The New Life Mission

Preken

Onderwerp 11: De Tabernakel

[11-12] (Exodus 26:31-37) De voorhang en de zuilen van het Heiligdom

(Exodus 26:31-37)
“Daarna zult gij een voorhang maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk zal men dien maken, met cherubim.En gij zult hem hangen aan vier pilaren van sittim hout, met goud overtogen; hun haken zullen van goud zijn; staande op vier zilveren voeten.En gij zult den voorhang onder de haakjes hangen, en gij zult de ark der getuigenis aldaar binnen den voorhang brengen; en deze voorhang zal ulieden een scheiding maken tussen het heilige, en tussen het heilige der heiligen.En gij zult het verzoendeksel zetten op de ark der getuigenis, in het heilige der heiligen.De tafel nu zult gij zetten buiten den voorhang, en den kandelaar tegen de tafel over, aan de ene zijde des tabernakels, zuidwaarts; maar de tafel zult gij zetten aan de noordzijde. Gij zult ook aan de deur der tent een deksel maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk. En gij zult tot dit deksel vijf pilaren van sittim hout maken, en die met goud overtrekken; hun haken zullen van goud zijn; en gij zult hun vijf koperen voeten gieten.”
 
 
Het Heiligdom 
 
Ik zou de spirituele betekenis die in de zuilen van het Heiligdom en in de kleuren van het scherm verborgen liggen, willen overpeinzen. De Tabernakel waar we hier over spreken was 13.5m lang en 4.5m breed. Het werd verdeeld in twee ruimtes: het Heiligdom en het Allerheiligdom. Binnenin het Heiligdom stond een kandelaar, de tafel der toonbroden en het wierookaltaar. In het Allerheiligdom stond de Ark des Verbonds en de verzoendeksel. 
De Tabernakel bestond uit het Heiligdom en het Allerheiligdom en werd aan alle kanten omringd door panelen van acaciahout. Elk paneel was ongeveer 70cm breed en 4.5m hoog. En aan de deur van de Tabernakel stonden vijf zuilen van acaciahout die overlegd waren met goud. De deur waardoor men vanaf de binnenplaats de Tabernakel kon binnengaan, was gemaakt van een scherm dat geweven was van blauwe, purperen en scharlakenrode wol en getwijnd linnen.
Op de binnenplaats van de Tabernakel stonden zestig zuilen, elke zuil was 2.25m hoog. De poort van de binnenplaats die aan de linkerkant was gelegen, was ook geweven in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen en men kon de binnenplaats van de Tabernakel slechts bereiken door langs deze poort te gaan. Op deze binnenplaats van de Tabernakel bevonden zich het brandofferaltaar en het wasbekken. 
Als je aan deze twee voorbijgaat, kom je bij de deur van de Tabernakel welke 4,5m hoog is. Deze deur van de Tabernakel had vijf zuilen waarvan de voetstukken van brons waren gemaakt. Net zoals de poort van de voorhof van de Tabernakel was de deur van de Tabernakel ook gemaakt van een scherm dat geweven was van blauwe, purperen en scharlakenrode wol en getwijnd linnen. Het hing aan de gouden haken die boven op de vijf zuilen waren geplaatst. Dit scherm verdeelde de binnenkant en de buitenkant van de Tabernakel.
 
 
We moeten eerst letten op de zuilen van de deur van de Tabernakel.

De vijf zuilen van de deur van de Tabernakel waren 4.5m hoog. Op deze zuilen werd een scherm geplaatst dat geweven was van vier soorten garen in de kleuren blauw, purper en scharlakenrood en getwijnd linnen. 
Laten we ons eerst concentreren op het feit dat de vijf zuilen van de deur van de Tabernakel 4.5m hoog waren. Wat betekent dit? Dit betekent dat God Zelf een groot offer bracht opdat onze zonden zouden worden uitgewist en opdat wij Zijn kinderen zouden kunnen worden. Omdat u en ik in werkelijkheid ontoereikende en zwakke wezens zijn, begaan wij vele overtredingen in dit leven. Omdat u en ik de vreselijkste zondaars zijn die het niet kunnen laten om op elk moment in deze wereld een zonde te begaan, hebben wij vele onvolkomenheden en begaan wij vele overtredingen. Deze zuilen van de deur van de Tabernakel tonen ons dat God Zijn enige Zoon, Jezus Christus, heeft opgeofferd om ons te verlossen van deze onvolkomenheden en overtredingen. Hij betaalde voor onze eigen zonden en daarmee heeft Hij ons inderdaad gered van alle zonden der wereld.
Met andere woorden, Jezus Christus heeft voor God Zijn eigen lichaam geofferd voor onze onvolkomenheden en zonden van deze wereld. Hij heeft onze schulden meer dan voldoende afgelost, en daarmee heeft Hij ons gered. Indien een persoon een overtreding beging en ongewild zondigde met betrekking tot de heilige dingen van de Heer, dan moest deze persoon een ram als zondeoffer brengen. Hij moest eenvijfde van de waarde toevoegen en dit aan de priesters geven (Leviticus 5:15-16). Dit wil zeggen dat Jezus Christus Zichzelf opgaf om ons van onze zonden te redden. Hiermee heeft Hij de schuld van onze zonden meer van voldoende afgelost. Onze Heer kwam naar deze aarde om al onze zonden uit te wissen. Hij offerde Zichzelf op en daarmee werd Hij het zondeoffer voor al onze zonden.
De Bijbelse offers, zoals de brandoffers, zondeoffers en vredesoffers, werden gegeven opdat de zondigende mensen hun zonden konden laten verdwijnen door hun handen op hun offeranders te leggen en op die manier hun zonden door te geven. Van al deze offers was het zondeoffer dat iemands onvolkomenheden kon uitwissen. Dit zondeoffer werd gegeven wanneer iemand een ander kwetste door nalatigheid, om zo het slachtoffer te compenseren en de relatie tussen de twee te herstellen. Bij het zondeoffer moest ook 20% van het totaal van de schadeloosstelling, inclusief boetes en herstellingen, worden toegevoegd. Dit was de basisvoorwaarde voor het zondeoffer. Het was een offer dat specifiek gebruikt werd om iemands onvolkomenheden goed te maken wanneer deze persoon een ander kwaad deed (Leviticus 5:14-6:7).
Zijn u en ik zo ver verwijderd van de zonde? Leven we ons hele leven niet al zondigend? We kunnen niet anders omdat u en ik de nakomelingen van Adam zijn. We weten zelf met welke tekortkomingen we moeten leven, en we weten ook hoe we leven terwijl we zo veel zonden begaan. Hoeveel kwaad hebben we elkaar al aangedaan? En hoeveel kwaad hebben we God al aangedaan? Slechts omdat we te traag van begrip en ontoereikend zijn dat we dit kwaad vaak vergeten tijdens ons leven. Maar wij kunnen niet anders dan in God’s aanwezigheid erkennen dat we zo veel overtredingen ten opzichte van elkaar en van God begaan hebben, dat we voor Hem niets anders zijn dan zondaars.
Om zulke zondaars van al hun zonden te verlossen, wilde God Jezus Christus sturen als hun zondeoffer. God heeft ons de gave van de verlossing geschonken door Jezus Christus de veroordeling van onze zonden op Zich te laten nemen met de prijs van Zijn offer. Toen God de Vader Zijn Zoon naar deze aarde stuurde en Hem liet dopen en kruisigen om onze zonden te vergeven en zodat wij Zijn eigen volk zouden worden, hoe zouden wij ons dan ooit kunnen vergelijken met de kostbaarheid van dit offer? Om ons zondaars te verlossen van al onze zonden werd onze Heer geofferd om te schuld voor onze zonden te betalen. Hiermee heeft Hij ons van alle zonden van de wereld gered. Wat zou dit anders kunnen zijn dan God’s wonderbaarlijke genade? Hoe diep, breed en hoog is God’s liefde? Het feit dat de zuilen van de deur van de Tabernakel 4,5m hoog zijn, vertelt ons iets over God’s liefde voor ons, welke gegeven is door Jezus Christus.
Onze Heer heeft ons gered door Zichzelf op te offeren. Hij redde ons, waardeloze entiteiten, van de verdoemenis van de zonde - ik dank Hem voor deze waarheid. Zonder Hem gingen we naar de hel om te boeten voor onze zonden. De Heer heeft Zijn eigen lichaam gegeven om ons te redden van onze zonden. Hoe zouden we Hem dan niet kunnen bedanken? We danken Hem! Jezus nam onze zonden op Zijn kostbaar lichaam door gedoopt te worden van Johannes, betaalde de loon van onze zonden met het bloed van het Kruis en heeft ons daarmee gered van al onze zonden en de verdoemenis. Daarom kunnen we Hem slechts danken door te geloven in dit evangelie. Dit is de diepere betekenis van de redding die verscholen ligt in de zuilen van de deur van de Tabernakel.
Elk van de vijf zuilen van de deur van de Tabernakel was 4,5m hoog. Het nummer “5” duidt op “God’s genade” in de Bijbel. Dit is de reden dat de vijf zuilen de gave van de redding die God ons gegeven heeft, aanduidt. Door ons lief te hebben en ons te kleden in Zijn liefde van de zaligheid heeft God ons alles gegeven om Zijn eigen volk te worden. In de Bijbel verwijst goud naar het geloof in God, die ons gered heeft door Zijn blauwe, purperen en scharlakenrode wol en getwijnd linnen. Door goud te gebruiken vertelt de Bijbel ons over het ‘geloof’ dat met het hele hart gelooft in de waarheid dat God Zelf naar deze aarde kwam, met het doopsel onze zonden op zich nam, aan het Kruis stierf, van de dood herrees en ons daarbij volledig rechtschapen maakte. Daarom waren de zuilen van het Heiligdom volledig bedekt met goud.
De voetstukken van de zuilen van de deur van de Tabernakel waren uit brons gemaakt omdat de Heer ons gered heeft door indirect veroordeeld te worden. Zonder Zijn doopsel en het bloed op het Kruis hadden we nooit kunnen verhinderen dat we door onze zonden naar de hel moesten. Omdat we zo vol waren van onvolmaaktheden, waren we niets anders dan waardeloze wezens die de dood niet konden ontlopen en toch heeft de absolute en heilige God Zichzelf opgeofferd om ons tot Zijn eigen volk te maken. Hij is veel waardevoller dan wij en hiermee heeft Hij ons de kinderen van God de Vader gemaakt. Daarom verwijst goud naar het geloof in deze waarheid. Zo moeten we dus de kleuren van de deur van de Tabernakel interpreteren en erover nadenken, ervoor danken en erin geloven in de kern van ons hart.
 
