The New Life Mission

Preken

Onderwerp 11: De Tabernakel

[11-20] (Exodus 30:1-10) Het reukaltaar

(Exodus 30:1-10)
“Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken. Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn. En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken. Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; Aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage. De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken. En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal. En Aäron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken. En als Aäron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten. Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten. En Aäron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!”
 
 
Het Reukaltaar was een Gebedsplaats
 
Het reukaltaar was van sittimhout gemaakt, het was vierkant en het was een el (45 cm) in zowel lengte als breedte, en twee el hoog. Het reukaltaar stond in het Heiligdom en was volledig belegd met goud met een gouden sierlijst rondom. Er werden vier gouden ringen onder de sierlijst geplaatst om de handbomen vast te houden waarmee het altaar gedragen werd. Op dit reukaltaar mogen alleen de heilige zalvende olie en de welriekende specerijen gebruikt worden (Exodus 30:22-25). 
Het reukaltaar stond waar de wierook voor het gebed werd geofferd aan God. Maar voor we bidden bij het reukaltaar, moeten we eerst te weten komen of we in aanmerking komen om bij dit altaar tot God te bidden of niet. Wie in aanmerking wilt komen om tot de heilige God te bidden, moet eerst zondeloos worden door zijn/haar zonden met geloof te reinigen. Hiervoor moet men van al zijn/haar zonden gereinigd worden door te geloven in het brandoffer en het wasbekken. 
God hoort geen gebeden van zondaars (Jesaja 59:1-3). Waarom? Omdat God alleen degenen aanvaardt die van al hun zonden gereinigd zijn door hun geloof in het evangelie van het water en de Geest. Omdat God al onze zonden heeft gereinigd door de waarheid die geopenbaard werd in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en fijn getwijnde linnen. God is, met andere woorden, blij alleen de gebeden van de rechtvaardigen te horen (Psalmen 34:15, 1 Petrus 3:12). 
 
 
De Aard en de Werkelijkheid van alle Mensen
 
Als we aandachtig kijken, kunnen we zien dat alle mensen, ook u en ik, eigenlijk als het zaad van de zonden geboren worden en we hierdoor allen zondigen. Iedereen is het zaad van een zondaar. Aangezien iedereen oorspronkelijk zondig geboren wordt, kan het niet anders dan dat men tijdens zijn leven zondige daden stelt. Denk maar aan uzelf, wie u ook moge zijn. We kunnen voor God toegeven dat we zondig zijn geweest en slechts in de hel kunnen terechtkomen. Wanneer onze daden voor God berecht worden, beseffen we vooral dat we volgens God’s wet, die verklaart dat de verdiende loon voor de zonde de dood is, eenvoudig niet kunnen ontsnappen aan Zijn rechtvaardige oordeel van de zonde. 
Want wat uit het hart van de mensen komt, zijn slechts zondige gedachten, moorden, overspel, trots, dwaasheden, enz. Ze doen deze dingen iedere keer als ze er de kans toe krijgen (Marcus 7:21-27). Hoe kan het hart van de mensen, die eigenlijk als zaad van zondaars geboren worden en niet anders kunnen dan zondigen als de omstandigheden het toelaten en de mogelijkheden zich voordoen, zich ooit schaamteloos vertonen voor God? Dit is onmogelijk door menselijke inspaningen. Maar er is een enkel geloof waardoor we ons niet hoeven schamen voor God en het is hier. We moeten allen de waarheid van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het fijne getwijnde linnen kennen en erin geloven, de waarheid die ons van al onze zonden kan reinigen en ons zonder schaamte voor God laat staan. Dus hebben wij allen het evangelie van het water en de Geest nodig.
Niemand van ons zou kunnen ontkennen dat we allemaal verdoemd zijn naar de hel te gaan voor onze zonden, maar we kunnen slechts dit geloof erkennen. En voor hen die voor God erkennen dat ze naar de hel moeten gaan, is het niet moeilijk om in hun hart in de verlossing te geloven die God hen geschonken heeft. Als we God oprecht en eerlijk tegemoet treden, kunnen we ons hart niet bedriegelijk voor Hem verbergen, en zo leren we de eerlijkheid van de gerechtigheid van God kennen. Iedereen is zo geplaatst dat het onmogelijk is de straf voor de zonde door het gerechte oordeel van God, te ontsnappen. 
De gerechte wet van God die verklaart dat de verdiende loon voor de zonde de dood is, is geen wet die alle zondaars met hun eigen gedachten of religieus geloof kunnen omzeilen. Omdat de Wet van God gedetailleerd, nauwgezet en rechtvaardig is, dwingt ze iedereen die ervoor staat, dat hij/zij naar de hel gaat voor zijn/haar zonden. Alle zondaars zullen beseffen dat ze niet aan God’s oordeel kunnen ontsnappen, zelfs niet voor hun kleinste zonden. 
Daarom hebben we een Verlosser nodig die ons van al onze zonden kan verlossen en we moeten te weten komen wie deze Verlosser is. Het is Jezus Christus, de Verlosser van de hele mensheid. Hij is de Verlosser die naar deze aarde kwam, door Johannes gedoopt werd om alle zonden op zich te nemen, de straf van de ongerechtigheid van alle zondaars droeg door gekruisigd te worden en Zijn bloed te vergieten en ons hierbij van alle zonden gereinigd heeft. 
