The New Life Mission

Preken

Onderwerp 11: De Tabernakel

[11-16] (Exodus 25:10-22) De spirituele mysteries die verborgen zijn in de Ark des Verbonds

(Exodus 25:10-22)
“Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte. En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen. En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde. En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud. En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage. De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden. Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal. Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte. Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels. En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den anderen cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve. En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn. En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben. En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israëls.”
 
 
Het onderwerp van vandaag is de Ark des Verbonds. De Ark des Verbonds was 113 cm lang, 65 cm breed en 68 cm hoog. De Ark was gemaakt van acaciahout en belegd met puur goud. Binnenin deze Ark waren twee stenen tafelen waarop de de Tien Geboden gebeiteld stonden en een gouden pot manna. Later werd de staf van Aaron, die gebloeid had, hieraan toegevoegd. Wat vertellen deze drie dingen die in de Ark des Verbonds stonden ons nu? Aan de hand van deze artikelen zou ik graag een grondige uitleg willen geven over de drie ministeries van Jezus Christus. Laten we nu de spirituele waarheid onderzoeken die schuilt in deze drie artikelen in de Ark des Verbonds.
 
 
De twee stenen tafelen waarop de wet gebeiteld staat
 
De twee stenen tafelen waarop de Wet gebeiteld staat en die in de Ark des Verbonds stonden, vertellen ons dat God de Wetgever is die ons Zijn wetten heeft gegeven. In Romeinen 8:1-2 staat: “Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest. Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.” Uit deze passage kunnen we afleiden dat God twee wetten in ons hart heeft gevestigd: de wet van het leven en de wet van de verdoemenis.
Met deze twee wetten heeft de Heer verdoemenis en zaligmaking gebracht over alle mensen. In de eerste plaats kunnen we aan de hand van de wet vaststellen dat we allen zondaars zijn die onherroepelijk voorbestemd zijn voor de hel. Hoewel, degenen die hun zondige natuur en verdoemd lot kennen, heeft God Zijn wet van de redding gegeven: “de wet van de Geest van het leven in Jezus Christus.” God werd voor iedereen de ware Verlosser omdat Hij hen deze twee wetten heeft gegeven. 
 
 
Het manna in de gouden pot
 
In de gouden pot die zich ook in de Ark bevond, zat manna. Toen het volk van Israël 40 jaar in de woestijn verbleef, bracht God hen voedsel uit de hemel en de Israëlieten leefden van dit manna door het op verschillende manieren te koken. Het leek op wit korianderzaad en het smaakte als wafels met honing. Dit manna dat God het volk van Israël had gegeven, hield hen in leven totdat zij het land van Kanaän binnengingen. Om dit voedsel dus niet te vergeten, werd het in zo'n pot bewaard.
Dit vertelt ons dat wij, hedendaagse gelovigen, ook moeten eten van het levensbrood waarvan God’s spirituele kinderen van moeten leven in deze wereld totdat ze de Hemel mogen betreden. Maar er zijn momenten waarop we het brood van de wereld, de doctrines van deze wereld willen in plaats van Gods Woord. Nochtans moeten Gods kinderen werkelijk en waarachtig leven volgens Gods Woord voor ze het spirituele land van Kanaän kunnen bereiken. Dit is het spirituele brood van het ware leven dat afkomstig is uit de Hemel. 
Niemand wordt het brood van het ware leven ooit beu. Hoe meer we dit spirituele brood tot ons nemen, des te meer wordt dit het ware leven voor onze ziel. Maar als we ons blijven voeden met het brood van de doctrines van deze wereld in plaats van met God’s Woord, dan zullen onze zielen uiteindelijk afsterven.
God beval het volk van Israël het manna dat uit de hemel kwam in een pot te bewaren en deze te bewaren. Zoals er ons in Exodus 16:33 getoond wordt, zegt God: “Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor uw geslachten.” Het manna dat uit de hemel kwam, was het brood van het ware leven voor de ziel van de mensen. “En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat” (Deuteronomium 8:3).
 
 
Wie is dan het ware brood van het leven voor ons?
 