 
De bronzen voetstukken van de zuilen van de Tabernakel
 
In de Tabernakel waren slechts de voetstukken van de zuilen van de deur uit brons vervaardigd. Dit betekent dat u en ik op deze aarde veel zonden hebben begaan tegen elkaar en tegen God en dat we slechts voor deze zonden veroordeeld kunnen worden. De waarheid die verscholen ligt in deze bronzen voetstukken doet ons denken aan het brandofferaltaar. Het eerste wat zondaars tegenkwamen wanneer zij de voorhof van de Tabernakel binnenkwamen door de poort, was dit altaar waar brandoffers werden aangeboden.
Het woord “altaar” wordt hier gebruikt in de betekenis van “opstijgen”. Het brandofferaltaar verwijst hier naar niets anders dan de waarheid dat Jezus Christus gedoopt is en daarna geofferd aan het Kruis in de plaats van ons zondaars. Het brandofferaltaar was de plaats waar de offers die de zonden op zich hadden genomen door het opleggen van handen gedood werden als straf voor deze zonden. Priesters goten het bloed van deze offers op de horens van het brandofferaltaar. De restant van het bloed goten ze op de grond onder het altaar en het vlees werd op het altaar verbrand. Het was de plaats van de dood waar de offers die de zonden op zich namen, werden gedood. 
Het brandofferaltaar stond tussen de poort van de voorhof van de Tabernakel en de Tabernakel zelf. Zo moest iedereen die de Tabernakel wenste te betreden eerst langs dit brandofferaltaar gaan. Het was onmogelijk de Tabernakel binnen te gaan zonder eerst door het brandofferaltaar te gaan. Het spreekt vanzelf dat het brandofferaltaar de exacte voorspiegeling is van het doopsel van Jezus Christus en het Kruis. En de onrechtvaardigheden van alle zondaars die voor God verschijnen, worden vergeven door het doopsel van onze Heer en het Kruis. 
Als een zondaar niet eerst zijn zonden naar het brandofferaltaar brengt en er voor gaat stilstaan, zich er niet van zou vergewissen dat de offers hem van zijn zonden zouden verlossen door hun opofferingsbloed op deze plaats te vergieten (door het opleggen van handen hebben de offers de zonden op zich genomen), kan hij nooit voor God verschijnen. Dit geloof is de weg om voor God te verschijnen en tegelijkertijd leidt dit ons naar de zegens van de vergeving van onze zonden en het kwijtschelden van de straf voor onze zonden (nl. ervoor te sterven).
Wanneer de Israëlieten een offer brachten ter vergeving van hun zonden, legden zij eerst de handen op de kop van het offer zodat het hun zonden op zich zou nemen. Daarna doodden ze het en vingen het offerbloed op. Ze goten dit bloed op de horens van het brandofferaltaar en goten de rest ervan op de grond aan de voet van het altaar. De grond onder het brandofferaltaar was aarde. Aarde verwijst hier aan het hart van de mensen. Dit vertelt ons dus dat de zondaars verlost worden van hun zonden door met hun hele hart te geloven dat het offer hun zonden heeft overgenomen en in hun plaats gestorven is, dit alles in overeenstemming met de wet van de zaligheid. De hoorns van het brandofferaltaar vertellen ons over de zonden die spiritueel neergeschreven staan in het Boek des Oordeels.
De zondaars uit de tijd van het Oude Testament konden hun zonden kwijtschelden door in het feit te geloven dat wanneer zij hun handen op de kop van het offer legden, ze daarmee hun zonden doorgaven en dat het bloed van dit offer gegoten werd en gegeven werd aan het brandofferaltaar. Indien er geen opleggen van handen, dood en het verbranden van het offer geweest zou zijn waarmee het mogelijk werd dat de zondaars zondevrij werden, dan zou de weg naar God voor hen volledig geblokkeerd zijn geweest en zouden ze niet langer voor de heilige God kunnen verschijnen. Er was dus geen andere waarheid dan dit offersysteem dat hen de mogelijkheid verschafte voor God te verschijnen.
Dit wil zeggen dat we zonder ons geloof in het doopsel van Jezus Christus, Zijn dood en Zijn verzoenoffer op geen enkel moment kunnen worden verlost van onze zonden en dat we voor God kunnen verschijnen. Ook al brachten de Israëlieten het mooiste, meest perfecte, schattigste en meest onbezoedelde lam mee naar de priesters, als ze hun handen niet op de kop hadden gelegd om daarmee hun zonden door te geven, het lam niet had gebloed en het niet was gestorven, dan zou dit geen enkel effect hebben gehad.
Als het op ons geloof aankomt en we niet geloven dat het doopsel dat Jezus Christus van Johannes heeft gekregen en het waardevolle bloed dat Hij aan het Kruis heeft vergoten, ons heeft verlost van al onze zonden, dan kunnen we niet zeggen dat we de volmaakte verlossing van onze zonden hebben gekregen. Jezus’ doopsel en Zijn dood aan het Kruis staan duidelijk tussen de zondaars en God de Vader. Het zijn de twee factoren geworden die bemiddelen tussen de zondaars en hun ongerechtigheden. 
Het brandofferaltaar is een model dat het plan van de zaligmaking bavat dat de Almachtige God in de Hemel heeft opgesteld en dat Hij heeft volbracht in Jezus Christus. Mozes bouwde de Tabernakel volgens de methode van de zaligmaking en volgens het patroon dat God hem getoond had op de Berg Sinaï. In de Bijbel zien we dat deze instructies meermaals werden gegeven. Zoals in Exodus 25:40: “Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.”
De mensen konden wel een kruis maken en Jezus Christus eraan hangen, maar verder konden zij niets anders doen. Zij konden Zijn handen vastbinden en Hem naar Golgotha slepen. Ze hebben Hem gekruisigd, maar ze wisten niet wat ze deden in God’s aanwezigheid. De zondaars konden dit allemaal doen omdat deze vervuld dienden te worden volgens de voorzienigheid die God reeds gepland had. Het is echter Jezus Christus die alle zondaars voor eens en voor altijd gered heeft door Zijn doopsel en door het bloed aan het Kruis, en door gedoopt te worden van Johannes de Doper nam Hij alle zonden op Zich en alle zonden werden in één keer weggewassen.
Dus naast de dood van de Heer Jezus Christus aan het Kruis was het doopsel dat Hij kreeg van Johannes het belangrijkste element dat nodig is voor onze redding. God heeft reeds voor de schepping bepaald dat Hij de zonden en de veroordeling zou dragen. In Johannes 3 vertelt Jezus aan Nicodemus dat dit het evangelie is van het water en de Geest. Daarom is het doopsel van Jezus en het Kruis God’s geplande en reeds vooraf bepaalde voorzienigheid in Jezus Christus. 
Jezus Zelf zei: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe” (Johannes 3:16). Over het doopsel van Jezus zei Petrus het volgende: “Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt” (1 Petrus 3:21). In het boek Handelingen staat ook: “Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis God’s overgegeven zijnde, hebt gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood” (Handelingen 2:23).
Het doopsel dat Jezus kreeg en het bloed aan het Kruis werden allebei vervuld door het voornemen en plan van de Almachtige God. Omdat dus niemand God’s Koninkrijk kan betreden zonder deze waarheid in hun hart te accepteren en erin te geloven, moeten we beseffen dat God vertrouwen van ons verlangt en dat we dat dan ook moeten hebben. Zonder het geloof in het evangelie van het water en de Geest kan niemand gered worden. En als Jezus nooit beslist had uit eigen wil gedoopt te worden van Johannes, om Zichzelf over te geven aan de handen van zondaars en om Zijn bloed te vergieten aan het Kruis, dan was het voor de zondaars onmogelijk geweest Hem te kruisigen. Jezus werd niet gedwongen door anderen naar Golgotha gesleept te worden maar het was volledig uit vrije wil dat Hij de zonden van de wereld op zich nam door gedoopt te worden, Zijn bloed te vergieten aan het Kruis en daardoor alle zondaars van hun zonden te redden.
In Jesaja 53:7 staat: “Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.” Het doopsel van de Heer Jezus Christus en Zijn dood aan het Kruis waren daarom volledig vrijwillig en hiermee heeft Hij degenen die in Zijn doopsel en het bloed aan het Kruis geloven voor eens en voor altijd gered van al hun zonden. Over deze werken van de Heer schreef de schrijver van het Boek van Hebreeën het volgende: “Maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijnszelfs offerande” (Hebreeën 9:26).
We kunnen werkelijk getuigen van de spirituele gave van de Hemelse redding In het brandofferaltaar dat ons de voorbode toont van het doopsel van Christus en Zijn dood aan het Kruis. De dood van het offer aan het brandofferaltaar betekende niets minder dan het doopsel en de dood van Jezus dat noodzakelijk was voor ieders zonden. In het Oude Testament werden de ongerechtigheden van de zondaars door hun offers goedgemaakt die hun zonden op zich namen door het opleggen van handen en welke in hun plaats stierven. In het Nieuwe Testament gaat men op dezelfde manier te werk: voordat God’s Zoon gedood werd door de hardvochtigen op Golgotha, nam Hij eerst alle zonden van de wereld op zich door het doopsel van Johannes en hierdoor moest Jezus gekruisigd worden, Zijn bloed vergieten en sterven.
Dusdanig plande en voorzag God het opleggen van handen en dat Jezus zou worden gekruisigd tot de dood er op volgde om vrede te brengen tussen deze moordenaars die Zijn Zoon doodden en Zichzelf. God plande de wet van de zaligmaking zo dat ze bestond uit het opleggen van handen en de dood en volgens deze wet stond Hij de Israëlieten toe verlost te worden van hun zonden door Hem offers te brengen. 
Met andere woorden, God werd Zelf het zoenoffer, slechts om zondaars te redden. Hoe onmetelijk diep, wijs en rechtvaardig is God’s redding toch! Zijn wijsheid en waarheid zijn ongelooflijk wonderbaarlijk en simpelweg ondoorgrondelijk voor ons. Wie zou zich zelfs maar durven inbeelden dat Zijn voorzienigheid van de zaligheid bestond uit het opleggen van handen en het vergieten van bloed dat getoond wordt in het brandofferaltaar? We kunnen evenals Paulus slechts verwonderd zijn: “O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis God’s, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!” (Romeinen 11:33) Het evangelie van het water, het bloed en de Geest is het enige rechtvaardige evangelie waarmee God de zondaars perfect gered heeft.
 