We hebben allen verkeerd begrepen dat de verlossing van onze zonden uiterst moeilijk zou zijn. We hadden eigenlijk gedacht dat we alleen gered konden worden als we de Bijbel helemaal zouden kennen of dat er voor onze verlossing een aantal goede daden nodig waren. Maar de waarheid van de verlossing die God ons gaf, was anders. Deze waarheid van de verlossing opende en toonde ons de weg van alle zonden gereinigd te worden door ons geweten te onderzoeken voor de Wet van God, alle zonden in ons hart te erkennen en te geloven in het evangelie van het water en de Geest. Deze waarheid werd aangekondigd in het deur van de Tabernakel.
De verlossing van de zonden van de mensheid is het resultaat van de waarheid van de waardevolle zaligheid die door de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen in vervulling is gegaan. Door te geloven in deze waarheid kunnen wij allen in een keer de eeuwige verlossing van zonde ontvangen. Hiervoor moet iedereen erkennen dat we allemaal voor onze zonden naar de hel gaan en geloven in het evangelie dat geopenbaard wordt in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en hierdoor in een keer de verlossing van alle zonden ontvangen. Het evangelie dat God ons gaf, is het evangelie dat terug te vinden is in het evangelie van de waarheid van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen. 
We moeten allemaal geloven in het evangelie van de waarheid, want zij die niet geloven in de waarheid van dit evangelie, kunnen niet verlost worden van hun zonden. Maar zij die geloven in deze waarheid van de verlossing die God in vervulling heeft laten gaan door het evangelie van het water en de Geest, zijn het waard gereinigd te worden van al hun zonden en God’s eigen kinderen te worden. Om daarom degenen te worden die tot God kunnen komen en tot Hem bidden, moeten we eerst geloven in de waarheid van het water en de Geest, het evangelie van de verlossing van zonde. Als we verlost zijn van alle zonden door in ons oprechte hart het ware evangelie te kennen en erin te geloven, komen we in aanmerking om tot God te bidden. Het geloof dat ons toestaat tot God te bidden, wordt bereikt door met ons hart in het evangelie van het water en de Geest te geloven, het evangelie van God. 
Het is verkeerd om te proberen tot God te bidden zonder de waarheid van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol, dat wordt geopenbaard in de voorhang van de Tabernakel, te kennen en erin te geloven. Zo’n geloof staat gelijk aan het zich bezondigen aan godslastering en de spot drijven met God. Waarom zouden we God’s vijand worden door te weigeren in de waarheid te geloven die in onze harten werd geopenbaard in de Tabernakel? 
Wanneer u weigert in Jezus Christus te geloven die tot ons kwam door de waarheid van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol, zal snel de vijandelijkheid van God ervaren. Dit is een daad van afgrijselijk ongeloof ten aanzien van God. De zielen die blijven zondigen door de heiligheid van God te verachten, geloven niet in de verlossing die God voor hen in vervulling heeft laten gaan, maar geloven volgens hun eigen gedachten en naar eigen goeddunken. Deze zielen, die zich kleden in vijgebladeren met de naam ‘schijnheiligheid’, verachten God’s liefde en barmhartigheid. 
Maar u moet beseffen dat hoewel deze mensen hun eigen hart kunnen bedriegen, ze niet kunnen ontsnappen aan het oordeel van God. Zij die zo ongelovig zijn, zullen door de gerechte wet van God veroordeeld worden om de vreselijke straf voor hun zonde te ondergaan. Waarom? Omdat ze het evangelie van het water en de Geest waarmee de Heer hun zonden heeft uitgewist niet wilden leren kennen, noch erin wilden geloven. 
Als we zelf vinden dat ons geweten bevlekt is, hoe kunnen we dan onze zonden verbergen voor de heilige God? Dit is gewoon onmogelijk! Iedereen die zijn/haar zonden probeert te verbergen zal niet worden opgenomen door God’s liefde en barmhartigheid. Zij die hun eigen hart bedriegen, zullen de zondige dienaars van de duivel worden, die God en hun medemensen bedriegen. Het wilde idee dat ze eigenlijk God kunnen bedriegen door de eigen ogen te blinddoeken, is een afspiegeling van hun arrogantie die voortspruit uit hun verwaande gedachten. Eigenlijk zijn zij die zich verlaten op deze gedachten, degenen die zich tegen het evangelie van het water en de Geest verzetten en die uit eigen wil Satan’s dienaars willen worden. 
De mensen moeten beseffen dat ze wel hun eigen hart kunnen bedriegen, maar nooit God. En ze moeten hun mening herzien om volgens het Woord van God te geloven. Hoe kan iedereen zich van zijn zonden reinigen zonder te geloven in het evangelie van het water en de Geest? Zoals staat geschreven dat de verdiende loon voor de zonde de dood is, kan geen enkele zondaar die zijn/haar hart tegenover God bedriegt aan het oordeel van God ontsnappen. Als we de Wet van God aanvaarden, is het duidelijk dat we allen voor onze zonden naar de hel zullen gaan. Vandaar dat iedereen die naar God wenst komen, gered moet worden door te geloven in de waarheid van het evangelie dat geopenbaard wordt in de deur van de Tabernakel. 