Het doopsel dat Jezus Christus ontving om onze zonden op Zijn lichaam te nemen en Zijn kruisiging en bloedvergieten, zijn ons brood van het ware leven. Door ons Zijn lichaam en bloed te geven, is Jezus Christus het brood van het eeuwige leven geworden. Zoals Johannes ons in 6:48-58 ons vertelt: “‘Ik ben het Brood des levens. Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven. Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is. Zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.’ De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven? Jezus dan zeide tot hen: ‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank. Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij. Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.’”
Onze Heer zei: “Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is—niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.” Wat was “het levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is”? Dit is het lichaam en bloed van Jezus. In de Bijbel vertelt het lichaam van Jezus ons dat Jezus Christus de zonden van de wereld op zich nam door in de Jordaan gedoopt te worden van Johannes. En het bloed van Jezus vertelt ons dat Hij de zonden van de wereld op zich droeg en de veroordeling ervan onderging door gekruisigd te worden omdat Jezus gedoopt was.
Het manna in de pot die in het binnenste van de Ark des Verbonds was gezet, was het levensbrood voor de Israëlieten toen zij in de woestijn verbleven. In de tijd van het Nieuwe Testament verwijst de spirituele betekenis van het manna naar het lichaam van Jezus Christus. Deze waarheid toont ons het doopsel waardoor Jezus Christus alle ongerechtigheden van alle zondaars op zich nam en het bloed dat Hij vergoot aan het Kruis. Omdat Jezus Christus alle zonden van de wereld op Zijn lichaam nam door Zijn doopsel en omdat Hij Zijn bloed vergoot en aan het Kruis stierf, zijn Zijn doopsel en bloedvergieten de eeuwige bron van nieuw leven geworden dat gelovigen de mogelijkheid biedt opnieuw geboren te worden. 
Het lichaam dat Jezus opgaf om de ongerechtigheden van de zondaars met Zijn doopsel aan te nemen en het bloed dat Hij aan het Kruis vergoot, zijn het brood van het leven waardoor alle zondaars verlost kunnen worden van de zonden. Daarom moeten we beseffen waarom Jezus zei: “tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven” (Johannes 6:53).
 
 
Wie is grootser?
 