 
De horens van het brandofferaltaar
 
Op de vier hoeken van het brandofferaltaar dat in de voorhof van de Tabernakel stond, waren bronzen horens vastgemaakt. In de Bijbel staan deze horens voor de veroordeling van de zonden (Jeremia 17:1; Openbaring 20:11-15). Dit toont ons dat het evangelie van het Kruis gebaseerd is op het doopsel dat Jezus ontving. Om die reden schreef de Apostel Paulus: “Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht God’s tot zaligheid een iegelijk, die gelooft” (Romeinen 1:16). In 1 Korinthiërs 1:18 staat geschreven: “Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht God’s.”
Deze horens van het brandofferaltaar verklaren duidelijk dat God’s rechtvaardige oordeel en redding volledig vervuld zijn door Zijn doopsel, Zijn dood aan het Kruis en Zijn herrijzenis.
 
 
De twee palen in de ringen van het altaar van de brandoffers
 
Alle gebruiksvoorwerpen van de Tabernakel dat gebouwd was in de woestijn waren verplaatsbaar. Deze methode paste bij het nomadenbestaan van de Israëlieten. Zij moesten rondzwerven in de wildernis tot ze zich konden vestigen in het land van Kanaän. Omdat hun pelgrimsleven doorging terwijl ze door de wildernis trokken, liet God hen twee palen vervaardigen die ze door het brandofferaltaar konden haken zodat hun priesters het altaar konden verplaatsen als de Israëlieten werden doorgestuurd door God.
Zoals er staat in Exodus 27:6-7: “Gij zult ook handbomen maken tot het altaar, handbomen van sittimhout; en gij zult ze met koper overtrekken. En de handbomen zullen in de ringen gedaan worden, alzo dat de handbomen zijn aan beide zijden des altaars, als men het draagt.” Wanneer de twee palen door de vier bronzen ringen aan de twee zijden van het brandofferaltaar werden geplaatst, konden de Levieten het altaar op hun schouders nemen en het transporteren als de Israëlieten rondtrokken. Het brandofferaltaar openbaart het doopsel van Christus en het Kruis. Dus als de Levieten het brandofferaltaar met de twee palen door de woestijn droegen, werd het evangelie van Zijn doopsel en het Kruis ook over de hele woestijn van deze wereld verspreid door Zijn dienaren.
Een andere kwestie die we moeten onderzoeken voordat we verdergaan, is het feit dat er twee palen zijn waarmee de Israëlieten het brandofferaltaar konden verplaatsen. Het evangelie van het water en de Geest is ook opgebouwd uit twee delen. Het ene deel is het doopsel dat Christus ontving van Johannes, het andere deel is de straf die de Heer Jezus Christus onderging aan het Kruis. Wanneer deze twee delen verenigd zijn, is de vrijwaring van zonden compleet. Het brandofferaltaar had twee palen. Anders gezegd, het had handvaten. Eén paal was niet genoeg want met één paal kon het altaar niet in evenwicht gehouden worden tijdens het rondtrekken.
Het evangelie van het water en de Geest is ook opgebouwd uit twee delen. Deze delen zijn het doopsel dat Jezus Christus van Johannes ontving en Zijn bloedvergieten aan het Kruis. Met andere woorden, het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis zijn beiden aanvullende elementen die samen de rechtvaardige waarheid vormen. Het doopsel en het bloed van Jezus hebben op een rechtvaardige manier de verlossing van zonden voor de zondaars voltooid. Wanneer één van deze twee elementen (het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis) genegeerd wordt, is dat hetzelfde als dat men het andere element negeert. Er kan geen verlossing plaatsvinden zonder het doopsel van Christus en Zijn bloedvergieten. 
Zijn herrijzenis is natuurlijk ook belangrijk. Zonder de herrijzenis van Christus zou Zijn dood voor niets zijn geweest en zou er geen resultaat geweest zijn. Als we slechts in een dode Christus geloven, dan zou Hij niet in staat zijn om iemand te redden, zelfs niet Zichzelf. Maar Christus die gedoopt werd, die aan het Kruis dood bloedde en die de dood overwon door weer tot leven te komen, is de werkelijke Verlosser geworden voor hen die geloven in het evangelie van het water en de Geest en die in God’s aanwezigheid komen. En Hij is ook hun eeuwige Heer van de verlossing en Beschermer geworden.
Als men slechts de dood van Christus verkondigt zonder Zijn verrijzenis, is dat niet meer dan een tegenstrijdigheid en oplichterij. En zonder de verrijzenis van Christus zou Zijn Kruis niet meer dan een mislukking van God zijn geweest. Dit zou hetzelfde zijn als dat men Jezus tot een onbeduidende crimineel maken. Maar dat niet alleen, het zou God tot een leugenaar maken, waardoor het Woord van de Bijbel bespottelijk zou zijn. Toen Christus door Johannes werd gedoopt, Hij aan het Kruis stierf en van de dood herrees, werd Hij de ware Verlosser van degenen die in Hem geloven.
Het evangelie dat Jezus’ doopsel weglaat uit het hele evangelie dat vele Christenen tegenwoordig aanhangen, verraadt God, misleidt mensen en leidt hun ziel naar de hel. Als men in zo’n evangelie gelooft, dan is dat hetzelfde als dat men het Woord van God’s eeuwigdurende waarheid negeert en verwerpt. De valse profeten die slechts over het Kruis van Christus leren, veranderen het Christendom in één van de vele religies van deze wereld. Dit is de reden waarom het evangelie dat zij volgen totaal anders is dan het ware evangelie van het water en de Geest. 
Het Christendom is de enige religie die gelooft in de enige God en de levende Christus. Hoewel het lijkt alsof het Christendom boven alle andere religies in de wereld uit torent en hoewel ze beweren de echte waarheid hebben, is het geen liefdevol en waar geloof, maar een arrogante religie wanneer het slechts het monotheïstisch geloof uitlegt zonder in het evangelie van het water en de Geest te geloven.
 