Hoewel velen er niet in geslaagd zijn te beseffen dat ze voor hun zonden veroordeeld moeten worden, zijn ze er ook niet in geslaagd het evangelie van de verlossing, dat kwam als de waarheid van het blauwe, purperen en scharlakenrode wol, te aanvaarden. Zij zullen allen naar de hel gaan. Of ze nu al Christenen zijn of niet, zij die niet geloven in het evangelie van het water en de Geest zullen dezelfde straf krijgen. Vandaar dat we ons eigen geweten niet moeten bedriegen tegenover God, maar in ons hart ons moeten overgeven aan het evangelie van het water en de Geest en we moeten geloven in dit evangelie van de waarheid. 
 
 
We moeten ons reinigen van onze zonden door te geloven in het woord van de waarheid 
 
De mensen hebben twee gewetens: het eerste is het geweten van het vlees en het tweede is het geweten van het geloof met betrekking tot het evangelie van de waarheid. We moeten oprecht zijn ten aanzien van deze twee sferen, maar van deze twee moeten we wel zeker een bezitten, meer bepaald het geweten van het geloof dat het evangelie van de waarheid erkent. We moeten het geweten van ons geloof tegenover het Woord van God onderzoeken; geloven dat Jezus onze zonden heeft aanvaard door gedoopt te worden, dat Hij werd veroordeeld tot het Kruis en ons hierbij heeft gered en dat Hij door dit geloof ons geweten van de zonden heeft gereinigd. Het beangstigt mij dat, hoewel dit de onbetwiste waarheid is, er toch mensen zijn die niet geloven in het evangelie van de waarheid. 
Er is een volgorde van geloof om ons geweten te reinigen. Eerst moeten we het feit erkennen en bevestigen dat we naar de hel gaan, daarna moeten we met ons hart geloven dat onze Verlosser naar deze aarde kwam, door Johannes voor onze zonden gedoopt werd, aan het Kruis stierf, herrees van de dood en ons hierdoor van onze zonden bevrijdde. Zondaars moeten van hun zonden gereinigd worden en het eeuwige leven ontvangen door hun geloof in het evangelie van het water en de Geest dat ons werd geopenbaard in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol.
Hoewel we van onze zonden gereinigd moeten worden, geloven sommige mensen nog steeds niet, hoewel ze de verlossing van de zonde kennen, die volbracht wordt door het blauwe, puperen en scharlakenrode wol. Hoe kunnen ze dit doen? Zij moeten uiteraard verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun eigen ongeloof. Als we de waarheid, die geopenbaard wordt in het blauwe, purperen en scharlakenrode wol, hadden gekend maar niet hadden geloofd, zouden we toch nog zondig zijn. En als we nog zondig zijn, moeten we dan niet voor onze zonden veroordeeld worden volgens de wet van God? Ieder van ons, man of vrouw, moet van de zonde gereinigd worden door in zijn hart te geloven in de waarheid van de verlossing die God heeft volbracht in het blauwe, purperen en scharlakenrode wol. 
De mensen moeten dat geloof hebben dat hen reinigt van hun zonden. Ze moeten het geloof hebben dat alleen gelooft in het evangelie van het water en de Geest. Gelooft u in het evangelie dat geopenbaard werd in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol, dat de Heer al onze zonden droeg door gedoopt te worden en dat Hij ons gered heeft door zijn bloed te vergieten aan het Kruis? Als u eerst naar uzelf kijkt, geeft u dan toe dat u inderdaad voor de hel bestemd was? Beseft u dat, ook al waren we voorbestemd tot de hel, de Heer ons desalniettemin van onze zonden gereinigd heeft met de waarheid die geopenbaard werd in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol? 
U moet beseffen dat de Heer naar deze aarde kwam, zich liet dopen en Zijn bloed vergoot, om zich over onze zonden te ontfermen. Om uw en mijn zonden uit te wissen, kwam onze Heer naar deze aarde in de gedaante van een mens, aanvaardde eens en voor altijd met zijn eigen lichaam alle zonden van de hele mensheid door zich van Johannes op dertigjarige leeftijd in de Jordaan te laten dopen en droeg elke veroordeling van de zonde voor eens en voor altijd door gekruisigd te worden en Zijn bloed te vergieten. God vergaf in een keer alle zonden van degenen die geloven.
We kunnen van al onze zonden verlost worden door te geloven in de waarheid die geopenbaard worden in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol. We moeten nagaan en bevestigen of we wel echt door deze waarheid van al onze zonden verlost werden. We moeten het geloof hebben, dat gelooft in Jezus Christus als de Verlosser, die kwam door de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol. Zoals het in de Bijbel staat: “Want geloven doen we met ons hart, en daardoor vinden we rechtvaardiging; belijden doen we met onze mond, en dat brengt ons redding” (Romeinen 10:10). In Romeinen 10:17 staat ook: “Geloven is dus een gevolg van horen en dat horen vindt plaats bij de verkondiging van Christus.” 
Dit woord van Christus vertelt ons dat we gered zijn door te geloven in de verlossing die werd volbracht met de blauwe, purperen en scharlakenrode wol. De verlossing van de zonde kunnen we niet bereiken door te geloven met onze eigen gedachten, maar wel door met ons hart te geloven in de verlossing die gekomen is door de blauwe, purperen en scharlakenrode wol. Het geloof dat ons echt kan verlossen van de zonde is het geloof in het evangelie van het water en de Geest. 
Moeten we dan tot God bidden door in deze waarheid te geloven? Uiteraard! We moeten altijd bidden en smeken in de Geest, met onze lenden omgord met de waarheid (Efeziërs 6:14, 18). Maar wat is dan deze waarheid? 