Wanneer we een kijkje nemen bij Johannes 6, zien we dat het merendeel van de Joden in die tijd Mozes grootser vonden dan Jezus. Toen Jezus naar deze aarde kwam, vroegen ze Hem: “Bent u grootser dan onze vader Mozes?” In feite beschouwden zij Mozes als de grootste van allen. Omdat de Joden de Messias niet in Jezus herkenden, was Hij voor hen een doorn in het oog. Daarom daagden zij Hem uit door het volgende te vragen: “Bent u grootser dan Mozes?” Het volk van Israël geloofde in de God Jehova, en daar kwam dan opeens een jonge man van een jaar of 30 die beweerde: “Gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.” Dit is de reden waarom ze de macht van Mozes en Jezus wilden vergelijken. 
Later verkondigde Jezus: “Eer Abraham was, ben Ik,” Hij is grootser dan eender welke mens uit de hele menselijke geschiedenis want Hij is de Schepper Zelve. Hoe komt het dat simpele schepsels zelfs maar durven om de Schepper uit te dagen? Toch zijn er nog mensen die blijven beweren dat Jezus slechts een groots leraar was, één van de vele grote wijsgeren uit de menselijke geschiedenis. Wat een godslastering! Jezus is God, de Koning der koningen en de Schepper van het hele universum. Hij is de almachtige en alwetende God. Toch was Hij nederig en kwam Hij naar deze aarde in de gedaante van een mens om u en mij te redden van al onze zonden en de eeuwige dood, Hij kwam om onze ware Verlosser te worden.
Jezus Christus zei: “Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.” Uiteindelijk zei Jezus dat Hij de Christus was waarop de Joden aan het wachten waren. Maar zij verstonden niet wat Jezus zei, ze waren niet in staat het te geloven of te accepteren. Dit resulteerde in een ernstig misverstand, want zij vroegen zich af: “Hoe kunt u ons uw lichaam geven om te eten? Zegt u nu dat we het eeuwige leven kunnen hebben als we werkelijk uw lichaam opeten en uw bloed drinken? Denkt u soms dat wij kannibalen zijn of zo?” 
Maar zij die het lichaam van Jezus eten en Zijn bloed drinken, zullen eeuwig leven. Jezus’ lichaam is het brood des levens. De essentie van het manna dat in deze pot werd bewaard, het levensbrood, is het lichaam en bloed van Jezus Christus. Door naar deze aarde te komen en Zijn lichaam en bloed op te geven, heeft Jezus het ons mogelijk gemaakt het brood des levens te eten en het eeuwige leven te ontvangen.
Hoe kan iedereen dan het lichaam van Jezus nuttigen en Zijn bloed drinken? De enige manier om Jezus’ lichaam te eten en Zijn bloed te drinken is door te geloven in het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis. Wij moeten het lichaam van Jezus eten en Zijn bloed drinken door ons geloof. Opdat u en ik verlost worden van onze zonden en opdat wij voor eeuwig kunnen leven in het Koninkrijk van de Hemel, heeft onze Heer al onze zonden voor eens en voor altijd uitgewist door gedoopt te worden en door Zijn bloed te vergieten. Hierdoor werd Hij het voedsel voor onze ziel. Door nu te geloven in Gods Woord van het water en de Geest moeten we dit spirituele voedsel nuttigen en het eeuwige leven ontvangen.
Laat me nu iets gedetailleerder getuigen hoe we het lichaam van Jezus precies kunnen nuttigen en hoe we Zijn bloed moeten drinken. Zoals u en ik zeer goed weten, kwam Jezus Christus naar deze aarde en nam Hij de zonden van de mensheid op zich door gedoopt te worden van Johannes toen Hij 30 jaar was. Hierna droeg Hij alle veroordelingen voor onze zonden door dood te bloeden aan het Kruis. Door in deze specifieke waarheid te geloven, kunnen we Zijn Lichaam eten en Zijn bloed kunnen drinken. Het wegwassen van de zonden werd volbracht toen de zonden van de mensheid doorgegeven werden aan Jezus’ lichaam met het doopsel dat Hij ontving. Zijn bloed drinken wil zeggen dat toen Jezus gedoopt werd en Zijn bloed vergoot aan het Kruis, dit bloed alle veroordelingen van onze zonden bevatte. 
Zo komt het dat zij die diep in hun hart in het bloed van Jezus geloven, hun dorst gelest krijgen, want de veroordeling van al hun zonden stopte volledig door de straf die Jezus kreeg aan het Kruis. We moeten ons deze waarheid realiseren. En we moeten erin geloven. Omdat Jezus Christus naar deze aarde kwam en onze zonden accepteerde door gedoopt te worden van Johannes kunnen we voor eens en voor altijd verlost worden van alle zonden door te geloven in deze waarheid.
God zei ons het lichaam van Jezus te eten en Zijn bloed te drinken door ons geloof. Omdat Jezus alle zonden op zich nam door het doopsel dat Hij kreeg van Johannes, zonder een enkele ongerechtigheid weg te laten, en omdat Hij Zijn lichaam opgaf voor de straf aan het Kruis en omdat Hij Zijn waardevol bloed vergoot, daarom is het hart van de gelovigen nu rein en niet langer dorstig, want zij hebben al hun zonden weggewassen en alle veroordelingen van de zonden gedragen door het geloof. Daarom zei Jezus: “Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank” (Johannes 6:55). 
Jezus is ongetwijfeld de Verlosser, de Zoon van God die al onze zonden heeft weggewassen en de veroordeling van onze zonden droeg. Om ons te bevrijden van de wet die stelt dat de prijs voor alle zonden de dood is, onze zonden weg te wassen en ons van al onze straffen te verlossen, gaf deze Ene, de Verlosser en de Zoon van God Zijn eigen lichaam aan het Kruis en Hij vergoot Zijn bloed waarmee waste Hij het hart van de gelovigen en leste Hij hun dorst. Dit is het effect van het lichaam en bloed van Jezus.
Jezus is de Redder die de zonden en veroordeling van de mensheid regelde. Jezus is de Verlosser die de zonden van de mensheid accepteerde door het doopsel dat Hij kreeg, Hij werd gekruisigd en vergoot Zijn bloed om de veroordeling voor deze zonden te dragen. Omdat Jezus de zonden van de wereld had geaccepteerd en omdat Hij die op zich had genomen, kon de straf voor de zonden die Hij droeg door gekruisigd te worden de straf voor onze eigen zonden worden.
Door te geloven in de waarheid van het water en de Geest konden we allemaal verlost worden van onze zonden. Jullie moeten allemaal geloven dat het doopsel van Jezus en Zijn bloedvergieten jullie eigen verlossing van de zonden is. Door in dit evangelie van waarheid te geloven, kunnen we het lichaam en bloed van Jezus op spirituele manier eten en drinken. Met andere woorden: door te geloven dat Jezus Christus, de Zoon van God, naar deze aarde kwam, alle zonden op zich nam door Zijn doopsel, en alle veroordelingen voor onze zonden droeg aan het Kruis kunnen wij degenen worden die Zijn lichaam kunnen eten, Zijn bloed kunnen drinken en hiermee het eeuwige leven kunnen ontvangen. Door in het doopsel en het bloedvergieten van Jezus te geloven, kunnen we Zijn Lichaam eten en Zijn bloed drinken. We kunnen van alle zonden verlost worden door het doopsel van Jezus en het Bloed dat Hij aan het Kruis vergoot, te beschouwen als onze eigen voedsel ter verlossing van de zonden. Dit geloof liet ons verlost worden van onze zonden, om Gods kinderen te worden en eeuwig verder te leven in Gods Koninkrijk.
 
