordt onttrokken, is het eerst tamelijk vloeibaar en rood. Maar na een tijdje stolt het en wordt het tamelijk kleverig. Als u werkelijk de Tabernakel binnen was gegaan, had u dit gruwelijke bloed gezien.
Altijd als het volk van Israël Gods geboden brak, herkenden zij, door het brandofferaltaar, dat zij net als hun zondeoffers op het altaar moesten sterven. Waarom? Omdat God Zijn verbond met hen, met bloed maakte. “Als jullie je aan Mijn Wet houden, zullen jullie Mijn volk worden en het koninkrijk der priesters, maar als jullie falen om je eraan te houden, moeten jullie als deze zondeoffers sterven.” Zo heeft God Zijn verbond met bloed afgesloten. Het volk van Israël accepteerde het dus als een gegeven feit dat als zij zondigen en de Wet breken, zij hun bloed moesten vergieten. 
Niet alleen de Israëli’s maar degenen die in God geloven, moeten feitelijk ook allemaal het bloed als offer voor hun zonden geven. Het toont ons dat iedereen die voor God zondigt en daarom zonde in zijn/haar hart heeft, hoe groot of klein die ook is, de veroordeling van deze zonden hiervoor moet aanschouwen. Alhoewel de wet van het oordeel (dat de lonen van de zonden de dood is) voor iedereen voor God geldt, zijn er niet zoveel mensen die werkelijk bang zijn voor Gods oordeel en dus proberen ze zichzelf aan Gods wet van de zaligheid, die getoond wordt in Zijn opofferingssysteem, over te geven. 
Het brandofferaltaar vertelt ons dat Jezus Christus ons van onze zonden en veroordeling gered heeft door de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen dat getoond wordt in de poort van de voorhof van de Tabernakel volgens de wet die de loon der zonden als dood bepaalt. Christus kwam voor ons, die altijd zondigen en voor onze zonden veroordeeld moeten worden, naar deze aarde in de gedaante van een mens, nam alle zonden van de mensheid op Zijn eigen lichaam door van Johannes gedoopt te worden, droeg deze zonden van de wereld naar het Kruis, werd gekruisigd en vergoot Zijn bloed, verdroeg veel leed en pijn, offerde Zich op en heeft ons daarbij van al onze zonden gered.
Omdat Christus Zijn eigen lichaam opofferde en ons daarmee gered heeft, kunnen wij van al onze zonden door het geloof gered worden. Met andere woorden, Jezus nam alle zonden op Zich met Zijn doopsel, werd gekruisigd, herrees van de dood, en heeft daarmee iedereen die het niet vermijden kan om te sterven vanwege zijn/haar zonden, van al zijn/haar zonden en veroordeling gered. 
Als we naar dit brandofferaltaar kijken, dan krijgen we dit geloof. Als we zouden zien dat er de hele tijd zondeoffers op het altaar worden gegeven, dan kunnen we ons beseffen en geloven dat God ons niet Zijn zondeoffer liet worden maar in plaats daarvan onze Heer Zelf naar deze aarde kwam en onze zaligheid vervulde, zelfs al zijn wij het die moeten sterven voor onze dagelijkse zonden. Jezus heeft ons gered door gedoopt te worden, Zijn bloed aan het Kruis te vergieten en van de dood te herrijzen.
Daarom accepteerde God de Vader het zondeoffer van de Israëli’s en vergaf al hun zonden in plaats dat Hij hen veroordeelde voor de zonden. Door het volk van Israël hun zonden aan het zondeoffer te laten doorgeven door hun handen op het hoofd ervan te leggen, en door hen het dier te laten doden en het bloed, vlees en vet ervan aan Hem te offeren, vergaf God de zonden van de Israëli’s. Door dit zondeoffer, heeft Hij ons ook van al onze zonden gereinigd. Dit was niets anders dan de genade van God en Zijn liefde.
 
 
God heeft ons niet slechts door de Wet vergeld.
 
Als God u en mij en het hele volk van Israël alleen maar volgens Zijn Wet zou moeten veroordelen, hoeveel zouden er dan op deze aarde overblijven? Als God ons slechts volgens Zijn Wet zou meten en veroordelen, zou niemand van ons ook maar een dag leven. De grootste meerderheid van ons zou nog niet eens 24 uur bestaan maar binnen enkele minuten sterven. Sommigen zouden binnen een uur sterven terwijl anderen het misschien 10 uur volhouden, maar het verschil is onbeduidend, we zouden allen verdoemd zijn om te sterven. De mensen zouden niet in staat zijn om zo oud te worden als ze nu worden, terwijl ze leeftijden halen van 60, 70, 80 en ouder. Binnen een mum van tijd zou iedereen veroordeeld zijn.
Denk maar aan wat er vanochtend gebeurde. U zoon wilt maar niet uit bed komen nadat hij de hele nacht doorgefeest had. Uw vrouw probeert hem wakker te maken. Er begint een scheldpartij omdat uw zoon tegen uw vrouw schreeuwt dat zij hem heeft wakker gemaakt, en uw vrouw scheld op uw zoon omdat hij tegen haar schreeuwt, en zo begint de ochtendruzie. Uiteindelijk zondigen zowel de moeder als ook de zoon voor God en geen van hen zou het een dag volhouden want zij zouden allebei veroordeeld worden voor deze zonde.
Maar God doet ons niet slechts volgens Zijn rechtvaardige Wet. “Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden” (Psalmen 103:10). 
God heeft in plaats van ons volgens de rechtvaardige Wet te veroordelen, het opofferingssysteem voorbereid dat onze plaats zou innemen om deze rechtvaardige Wet te vervullen. Door ons onze zonden aan dit zondeoffer te laten doorgeven door onze handen erop te laten leggen, en door ons het bloed van dit offer aan Hem te laten geven in plaats van ons eigen leven, heeft God het leven van het zondeoffer in plaats van ons eigen leven geaccepteerd en alle zonden van de mensheid vergeven inclusief onze en die van de Israëli’s. Hij heeft ons van deze zonden gered en ons weer levend gemaakt. En God heeft de gelovigen van hun zonden gered door hen Zijn eigen volk te maken. Zo maakte God het volk van Israël tot de priesters van het Koninkrijk van God.
Het zondeoffer verwijst hier naar niets minder dan Jezus Christus. Jezus Christus werd vanwege onze zonden, dit zondeoffer en Hij nam al onze zonden op Zich met het doopsel, vergoot Zijn bloed en stierf aan het Kruis om ons, die de veroordeling van de zonde aanschouwden, te redden. Om ons van onze zonden te redden, kwam de eniggeboren Zoon van God naar deze aarde in de gedaante van een mens en werd het zondeoffer door Zijn doopsel, in gehoorzaamheid van de wil van de Vader. Door met Zijn doopsel dat Hij van Johannes ontving de zonden van de mensheid op Zich te nemen, deze zonden van de wereld naar het Kruis te dragen, door gekruisigd te worden, Zijn bloed te vergieten, en Zichzelf daarbij op te offeren, en door te sterven en van de dood te herrijzen, heeft Jezus ons volledig gered. 
Als we het Woord van de zaligheid horen dat ons zegt dat Jezus in onze plaats gedoopt en gekruisigd was, en binnen drie dagen van de dood herrees, wordt ons hart enorm geïnspireerd. Omdat Hij, die zondeloos was, in onze plaats het doopsel ontving dat alle zonden aan Hem doorgaf, droeg Hij ontzettend veel vervolging, onderdrukking, pijn, leed en uiteindelijk de dood als de loon van deze zonden, wat in de eerste plaats voor ons had moeten zijn. Als Christus ons daarmee van onze zonden redde, kan niets kwaadaardiger zijn dan niet in deze waarheid te geloven.
 