Het is het evangelie dat ons vertelt dat de Heer naar deze aarde kwam om ons te redden, op dertigjarige leeftijd door Johannes de Doper gedoopt werd, alle zonden van de wereld met zich droeg, gekruisigd werd aan handen en voeten, Hij bespuugd werd, Zijn bloed vergoot, en ons hierdoor van onze zonden reinigde. We moeten erkennen dat het door ons geloof in de waarheid is dat de verlossing van onze schulden volbracht werd. Onze Heer heeft ons gered van onze zonden door voor de zonden van de wereld veroordeeld te worden met Zijn doopsel en het bloed van het Kruis. 
“Heer, U hield zoveel van mij dat U van mij God’s eigen kind heeft gemaakt.” Zo moeten we ons geloof beleiden. Zelfs als we alleen zonden hadden, heeft de Heer ons toch toegestaan om het Koninkrijk van de Hemel te betreden door all onze zonden uit te wissen door gedoopt en gekruisigd te worden. We moeten allen in deze waarheid geloven en het eeuwige leven onvangen. 
Om welke reden zou u niet in deze waarheid geloven? Ik zou zelf niks op te merken hebben, zelfs niet als de Heer niet gedoopt was om ons van onze zonden te bevrijden en nochtans werd Hij, voor mijn eigen bestwil, gedoopt, vergoot Hij Zijn bloed, en bevrijdde mij hierdoor van mijn zonden. En dus geloof ik! Er bestaat geen enkele reden voor ons om niet in dit evangelie te geloven. Het is duidelijk dat wanneer de zondaars niet in de waarheid van het evangelie van het water en de Geest geloven, zij zeker in de hel gegooid zullen worden. Want ik wil dat ieder van u van de zonde gereinigd wordt door te geloven in het evangelie van de blauwe, purperen en scharlakenrode wol.
Er was een tijd dat ik zelf een zondaar was terwijl ik voorwendde in Jezus te geloven. Omdat ik een goede Christen wilde zijn, probeerde ik hard mij niet te schamen onder de Hemel. Maar in tegenstellng tot wat ik wilde, bleef ik maar zondigen. Ik had maar een troost; dat als ik mij met de anderen vergeleek, vond ik dat ik op zijn minst wat beter was dan hen. Hoewel mijn geweten mij bleef zeggen dat ik doorging met zondigen en aangezien volgens de wet van God de verdiende loon voor de zonde de dood is, was ik iemand die door mijn zonden verdoemd was naar de hel te gaan.
Na een vermoeiend en orthodox leven van tien jaar, was ik spiritueel bijna dood. Maar God ontwaakte mij bij de genade van Jezus Christus die voor mij gedoopt werd en mijn zonden op zich nam. Hij nam niet alleen mijn zonden op zich, maar ook alle zonden van iedereen in de hele wereld. Hij droeg daarna de veroordeling van deze zonden door ze mee te nemen naar het Kruis, door te worden gekruisigd en door aan het Kruis te sterven. Hij herrees van de dood en werd zo mijn echte Verlosser die zelfs nu nog in leven is. Toen ik dit evangelie van de waarheid leerde kennen, kon ik niet anders dan erin te geloven. En door te geloven dat Jezus Christus mijn verlossende God werd door gedoopt te worden en Zijn bloed te vergieten aan het Kruis, werd ik gereinigd van al mijn zonden. Ik kreeg de verlossing van zonde in mijn hart door het geloof. 
Het is niet omdat ik de hele Wereld van God goed kende dat mijn zonden werden kwijtgescholden, maar omdat ik de zonden van mijn eigen geweten kende, deze zonden via Zijn doopsel aan Jezus Christus doorgaf en in mijn hart geloofde dat Jezus aan het Kruis veroordeeld werd om voor mijn zonden te boeten. Omdat mijn zonden werden kwijtgescholden, predik ik nu tijdens mijn leven het evangelie. U en ik zijn hetzelfde; er is in werkelijkheid geen verschil tussen ons. 
Net zoals u zou ik ook naar de hel zijn gegaan en net zoals u heb ik ook de verlossing van zonden gekregen door te geloven in hetzelfde evangelie van het water en de Geest. Door te geloven in het evangelie waarmee de Heer onze zonden heeft uitgewist, werden u en ik door het geloof gered. Daarom dank ik de Heer. Omdat we ons op deze manier bewust zijn van het geloof en omdat we de volmaakte verlossing van de zonde via het water en de Geest hebben ontvangen, kunnen we nu tot God komen en tot Hem bidden want Zijn eigen kinderen hebben eveneens de verlossing van de zonde ontvangen. 
Aangezien de Bijbel ons vertelt dat de geur van het reukaltaar bestaat uit de heilige zalvende olie en de welriekende specerijen, heeft Jezus ons van onze zonden gereinigd met het heilige evangelie van de waarheid. In de oude tijd van het Oude Testament moest het volk van Israël deze wierook maken en ze op het altaar branden precies zoals God het had bevolen. Zo brandde er elke dag in het Heiligdom wierook en steeg de geur ervan op. Deze wierook betekent zoveel als bidden tot God. 