 
De staf van Aäron, die gebloeid had
 
Tussen de verschillende artikelen die in de Ark des Verbonds geplaatst waren, was de staf van Aäron, die gebloeid had, een verwijzing naar Jezus Christus als de eewigdurende Hogepriester van het Hemelse Koninkrijk. Dit vertelt ons ook dat het eeuwige leven in Hem kan worden gevonden. Laten we ter verduidelijking even kijken naar Numeri 16:1-2: “Korach nu, de zoon van Jizhar, zoon van Kohath, zoon van Levi, nam tot zich zo Dathan als Abiram, zonen van Eliab, en On, den zoon van Peleth, zonen van Ruben. En zij stonden op voor het aangezicht van Mozes, mitsgaders tweehonderd en vijftig mannen uit de kinderen Israëls, oversten der vergadering, de geroepenen der samenkomst, mannen van naam.” 
Deze passage vertelt ons dat er onder de Levieten 250 beroemde congregatieleiders samenkwamen en dat zij het opnamen tegen Mozes. Zij zeiden: “Mozes en Aäron, wat hebben jullie voor ons gedaan door ons uit het land van Egypte weg te leiden? Hebben jullie ons wijngaarden gegeven? Hebben jullie ons naar een oase gebracht? Wat hebben jullie voor ons gedaan? Hebben jullie ons niet alleen maar de woestijn ingestuurd om uiteindelijk in het woestijnzand te sterven? Hoe kunnen jullie jezelf Gods dienaren noemen? Werkt God slechts door jullie?” Met andere woorden er ontstond een opstand tegen het leiderschap van Mozes en Aäron.
God sprak toen tot Korach, Dathan, On en andere leiders van de congregatie die het verzet leidden: “Neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf. En gij zult ze wegleggen in het Tabernakel der samenkomst. Laat ze daar voor één nacht en kijk ze de volgende dag na.” Toen zei God: “En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israëls tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden” (Numeri 17:5). In vers 8 zien we dat “Aärons staf, voor het huis van Levi, bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem, en droeg amandelen.” 
In vers 10 zien we dan het volgende: “Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aäron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.” Dit is de manier waarop Aärons staf, die gebloeid had, in de Ark des Verbonds werd geplaatst en daar werd bewaard.
Dit toont aan dat Aäron, een afstammeling van Levi, was aangewezen de Hogepriester te worden van het volk van Israël. Mozes was God’s profeet en Aäron en zijn afstammelingen waren de Hogepriesters van het volk van Israël. God heeft Zelf de taken van de wereldlijke Hogepriester aan Aäron opgedragen. God had het opofferingssysteem aan Mozes getoond (Het volk van Israël bracht offers mee en offerde deze aan God wanneer ze gezondigd hadden.) en Hij maakte Aäron de opziener, om erop toe te zien dat de offergaves gebeurden volgens het opofferingssysteem. 
En ook al had God alle priesterlijke taken aan Aäron, de Hogepriester, opgedragen, toch waren er nog mensen die tegen zijn priesterschap waren. Daarom liet God de staf van Aäron bloeien, om aan te tonen dat zijn priesterschap van God afkomstig was. Daarna liet Hij het volk van Israël deze staf in de Ark des Verbonds bewaren ter nagedachtenis aan deze les. Op deze manier kwamen de twee stenen tafelen van de Wet, de pot met het manna en Aärons staf die gebloeid had in de Ark des Verbonds terecht. Waarnaar verwijzen deze drie artikelen spiritueel? Zij verwijzen naar de diensten van Jezus Christus onze Verlosser.
 
 
Welke diensten vervulde Jezus Christus om al onze zonden uit te wissen? 
 
Ten eerste vervulde Hij de dienst van de Profeet. Hij is de Alfa en de Omega. Hij kent het begin en het eind, en Hij heeft ons alles geleerd over het eerste en het laatste. Onze Heer wist wat er met de mensheid was gebeurd, met u en mij, als we vol zonden waren gebleven. 