 
De locatie van het brandofferaltaar
 
Laten we hier nogmaals letten op de locatie van het brandofferaltaar in de voorhof van de Tabernakel. Van al het inrichtingen in de Tabernakel was het brandofferaltaar het grootst. Het was ook het eerste instrument van de Tabernakel dat de priesters tegenkwamen wanneer ze het Heiligdom wilden betreden om te kunnen aanbidden. Het brandofferaltaar is het beginpunt van het geloof in God vertrekt en de mensen moeten Zijn formule volgen zodat zij dichter bij Hem kunnen komen. Met andere woorden, het brandofferaltaar openbaart de waarheid dat de mensen het probleem van hun zonden moet opgelossen door gelovigen te worden in plaats van ongelovigen. Als men nl. niet in het doopsel gelooft dat Jezus ontving van Johannes en het Kruis, dan kan men niet voor de levende God verschijnen.
Door te geloven in het doopsel en de dood van God’s Zoon zijn we gered van onze zonden; niet door er niet in te geloven. We zijn gered van onze zonden en we hebben het nieuwe leven gekregen door te geloven in het doopsel en het bloedvergieten van God’s Zoon. Omdat dit absolute evangelie van het water en de Geest zo belangrijk, fundamenteel en het meest volmaakte is, moeten we er vaak over blijven nadenken in ons hart. We moeten dit evangelie erkennen en erin geloven. We moeten met ons hart geloven dat we allen voorbestemd waren om naar de hel te gaan en we moeten ook geloven dat, samen met dit geloof, de Heer al onze zonden op zich heeft genomen door gedoopt te worden en dat Hij de veroordeling ervoor heeft ondergaan door Zijn bloed te vergieten aan het Kruis.
Het feit dat de voetstukken van de zuilen van de deur van de Tabernakel van brons gemaakt waren, vertelt ons dat we moeten toegeven dat we het allemaal verdienen om vanwege van onze onvolmaaktheden in de hel gegooid te worden. Uit God’s oordeel dat verklaart dat “de dood het loon is van de zonde” blijkt dat we allen naar de hel moeten voor onze zonden. 
Maar onze Heer is geïncarneerd en naar deze aarde gekomen, nam alle zonden van de mensheid op Zijn eigen lichaam door het doopsel te ontvangen, droeg ze naar het Kruis en werd veroordeeld door Zijn bloed te vergieten om zulke lage wezens als ons mensen, die werkelijk naar de hel moeten gaan, te redden. Zo heeft Hij u en mij op perfecte wijze gered van onze zonden en de veroordeling. Slechts zij die in deze waarheid geloven, mogen deelnemen aan God’s Kerk en Zijn volk worden. Het scherm en de zuilen van de deur van de Tabernakel tonen ons dat slechts zij die dit geloof bezitten, God’s volk kunnen worden en Zijn Koninkrijk kunnen betreden.
 
 
We moeten geloven in de waarheid die verscholen ligt in de vier kleuren van de voorhang van de deur van de Tabernakel
 
Gelooft u dat de Heer ons gered heeft door naar deze aarde te komen met behulp van Zijn diensten van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het witte, fijn getwijnde linnen? De purperen wol betekent dat Jezus Zelf God is; de blauwe wol dat Jezus, God Zelf, een man werd en onze zonden op zich nam door op deze aarde gedoopt te worden; en de rode wol betekent dat Jezus Christus die al onze zonden accepteerde, Zijn waardevol lichaam offerde door gekruisigd te worden. Het is van levensbelang dat we geloven dat de gedoopte en gekruisigde Jezus van de dood herrees en ons daarmee op perfecte manier gered heeft.
Slechts degenen die deze waarheid werkelijk geloven, kunnen de werkers worden van God’s Kerk. De zuilen van de deur van de Tabernakel verwijzen naar werkers. Ze tonen ons dat slechts zij die op deze manier gelovig zijn, God’s volk zijn en dat slechts zo’n mensen door God kunnen worden gebruikt als Zijn werkers en steunpilaren.
Het witte, fijn getwijnde linnen vertelt ons dat de rechtvaardigen, zij die God’s volk zijn geworden, degenen zijn die werkelijk vrij zijn van zonden in hun hart. De rechtvaardigen zijn degenen die verlost werden van al hun zonden door te geloven in de waarheid van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen. Onze Heer kwam naar deze aarde en heeft alle zondaars gered door het doopsel dat Hij kreeg van Johannes en door het bloed aan het Kruis. Aangezien de Heer ons gered heeft door Zijn eigen waardevolle leven te offeren, kunnen we niet anders dan in Hem te geloven die kwam door water en bloed (1 Johannes 5:6). 
De purperen wol verwijst naar het feit dat Jezus de Koning der Koningen is. We moeten dus geloven dat de Heer ons gered heeft; ons, de lage wezens vol onvolmaaktheden. Hij deed dit door Zijn waardevol leven op te geven. Dankzij Hem werden wij God’s volk. We kunnen nu allen tot de zondeloze rechtvaardigen behoren als we met heel ons hart in deze waarheid geloven, dan is ons geloof de perfecte redding. We moeten God danken omdat Hij ons dit geschenk gaf, opdat we zulk geloof mogen hebben.
Dat we in deze waarheid zijn gaan geloven is op zich al een geschenk van God. Onze redding van de zonde is ook een geschenk van God. Heeft God ons niet gered van onze zonden door ons Zijn waardevol leven te geven? Zijn leven dat veel meer waard was dan het onze? Omdat Jezus gedoopt werd, aan het Kruis stierf, van de dood herrees en ons hierbij het geschenk van de verlossing gaf, zal iedereen die in dit evangelie gelooft gered worden en tot God’s volk behoren. Wanneer het op de verlossing aankomt, kunnen we zelf niets beginnen. We kunnen niets anders doen dan gewoon in Jezus Christus geloven die door de blauwe, purperen en scharlakenrode wol kwam. Deze redding is God’s geschenk aan ons.
Geloof in Jezus begint als men begint na te denken over het feit “of we al dan niet werkelijk bestemd zijn naar de hel te gaan.” Waarom? Als we nl. eerst onze zondige ware persoonlijkheid herkennen en toegeven dat die er is, kunnen we niet anders dan geloven dat Jezus het zondeoffer is voor onze zonden. Het feit dat we toch gered kunnen worden, ook al zijn we zondaars, is mogelijk gemaakt door de gave van redding die we van de Heer hebben gekregen toen Hij Zichzelf in onze plaats opofferde. Zijn we gered door gewoon in Hem te geloven? Zijn we God’s volk geworden door ons geloof? Bezitten wij werkelijk dat soort geloof? Kunnen we bekennen dat onze verlossing een gave van God is en dat het niet door onze werken komt? Hebben we echt toegegeven dat we allen voorbestemd waren tot de hel als we niet geloofden in God’s gave van de verlossing? We moeten deze zaken nogmaals bestuderen.
 