Om deze wierook in de tijd van het Nieuwe Testament in het Heiligdom te mogen branden, moet u eerst in het evangelie van de waarheid geloven en de verlossing van de zonde in uw hart ontvangen. Met andere woorden door te geloven in het evangelie, kan iemand de wierook van het gebed verbranden. Hoe kunnen we de wierook op dezelfde manier verbranden als in de tijd van het Oude Testament? Als we geen gebruiksvoorwerpen zoals het brandoffer- en het reukaltaar voor ons hebben, hoe kunnen u en ik dan wierook maken en het op het altaar laten branden? We kunnen de wierook van het gebed branden door te geloven, want Jezus heeft onze zonden uitgewist en ons gereinigd. Omdat onze harten door het geloof werden gereinigd toen we de verlossing van de zonde ontvingen, kunnen we nu de wierook branden door tot God op te stijgen met onze vurige gebeden.
We geloven dat we onze zonden aan Jezus Christus hebben doorgegegeven door met ons hele hart te geloven in het evangelie van het water en de Geest en dat Jezus Christus indirect de veroordeling van onze zonden in onze plaats op zich heeft genomen. Uw en mijn hart worden hierdoor gereinigd. Aangezien alle zonden in onze harten aan Jezus werden doorgegeven, werd ons hart door het geloof meteen helemaal gereinigd. Als al uw zonden aan Jezus doorgegeven werden via het doopsel dat Hij van Johannes ontving, zult u van alle zonden gereinigd worden tot er geen zonden meer in uw hart overblijven. Omdat onze zonden uitgewist en gereinigd werden door in het evangelie te geloven, kunnen we tot de heilige God komen en Zijn hulp vragen. Dat we tot God kunnen bidden hebben we te danken aan ons geloof dat we de verlossing van de zonde hebben ontvangen door onherroepelijk in het evangelie te geloven, dat zich nu in de achtergrond van onze oprechte harten bevindt. 
Broers en zusters, ga naar het reukaltaar en bid onafgebroken. “Vader, help mij alstublieft. Dit is de situatie waarin ik mij bevind en dit is wat ik nodig heb. Ik wil het ware evangelie verspreiden en rechtvaardig leven, Vader. Ik wil het deugdzame leven leiden dat passend is voor iemand van wie de zonden waarlijk werden vergeven. En ik wil de vruchten van de gerechtigheid plukken. Schenk mij het geloof in U Ik wil mijn leven volgens Uw wil leiden.” En bidden is eveneens vragen naar iemand’s behoeften. Het is God’s hulp vragen in overeenstemming met Zijn gerechtigheid.
U heeft waarschijnlijk zelf ook passies en verlangens. Omdat we gerechtig werden door ons geloof in het evangelie van het water en de Geest dat ons gerechtvaardigd heeft, kunnen we nu met ons gebed alles aan God vragen. Zij die tot God kunnen bidden voor Zijn hulp zijn de gelukkigen. Nu wij allen de verlossing van onze zonden hebben ontvangen door te geloven in het evangelie van het water en de Geest, bestaat er geen twijfel over dat we allen tot God kunnen bidden. 
Zij die, door hun geloof in God en het evangelie van het water en de Geest, de verlossing van de zonde in hun hart hebben ontvangen, komen op zijn minst in aanmerking om tot de heilige God te komen en Zijn hulp te vragen. En alle wedergeboren gelovigen gaan onvermijdelijk en intuïtief bidden om hulp van de Vader in hun leven, zoals een kind huilt om hulp van zijn/haar ouders als hij/zij problemen heeft. Hun geloof dat hen de verlossing van de zonde heeft gebracht, is niet allleen het geloof dat hen toelaat om God als hun Vader te aanroepen, maar is ook het geloof dat hen altijd laat bidden om de hulp van de Vader als Zijn eigen zonen en dochers. Aangezien God inderdaad onze eigen Vader is geworden door ons geloof, is het nu gepast dat we via ons gebed in overeenstemming met onze behoeften om Zijn hulp vragen. 
Ik weet uiteraard niet wat uw persoonlijke gebeden waren en hoe ze door God werden ontvangen nadat u uw verlossing van de zonde heeft gekregen. Maar wat ik wel weet, is dat als we tot God bidden om ons te laten verenigen met Zijn Kerk en het evangelie te verspreiden, Hij zeker antwoord geeft aan ons gebed. Het is in dit proces dat we voor anderen zullen gaan bidden. Eerst bidt iedereen alleen voor de behoeften van zijn/haar eigen persoon. Maar door de werken van de Heilige Geest gaan we beseffen dat het dringend nodig is dat we voor anderen bidden en dat we ons zo aan het gebed overgeven om andere zielen te verlossen en het evangelie van het water en de Geest over de hele wereld verspreiden. Waarom? Omdat de gebeden van de wedergeboren heiligen door de Heilige Geest geleid worden. De Heer zei ons: “Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid” (Mattheus 6:33).
Maar bij de wedergeborenen weten zij die nog niet religieus volwassen zijn, niet hoe ze voor de juiste dingen moeten bidden omdat ze God’s antwoord op hun gebeden nog niet hebben ervaren. Dit is omdat ze nog niet weten hoe krachtig het geloof in God’s rechtvaardigheid is. Degenen met weinig geloof weten niet of hun gebeden wel of niet beantwoord zullen worden en worden ook nog door twijfel achtervolgd. 