Ten tweede was Jezus de eeuwige Hogepriester van het Hemelse Koninkrijk geworden. Hij kwam naar deze aarde omdat Hij ons wou redden van de zonden door zelf onze eigen persoonlijke Verlosser te worden, om ons volledig te redden door onze ware Hogepriester van het Hemelse Koninkrijk te worden. 
Ten derde, Jezus Christus is onze Koning. De Bijbel zegt: “En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: KONING DER KONINGEN, EN HEERE DER HEREN” (Openbaring 19:16). Hij is de werkelijke Schepper van het hele universum, dus heeft Hij de zeggenschap om over alles daarin te heersen. 
We moeten er ons allen van vergewissen dat Jezus Christus, die onze ware Koning is, onze Profeet die ons de waarheid van onze zaligheid van de zonde leerde, en de eeuwige Hogepriester van de Hemel, nu onze ware Verlosser geworden is. 
Onze Heer heeft u en mij van de zonden gered, Hij heeft ons tot Gods kinderen gemaakt, Zijn kinderen en Zijn werkers, en Hij heeft het mogelijk gemaakt dat we goede daden verrichten. Hij heeft onze ziel zo gemaakt dat we wedergeboren kunnen worden zodat we nieuwe levens kunnen leven op deze aarde. Hij heeft ons nieuw leven geschonken zodat Hij onze lichamen kan herrijzen om voor eeuwig met Hem in de Hemel te leven wanneer de tijd rijp is. Wie is Jezus Christus voor u en voor mij? Hij is onze ware Verlosser. En Jezus Christus is onze Profeet, onze eeuwige Hogepriester en onze Koning.
Hoewel we God’s wil niet willen negeren, zondigen we toch altijd omdat we zo ontoereikend en zwak zijn. Als we zo blijven leven, sterven en tenslotte voor God komen te staan, wat zou dan de aangewezen plaats zijn om heen te gaan? Zou het de Hemel of de hel zijn? Als we allen veroordeeld zouden worden volgens de Wet die zegt dat “de straf voor zonden de dood is”, zouden we dan niet allemaal vernietigd worden? Hij die zo’n mensen als ons van de zonde en vernietiging gered heeft en die onze Verlosser is geworden, is Jezus Christus. Hij kwam Zelf naar deze aarde, had ons lief en werd de Verlosser die ons redde van de zonden. Hiermee werd Hij de Grote Herder van Zijn kudde.
In Johannes 3:16 staat: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” God hield zo veel van u en mij dat Hij Zelf naar deze aarde is gekomen voor ons, gedoopt werd om de zonden van de wereld op zich te nemen, gekruisigd en gestorven is aan het Kruis, van de dood is herrezen en daarmee werkelijk onze Verlosser is geworden. Door dus met ons hart in Jezus Christus te geloven die onze Verlosser is geworden, zijn wij degenen geworden die gereinigd zijn van de zonden en die de gave van de verlossing van de zonden hebben gekregen. Hierdoor konden wij God’s kinderen worden en het eeuwige leven krijgen.
Er is één ding waarin we absoluut moeten geloven wanneer we voor God komen te staan. Namelijk dat God van ons hield en dat Hij naar deze aarde is gekomen in de gedaante van een mens, gedoopt werd, aan het Kruis stierf, van de dood herrees en hierdoor onze ware Verlosser werd om onze zonden weg te wassen. Door het lichaam van Jezus te eten en Zijn bloed te drinken en door ons geloof in ons hart kunnen we het eeuwige leven ontvangen. Omdat niets duidelijker kan zijn dan dit feit, kunnen we niets anders dan dit erkennen en erin geloven. 
Door ons geloof moeten we het lichaam van Jezus eten en Zijn bloed drinken. En iedereen moet dit evangelie van het water en de Geest dat door Jezus vervuld is, erkennen en erin geloven. Kunnen we iets anders doen dan geloven? We kunnen niets anders dan tegenover God staan. We zijn snel ongehoorzaam ten opzichte van God en we zondigen snel. Maar toch heeft God ons voor eens en voor altijd van al onze zonden verlost omdat Hij van ons allen houdt.
 