 
De Tabernakel is een gedetailleerd portret van Jezus
 
De waarheid die in de Tabernakel schuilt, verzegelt de monden van valse profeten. Hun bedrog komt uit wanneer we het Woord van de Tabernakel openen en hierover tegen hen spreken. 
De zuilen van de deur van de Tabernakel waren allen overtrokken met goud. Dit toont ons dat nergens in de Tabernakel een menselijk spoor te vinden is. Alles in de Tabernakel was belegd met goud. De zuilen van de deur waren belegd met goud, en het dekkleed boven de zuilen was ook belegd met goud. Maar toch waren de voetstukken van de zuilen van de deur uit brons vervaardigd. Dit wil zeggen dat u en ik noodzakelijkerwijs naar de hel moeten vanwege onze zonden en onvolmaaktheden. Is dit niet waar? Is dit niet echt het geval? Gelooft u echt dat u naar de hel moet vanwege uw dagelijkse zonden en onvolmaaktheden? Dat u naar de hel moest voor uw zonden, is een rechtvaardig oordeel van God. Erkent u dit oordeel dan? U moet! Dit is niet zomaar wat informatie , u moet het accepteren door erin te geloven.
In de Bijbel staat: “Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid” (Romeinen 10:10). We kunnen allen het Heiligdom binnengaan en er leven op twee voorwaarden: we moeten met ons hart erkennen dat we naar de hel moesten, en we moeten in de waarheid geloven dat de Heer ons gered heeft met Zijn werken die verscholen liggen in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol. Wij geloven dat de Heer naar deze aarde kwam en dat Hij, die veel waardevoller is dan wij, onze zonden op zich nam door gedoopt te worden, dat Hij Zijn bloed vergoot aan het Kruis en er stierf en dat Hij hiermee al onze zonden heeft weggewassen en ons gered heeft van onze veroordeling. Door ons te redden met de blauwe, purperen en scharlakenrode wol heeft de Heer ons rechtvaardig gemaakt. 
We moeten dit echt geloven met de kern van ons hart. Slechts degenen die in de kern van hun hart in deze waarheid geloven kunnen God’s volk en Zijn werkers worden. Als men deze waarheid accepteerd als niet meer dan een menselijke gedachte, dan is dat niet het ware geloof. “Oh, dus dit is de betekenis van de Tabernakel. Ik heb al vaak over de blauwe, purperen en scharlakenrode wol gehoord in mijn kerk, en nu zie ik dat de betekenis ervan ook op deze manier kan worden geïnterpreteerd!” Tot nu toe geloofde u slechts in gedachten in de waarheid, maar nu is het tijd om oprecht in het evangelie van het water en de Geest te geloven.
De voetstukken van de zuilen van de deur van de Tabernakel waren uit brons vervaardigd. Maar de bronzen voetstukken werden slechts gebruikt voor de vijf zuilen van de deur van de Tabernakel. De zuilen van de voorhang van het Allerheiligdom hadden geen bronzen voetstukken, de vier voetstukken van deze zuilen waren gemaakt van zilver. In de Bijbel staat zilver voor God’s geschenk en genade, terwijl goud het ware geloof in de kern van het hart aanduidt. Brons, daarentegen, verwijst naar de veroordeling van de zonden. Waren wij niet allemaal bestemd door God veroordeeld te worden voor onze zonden? Iedereen van ons zou veroordeeld moeten worden voor de zonden en onvolmaaktheden tegenover God en de mensen. Is dit niet zo? Ik beweer niet dat u de enige bent die dit dacht. Voor God wil ik graag toegeven dat ik dit ook gedacht heb. Met andere woorden: ik stel deze vraag niet alleen aan u, maar ook aan mezelf. Met betrekking tot mezelf: in de aanwezigheid van God erken ik dat ik ook voorbestemd was door Hem voor mijn onvolmaaktheden te worden veroordeeld, en dat ik volgens Zijn Wet ook naar de hel had moeten gaan voor mijn zonden. Dit geef ik eerlijk toe.
De Heer kwam naar deze aarde voor een wezen zoals ik. Hij kwam naar de aarde in de gedaante van een mens, nam al mijn zonden op Zijn eigen lichaam door gedoopt te worden, werd voor al mijn zonden veroordeeld door te sterven aan het Kruis en Hij mijn volmaakte Verlosser door te herrijzen van de dood. Dit is wat ik geloof. En toen ik dit geloofde, was mijn verlossing, die reeds door God gepland was vóór de schepping, voltooid. Het was reeds vervuld omdat ik dit geloofde in de kern van mijn hart. 
Uw hart is als het mijne. Door deze waarheid te geloven, is de verlossing die God in Jezus Christus voorzien had nog voor het ontstaan van deze wereld, ook vervuld in uw hart. God’s plan om u tot Zijn volk te maken, wordt vervuld op het moment dat u met uw hele hart in dit plan gelooft. Door met uw hart te geloven dat de werkelijke verlossing in de kern van het hart plaatsvindt. De verlossing wordt niet behaald door vleselijke gedachten. De verlossing komt ook niet door theologische doctrines. De verlossing komt eerder door te geloven in de waarheid.
 