Dus moeten ze samen met degenen die voor hen geloofden bidden. Zij van wie het geloof jong is, aarzelen om tot God te bidden. En als ze bidden, vragen ze alleen wat ze willen: “geef mij, geef mij, geef mij.” Maar zelfs als de jonge gelovigen zich zonder groot geloof in God met de Kerk verenigen, kunnen ze nog altijd leren wat het echte gebed is, want hun voorgangers van het geloof in de Kerk bidden voor de gerechtigheid van God. Ook omdat de Heilige Geest het geloof van het gebed schenkt aan degenen die verenigd zijn met de Kerk, beginnen ze geleidelijk aan te bidden voor de gerechtigheid van God. “Een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel” (Jakobus 5:16).
De gelovige gebeden van de wedergeborenen die het recht hebben om tot God te bidden, hebben veel voordelen. De gebeden van degenen die het geloof in God bezitten, worden feitelijk door Hem beantwoord. Als mensen tot God bidden, moeten ze eerst geloven dat God hun eigen Vader is en dat Hij hun gebeden beantwoordt in overeenstemming met hun geloof, opdat de Vader hun gebeden zal beantwoorden. Dus, als de voorgangers van het geloof zich verenigen en bidden voor degenen die in hun voetstappen treden en voor de gerechte werken van het verspreiden van het evangelie, zullen ze grote werken ervaren. Als u naast uw geloofsvoorgangers die in God geloven, gaat staan, zult u enorm in uw geloof geholpen worden. Omdat God weet dat we veel hulp nodig hebben, niet alleen voor de genade van de verlossing maar ook voor andere aspecten van het leven, zal Hij onze gebeden beantwoorden. Daarom moeten we allen het geloof hebben dat met God’s Kerk is verbonden. 
Door te bidden voor de dingen die God behagen, wordt ons geloof erg aangemoedigd. Zoals religieuze kinderen wedijveren om te bidden en zich deze gebeden uiteindelijk eigen maken en volwassen worden, kunnen wij later ook tot God bidden voor onze eigen toekomstige problemen. Zij die dit doen geloven hierdoor in God en bewandelen via het geloof het pad dat de echte waarheid volgt. Aangezien de Bijbel ons vertelt dat de rechtvaardigen alleen met het geloof mogen leven, leven zij niet alleen voor zichzelf maar ook voor de verlossing van andere zielen.
Hoe kregen we de bevoegdheid om tot God te bidden? We verdienden het door wedergeboren te worden door ons geloof in het evangelie van het water en de Geest dat God ons gaf. Alleen degenen die de verlossing van de zonde hebben ontvangen door te geloven in het evangelie van het water en de Geest kunnen de moed van het geloof ontvangen waarmee iemand tot God de Vader kan bidden. Geloof is een gave van God. Door onze bevoegheid om te bidden ontvangen we de grote zegen van het geloof van God. 
Hoeveel van de vele Christenen op deze aarde komen in aanmerking om met dit geloof te bidden? Niet veel! Een van de meest gezegende gaven van God is dat we het geloof moeten hebben dat ons van onze zonden gered heeft met de waarheid die geopenbaard wordt in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol. En de tweede gave is dat we de kracht en de bevoegdheid hebben ontvangen om tot God te bidden als Zijn eigen kinderen. En een derde dat we het geloof kregen dat ons als God’s werkers laat werken.
 
 
God beantwoordt niet de gebeden van zondaars
 
Sommige zondaars, zelfs als ze het geloof in Jezus belijden, bidden tot God om hun zonden uit te wissen door op een of andere berg te klimmen en onafgebroken de naam van de Heer te roepen. Zelfs tijdens koude en winderige nachten blijven zij de berg beklimmen, bedekken ze hun lichamen met stukken plastic en hoewel ze dikwijls angstig zijn, bidden ze vurig met al hun toewijding. Maar al hun gebeden klinken hol in de lege ruimte. 
Hoewel ze de hele nacht door bidden, geloven ze helemaal niet dat God hun gebeden echt zal beantwoorden. Ze bidden met zoveel toewijding, ondanks hun gebrek aan geloof, om indruk te maken bij anderen, als pure aanstellerij. Hun gebeden zijn onbeantwoorde gebeden. Ze zijn zich eigenlijk bewust dat hun gebeden God niet bereiken, omdat ze nog zonde in hun hart dragen. Omdat ze de verlossing van de zonde nog moeten ontvangen, worden hun vele zonden niet beantwoord, hoeveel ze ook bidden, huilen, jammeren en zich de longen uit het lijf schreeuwen en allerhande dingen doen om God te vragen wat ze willen. 
Ze moeten zich realiseren dat de eerste vereiste om tot God te bidden slechts vervuld is als ze de eerste verlossing van de zonde hebben ontvangen. Maar omdat vele zondaars geen alternatief hebben tot ze het evangelie van het water en de Geest leren kennen, kunnen ze niet anders dan hun geloofsleven als zondaars voort te zetten. Als de mensen niet voor eens en voor altijd gereinigd worden door met hun hart te geloven in het evangelie van het water en de Geest dat de Heer ons gaf, zullen hun gebeden eigenlijk tevergeefs zijn. Altijd als de zondaars tot God proberen te bidden, roept hun bewustzijn: “Denkt je dat je gebeden God zullen bereiken?” Blijf dromen! Ze zijn allemaal tevergeefs! Zelfs als ze tot God blijven bidden: “Geef mij dit, geef mij dat”, zijn hun gebeden eigenlijk tevergeefs. 