 
We moeten in de zaligheid geloven die vervuld werd door de blauwe, paarse en dieprode wol
 
Als Jezus Christus onze zonden droeg en de veroordeling voor deze zonden door Zijn doopsel, en als Hij ons van onze zonden gered heeft door Zichzelf in onze plaats op te offeren, moeten we allen het soort geloof hebben dat zegt, “Dank U Heer!” Alhoewel veel mensen gemakkelijk geïnspireerd zijn door gevoelige liefdesverhalen, levensverhalen, of gewoon ieder soort emotioneel verhaal, zijn ze zo koud als ijs als het erom gaat hun hart naar Gods onvoorwaardelijke liefde te richten. Terwijl de genade van onze Heer zo groot is dat Hij voor ons gedoopt werd en aan het Kruis stierf, zijn er nog steeds beestachtige mensen die zich deze genade niet kunnen realiseren en die Hem er helemaal niet voor danken. 
Jezus Christus, de Zoon van God, kwam naar deze aarde en werd het zondeoffer voor ons. Hij accepteerde met Zijn doopsel al onze zonden op Zijn eigen lichaam en offerde Zich op door Zijn lichaam aan het Kruis te geven. Hij werd geslagen, uitgekleed, vervolgd en onderdrukt, en dat alles voor ons. Zo heeft Hij ons gered. Door in deze waarheid te geloven, zijn wij Gods kinderen geworden. Dit is de grootste inspiratie voor iedereen, de grootste genade van God dat niet in woorden kan worden uitgedrukt. Het maakt me enorm verdrietig om te zien dat zoveel mensen nog steeds niet geloven of Hem niet danken, zelfs nadat ze het gehoord hebben, terwijl God ons toch zo gered heeft.
Omdat Jezus naar deze aarde kwam, Zijn doopsel ontving en Zichzelf opofferde, zijn wij van al onze zonden gered. Daarom zegt Jesaja 53:5, “Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.” 
We zondigen ons hele leven. Onze Heer verliet de troon van het Koninkrijk van de Hemel en kwam de hele weg naar beneden naar deze aarde om ons, die het niet konden vermijden om veroordeeld te worden, te redden van al onze zonden, veroordeling, vernietiging en vloeken. Hij boog Zijn hoofd voor Johannes en werd gedoopt, droeg deze zonden aan het Kruis en leed enorm, vergoot al het bloed van Zijn hart op de grond, herrees van de dood en werd het zondeoffer voor ons, en is de ware God van onze zaligheid geworden.
Denkt u over dit feit na en houdt u het diep in uw hart? Als u het Woord hoort is het slechts gepast dat u moet geloven en in uw hart enorm geïnspireerd moet zijn dat Jezus Christus inderdaad naar deze aarde kwam in de gedaante van een mens en dat Hij gedoopt werd, gekruisigd en herrees om Zijn volk van hun zonden te redden. Als we ons realiseren dat we allen verdoemd zijn om naar de hel te gaan, kunnen we ons diep in ons hart realiseren hoe enorm inspirerend en dankbaar deze zaligheid is. Alhoewel we in God wilden geloven en Zijn volk wilden worden, was er geen enkele manier voor ons om dit te bereiken. Maar Hij heeft ons (die werkelijk onze verlossing van de zonden hebben gezocht) ontmoet met het Woord van de waarheid dat Christus naar deze aarde kwam, gedoopt werd, aan het Kruis stierf en na drie dagen herrees.
Hoe zouden wij ooit onze zaligheid hebben ontvangen, als het niet door dit offer van Jezus was? Dat zou nooit mogelijk zijn geweest! De zaligheid zou slechts een midzomernachtdroom zijn geweest als het doopsel van Jezus en het bloed van het Kruis er niet waren geweest en als de zaligheid van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, dat getoond wordt in de Tabernakel, er niet was geweest. Als het niet voor Zijn offer was, dan zouden we nooit van onze zonden bevrijd kunnen worden en onze straf vermijden, maar we zouden in het eeuwige vuur van de hel geworpen worden en voor altijd lijden. En toch heeft Christus ons gered door Zichzelf voor ons op te offeren, net zoals het zondeoffer van het Oude Testament.
 
 
De zaligheid van de blauwe, paarse en dieprode wol die vervuld is in het Nieuwe Testament
 