 
Hoe sprak God over Zijn zaligheid in de tijd van het Oude Testament?
 
Op welke manier heeft de Heer ons dan gered? In het Oude Testament sprak Hij over deze zaligheid door de kleuren die gebruikt werden in de deur van de Tabernakel en de kledij die de Hogepriester droeg. De kleuren van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het getwijnde linnen die kunnen worden teruggevonden in de deur van de Tabernakel zijn de openbaring die ons Zijn perfecte zaligmaking openbaren. En er werd goud garen toegevoegd aan de kledij van de Hogepriester. 
De blauwe wol vertelt ons dat Jezus Christus naar deze aarde kwam als onze Verlosser en onze zonden op zich nam door gedoopt te worden. De purperen wol vertelt ons dat Jezus Christus de Koning der koningen is en dat God de Schepper is die het universum schiep. De scharlakenrode wol vertelt ons dat omdat Jezus Christus onze zonden op zich nam met Zijn doopsel, Hij de zonden van de wereld met zich meedroeg en dat Hij voor die zonden veroordeeld werd aan het Kruis door Zijn bloed te vergieten en te sterven. Hiermee gaf Hij aan ons allen de zaligmaking die ons verloste van de veroordeling van al onze zonden. 
Het fijn getwijnde linnen betekent dat het ingewikkelde Woord van het Oude en Nieuwe Testament – dat onze Heer naar deze aarde kwam, gedoopt werd, aan het Kruis stierf en van de dood herrees– hun zielen weer wit als sneeuw maakte en dat deze woorden hen gered hebben. Het gouden garen staat voor het geloof in wat Jezus Christus voor ons heeft gedaan. Daarom schittert het gouden garen. U en ik, wij hebben niets om trots op te zijn, maar als we met ons hele hart geloven in wat Jezus Christus, God Zelf en Gods Zoon voor ons heeft gedaan, dan kunnen we werkelijk gekleed gaan in God’s liefde, Zijn zegens ontvangen en door Hem gekoesterd worden, slechts door te geloven in de rechtvaardigheden die Hij heeft bewerkstelligd. Dit is wat God ons vertelt door de Tabernakel.
We moeten ons realiseren wat God ons vertelt door de Ark des Verbonds dat zich in de Tabernakel bevond. We moeten ons er bewust van zijn en geloven dat Jezus Christus naar deze aarde kwam, de zonden van de mensheid en van ons allen op zich nam door gedoopt te worden van Johannes de Doper, Hij onze veroordeling voor onze zonden droeg door aan het Kruis te sterven en dat Hij van de dood herrees om opnieuw te leven. God maakt ons door de Ark des Verbonds duidelijk dat we werkelijk moeten geloven dat Jezus Christus ons eigen Verlosser is, onze eigen God. Degenen die in Jezus’ doopsel geloven als het wegnemen van hun eigen zonden, in het bloedvergieten van Jezus aan het Kruis als de veroordeling van hun eigen zonden, in de dood van Jezus Christus als hun eigen dood, in Zijn verrijzenis als hun eigen verrijzenis, zijn degenen die God heeft gered.
Dus naar wie verwijst dit Tabernakel dan? Het verwijst naar Jezus Christus. Het vertelt ons over de methode van de zaligmaking waarmee Jezus Christus u en mij van onze zonden heeft gered. In het Nieuwe Testament was het Jezus Christus die gedoopt werd en aan het Kruis stierf, waarmee Hij al onze zonden uitwiste, Hij waste al onze zonden weg, werd veroordeeld voor al onze onrechtvaardigheden en redde ons voor eens en voor altijd van alle zonden. 
In het Oude Testament werden de zondaars gered door te offeren, hun onrechtvaardigheden werden opgenomen als hun handen op de hoofden van de offers werden gelegd en de zondaars werden gered door het bloedvergieten en de dood van de offers. Het Oude Testament omschrijft de dood van het zondeoffer dat de zonden van deze zondaar door handoplegging op zich nam en in hun plaats stierf, als de dood van de verzoening. Als men het opofferingssysteem van verzoening, dat beschreven wordt in het Oude Testament, naast het Nieuwe Testament plaats, dan zien we dat dit verwijst naar Jezus Christus, de volbrenger van het evangelie van het water en de Geest die kwam uit het doopsel en het bloed.
Wie maakte en droeg deze wet van zaligheid dan op? God onze Verlosser bepaalde het. God bepaalde deze wet van zaligheid die zondaars van hun zonden redt, en Hij heeft ons deze wet gegeven. In de Ark des Verbonds bevonden zich de twee tafels van de Wet, de pot met manna en de staf van Aäron die gebloeid had. Al deze dingen vertellen ons iets over de werktuigen en diensten van Jezus Christus. 
De staf van Aäron die gebloeid had, vertelt ons dat God ons redt als we in Jezus Christus geloven. Hij is op spirituele wijze de Hogepriester van het Hemelse Koninkrijk geworden en onze Grote Herder. De pot met manna vertelt ons over het lichaam en bloed van Jezus Christus dat ons brood des levens is geworden. De twee stenen tafelen van de Wet zeggen ons dat God de Wet ontworpen heeft. De wetten die God heeft ingevoerd zijn de wet van zonde en dood en de wet van de verlossing van de zonden en zaligheid. In de hoedanigheid van onze God heeft Jezus de wet van het leven en de wet van onze veroordeling ingevoerd.