“Alvorens tot Mij te bidden, moet u eerst de verlossing van de zonden ontvangen.” Dat is de wil van God. Als degenen die de verlossing van de zonde niet hebben ontvangen tot God bidden, beseffen ze uit ervaring dat hun geweten niet instemt met hun rede. Als zondaars bidden, blijven ze zeggen: “Geef mij dit, Heer, en geef mij ook dat”, maar hun gebeden worden niet beantwoord. Maar hun geweten vertelt hen alleen het tegendeel: “Geen sprake van!” Je gebeden blijven onbeantwoord omdat je zondig bent!” Als zondaars zelfs in hun eigen geweten hun geloof niet kunnen dulden, hoe kunnen ze dan ooit God teleurstellen, door Hem aanvaard worden en hun gebeden beantwoord krijgen. Zondaars zijn gewoon niet bevoegd om tot God te bidden. In tegendeel, zelfs hun eigen hart wantrouwt hun gebeden.
 
 
Onze gebeden worden pas beantwoord als we rechtvaardig worden door te geloven 
 
Maar de gebeden van velen die voorheen zondaars waren, worden pas beantwoord als ze de verlossing van de zonde hebben ontvangen door te geloven in het evangelie van het water en de Geest dat geopenbaard wordt in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol van de Tabernakel. Zij die met de kern van hun hart in het evangelie van het water en de Geest geloven, kunnen op zich ontoereikend zijn, maar ze kunnen door geloof tot God komen en door geloof kunnen ze moedig tot Hem bidden en Hem vragen wat ze nodig hebben. Als zij die de verlossing van de zonde door het geloof hebben ontvangen, volgens Zijn wil tot God bidden, bidden ze met moed.
Maar als ze voor zichzelf bidden, voelen ze zich soms ongeschikt. Wij, de gerechtigen, zijn het meest gelukkig als we bidden om het evangelie van het water en de Geest bij de anderen te verspreiden. Als we voor de actieve verspreiding van het evangelie bidden, zonder vleselijke belemmeringen, kunnen we de obstakels of beperkingen met de gebeden van het geloof overwinnen. Maar soms zijn we gefrustreerd als we er niet in slagen om dergelijke obstakels door geloof te overwinnen. Op zo’n momenten kunnen we alleen bidden en geloven dat God uiteindelijk zal antwoorden. En we zullen er zeker tijdig getuige van zijn dat dit gebed door God beantwoord wordt. 
We moeten bidden en dan wachten, en ons niet ongeduldig afvragen waarom onze gebeden niet meteen beantwoord worden. God wil dat we met ons geloof bidden en als we geloven dat onze gebeden in overeenstemming zijn met de wil van God, zal Hij ze beantwoorden als de tijd er rijp voor is. En als we de verlossing van de zonde door ons geloof onvangen en we door het geloof in ons leven bidden, zullen we uit eerste hand zien dat vele van onze gebeden inderdaad beantwoord worden.
Maar heeft u altijd zo met het geloof geleefd? Indien wel, kunt u echt tot God bidden. Als we onszelf nog een keer onderzoeken, beseffen we dat we naar de hel gaan en we beseffen ook opnieuw dat we in aanmerking kunnen komen voor de verlossing van de zonde door ons geloof in het evangelie van het water en de Geest. We moeten dus zeker onthouden dat zij die kunnen bidden, de verlossing van de zonde hebben ontvangen door te geloven dat de Heer hen gereinigd heeft van alle zonden van hun hele leven met het evangelie van het water en de Geest. 
Bij degenen die niet wedergeboren zijn, zijn er velen die zo trots op zichzelf zijn. En u? Heeft u iets om trots op te zijn? Heeft u sterke armen? Heeft u sterke benen? Het maakt niet uit hoe sterk ons lichaam is, ze kunnen de gewone verkoudsheidsvirussen niet eens weerstaan en kunnen ook geen lange tijd weerstand bieden aan een beperkte fysische kracht en geven dus een valse indruk van hun ware zwakte. Beseft u echt hoe zwak de mensen zijn? We kunnen van een enkele muggebeet sterven of tijdens een wandeling dood omvallen als we door een steen geraakt worden. We zijn niks. Soms wordt onze eer door slechts een enkele zin geraakt en kan ons hart zo gekwetst raken dat we half-dood gaan. Is het niet zo? Natuurlijk wel! 
Hoeveel mensen sterven er voordat ze zestig zijn? Ontelbaar veel mensen sterven zelfs voor ze dertig zijn. Zo’n zwakke wezens kunnen alleen mensen zijn. De eeuwige kracht van de mensen is nergens terug te vinden. Moeten deze zwakke wezens dan alleen in hun hart sterker gemaakt worden en niet geloven in het Woord van God in de kern van hun hart? Zonder iets om trots op te zijn of zogezegd sterk in te zijn; dat is wat mensen zijn.
We moeten ons dus bewust zijn van onze eigen zwaktes, onze tekortkomingen en zonden erkennen, geloven in het evangelie van de waarheid dat in vervulling is gegaan door de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol in ons hart en op deze manier in aanmerking komen om tot God te bidden. We moeten geloven in God. Om het geloof dat God bevalt in ons hart te dragen moeten de mensen in het evangelie van het water en de Geest geloven, maar er zijn er nog velen die er niet in geloven. Kunt u het recht om tot God te bidden van een ander evangelie hebben verkregen dan dit evangelie van het water en de Geest? Konden uw zonden uitgewist worden als Jezus, toen hij naar de aarde kwam, niet al uw zonden op zich had genomen door voor u gedoopt te worden? Zou u uw zonden van het hart aan Jezus kunnen hebben doorgegeven en ervan gereinigd worden zonder in het doopsel dat Jezus ontving, te geloven? 