Mijn geliefde lezers, u moet nooit de waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, dat gebruikt werd voor de Tabernakel, vergeten. Het getweernde linnen is het Woord van het Oude en het Nieuwe Testament, het Woord waarin God lang geleden beloofde dat Hij Zelf, als onze eigen Verlosser, zou komen en volgens deze belofte kwam Jezus Christus naar deze aarde. De blauwe wol vertelt ons dat Christus al onze zonden op Zich nam door Zijn doopsel toen Hij naar deze aarde kwam. Hij was dus gedoopt volgens de belofte dat Hij ons van onze zonden zou redden en ons zou verlossen van onze veroordeling. Om onze zonden en de zonden van iedereen van deze wereld op Zich te nemen, werd Hij door Johannes gedoopt, en droeg Hij inderdaad alle zonden van de wereld. We moeten dit nooit vergeten want als we vergeten dat Jezus als ons zondeoffer kwam en al onze zonden op Zich nam door Zijn doopsel, zou er geen zaligheid zijn.
We leven in deze wereld terwijl we veel vaker zelfbelang aan onszelf hechten. Het hart van de mensen is dusdanig dat zij het niet kunnen tolereren als iemand anders opschept, maar zelf scheppen zij desalniettemin graag op. Maar er kwam een moment dat ik begon op te scheppen over iemand anders dan mezelf, en dit was toen ik Jezus dankbaar was voor dat Hij me door de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen gered heeft. Met andere woorden, ging ik over Jezus opscheppen. Nu, ik praat en schep zo vaak als ik kan op over dat Jezus naar deze aarde kwam; dat Hij onze zonden uitwiste, al onze zonden op Zich nam door gedoopt te worden; dat Jezus gekruisigd kon worden door Zijn doopsel en dat dit de manier is waarop de Heer ons redde. Ik bleef over deze waarheid opscheppen, het preken en alle heerlijkheid aan God geven.
En toch zijn er te veel mensen die, alhoewel ze belijden dat ze in Jezus geloven, het Woord preken terwijl ze Zijn doopsel weglaten of slechts over zichzelf opscheppen terwijl ze Zijn naam gebruiken. Er was eens een bedrieglijke geestelijke die beweerde dat hij slechts $300 per maand uitgaf om te leven. Alsof dat een goede eigenschap is, schepte hij erover op dat hij kon rondkomen van $300 per maand, en dat hij geen geld hoefde mee te nemen als hij reisde, omdat zijn volgelingen al zijn onkosten zouden betalen. Maar is het geld van de gelovigen soms geen geld? Telt dit geld dan helemaal niet, terwijl zijn geld wel telt? Deze Christelijke leider beweerde dat hij slechts hoefde te bidden als hij iets nodig had. “God, dek mijn reiskosten! Ik geloof in U, Heer!” Met dit gebed kwam er een of andere heilige en gaf hem een berg geld, zei hij. Wat gaat er in de gedachten van zulke mensen om, die zo’n dingen beweren alsof het iets is om over op te scheppen?
Mattheüs 3:13-17 verklaart, “Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden. Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij? Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af. En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen. En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!” Deze passage beschrijft wat er gebeurde toen Jezus gedoopt werd. Toen Jezus door Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt werd en uit het water kwam, ging de Hemel open en de stem van God de Vader zei: “Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!” Johannes de Doper was op dat moment sprakeloos.
Johannes de Doper werd twee keer met stomheid geslagen in deze Jordaan. De eerste keer was hij verbaasd toen hij zag dat Jezus naar hem kwam om gedoopt te worden door hem, en daarna was hij weer verbaasd nadat Jezus gedoopt was en de Hemel zich opende en hij de stem van God de Vader hoorde zeggen: “Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!”
Wat is de reden dat Jezus door Johannes de Doper gedoopt werd? Mattheus 3:15 geeft ons hier het antwoord. Laat ons de verzen 15 en 16 nog eens lezen: “Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af. Toen liet hij van Hem af. En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen.” 
Mattheüs 3:15 vertelt ons hier de reden waarom Hij van Johannes gedoopt werd. Zelfs al was Jezus de Hogepriester van het Koninkrijk van Hemel en de eniggeboren Zoon van God, Hij kwam desalniettemin naar deze aarde om ons, Zijn volk, van onze zonden te redden. Met andere woorden, Jezus kwam naar deze aarde als het zondeoffer dat de loon van onze zonden betaalde door deze zonden op Zich te nemen en in onze plaats geofferd te worden. Daarom wilde Jezus door Johannes gedoopt worden.
Maar waarom was Jezus door niemand minder dan Johannes de Doper gedoopt? Omdat Johannes de Doper de vertegenwoordiger van de mensheid was, want hij was de grootste die geboren was van de vrouwen. Mattheüs 11:11 zegt, “Onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper.” Johannes de Doper was de dienaar van God die in de tijd van het Oude Testament geprofeteerd wordt in het Boek van Malachi: “Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal”(Maleachi 4:5). Johannes de Doper was deze Elia die God beloofde te zenden.
Waarom noemde God Johannes de Doper Elia? Elia was een profeet die de harten van de Israëli’s weer naar God keerde. In die tijd aanbad het volk van Israël Baal als hun God, maar Elia toonde hun duidelijk wie de echte God was, of het Baal of Jehova God was. Hij was de profeet die met zijn geloof en door het zondeoffer, aan het volk van Israël toonde wie werkelijk de levende God was en hij leidde daarmee degenen die afgoden hadden aanbeden, terug naar de ware God. Daarom beloofde God op het eind van het Oude Testament, “Ik zal je Elia sturen.” Omdat alle mensen die naar het beeld van God gemaakt waren, op het verkeerde pad van verafgoding en duivelsaanbidding waren, zei God dat Hij hun Zijn dienaar zou sturen die hun terug naar God zou leiden. De ene die dus zou komen is Johannes de Doper.
Mattheüs 11:13-14 verklaart, “Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd. En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou.” Deze Elias die komen zou, is niemand minder dan Johannes de Doper. In vers 11-12 staat geschreven, “Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij. En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld.” 
Dus als er staat dat er “onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper,” dan betekent het dat God Johannes de Doper als de vertegenwoordiger van de hele mensheid verhief. God liet Johannes de Doper zes maanden voor de geboorte van Jezus op deze aarde geboren worden. En God bereidde hem voor als de laatste profeet en priester van het Oude Testament. Daarom doopte Johannes de Doper, als de Hogepriester van de aarde, Jezus Christus en gaf daarbij alle zonden van de mensheid aan Hem door. Met andere woorden, de reden waarom Johannes de Doper Jezus doopte, was om alle zonden van de wereld aan Hem door te geven. De reden waarom Jezus Christus door Johannes de Doper gedoopt werd, was om alle zonden van de mensheid op Zich te nemen door Zijn doopsel.
Daarom zei Jezus in Mattheüs 3:15, “Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen.” Omdat alle gerechtigheid slechts vervuld kon worden als Jezus Zijn doopsel van Johannes de Doper ontving om alle zonden van de wereld te accepteren, zei Jezus dat het hun betaamde.
 