 
Deze verlossing was zelfs voor de schepping in Jezus Christus gepland
 
De verlossing is een gave die ons werd gegeven in Jezus Christus door Zijn doopsel en het bloed aan het Kruis. In feite vond deze verlossing zo’n 2000 jaar geleden plaats op deze aarde. Deze gave van de verlossing is er voor iedereen omdat Jezus God’s plan van de zaligmaking vervulde om ieders zonden uit te wissen. Zo komt het dat iedereen die met zijn hele hart in deze verlossing geloofde, God’s kinderen zijn geworden. Al hun zonden zijn uitgewist, ze zijn zo wit als sneeuw en ze hebben allemaal gratis de verlossing van hun zonden ontvangen.
Toch zijn er veel mensen in deze wereld die nog niet verlost zijn van hun zonden. Wie zijn deze mensen? Het zijn degenen die niet in de waarheid geloven, ook al kennen ze die. Zij die in de kern van hun hart niet hebben toegegeven dat ze voorbestemd zijn naar de hel te moeten gaan, en zij die het evangelie van het water, het bloed en de Geest niet erkennen, terwijl ze het wel kennen, hebben niets te maken met de Heer. 
God’s verlossing wordt slechts gegeven aan de mensen die hun eigen zondige aard kennen en die toegeven dat ze vanwege hun zonden voorbestemd waren om te worden veroordeeld en naar de hel te worden gestuurd. Waar waren de vijf pilaren van de voorhang van de Tabernakel dat geweven was van blauwe, purperen en scharlakenrode wol en getwijnd linnen? Zij stonden op bronzen voetstukken. U en ik waren voorbestemd tot de hel vanwege onze zonden. Slechts wanneer we dit feit toegeven, kunnen we op basis van deze erkenning gered worden. “Want God hield zo van de wereld,” dat de Heer voor u en mij naar de aarde kwam, gedoopt werd door Johannes de Doper, Zijn bloed aan het Kruis vergoot en werd geofferd waarmee Hij ons allen van onze zonden verloste.
Daarom moeten u en ik werkelijk met ons hele hart in het evangelie van het water en de Geest geloven. Minstens één keer moet ons hart toegeven dat “ik werkelijk voortbestemd was tot de hel, maar dat de Heer me heeft verlost door het water en de Geest.” We moeten dan in onze harten geloven om verlost te worden. Zoals er staat in Romeinen 10:10: “Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.” 
Diep in ons hart moeten we werkelijk in onze verlossing geloven en onze mond moet het belijden: “De Heer heeft me gered met de blauwe, purperen en scharlakenrode wol. Ik was voorbestemd om veroordeeld te worden en naar de hel te gaan, maar de Heer heeft voor mij al mijn zonden weggewassen, Hij heeft ze op zich genomen en in mijn plaats mijn veroordeling ondergaan en me daarmee volledig gered. Op volmaakte wijze heeft Hij me tot God’s kind gemaakt.” Op deze manier moeten we met ons hele hart werkelijk in onze verlossing geloven en het met onze mond belijden. Gelooft u?
Wilt u misschien nog steeds niet toegeven dat u voorbestemd was om naar de hel te gaan ook al gelooft u in de waarheid van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en ook al gelooft u dat de Heer ons op deze manier verlost heeft? In de Bijbel staat: “Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid God’s” (Romeinen 3:23). Het ware geloof bestaat uit het geloof dat ondanks dat iedereen gezondigd heeft en daarom voorbestemd is tot de hel, de Heer naar deze aarde is gekomen, gedoopt werd, aan het Kruis stierf, van de dood herrees en ons hierdoor allen rechtvaardig heeft gemaakt.
Hoe wonderbaarlijk is deze verlossing? Is het niet gewoon prachtig? De Tabernakel was niet zomaar op de een of andere manier gebouwd, het was gedetailleerd gebouwd volgens God’s Woord. Door de Tabernakel liet God ons op voorhand precies weten dat Hij ons zou redden door ons Zijn waardevol leven te schenken. Hij vertelt ons aan de hand van de Tabernakel dat Jezus ons een waardevolle verlossing heeft geschonken door gedoopt te worden en te sterven aan het Kruis en wij moeten hierin geloven in de kern van ons hart. Wie kan u zaligheid geven terwille van u? U kunt gered worden door te geloven in Jezus Christus die tot ons kwam in de gedaante een mens – zoals uzelf.
Als iemand al uw zonden zou overnemen en er in uw plaats voor zou worden veroordeeld, dan zou u meer dan genoeg redenen hebben dankbaar te zijn maar de Heer Jezus Christus is miljoenen keren nobeler en rijker dan ons en Hij heeft zich voor ons geofferd - hoe dankbaar kunnen we hiervoor wel niet zijn? Hoe kostbaar is de gave van de zaligheid die de verheven Heer ons heeft gegeven met Zijn blauwe, purperen en scharlakenrode wol? Hoe onbetaalbaar is deze gave? Hoe zouden we dit niet in ons hart kunnen geloven? 
Daarom moet iedereen die zijn zondigheid toegeeft in deze waarheid geloven. Degenen die gekwalificeerd zijn in deze waarheid te geloven, zijn zij die toegeven dat ze voorbestemd waren om naar de hel verbannen te worden. Slechts zij die toegeven dat ze in werkelijkheid zondaars zijn, en dat ze echt naar de hel moeten, zijn gekwalificeerd om te geloven in God’s waardevolle verlossing en kunnen die verlossing dan ook krijgen door het geloof. En zij die in hun hart geloven in de waarheid kunnen de werkers van God’s Kerk worden.
Wij zijn maar nederige wezens die niets hebben om over op te scheppen, ook al vergelijken we ons met degenen die beroemd zijn geworden in deze wereld met hun onbeduidende bekwaamheden. Als dit het geval is, hoe zouden we dan ooit durven opscheppen over onszelf voor de heilige, volmaakte en almachtige God? Het enige dat we voor Hem kunnen doen, is toegeven dat de Heer ons gered heeft, ook al konden we onze dood niet verhinderen vanwege onze onvolmaaktheden. 
De Bijbel vertelt ons: “Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift God’s is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere” (Romeinen 6:23). We moesten inderdaad de loon van de dood betalen vanwege onze zonden. Maar omdat onze Heer ons, die verdoemd waren tot de hel, gered heeft, kunnen we dankzij dit geloof de Hemel binnengaan. Als we dit geloof buiten beschouwing laten, dan zijn we allen voor de honderdste keer voorbestemd tot de hel. Is dit niet het geval? Natuurlijk wel. We verdienen het allemaal om naar de hel gestuurd te worden.
Maar omdat de verheven Heer met Zijn onpeilbare liefde naar deze aarde kwam, gedoopt werd, Zijn bloed vergoot en tot het Kruis veroordeeld werd, zijn we nu kunnen ontsnappen aan onze zekere voorbestemming tot de hel. Omdat de Heer Zijn kostbaar leven voor ons heeft opgegeven, hebben wij de verlossing van onze zonden ontvangen. Wanneer dit het geval is, hoe kunnen we dan niet geloven dat de Heer ons voor eens en voor altijd gered heeft van al onze zonden, en dat Hij ons daartoe de gave van de verlossing heeft gegeven? Hoe zouden wij kunnen weigeren rechtvaardig te worden? Hoe zou u hier niet in kunnen geloven? Net zoals de zuilen van de voorhang van de Tabernakel volledig belegd waren met goud, zo moeten wij ook ons hart volledig bedekken in geloof. Wij moeten onszelf compleet en totaal met het geloof bedekken. Wij moeten in de kern van ons hart geloven in het evangelie van het water en de Geest. Wij kunnen niet voor God staan zonder in de kern van ons hart te geloven in dit ware evangelie.
Het is door te geloven dat we zondaars zouden kunnen worden, voorbestemd tot de hel. Door het geloof kunnen we ook rechtvaardig voor God staan. Het is dus door geloof dat zondaars verlost kunnen worden van hun zonden - door te geloven dat God ons gered heeft door Zijn water en bloed. Dit is hoe het Woord van onze Heer “En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel” (Hebreeën 9:27) in vervulling is gegaan. 
Wanneer we in deze wereld geboren waren, moesten we reeds voor onze zonden veroordeeld worden. God heeft ons echter het geschenk van de verlossing gegeven via onze Heer Jezus Christus. Door met de kern van ons hart in het evangelie van het water en de Geest te geloven, konden wij God’s kinderen worden. God heeft Zijn onvoorwaardelijke liefde van de verlossing geschonken aan alle gelovigen. Maar Hij zal oordelen over hen die niet in dit evangelie geloven, Hij zal hen veroordelen voor hun zondige ongelovigheid (Johannes 3:16-18).
 
 
We moeten geloven in deze twee feiten van de verlossing
 
Wij waren zondaars die voorbestemd waren om veroordeeld en gedood te worden voor onze zonden, maar door te geloven in de zaligheid van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen dat God voor ons gepland had en dat Hij aan ons gegeven heeft, hebben we toch de verlossing van onze zonden ontvangen. Maar we moeten werkelijk toegeven aan God dat “we werkelijk voorbestemd zijn tot de hel,” en dat “we ook geloven dat de Heer ons gered heeft door het water en het bloed.” We moeten geloven in het evangelie van het water, het bloed en de Geest; we moeten dus geloven in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen. We zijn gered door diep in ons hart in deze waarheid te geloven. We zijn gered door in het evangelie te geloven.
We zijn gered door in het evangelie van het water en de Geest te geloven. Mensen kunnen slechts God’s eigen volk worden als ze geloven dat de Heer alle mensen die voorbestemd waren tot de hel, gered heeft door de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen. Gelooft u? Slechts het geloof in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen is het ware geloof. 
Dit is de geestelijke betekenis die verscholen ligt in het geweven scherm van de deur van de Tabernakel. Gelooft u? Wanneer mensen met heel hun hart in de waarheid geloven, kunnen zij op een correcte wijze over het ware geloof spreken. Het ware geloof bestaat niet alleen uit het verkondingen van de waarheid zonder er met hart en ziel in te geloven, maar het gaat erom zijn geloof te verkondigen en er in de kern van uw hart in te geloven. Iedereen moet geloven in de zaligheid van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen dat u voor altijd gered heeft.
We kunnen God nooit genoeg danken, hoe ijverig we Hem ook dienen. Hoe zouden we dan onze zaligheid kunnen vergeten? Hoe zouden we kunnen vergeten dat de Heer ons, die voorbestemd waren tot de hel, van al onze zonden gered heeft? Hoe zouden we het evangelie van het water en de Geest kunnen vergeten terwijl onze onvolmaaktheden dagelijks geopenbaard worden? Hoe zouden we dit evangelie kunnen negeren als er geen andere manier is om gered te worden dan in dit evangelie te geloven? Wij zijn altijd dankbaar. Wij verheugen ons altijd. Wij kunnen niet anders dan Hem onophoudelijk eren.
Zij die deze waarheid niet kennen, zeggen dat God de mens beschouwt als zijn speelgoed en dat Hij hen uitlacht. Terwijl ze zich tegen God verzetten, zeggen zij: “God verveelt zich waarschijnlijk. Wij zijn Zijn speelgoed en Hij speelt met ons. Hij weet dat we zonden zouden begaan, en toch kijkt Hij gewoon toe terwijl we zondigen. En nu zegt Hij dat Hij de zondaars gered heeft. Is Hij niet gewoon met ons aan het spelen? Hij maakt ons, en dan speelt Hij naar eigen goeddunken gewoon wat met ons. Beschouwt God ons dan niet als Zijn speelgoed?” Ontelbaar veel mensen denken zo. Zij hebben iets tegen God, zij zeggen dat als Hij werkelijk van hen zou houden, Hij ze perfect zou hebben gemaakt in plaats van onvolmaakte zondaars van hun te maken. Er zijn zoveel mensen die dom blijven voor God’s hart en met hun beschuldigende vingers in Zijn richting wijzen.
 