De antwoorden zijn nee, nee en onvoorwaardelijk nee! Het is omdat Jezus de zonden van de wereld op zijn schouders nam samen met het doopsel dat Hij van Johannes ontving, dat Hij gekruisigd werd en de veroordeling van alle zonden met Zijn eigen bloed droeg. Kon u dus gered worden zonder het doopsel van Jezus en het Kruis? Uiteraard niet! Jezus werd gedoopt om onze zonden voor eens en voor altijd op zich te nemen, ze weg te wissen en ons te zuiveren van onze zonden. En Hij werd gekruisigd om de straf voor onze zonden te dragen. Door in deze waarheid van het evangelie van het water en de Geest te geloven werden al onze zonden kwijtgescholden.
Dus kunnen we om het even wanneer tot God komen en moedig opbiechten: “Heer, ik ben ontoereikend, maar U heeft mij gered met Uw water en bloed en nu ben ik zonder zonde. U kwam naar deze aarde, nam alle zonden in een keer op U, droeg alle zonden van de hele wereld aan het Kruis, werd ervoor gestraft en herrees van de dood. En door dit te doen, Heer, werd u mijn echte God van de zaligheid. Met mijn geloof in deze waarheid geloof ik in U.” Als we met andere woorden ons geloof behouden, kunnen we altijd tot God komen en tot Hem bidden ondanks onze gebreken. We kunnen bidden voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk, we kunnen bidden voor onze broeders en zusters en we kunnen bidden voor de andere zielen die de verlossing van de zonde nog moeten ontvangen.
Alleen als de mensen in het evangelie van het water en de Geest geloven, hoeven ze zich nooit onder de hemel te schamen. Maar sommige mensen die dit geloof in het water en de Geest niet hebben, kunnen proberen deze leegte op een andere manier in te vullen; u moet beseffen dat deze inspanningen helemaal tevergeefs zijn. Dit is waarom hun harten bedroefd en gekwetst zijn en hun leven ondraaglijk wordt. Of we nu in de waarheid of de leugen geloven, iedereen wil in iets geloven. Kijk naar uzelf. 
Ga bij uzelf na of u echt in de Heer gelooft met het geloof in het evangelie van het water en de Geest of dat u niet in het evangelie van het water en de Geest gelooft. De Heer heeft onze zonden uitgewist met water en bloed; als u dit gelooft, is er dan nog zonde in uw hart? Als u echt, in de kern van uw hart en ziel, in dit evangelie van het water en de Geest gelooft, is er absoluut geen zonde. Met uw hartgrondig geloof in de waarheid krijgt u nu de ware verlossing van uw zonden.
Omdat God ons de verlossing van de zonde heeft geschonken die geopenbaard werd in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en fijn getwijnde linnen, hebben we nu de eeuwige verlossing van de zonde ontvangen. En hierdoor werden zij die in deze waarheid geloven, God’s eigen kinderen die gehuld zijn in de genade waarnee ze tot God kunnen komen. Daarom moeten we elkaar liefhebben, elkaars tekortkomingen begrijpen, de werken van God tot op het einde dienen en dan tot Hem komen en voor Hem staan.
Zij die de verlossing van de zonde hebben ontvangen, houden van alle zondaars. Het hart van de gerechtigen verlangt dat elke zondaar de waarheid kent die geopenaard wordt in de blauwe, purperen en scharlakenrode wol en wedergeboren wordt. Maar er is een bepaalde soort mens die eigenlijk geen mensen kan liefhebben. Het zijn de hardnekkige zondaars; Christenen die hun eigen geloofsbewustzijn bedriegen en zichzelf misleiden door te denken dat ze in God geloven terwijl ze zondig blijven. 
Door te geloven in het evangelie van het water en de Geest en door de verlossing van de zonde in ons hart te ontvangen, moeten we allemaal ons geloofsbewustzijn verdedigen. Laten we tot het eind van de rit doorgaan, ons geloofsbewustzijn behouden en ons geloof niet verliezen. En als iemand door een moeilijke geloofsperiode gaat, kunnen we elkaar trouw helpen. Wat er ook gebeurt, de gerechtigen mogen de Kerk niet verlaten. Als de gerechtigen God’s Kerk verlaten, zullen ze onmiddellijk sterven. God’s Kerk verlaten is als uw eigen huis verliezen. Als u uw eigen huis verliest, verliest u uw onderdak en zal uw hart nergens nog rust en steun vinden en zult u uiteindelijk sterven, 
God’s Kerk is een plaats waar Zijn schapen gevoed worden en rust en steun vinden. Dus, als de schapen hun kracht verliezen en te moe worden, zal God’s Kerk helpen om hun hart sterker te maken door naar het Woord te luisteren. Als u het Woord aanvaardt door in uw hart te geloven, zal de Heilige Geest zich in u verheugen, zal uw hart gesterkt worden en u zult uiteindelijk het eeuwige leven ontvangen. 
Elke rechtvaardige onder ons dankt God. We danken de Heer omdat Hij ons het evangelie van het water en de Geest heeft geschonken zodat we in aanmerking kunnen komen om te bidden. Halleluja! Ik bid tot de levende God dat Hij ons toelaat in Hem te vertrouwen en met het geloof te leven.