The New Life Mission

Preken

Onderwerp 11: De Tabernakel

[11-21] (Leviticus 16:1-34) De Hogepriester die het offer gaf van de Grote Verzoendag

(Leviticus 16:1-34)
“En de HEERE sprak tot Mozes, nadat de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd waren voor het aangezicht des HEEREN, en gestorven waren; De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aaron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel. Hiermede zal Aaron in het heilige gaan: met een var, een jong rund ten zondoffer, en een ram ten brandoffer. Hij zal den heiligen linnen rok aandoen, en een linnen onderbroek zal aan zijn vlees zijn, en met een linnen gordel zal hij zich gorden, en met een linnen hoed bedekken; dit zijn heilige klederen; daarom zal hij zijn vlees met water baden, als hij ze zal aandoen. En aan de vergadering der kinderen Israëls zal hij nemen twee geitebokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer. Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen. Hij zal ook beide bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst.  En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok. Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken. Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate. Aaron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten. Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen. En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve. En hij zal van het bloed van den var nemen, en zal met zijn vinger op het verzoendeksel oostwaarts sprengen; en voor het verzoendeksel zal hij zevenmaal met zijn vinger van dat bloed sprengen. Daarna zal hij den bok des zondoffers, die voor het volk zal zijn, slachten, en zal zijn bloed tot binnen in den voorhang dragen, en zal met zijn bloed doen, gelijk als hij met het bloed van den var gedaan heeft, en zal dat sprengen op het verzoendeksel, en voor het verzoendeksel. Zo zal hij voor het heilige, vanwege de onreinigheden der kinderen Israëls, en vanwege hun overtredingen, naar al hun zonden, verzoening doen; en alzo zal hij doen aan de tent der samenkomst, welke met hen woont in het midden hunner onreinigheden. En geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, als hij zal ingaan, om in het heilige verzoening te doen, totdat hij zal uitkomen; alzo zal hij verzoening doen, voor zichzelven, en voor zijn huis, en voor de gehele gemeente van Israël. Daarna zal hij tot het altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN is, uitkomen, en verzoening voor hetzelve doen; en hij zal van het bloed van den var, en van het bloed van den bok nemen, en doen het rondom op de hoornen des altaars. En hij zal daarop van dat bloed met zijn vinger zevenmaal sprengen, en hij zal dat reinigen en heiligen van de onreinigheden der kinderen Israëls. Als hij nu zal geeindigd hebben van het heilige, en de tent der samenkomst, en het altaar te verzoenen, zo zal hij dien levenden bok toebrengen. En Aaron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd des boks leggen, en zal hem door de hand eens mans, die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten. Alzo zal die bok op zich al hun ongerechtigheden in een afgezonderd land wegdragen; en hij zal dien bok in de woestijn uitlaten. Daarna zal Aaron komen in de tent der samenkomst, en zal de linnen klederen uitdoen, die hij aangedaan had, als hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten. En hij zal zijn vlees in de heilige plaats met water baden, en zijn klederen aandoen; dan zal hij uitgaan, en zijn brandoffer, en het brandoffer des volks bereiden, en voor zich en voor het volk verzoening doen. Ook zal hij het vet des zondoffers op het altaar aansteken. En die den bok, welke een weggaande bok was, zal uitgelaten hebben, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen. Maar den var des zondoffers, en den bok des zondoffers, welker bloed ingebracht is, om verzoening te doen in het heilige, zal men tot buiten het leger uitvoeren; doch hun vellen, hun vlees en hun mest zullen zij met vuur verbranden. Die nu dezelve verbrandt, zal zijn klederen wassen, en zijn vlees met water baden; en daarna zal hij in het leger komen. En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert. Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden. Dat zal u een sabbat der rust zijn, opdat gij uw zielen verootmoedigt; het is een eeuwige inzetting. En de priester, dien men gezalfd, en wiens hand men gevuld zal hebben, om voor zijn vader het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen, als hij de linnen klederen, de heilige klederen, zal aangetrokken hebben. Zo zal hij het heilige heiligdom verzoenen, en de tent der samenkomst, en het altaar zal hij verzoenen; desgelijks voor de priesteren, en voor al het volk der gemeente zal hij verzoening doen. En dit zal u tot een eeuwige inzetting zijn, om voor de kinderen Israëls van al hun zonden, eenmaal des jaars, verzoening te doen. En men deed, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.”
 