 
Wij zijn wezens die door God gemaakt zijn
 
Net zoals planten en dieren zijn mensen ook wezens die door God zijn gemaakt. Maar God maakte ons niet zoals de planten en de dieren. Zelfs voordat Hij ons schiep, had God reeds beslist ons tot Zijn eigen volk te maken in Jezus Christus Zijn Zoon en ons toe te staan deel te nemen aan zijn glorie. Dit is de reden dat God ons creëerde. Het doel van de schepping van de mensen was anders dan dat van andere wezens. Met welk doel schiep God de mens dan? Hij schiep hen zodat zij voor eeuwig in volle glorie en heerlijkheid in Zijn Koninkrijk zouden kunnen leven, in tegenstelling tot de planten en de dieren die er slechts zijn om God’s glorie te eren. Het doel van God’s schepping van de mensen was dat zij hun eigen zondige zelf zouden kennen, zij de Verlosser zouden erkennen als de Heer van de schepping, zij Hem zouden geloven, ze daardoor heel zouden worden en in de toekomst God’s Koninkrijk zouden kunnen betreden.
God maakte ons niet tot robots of speelgoed, maar Hij maakte ons zo dat we Zijn kinderen zouden kunnen worden door de Schepper te herkennen, door in de Verlosser te geloven en door wedergeboren te worden door het evangelie van het water en de Geest. Als dusdanig kunnen we glorie ontvangen en er ook van genieten als we dit doel van onze schepping volgen. Hoewel we op deze aarde onszelf opofferen om andere zielen te dienen met het evangelie, zullen wij op onze beurt gediend worden in God’s Koninkrijk. Wat was het fundamentele doel van God voor de mensheid? Dat de mensen eeuwig kunnen genieten van God’s grootheid en glorie. God’s doel voor de schepping van de mensen was dat zij Zijn volk zouden kunnen worden zodat ze deel kunnen uitmaken van Zijn eigen grootsheid en glorie.
Waarom zijn wij geboren? Wat is het doel van het leven? Waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Op deze filosofische vragen zijn nog geen antwoorden gevonden en daarom proberen de mensen nog steeds angstvallig het probleem op te lossen. Omdat zij hun eigen toekomst niet kennen, beroepen sommigen zich zelfs op toekomstvoorspellers en tovenaars. Dit alles is het gevolg van de onkunde van de mensheid om de werkelijke God die ons schiep, te herkennen en te geloven in de zaligheid die Hij gegeven heeft. 
God heeft ons echter anders gemaakt dan alle andere wezens om ons Zijn eigen kinderen te maken. En Hij heeft ons gered door het water en de Geest, door onze zaligheid reeds te plannen nog voor de schepping met de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen. Door ons te redden met de wet van de verlossing die schuilt in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen, heeft God inderdaad Zijn doel voor ons bereikt.
Daarom moeten we nu weten en geloven in dit doel van God om ons het eeuwige leven te geven in Jezus Christus. Als we dit niet weten, zal het mysterie van het leven voor altijd onopgelost blijven. Waarom zijn wij in deze wereld geboren? Waarom moeten wij leven? Waarom moeten wij eten? Waarom moeten we onze levens getrouw leiden? Hoe kunnen we de problemen omtrent leven, dood, ouder worden en ziekten oplossen? Waarom moeten we naar de hel voor onze zonden? Waarom is het leven zo tragisch? Waarom is het leven zo pijnlijk? Al deze vragen kunnen door God beantwoord worden door het evangelie van het water en het bloed dat ons in Jezus Christus gered heeft. 
God stond ons toe dat wij op deze aarde geboren werden en Hij heeft ons hoop gegeven op het Hemels Koninkrijk tijdens onze vermoeiende en harde levens zodat Hij u en mij– die gedoemd waren om naar de hel te gaan vanwege al onze zonden, zou kunnen redden, en zodat wij het geschenk van het eeuwige leven zouden kunnen ontvangen. Wanneer wij geloven in het evangelie van het water en de Geest, is het mysterie van het leven opgelost.
 