Op deze manier vertelt de Ark des Verbonds en alles wat zich daarin bevindt ons over Jezus Christus. Door te geloven dat Jezus Christus onze Verlosser is, kunnen we onze zonden wegwassen en onze redding ontvangen. Het maakt niet uit hoe ontoereikend en zwak we ook zijn, als we de twee wetten die Jezus Christus invoerde, accepteren en naleven, kunnen we eerst zondaars zijn en daarna rechtvaardig bevonden worden door nogmaals de verlossing van al onze zonden te krijgen en hierdoor Gods eigen volk te worden. Gelooft u?
Tegenwoordig geloven bijna alle Christenen in de hele wereld tevergeefs in Jezus omdat zij de waarheid niet kennen die verscholen ligt in de Tabernakel. Zij geloven dat ze verlost kunnen worden van hun zonden door slechts te geloven in het bloed van Jezus aan het Kruis. Met andere woorden: zij geloven dat Jezus hen slechts heeft gered door het bloed aan het Kruis. Maar stierf Jezus slechts aan het Kruis voor onze zaligheid? Is dat het enige wat Hij deed voor onze verlossing? Helemaal niet! Want heeft Hij niet alle zonden van de wereld voor eens en voor altijd op zich genomen door gedoopt te worden van Johannes (Mattheüs 3:13-15, 1 Petrus 3:21, 1 Johannes 5:6)? 
En toch geloven Christenen vandaag slechts in het bloed van Jezus aan het Kruis. Hierdoor worden ze maar half verlost van hun zonden. Dus ze zijn verlost van hun erfzonde door te geloven in Jezus Christus als de Verlosser, maar toch bidden ze elke dag om boete te doen en proberen ze zo hun dagelijkse zonden zelf weg te wassen. Hoe tegenstrijdig is deze zaligheid? Het is alsof ze de helft van hun zonden wegwassen door te geloven en de rest proberen ze te reinigen op eigen kracht. 
Wanneer dit het geval is, wat kan ik anders doen dan voortgaan met preken door steeds opnieuw het doopsel en het bloed van Jezus samen te brengen? Tot op dit ogenblik geloofden vele Christenen in deze wereld – behalve de Christenen uit de periode van de Vroege Kerk– in een halflege zaligheid. Is dit niet de reden waarom mensen nu in het Christendom geloven alsof het niet meer is dan een wereldse godsdienst?
Niet zo lang geleden werd een vrouw, een zekere Valeria Jones uit de Verenigde Staten, verlost van haar zonden nadat ze het eerste deel van deze reeks boeken over de Tabernakel had gelezen. Voordat ze dit boek las, had ze al verschillende andere uitgaven gelezen. Hoewel ze akkoord ging met wat er in onze boeken werd gezegd, kon ze zichzelf niet volledig overtuigen van het evangelie van het water en de Geest. Zij vertelde ons dat ze nog altijd enkele twijfels had en ze vroeg zich af: “Dit lijkt zo waar, hoe komt het dan toch dat zoveel mensen dit niet preken?” Maar ze gaf toe dat toen ze het eerste deel van de reeks over de tabernakel gelezen had, ze een helder geloof in de zaligheid had. Ze geloofde dat het evangelie van het water het ware evangelie is en dat het de werkelijke waarheid is die verscholen ligt in de Tabernakel.
Iemand uit Benin die hetzelfde boek gelezen had, schreef ons: “U zult verbaasd opkijken wanneer ik u zeg dat toen ik van mijn zonden verlost werd door uw boek te lezen, ik mijn kerk heb verlaten. Waarom heb ik dit gedaan? Omdat deze kerk de leer van de geleidelijke heiligmaking preekte, iets dat ons niet in de Bijbel wordt geleerd. Deze doctrine van geleidelijke heiligmaking was totaal onbijbels. Ze bleven maar zeggen dat ik heilig moest en kon worden, terwijl mijn lichaam eigenlijk nooit heilig kan worden. Het was ondraaglijk om daar te zitten en naar zulke preken te moeten luisteren. 
Dat is de reden waarom ik afstand heb genomen van deze kerk. Omdat ik verlost werd van mijn zonden door uw boek te lezen, had ik geen andere keuze dan de kerk waar ik naartoe ging, te verlaten en er nu afstand van te doen. Zoals wij, die dit alles hebben meegemaakt, nu de mensen van geloof zijn geworden en één zijn met God’s Kerk, zo kunnen ook alle andere mensen van deze wereld veranderen als ze de waarheid kennen. Het is zoals het Woord zegt: “En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.”
De Ark des Verbonds van de Tabernakel toont ook Jezus Christus. Deze Ark des Verbonds stond in het diepste deel van de Tabernakel. Men kon het slechts zien door het scherm van de Tabernakel op te tillen en binnen te gaan en dan door het scherm van het Allerheiligdom op te tillen en daar binnen te wandelen. Met andere woorden: de deur van de Tabernakel was gericht op het oosten, en de Ark stond in de uiterste westelijke hoek van de Tabernakel.
 