 
Onze Heer heeft dus de zondaars gered met deze methode
 
Dit doopsel dat Jezus van Johannes ontving, is hetzelfde als het opleggen van handen in het Oude Testament. Het was met andere woorden het opleggen van handen dat voor het brandofferaltaar gedaan werd in de tijd van het Oude Testament om de zonden van iemand aan het zondeoffer. Door naar deze aarde te komen en gedoopt te worden, vervulde Jezus Christus de belofte van het opleggen van handen (de belofte die gemaakt was als de dagelijkse offers werden gegeven doordat zondaars hun zonden aan hun zondeoffer doorgaven door hun handen erop te leggen), waardoor de Hogepriester de jaarlijkse zonden van de Israëli’s aan het zondeoffer door te geven door zijn handen op het hoofd ervan te leggen. 
Zoals het opleggen van handen in het Oude Testament, droeg Jezus de veroordeling van de zonden van de mensheid in onze plaats en werd geofferd omdat Hij alle zonden van de wereld op Zich accepteerde door gedoopt te worden, al deze zonden wegwaste, en omdat Hij al deze zonden van de mensen op Zich nam. Daarom kon Jezus Christus de ware God van onze zaligheid worden.
Als dusdanig moeten we werkelijk toegeven dat we het niet kunnen vermijden om onze zekere dood te aanschouwen en veroordeeld te worden vanwege onze zonden. We moeten dit weten en voelen. En we moeten ons realiseren dat Jezus Christus onze Verlosser ons heeft gered door naar deze aarde te komen en opgeofferd te worden voor ons, d.w.z. door Zijn werken van zaligheid met Zijn doopsel, kruisiging, en herrijzenis heeft Jezus Christus ons van al onze zonden gereinigd en ons volledig van onze zonden gered. We moeten ook geloven dat Jezus ons de gave van de zaligheid heeft gegeven, dat Hij onze zaligheid heeft vervuld en ons deze vervulde zaligheid als Zijn gave aan ons heeft gegeven. Jezus heeft alle gerechtigheid vervuld zodat als iemand slechts gelooft en accepteert, hij/zij zeker gered zal worden. 
Om ons dit te laten realiseren werd de poort van het voorhof van de Tabernakel geweven van blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen. Dit is ook de reden waarom we eerst het brandofferaltaar zouden zien als we deze poort van het voorhof van de Tabernakel zouden openen en er naar binnen zouden gaan. De offers die aan het brandofferaltaar werden gegeven, waren ook voorbodes van de methode van de zaligheid waarmee Jezus Christus ons heeft gered. Het offer dat aan het brandofferaltaar geofferd werd, moest de ongerechtigheden van de zondaars op zichzelf accepteren door het opleggen van handen en dood te bloeden in plaats van de zondaars. Het bloed van het zondeoffer werd daarna op de hoorns van het altaar gesprenkeld, en de rest werd over de grond gesprenkeld. Daarna offerden ze het vlees en vet van de dieren op het altaar aan als de brandoffers. Dit was de methode waarmee het zondeoffer aan God gegeven werd. Al deze kenmerken van het zondeoffer zijn precies dezelfde methode als de methode waarmee Jezus Christus onze Verlosser is geworden. Door de zondeoffers heeft God ons met andere woorden getoond dat Jezus Christus naar deze aarde zou komen en ons op deze wijze zou redden.
De zondaars moesten ongetwijfeld hun handen op het zondedier leggen dat gegeven werd aan het brandofferaltaar. Daarom vertelt de Tabernakel ons van het evangelie van het water en de Geest. Toen Jezus Christus naar deze aarde kwam, werd Hij gedoopt om de zonden van de mensheid op Zich te nemen. Het doopsel is het tegenbeeld van de zaligheid dat Christus ontving om het zondeoffer voor alle zondaars van de wereld te worden voor God de Vader. 
Door dit Tabernakel kunnen we nu een duidelijk geloof hebben. Net zoals het zondeoffer de zonden van de mensen van Israël accepteerde op de Grote Verzoendag door het opleggen van de handen van de Hogepriester, en net zoals het geofferd werd in hun plaats omdat hun zonden nu aan het dier waren doorgegeven (Leviticus 16), kwam Jezus Christus naar deze aarde om onze zonden op Zich te nemen en ons eigen zondeoffer te worden voor deze zonden, werd inderdaad ons zondeoffer, en heeft ons hiermee van al onze zonden en veroordeling gered. We kunnen nu volledig in deze zaligheid van liefde geloven. Het is door in deze waarheid te geloven dat we ons bij God bedanken voor onze schuld en Hem terugbetalen voor deze zaligheid van liefde die Hij ons heeft gegeven.
Het doet er niet toe hoe goed men de Tabernakel kent, als men niet gelooft, dan is alle kennis nutteloos. We moeten ons realiseren en geloven hoe belangrijk het doopsel van Jezus Christus werkelijk is. De Tabernakel had drie poorten die allen geweven waren van blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen. Mensen zullen iedere poort van de Tabernakel anders uitleggen door hun onwetendheid. 
In de volgorde van de draden, was de blauwe wol het eerste geweven en deze werd gevolgd door de paarse, dieprode wol en het getweernde linnen. Slechts door de poort op deze manier te maken, kon het juist omschreven worden als de echte poort van de Tabernakel, want dit is precies zoals God de Israëli’s gebood het te bouwen in de tijd van het Oude Testament.
Er was een reden waarom de poorten zo gemaakt moesten worden. Het doet er niet toe hoe Jezus Christus op deze aarde geboren is als de Verlosser van de mensheid in de gedaante van een mens en door het lichaam van de maagd Maria, als Hij niet gedoopt was om onze zonden op Zichzelf te nemen in de eerste plaats, had Hij niet onze ware Verlosser kunnen worden. Als Hij niet gedoopt was, kon Hij ook niet gekruisigd worden en aan het Kruis sterven. Daarom moest de blauwe wol eerst geweven worden en dit is ook van uiterst belang.
 
 
In wie moeten we geloven?
 