 
God had een geweldig en fantastisch plan voor u en mij
 
Net zoals God het had voorzien, zond Hij Zijn Zoon Jezus Christus naar deze aarde, werden al onze zonden aan Zijn lichaam doorgegeven door Hem te laten dopen, stierf Hij voor ons en heeft Hij ons, die de eeuwige vernietiging aanschouwden vanwege onze zonden, veroordeling en vloeken, aldus gered. Het is belangrijk dat we in deze waarheid geloven, en dat we God danken om ons van het onvermijdelijke lot van vernietiging naar het Koninkrijk van God’s Zoon te verplaatsen, en ons het eeuwige leven te laten genieten. De waarheid van God’s zaligheid is dus het evangelie van het water en de Geest wat gemanifesteert wordt in het scherm dat geweven is met de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen en dat aan de deuren van de Tabernakel hangt. 
De bronzen voetstukken van de pilaren van de deur van de Tabernakel tonen ons onze fundamentele zondige persoonlijkheid en laten ons tegelijkertijd geloven in het evangelie van het water en het bloed van Jezus. De pilaren van de deur van de Tabernakel en het scherm van blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen staan voor God’s genade dat iedereen gered heeft die voorbestemd was om naar de hel te gaan, van onze veroordeling tot het waardevolle offer van Jezus Christus. Dus door te geloven in het evangelie van het water en de Geest ben ik gered van al mijn zonden. Gelooft u ook op deze manier?
Gelooft u ook in de waarheid die getoond wordt in de Tabernakel? U en ik zijn echt gelukkig. Het is werkelijk een grote zegen voor ons dat we de waarheid gevonden hebben en nu in Jezus Christus kunnen leven terwijl zoveel mensen direct naar de hel zullen gaan. We waren inderdaad waardeloos en onnodig op deze wereld waarin we – door er geboren te worden – slechts konden zondigen, laffe levens leiden en voorbestemd zijn tot de hel. Maar toch kwam onze Heer naar deze aarde, werd Hij gedoopt, stierf aan het Kruis en herrees van de dood om ons voor eeuwig van onze zonden te redden. We kunnen slechts verwonderd zijn over het feit dat we helemaal niets meer met de hel te maken hebben, maar ook dat we nu de kans hebben waardevolle, nuttige en goede werken te doen.
Zij die het Heiligdom kunnen betreden, zijn degenen die voor eens en voor altijd verlost zijn van hun zonden. Onze Heer wiste niet alleen onze zonden uit het verleden uit, maar door gedoopt te worden, nam Hij ook alle zonden van ons hele leven op zich en door aan het Kruis te sterven, heeft Hij al onze zonden voor eeuwig uitgewist. Daarom hebben slechts degenen die in deze allesomvattende zaligheid geloven, het geloof van priesters en slechts deze mensen kunnen het Heiligdom binnengaan. 
Strikt genomen mochten volgens het systeem van de Tabernakel geen gewone priesters het Allerheiligdom betreden maar alleen de Hogepriester. En de eeuwigdurende Hogepriester is niemand minder dan Jezus Christus. Slechts zij die geloven dat Jezus Christus ons gered heeft, mag God’s Huis betreden, zij mogen zelfs het Allerheiligdom binnengaan, samen met Jezus Christus. 
“Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde. Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees; En dewijl wij hebben een groten Priester over het huis God’s; Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water” (Hebreeën 10:18-22). Zij die zichzelf zien als slechte mensen die voorbestemd zijn tot de hel en die verlost worden van al hun zonden door gereinigd te worden met rein water (het doopsel van Jezus) en het bloed van Jezus, kunnen God’s Koninkrijk betreden om daar voor eeuwig met Hem te verblijven.
We hebben onze zonden niet weggewassen omdat we dagelijks geboet hebben maar ze zijn voor eeuwig uitgewist omdat de Heer naar deze aarde kwam, alle zonden van de wereld voor eens en voor altijd op zich nam door gedoopt en veroordeeld te worden tot het Kruis. “Want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen.” Jezus werd gedoopt en nam de zonden van de mensheid voor eens en voor altijd op zich, droeg de zonden van de wereld naar het Kruis en stierf daar. Hij herrees van de dood en heeft ons aldus voor eens en voor altijd gered. Slechts zij die met de kern van hun hart in deze waarheid geloven, mogen het Heiligdom betreden. Wij worden voor eens en voor altijd verlost van onze zonden door te geloven dat onze Heer ons allen tegelijkertijd gered heeft en dat Hij alle zonden van ons hele leven en van het hele universum heeft laten verdwijnen. 
Gelooft u dat de Heer al onze zonden voor eens en voor altijd op zich nam door gedoopt te worden? En gelooft u dat Hij de zonden van de wereld op Zijn schouders droeg, dat Hij aan het Kruis stierf, van de dood herrees en daarmee voor altijd onze perfecte Verlosser is geworden? Tijdens de 33 jaar van Zijn leven heeft onze Heer alle zonden van de wereld voor altijd uitgewist. Hij heeft alle zonden laten verdwijnen, er bleef niets van over. Ik geloof dit diep in mijn hart. Ik geloof dat Hij alle zonden van de wereld voor altijd op zich nam toen Hij gedoopt werd, Hij de veroordeling van al mijn zonden onderging door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten en mijn volmaakte Verlosser is geworden door van de dood te herrijzen en voor eeuwig verder te leven. Ik ben verlost van al mijn zonden door dit geloof.
We kunnen allen het Hemels Koninkrijk betreden door dit te geloven en terwijl we nog op deze aarde leven, moeten we dagelijks over dit geloof nadenken. Waarom? Omdat de Heer zelfs de zonden wegnam die we nog moesten begaan. Maar altijd als we zondigen, moeten we belijden. En we moeten in de kern van ons hart geloven dat de Heer ook deze zonden op zich nam met Zijn doopsel. We moeten erkennen dat de Heer alle zonden van de wereld heeft laten verdwijnen door weer te geloven. Waarom? Want als we niet steeds opnieuw over het evangelie van het water en de Geest nadenken, zal ons hart ontheiligd worden. Omdat de Heer ook de zonden wegnam die we nog niet begaan hebben, moeten we Hem – altijd als onze zwakheden onthuld worden – danken met ons geloof in Zijn diensten van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol.
We moeten allen geloven dat de Heer naar deze aarde kwam en onze zonden in één keer op zich nam. In één enkele keer werden al onze zonden aan Jezus Christus doorgegeven, hij accepteerde alle zonden van de wereld met Zijn doopsel. Omdat Jezus Christus ons de eeuwige zaligheid heeft gegeven door gedoopt te worden en door aan het Kruis te sterven, moeten we vast en moedig in deze waarheid geloven. Onze Heer Jezus zei dat we met ons vaste geloof in Zijn doopsel dat Hij van Johannes kreeg, God’s Koninkrijk konden nemen. Jezus zei: “En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld” (Mattheüs 11:12). We zijn verlost van alle zonden en onvolmaaktheden van onze lichamen, gedachten, ideeën en vlees door hierin te geloven. We zijn gered van al onze zonden en kunnen we God’s Koninkrijk in ontvangst nemen door te geloven dat onze Heer al deze zonden op zich nam met Zijn doopsel en dat Hij alle veroordelingen van onze zonden met zich meedroeg. 
Het doet er niet toe hoe ontoereikend u ook bent, u behoort tot de gelovigen als u hierin gelooft. Ook al bent u ontoereikend, de Heer heeft ook u perfect gered en daarom moet u hierin geloven. Omdat onze Heer eeuwig leeft, is onze zaligheid ook eeuwigdurend. We hoeven slechts in onze zaligheid te geloven die we gekregen hebben van Jezus Christus. Inderdaad! We zijn gered door met ons hart in Hem te geloven.
Omdat de Heer onze volmaakte Verlosser is, heeft Hij alle problemen van onze zonden opgelost. Gelooft u dat onze Heer gedoopt werd, Zijn bloed aan het Kruis vergoot, stierf, van de dood herrees en ons daarme de eeuwige zaligheid schonk? Hoe wonderbaarlijk is deze zaligheid? Hoewel we in daden ontoereikend zijn, mogen we – als we in deze waarheid geloven – toch God’s Koninkrijk betreden. Door geloof kunnen we God’s Koninkrijk betreden en van God’s glorieuze majesteitelijkheid en grootsheid genieten. Zij die geloven in het evangelie van het water en de Geest zijn gekwalificeerd om hiervan te genieten. Maar zonder dit geloof kunt u niet eens één voet in God’s Koninkrijk zetten.
De waarheid die ons gered heeft door de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen was reeds lang vóór de schepping door God in Jezus Christus gepland. Toen God besloot ons te redden, kwam Hij naar deze wereld, werd gedoopt en heeft al onze zonden in een keer op zich genomen, droeg de zonden van de wereld naar het Kruis en werd hiervoor voor eens en voor altijd veroordeeld. Hij stierf één keer, herrees één keer van de dood en schonk ons hierbij allen de eeuwige zaligheid. Onze zaligheid is gemaakt door Zijn diensten van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen en we moeten in deze zaligheid geloven. Slechts dan kunnen we op volmaakte wijze God’s volk worden door ons geloof. Slechts dan kunnen we door ons geloof God’s werkers worden. We zullen God’s volmaakte Koninkrijk binnengaan en er eeuwig leven.
De volmaakte God heeft ons op een volmaakte wijze gered, maar toch zijn we dagelijks ontoereikend, omdat ons lichaam ontoereikend is. Hoe komt dit? Toen de Heer volledig gedoopt werd, heeft Hij dan al onze zonden op zich genomen of niet? Natuurlijk heeft Hij dat gedaan! Omdat onze Heer onze zonden wegnam met Zijn doopsel, moeten we erkennen dat al onze zonden inderdaad aan Hem werden doorgegeven met Zijn doopsel. Erkent u dat uw zonden werkelijk aan Jezus werden doorgegeven? Hiermee heeft Jezus onze zonden en de zonden van de wereld naar het Kruis gedragen, werd Hij gekruisigd en vervulde daarmee volledig God’s plan om ons te redden. Hoewel we ontoereikend zijn, mogen we God’s Koninkrijk binnen door geloof. Door te geloven in wat? We mogen God’s Koninkrijk binnen door in Zijn diensten van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen te geloven.
Na de ontvangst van de verlossing van de zonden zijn het de mensen die ontoereikend zijn die vast zijn in hun geloof en die het goed doen in de Kerk. God’s Kerk is geen plaats waar de sterken heersen, hier heersen de mensen die ontoereikend zijn met behulp van hun geloof. Waarom? Omdat we in God’s Kerk de Heer slechts kunnen volgen door geloof, en dit kan slechts als we weten dat we ontoereikend zijn. Het is een plaats waar wonden worden verzorgd en geheeld. Als de Hemel een plaats is waar een peuter “zich zal vermaken over het hol van een adder” (Jesaja 11:8) zonder gebeten te worden, dan is het paradijs op deze aarde niets minder dan God’s Kerk. Dit is het geweldige mysterie van God’s Kerk.
Door te geloven, kunnen we God’s Koninkrijk betreden. De hevigheid van het vaste geloof kan het Hemels Koninkrijk nemen. Gelooft u met uw hart in deze waarheid? Ik geloof ook, en dat is de reden waarom ik God dank. 
En omdat ik God dankbaar ben, dien ik dit evangelie. Ik leef voor deze waarheid en ik dien het evangelie omdat er nog steeds mensen zijn die de waarheid niet kennen over de blauwe, purperen en scharlakenrode wol. Maar behalve de vraag of anderen dit evangelie dienen of niet, wat is op dit moment nodig dat u er zelf in gaat geloven. 
Ik hoop en bid dat u allen in de waarheid gelooft dat Jezus u in één keer heeft gered van zonden, en dat u daarmee gered bent van al uw zonden.