 
De draagstokken mogen niet verwijderd uit de Ark
 
In Exodus 25:14-15 staat: “En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage. De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.” Wat betekenen deze versen? Aan de hand van deze verzen vertelt God ons dat we het evangelie van het water en de Geest zouden moeten dienen door ons aan Hem te wijden. Het evangelie kan slechts worden verspreid als we onszelf toewijden aan Zijn werk. Om de Heer te dienen door ons te wijden aan het evangelie is hetzelfde als de weg van het Kruis te volgen, het pad dat onze Heer voor ons bewandeld heeft. Dat is de reden waarom Hij het volgende tot Zijn leerlingen zei: “Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij” (Marcus 8:34). 
Er is een enorme opoffering, inspanning en leed nodig om het ware evangelie over de hele wereld te verspreiden. Dit zien we aan hoeveel de Apostel Paulus geleden heeft voor het evangelie van het water en de Geest: “Zijn zij dienaars van Christus? (ik spreek onwijs zijnde) ik ben boven hen; in arbeid overvloediger, in slagen uitnemender, in gevangenissen overvloediger, in doods gevaar menigmaal. Van de Joden heb ik veertig slagen min een, vijfmaal ontvangen. Driemaal ben ik met roeden gegeseld geweest, eens ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een gansen nacht en dag heb ik in de diepte doorgebracht. In het reizen menigmaal in gevaren van rivieren, in gevaren van moordenaars, in gevaren van mijn geslacht, in gevaren van de heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op de zee, in gevaren onder de valse broeders; in arbeid en moeite, in waken menigmaal, in honger en dorst, in vasten menigmaal, in koude en naaktheid. Zonder de dingen, die van buiten zijn, overvalt mij dagelijks de zorg van al de Gemeenten” (2 Korinthiërs 11:23-28).
Nochtans, zij die zichzelf meer liefhebben dan de Heer die Zichzelf opgaf om iedereen van alle veroordeling te redden, kunnen zichzelf niet opgeven voor God’s Koninkrijk. Er is geen gemakkelijke manier om het evangelie van het water en de Geest te dienen. Hoe kan een landbouwer een goede oogst verwachten zonder een druppel zweet? 
Op dezelfde manier zou de Ark des Verbonds gedragen moeten worden door onze opofferingen. Koning David heeft ooit eens geprobeerd de Ark te verplaatsen op een nieuwe kar die getrokken werd door ossen, in plaats van de Ark te laten dragen met de draagstokken door zijn mannen, zoals het oorspronkelijk was bedoeld. Toen ze op weg waren, struikelden de ossen, en een man genaamd Uzzah stak zijn hand uit naar Gods Ark en nam deze vast. De woede van de Heer keerde zich tegen Uzzah, en God haalde naar hem uit voor deze vergissing. Uzzah stierf daar bij Zijn Ark (2 Samuël 6:1-7). David die hiervan geschrokken was en de Heer die dag vreesde, nam de Ark mee naar het huis van Obed-Edom, de Gethiet. Hij kon de Ark slechts drie maanden later naar zijn kasteel laten verplaatsen door het te laten dragen op de schouders van zijn mannen. Zoals dit relaas illustreert, moeten we de Ark des Verbonds precies dragen zoals God ons heeft opgedragen, met ons zweet en bloed, met onze opofferingen, onze voortdurende toewijding tot Zijn evangelie.
Zij die werkelijk met grote dankbaarheid verlost zijn van zonden, zijn meer dan bereid zichzelf toe te wijden aan de Heer die Zichzelf ook aan ons heeft toegewijd. We danken de Heer, onze Verlosser en God keer op keer opnieuw. We danken Hem omdat Hij ons toelaat het evangelie te dienen op deze aarde. 
Wij zijn allemaal verrukt en dolgelukkig door dit droombeeld, dat de Heer ons gekozen heeft dit evangelie van de waarheid te dienen en Hem te volgen en het soort leven te leiden dat Hem bekoort. Het was voor ons al genoeg geweest slechts de waarheid van de zaligheid te kennen om ons met vreugde te overwelmen, en toch heeft de Heer ons ook toegestaan dit evangelie te dienen. Hoe zouden we Hem niet kunnen danken, deze zegeningen in acht genomen? We zijn God zo dankbaar. Daarom zijn we bereid onszelf op te offeren om het ware evangelie te verspreiden, we sparen tijd noch moeite noch bezit om deze heilige taak van wereldevangelisme tot een goed einde te brengen.
Dat we verlost zijn van de zonden is in feite al iets waar we oneindig dankbaar voor zijn. Maar God stopte hier niet, Hij heeft ons ook nog in staat gesteld het evangelie van de waarheid te leren kennen en het te verspreiden, het evangelie van het water en de Geest—kan dit iets anders zijn dan een grote zegen voor ons? 
Wie anders zou het ook maar durven dit evangelie van het water en de Geest te dienen? Niet zomaar iedereen kan dit evangelie dienen. Kunnen politici het dienen? Burgemeesters? Presidenten? Koningen? Het maakt niet uit welke hoge sociale posities zo’n mensen bekleden, als zij het evangelie van het water en de Geest niet kennen en er niet in geloven, dan kunnen ze het ware evangelie nooit dienen. En toch heeft God ons wel zo’n onverdiende kans gegeven en heeft Hij het ons mogelijk gemaakt dit evangelie te dienen. Wat een geweldige zegen is dit? 
Ik dank God voor de genade die ons gered heeft, omdat Hij ons liefhad. Broeders en zusters, wij geloven dat Jezus Christus onze God en Verlosser is. Wij zijn Gods volk die het lichaam van Jezus nuttigen en Zijn bloed drinken door ons spiritueel geloof. De Bijbel zegt dat Jezus niet de God van de doden is, maar van de levenden (Lukas 20:38), en dat de levenden hier niemand minder zijn dan zij die het eeuwige leven gekregen hebben door te geloven in het evangelie van het water en de Geest. Degene die niet in de waarheid van dit evangelie gelooft, is spiritueel dood, en degene die erin gelooft, is spiritueel levend. God is inderdaad de God van degenen die in het evangelie van het water en de Geest geloven.
Broeders en zusters, Jezus heeft ons Zelf de verlossing van de zonden gegeven door Zijn eigen vlees en bloed. U moet zich realiseren dat u niets met Jezus te maken hebt als u niet gelooft in deze waarheid. Jezus Christus geeft u hemelse zegeningen, het eeuwige leven en de verlossing van uw zonden. Wie is die Ene die de Herder werd en die u eeuwigdurende zegens schenkt, die u leidt en bij u blijft? Het is Jezus Christus, de Volbrenger van het evangelie van het water en de Geest. Jezus is deze God. Ik hoop en bid dat jullie allen in deze Jezus als onze God zullen geloven.
Wat mij betreft, het is niet allen nu dat ik in deze waarheid geloof en God dien, ik zal dit altijd blijven doen in de toekomst. En u dan? Gelooft u in het evangelie van het water en de Geest? En gelooft u dat u in God’s Kerk en in de liefde van Christus aanwezig moet zijn door uw geloof? Laten we allen ons leven leiden en geloven in het evangelie van het water en de Geest tot op de dag dat we onze Heer ontmoeten.