We moeten daarom in Jezus Christus geloven die ons van onze zonden gered heeft. We kunnen slechts echt wedergeboren zijn als we in de zaligheid geloven die deze Zoon van God, Jezus Christus onze Verlosser, ons heeft gegeven. Als we in de Zoon van God als de God van onze zaligheid geloven, en als we in de waarheid geloven dat Hij naar deze aarde kwam, onze zonden op Zich nam in een keer door gedoopt te worden voor ons, en onze veroordeling aan het Kruis droeg, kunnen we allen onze ware zaligheid ontvangen. 
Omdat Jezus Christus niet onze zonden op Zich kon nemen op een andere manier dan gedoopt te worden, kon Hij alleen maar door op deze methode onze zonden te dragen, naar het Kruis gaan, Zijn bloed vergieten en eraan sterven. Het doet er niet toe dat Hij de Zoon van God is en hoe Hij naar deze aarde kwam als onze Verlosser, als Hij onze zonden niet op Zich had genomen door Zijn doopsel, kon onze zaligheid nooit in deze wereld gevonden worden.
Daarom is het van belang om de bijbelse bewijzen gedetailleerd te bevestigen om de volledige overtuiging te hebben dat uw zonden reeds zijn uitgewist. 
Laat ons eens aannemen dat u een enorme schuld heeft. En iemand zegt tegen u, “Maak je geen zorgen; ik betaal het wel voor je af. Je hoeft je geen zorgen te maken, ik los dit probleem voor je op.” Altijd als we hem tegenkomen, zegt deze vent ons, “Zei ik je niet dat je je geen zorgen moest maken? Ik zei je dat ik ervoor zou zorgen!” Laat ons verder aannemen dat deze persoon zelfs kwaad wordt, terwijl hij u vraagt waarom u niet in hem gelooft. Bent u werkelijk van uw schuld verlost door slechts in hem te geloven, zelfs als deze persoon u dagelijks zegt, “Ik heb het helemaal afbetaald, vertrouw me,” terwijl hij eigenlijk niet uw schuld betaald heeft? Natuurlijk niet! 
Het doet er niet toe hoe vertrouwensvol hij u zegt, “Als je me vertrouwt, zijn al je schulden opgelost,” als hij het niet werkelijk afbetaalt, blijven uw schulden bestaan en bedriegt deze persoon u slechts. Dus vraagt u hem keer op keer, “Dus je betaalde mijn schuld?” Dan zegt hij u herhaaldelijk, “Waarom twijfel je zo? Je moet me gewoon onvoorwaardelijk geloven! Ik zei je dat ik al je schuld heb betaald. Je hoeft maar in me te geloven en toch ben je zo achterdochtig! Doe toch niet zo!” Laat ons nu weer voorstellen dat u hem met uw hele hart zou geloven. Maar hoezeer u ook in hem geloofde, zijn woorden zouden alles leugens zijn als hij uw schuld niet werkelijk afbetaalde.
 
 
Zo is het geloof van de huidige Christenen
 
De huidige Christenen zeggen, “Jezus heeft u gered door Zijn waardevolle bloed aan het Kruis te vergieten. Hij droeg alle veroordeling van de zonde daar. Zo heeft Hij u gered.” Veel geestelijke leiders preken zo tot hun congregaties. Als iemand in de congregatie opstaat en zegt, “Maar ik ben nog steeds zondig,” dan zeggen zij, “Dat komt omdat je niet genoeg gelooft. Je moet gewoon geloven! Niets anders dan je ongeloof is je zonde!” “Ik wil ook echt geloven, meneer. Maar ik weet niet waarom ik niet kan geloven.” “Ik weet niet waarom ik nog steeds zondig ben alhoewel ik geloof. Ik geloof werkelijk.” “Je gelooft niet genoeg. Je moet geloviger zijn. Beklim een berg en probeer te vasten. Geloof terwijl je je maaltijden overslaat.” “Kan ik niet gewoon geloven terwijl ik geen maaltijden oversla?” “Nee, je moet proberen te geloven terwijl je vast.”
Veel van de huidige pastoors zeggen u te geloven, en toch lossen zij niet het probleem van uw zonden op en zij berispen u slechts voor uw ongeloof. U probeert van uw kant te geloven en toch is het te moeilijk om te geloven, of u gelooft werkelijk blindelings maar het probleem van uw zonde blijft nog steeds. Wat is er hier verkeerd? Wat kan dit verklaren? Mensen kunnen geen waar en sterk geloof hebben omdat zij niet weten dat Jezus Christus al hun zonden op Zich nam door gedoopt te worden. Omdat zij in waanvoorstellingen geloven waarmee zij het probleem van hun zonden niet kunnen oplossen, hoe zeer zij ook hun best doen om te geloven. 
Komt het geloof slechts door onvoorwaardelijk te geloven zonder enig beslist bewijs? Natuurlijk niet! Het volledige geloof komt alleen in een keer wanneer u weet hoe het probleem van de zonden werkelijk opgelost werd en als u erin gelooft. “Alhoewel ik in U getwijfeld heb, is het te overduidelijk dat U reeds de problemen van mijn zonden heeft opgelost. Hoe hard ik ook probeer om niet te geloven, ik kan er niets aan doen dan slechts in Uw zaligheid te geloven, want deze zaligheid is zo zeker. Dank U voor het oplossen van mijn probleem.” Alhoewel we in het begin zullen twijfelen, kunnen we uiteindelijk niet meer twijfelen omdat het bewijs van onze zaligheid zo zeker is. Als teken van onze zaligheid en het bewijs heeft Jezus ons Zijn ontvangst getoond dat het evangelie van het water en de Geest wordt genoemd. “Ik heb al jullie schulden op deze wijze afbetaald.” Slechts als we naar dit bewijs kijken dat toont dat al onze schulden zijn afbetaald, kan het ware geloof tot ons komen.
We kunnen niet geloven ook al belijden we dat we in God geloven, zeggen dat Jezus Christus, God Zelf, onze Verlosser is en beweren dat we in de Verlosser geloven, als we geen bewijs hebben van hoe Hij ons heeft gered en hoe onze zonden uitgewist zijn. Met andere woorden, we kunnen geen sterke overtuiging hebben tenzij we het ontvangstbewijs gezien hebben dat de volle betaling van de loon van onze zonden toont. Mensen die geloven zonder dit ontvangstbewijs te hebben gezien, zullen overkomen alsof zij een sterk geloof hebben, maar hun geloof is in feite gewoon blind. Het is meer dan een fanatiek geloof.
 
 
Beschouwt u een fanatiek geloof als een goed geloof?
 
Hoe zou u het vinden als een pastoor met een fanatiek geloof hetzelfde fanatisme van anderen verlangde? “Geloof! Ontvang het vuur! Vuur, vuur, vuur! De Heilige Geest dat als het vuur is, vul ons met het vuur! Ik geloof dat de Heer u allen zal zegenen! Ik geloof dat Hij u allen rijk zal maken! Ik geloof dat Hij u allen zal zegenen! Ik geloof dat Hij u allen zal helen!” De oren van het publiek zullen gaan suizen en hun hart zal gaan razen als zo’n pastoor dit soort show vertoont. Het hart van de mensen in de zaal zal sneller gaan kloppen bij het verheven geluid van zijn stem dat door een geluidsinstallatie van de hoogste kwaliteit geleid wordt, als hij “Vuur, vuur, vuur” begint te roepen. Zij zijn dan emotioneel overweldigd alsof een sterk geloof werkelijk tot hen gekomen is en ze jammeren “Kom, Heer Jezus! Oh, kom Heilige Geest!” 
Op dat moment spoort de pastoor het publiek emotioneel nog meer aan door te zeggen, “Laat ons bidden. Ik geloof dat de Heilige Geest nu afdaalt en ons allen vervult.” De band begint hierop inspirerende liedjes te spelen en de mensen heffen hun handen in de lucht en gaan uit hun bol van enthousiasme en hun emotionele uitbarsting bereikt een hoogtepunt. Op dat moment zegt de pastoor, “Laat ons het offer geven. Vanavond in het bijzonder wilt God een speciaal offer van u ontvangen. Laat ons allen dit speciale offer aan God geven.” 
Overweldigd door hun emoties, legen de mensen uiteindelijk hun beurzen. Deze bedrieglijke pastoor heeft reeds een enorme offerande voorbereidt die groot genoeg is om er al het geld dat verzameld wordt, in op te stapelen en hij heeft tientallen vlindernetjes (collecteschalen) voorin neergezet. Zo gauw de band de liedjes begint te spelen en de harten van de mensen overweldigd zijn door hun opwinding, stuurt hij de collectors (vrijwilligers die de collecteschalen doorgeven) naar het publiek.
Door te liegen dat grotere offers, grotere zegens betekenen, en door de emoties van de mensen aan te sporen, overtuigen zulke valse pastoor de mensen ervan dat ze moeten gaan huilen en hun beurs openen. Hierdoor laten ze de mensen hun geld afstaan zonder dat deze zich zelfs maar realiseren dat ze van hun verstand beroofd zijn en dat ze bedrogen en overweldigd zijn door hun emoties. Dit is niet op het Woord van God gebaseerd noch op enige preek, maar het is een fanatiek en blinde handeling die al bijna op fraude lijkt. Zo sporen de pastoors wiens geloof fanatiek is, de emoties van de mensen aan om hun eigen heimelijke doelen te bereiken.
Als we weten dat onze Heer onze zonden op Zich nam door Zijn doopsel en als we in deze Jezus Christus als onze Verlosser geloven, dan zijn we niet ontzet maar blijven we rustig. Het enigste dat ons stilletjes inspireert is dat Jezus onze zonden met Zijn doopsel droeg en gekruisigd was. Als we erover nadenken dat Jezus, God Zelf, met Zijn doopsel onze zonden op Zich nam en stierf om de loon voor deze zonden te betalen, kunnen we enorm dankbaar zijn en ons hart zal worden gevuld met een grote vreugde. Deze rustige inspiratie in ons hart is echter veel groter dan alles andere in deze wereld; geen enkele romantische liefdesverklaring en geen enkel geschenk van de meest waardevolle diamant van deze wereld kunnen ons ooit meer dan dit inspireren.
De emotioneel georiënteerde inspiratie van de fanatici houdt daarentegen niet lang stand. Alhoewel zij een tijdje deze inspiratie in zich hebben, kunnen zij hun gezicht slechts in schaamte verbergen als zij iedere dag zondigen en door zulke zonden onteerd zijn. “Waarom zondig ik nog steeds iedere dag als Jezus onze veroordeling droeg en voor ons aan het Kruis stierf?” Dus verliezen zij hun aanzien en kunnen met het verstrijken der tijd niet langer geïnspireerd worden; erger nog, zij kunnen uit schaamte zelfs niet naar God gaan. 
Daarom heeft God ons het brandofferaltaar getoond. Het zondeoffer dat volgens het opofferingssysteem aan dit brandofferaltaar gegeven werd, was niemand minder dan Jezus Christus onze Verlosser. Als dusdanig toont het brandofferaltaar dat Jezus naar deze aarde kwam en ons in feite in een keer heeft gered door de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen. God liet ons dit brandofferaltaar zien en Hij wilt dat we gered worden door erin te geloven. 
 
 
Wat moeten we doen in dit tijdperk?
 
Er zijn veel dingen die wij, de wedergeborenen, moeten doen in dit tijdperk. Ten eerste moeten we het evangelie van het water en de Geest over de hele wereld preken. We moeten de waarheid aan degenen verspreiden die onwetend blijven t.o.v. deze waarheid van de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen en we moeten ze daarbij helpen om gered te worden van de veroordeling van het vuur van de hel. Waarom? Omdat er veel mensen zijn die Jezus volgen zonder zich zelfs maar te realiseren en te geloven in het evangelie van het water en de Geest dat in de Tabernakel getoond wordt. 
Om deze waarheid aan hen te verspreiden, zijn er nog steeds veel dingen die we doen moeten. We moeten onze boeken uitgeven die over de hele wereld verzonden worden; van het vertalen, controleren en corrigeren tot het maken van deze boeken tot het verzekeren van de noodzakelijke financiën om ze te drukken en naar landen over de hele wereld te verzenden, er zijn inderdaad veel werken die gedaan moeten worden.
Als we dus naar onze medewerkers en dienaren kijken, zien we hoe druk zij allen bezig zijn. Omdat alle heiligen en werkers van God’s Kerk op deze manier zo druk bezig zijn, hebben ze het lichamelijk soms moeilijk. Men zegt dat marathonlopers een bepaald punt bereiken in hun 42,195 km lange loop dat zij zo uitgeput zijn dat zij nog niet eens zeker zijn of ze rennen of iets totaal anders aan het doen zijn. Dus exteme uitputting zou ze mentaal leeg maken. Misschien hebben wij nu ook dit punt bereikt in onze loop voor het evangelie. Terwijl we ons leven leiden voor het evangelie is hetzelfde als een lange afstand te rennen naar ons doel zonder te stoppen, net zoals marathonlopers dat doen. Omdat ons rennen voor het evangelie door moet gaan tot de Dag dat onze Heer komt, zullen we allen moeilijkheden aanschouwen.
Maar omdat onze Heer in ons is, omdat we het evangelie van het water en de Geest hebben, omdat ons geloof gelooft dat de Heer ons met de blauwe, paarse en dieprode wol en getweernd linnen gered heeft, en omdat we in de meest zekere waarheid geloven, kunnen we allen nieuwe kracht ontvangen. Omdat Jezus ons de gave van de zaligheid heeft gegeven, hebben wij deze gave ontvangen. Onze vleselijke moeilijkheden maken ons dus geen zorgen. Integendeel, hoe moeilijker het wordt, hoe meer kracht de rechtvaardigen zullen vinden. Ik dank de Heer werkelijk.
Geestelijk in ons hart, onze gedachten en door onze eigenlijke omgeving, kunnen we de nieuwe kracht voelen die onze Heer ons heeft gegeven en dat Hij met ons is. Omdat we kunnen voelen dat Hij ons helpt en ons houdt en dat Hij met ons is, geven we zelfs nog meer dank aan Hem. Zo zei ook de Apostel Paulus, “Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft” (Filippenzen 4:13). We belijden daarom iedere dag dat we helemaal niets kunnen doen als de Heer ons geen kracht geeft. Jezus Christus werd niet alleen gedoopt voor ons, maar Hij werd ook voor ons opgeofferd door gekruisigd te worden, Hij aanschouwde Zijn eigen dood, herrees van de dood en is daarmee onze ware Verlosser geworden. Altijd als we naar het brandofferaltaar kijken, herinneren we onszelf aan deze waarheid.
Het brandofferaltaar was gemaakt van sittimhout en het was helemaal overlegd met dik brons. Het was ongeveer 1,35 m hoog, en het rooster (een netwerk van brons) werd in het midden geplaatst op ongeveer 68 cm hoogte. Het vlees van de offers werd op dit rooster geplaatst en verbrand. 
Als we naar het brandofferaltaar kijken, moeten we in staat zijn onszelf te zien zoals we zijn. We moeten ook in staat zijn te zien dat Jezus Christus onze zonden op Zich nam door in Zijn vlees gedoopt te worden en dat Hij alle veroordeling droeg voor onze zonden door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten. U en ik kunnen het werkelijk niet vermijden om voor God te sterven vanwege onze zonden en veroordeling. Vanwege onze zonden en veroordeling kunnen wij het niet vermijden te sterven en voor altijd vervloekt te worden. Maar omdat Jezus Christus, die naar deze aarde kwam als het eeuwige verzoenoffer, voor ons gedoopt werd en stierf, net als het zondeoffer van het Oude Testament, zijn wij gered. 
Een offerdier ziet er misschien schattig en lief uit als het leeft, maar ziet het er niet gruwelijk uit als het doodbloedt met zijn keel opengesneden nadat het de zonden heeft geaccepteerd door het opleggen van handen? Dat wij, die op zo’n gruwelijke manier verdienen te sterven, van onze veroordeling zijn ontsnapt, is werkelijk een grote zegen. Deze zegen is mogelijk geworden omdat de Heer ons de gave van de zaligheid heeft gegeven. Net zoals in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen getoond wordt, kwam Jezus Christus naar deze aarde in de gedaante van een mens, heeft ons door Zijn doopsel en bloed aan het Kruis gered en heeft ons daarmee de ware gave van de zaligheid gegeven. God heeft ons dus de gave van de zaligheid gegeven, gelooft u dit in uw hart? Gelooft u in deze gave van de zaligheid, de liefde van Jezus? we moeten allen dit geloof hebben.
Als we naar het brandofferaltaar kijken, moeten we ons realiseren dat Jezus Christus ons op deze manier gered heeft. Hij werd geofferd op deze manier om ons de gave van de zaligheid te geven. Net zoals handen op het zondeoffer werden gelegd en dit zondeoffer dood bloedde, heeft Jezus ons onze zaligheid gegeven door op deze manier te lijden. Zo heeft Hij ons van onze zonden gered. We moeten dit realiseren, in ons hart geloven voor God en Hem met ons hele hart danken.
God wilt dat we de gaven en liefde van de zaligheid, die Hij ons heeft gegeven, ontvangen door geloof. Hij wilt dat we in ons hart in de zaligheid van het doopsel en het bloed van het Kruis geloven dat Hij vervulde door te komen uit het water en de Geest. Ik hoop dat u allen met uw hart in de liefde van onze Heer gelooft en in uw hart werkelijk Zijn gave van de zaligheid accepteert. Accepteert u het werkelijk in uw hart?
 
 
Wie werd er op deze wijze voor u geofferd?
 
Ik zag eens een getuigenispamflet waarop geschreven stond, “Wie zal er voor u sterven? Wie ontmoette u vandaag die u troostte? Jezus Christus werd voor u opgeofferd. Is uw hart hierdoor niet getroost?” Wie droeg werkelijk uw zonden door gedoopt te worden en stierf aan het Kruis in uw plaats om al uw zonden uit te wissen? Wie zal al zijn/haar bloed vergieten en sterven om zijn/haar liefde aan u te geven? Wie zal er ooit bereid zijn om dit offer voor u te aanschouwen? Uw familie? Uw kinderen? Uw partner? 
Geen van hen! God Zelf maakte u. Om u van uw zonden te redden, kwam deze God naar deze aarde in de gedaante van een mens, werd gedoopt om uw zonden op Zich te nemen, werd gekruisigd en vergoot Zijn bloed om de veroordeling van uw zonden te dragen, is uw ware Verlosser geworden, herrees van de dood, leeft zelfs nu en heeft u Zijn zaligheid en liefde als gave gegeven. Wilt u werkelijk deze zaligheid van liefde in uw hart accepteren? Wilt u werkelijk in uw hart geloven?
Iedereen die gelooft, zal de Heer ontvangen, en iedereen die Hem ontvangt, zal gered worden. Om Hem te ontvangen, betekent om de zaligheid en liefde die Christus ons heeft gegeven, te ontvangen. Door in ons hart in deze liefde te geloven, deze verlossing van de zonden, dit dragen van de zonden, en deze veroordeling van de zonden, zijn we gered. Dit is het geloof dat de gave van de zaligheid ontvangt.
Alles van de Tabernakel toont Jezus Christus. God verlangt geen offer van ons. Alles wat Hij van ons verlangt, is dat we in de gave van de zaligheid geloven die Hij ons in ons hart heeft gegeven. “Om je de gave van de zaligheid te geven, kwam ik naar deze aarde. Net als het zondeoffer van het Oude Testament, accepteerde ik al je zonden die aan Mij zijn doorgegeven door het opleggen van handen en net als dit zondeoffer, droeg ik de gruwelijke veroordeling van jullie zonden voor jullie. Zo heb Ik jullie gered.” Dit zegt God ons door de Tabernakel.
Het doet er niet toe hoe God ons dus gered heeft, ons zoveel heeft liefgehad, en ons de gave van de volmaakte zaligheid zo heeft gegeven, als we niet geloven is alles nutteloos. Het zout in uw keukenkastje moet eerst in uw soep worden gedaan voordat de soep gezouten is, en zo moeten we ook in ons hart geloven anders is Zijn volmaakte zaligheid volledig nutteloos. Als we in ons hart niet voor het evangelie van het water en de Geest danken en het in ons eigen hart accepteren, wordt het offer van Jezus waardeloos. 
De zaligheid kan slechts van u zijn als u precies weet welk offer en liefde Jezus, God de Verlosser, u gegeven heeft; als u dit in uw hart accepteert en Hem ervoor dankt. Als u Christus’ gave van de volmaakte zaligheid niet in uw hart accepteert maar het slechts met uw hoofd begrijpt, dan is het volledig nutteloos. 
 
 
U hoeft alleen maar de waarheid te grijpen
 
Het doet er niet toe hoelang uw soep staat te koken, als u slechts bij uzelf denkt dat u het zout erin gaat doen en het eigenlijk niet doet, kan uw soep nooit gezouten worden. U kunt slechts gered worden als u in uw hart accepteert en gelooft dat onze Heer u van uw zonden gered heeft door gedoopt en geofferd te worden voor ons, net als het zondeoffer dat geofferd werd op het brandofferaltaar. Als God u de gave van de zaligheid geeft, accepteer het dan gewoon in dankbaarheid. Als onze Heer ons zegt dat Hij ons volledig heeft gered, dan is het juiste ding dat wij doen moeten, het gewoon te geloven.
Is de liefde van God die Hij ons gegeven heeft, maar halfslachtig? Natuurlijk niet! De liefde van onze Heer is perfect. Onze Heer heeft ons met andere woorden volledig en volmaakt gered. Omdat Hij onze zonden volmaakt op Zich nam met Zijn doopsel en zeker aan het Kruis stierf, kunnen wij geen twijfel over deze liefde hebben. Hij heeft ons zo volmaakt gered en ons de gave van de zaligheid gegeven. We moeten allemaal deze gave van de zaligheid die God ons gegeven heeft, accepteren.
Laat ons even aannemen dat ik een erg waardevol sieraad heb dat gemaakt is met de meest waardevolle juwelen. Als ik het u zou geven als geschenk, zou u het gewoon instinctief accepteren. Is dit niet het geval? Hoe eenvoudig en gemakkelijk is het voor u om het van u te maken? Om dit sieraad te bezitten, hoeft u maar uw hand uit te reiken en het te pakken. Dat is alles.
Als u gewoon uw hart zou openen en al uw zonden aan Jezus zou doorgeven door Zijn doopsel, kunt u heel gemakkelijk de verlossing van uw zonden krijgen en uw lege hart met de waarheid opvullen. Zo zei de Heer dat Hij ons de zaligheid als een gratis gave zou geven. De zaligheid kan van u worden door uit te reiken en het te pakken.
We hebben onze zaligheid als een geschenk ontvangen, zonder er een enkele cent voor te hoeven betalen. En omdat God de Ene is, die behaagt is om dit geschenk te geven aan iedereen die het wilt ontvangen, zijn degenen die het in dankbaarheid hebben ontvangen, gezegend. Degenen die de liefde van God in vreugde accepteren, zijn gekleed in Zijn liefde en zij zijn het die van deze gever houden want door het te accepteren, behagen zij Zijn hart. Deze gave te accepteren is het juiste ding om te doen. Slechts als u de gave van de volmaakte zaligheid accepteert, die God u heeft gegeven, kan deze ware gave van de zaligheid van u zijn. Als u het niet in uw hart accepteert, dan kan de gave van de zaligheid nooit van u zijn, hoe hard u ook uw best doet.
Ik heb ook deze gave van de zaligheid ontvangen. “Ah! De Heer was op deze wijze voor mij gedoopt. Door dus gedoopt te worden, droeg Hij de veroordeling van al mijn zonden. Hij werd uiteindelijk gedoopt voor mij. Dank U, Heer!” Dit ben ik gaan geloven. Ik ben daarom nu zondeloos. Ik heb de volmaakte verlossing van de zonden ontvangen. Als u ook graag deze verlossing van de zonden wilt ontvangen en gered wilt worden, moet u het nu accepteren.
Ik heb vanaf toen, de hele tijd aan deze gave van de zaligheid zitten denken. Zelfs nu, als ik er weer aan denk, realiseer ik me dat ik niets anders kan doen dan de Heer te bedanken voor mijn zaligheid. Omdat deze liefde van de zaligheid in mijn hart is, kan ik het nooit vergeten. Toen ik voor het eerst mijn verlossing van de zonden accepteerde door het evangelie van het water en de Geest, de waarheid die getoond wordt in de blauwe, paarse en dieprode wol en het getweernde linnen, te accepteren en erin te geloven, was ik God oneindig dankbaar. En zelfs nu, nadat er verscheidene jaren vergaan zijn, heb ik nog steeds dezelfde dankbaarheid in mijn hart en wordt ik iedere dag hernieuwd. 
Jezus kwam zeker naar deze aarde om me te redden, werd gedoopt om al mijn zonden op Zich te nemen en stierf aan het Kruis om de veroordeling van mijn zonden te dragen. Toen ik me realiseerde dat al deze dingen voor me gedaan waren, accepteerde ik ze meteen en maakte ze eigen. Ik realiseerde me de hele tijd dat dit het beste was dat ik ooit in mijn hele leven had gedaan, de wijste en slimste daad van allen. Daarom geloof ik dat de Heer me werkelijk liefheeft en voor me zorgt en ik geloof ook en belijd dat Hij al deze dingen deed omdat Hij van me houdt. “Heer, ik geef al mijn dank aan U. Net zoals u van mij heeft gehouden, zo houd ik ook van U.” Het is een grote vreugde voor de wedergeborenen in dit te belijden.
De liefde van onze Heer is altijd onveranderlijk. Net zoals Zijn liefde voor ons nooit verandert, zo kan onze liefde voor Hem ook nooit veranderen. Soms als we lijden en het moeilijk hebben, zal ons hart verdwalen, en we wensen ons misschien zelfs om deze liefde te vergeten en te verraden. Maar zelfs als we overweldigd zijn door pijn en ons bewustzijn laat ons in de steek en zelfs als we slechts aan onze eigen pijn kunnen denken, houdt God ons nog steeds getrouw zodat ons hart Zijn liefde nooit zal vergeten. 
God houdt voor altijd van ons. Dat onze Heer voor ons als een schepsel naar deze aarde kwam, was omdat Hij van ons hield tot Zijn eigen dood. Nu smeek ik u om zelf in deze liefde van God te gaan geloven. En het in uw hart te accepteren. Gelooft u nu? 
Ik dank de Heer voordat Hij ons volmaakt van onze zonden gered heeft met deze liefde.