 
De Hogepriester was degenen die het offer gaf op de Grote Verzoendag voor de Israëlieten. Dit offer werd een keer per jaar gegeven op de tiende dag van de zevende maand volgens de kalender van de Israëlieten. Op deze dag gaf Aaron, als Hogepriester, het offer namens het volk van Israël en in hun belang werden al hun ongerechtigheden werkelijk aan dit zondeoffer doorgegeven en weggewassen. De Grote Verzoendag werd daarom een groot feest voor het volk van Israël.
Net als andere offers, moest het offer van de Grote Verzoendag ook vergezeld worden van drie vaste standaards: onbesmette offerdieren, het opleggen van handen en het bloedvergieten van de offerdieren. God accepteerde dan met plezier het offer dat op deze wijze gegeven was. Dit offer verschilde van de andere offers doordat de Hogepriester het bloed van het zondeoffer naar het Allerheiligdom moest nemen. 
Nadat hijzelf en zijn gezin een offer had gebracht, offerde Aaron, de Hogepriester, twee bokken aan God voor het volk van Israël. Eerst offerde hij een voor de Heer God volgens dezelfde wijze van het zondeoffer van een stier die hij had geofferd. En daarna offerde hij de tweede bok als de zondebok. Hij gaf de zonden van het volk van Israël door aan de zondebok door het opleggen van zijn handen op het hoofd ervan in de aanwezigheid van de Israëlieten en deze bok die hun zonden geaccepteerd had, werd dan de woestijn ingestuurd door een geschikte man.
 
 
Het offer van de Grote Verzoendag reinigde alle zonden van het volk van Israël
 
Op de Grote Verzoendag gaf de Hogepriester, die het volk van Israël vertegenwoordigde, hun zonden aan het hoofd van het zondeoffer door zijn handen erop te leggen. Hij bracht twee levende bokken, trok loten voor ze, een voor God en de ander voor het volk van Israël. 
Het opleggen van handen betekent hier dat alle zonden aan het zondeoffer werden doorgegeven door de handen op het hoofd ervan te leggen. Dit opleggen van handen was de methode van het wassen van de zonden zoals het door God bepaald was en ook in het Nieuwe Testament moest dezelfde methode toegepast worden in een vorm van het opleggen van handen, voordat Jezus alle zonden van de mensheid kon wegwassen. Om de eigen zonden van de Hogepriester te verlossen, en de zonden van zijn gezin, en de zonden van een jaar van het volk van Israël, moest hij absoluut zijn handen op het hoofd van de bok leggen en al deze zonden eraan doorgeven. Omdat de Hogepriester de zonden van het volk van Israël aan het zondeoffer had doorgegeven door aldus zijn handen op het hoofd ervan te leggen, waren de zonden van de Israëlieten van een jaar uitgewist. Door het offer van de Grote Verzoendag konden de Israëlieten ook God danken omdat Hij hen had gered van al hun zonden.
Iedereen die zonden heeft, zal onvermijdelijk veroordeeld worden. Een zondeoffer moest eerst de zonden van de mensen accepteren voordat hij indirect ervoor veroordeeld kon worden. Als de Hogepriester een offer zou hebben aangeboden aan God zonder zijn handen op het hoofd ervan te hebben gelegd, dan zou dit offer godslastering zijn geweest voor God en dus mocht hij dit niet doen. Om de hele mensheid die zondaars waren geworden, te verlossen, moest God Zijn plan van zaligheid vestigen dat vervuld werd door de methode van het opleggen van handen. Om de zonden van het volk van Israël uit te wissen, verhief God de Hogepriester en liet hem de zonden van zijn hele volk voor eens en voor altijd doorgeven door zijn handen op het hoofd van het zondeoffer te leggen als hun vertegenwoordiger. Als dusdanig accepteerden alle offerdieren die aan God geofferd werden in de Tabernakel, de zonden van de Israëlieten met het opleggen van handen en ze droegen de veroordeling van de zonden namens hun, vergoten hun bloed en stierven.
Om de gerechtigheid en liefde van God volledig te vervullen, moesten de Israëlieten het zondeoffer offeren op de Grote Verzoendag door de Hogepriester de handen te laten opleggen op het hoofd van de offerdieren en de kelen door te snijden om hun bloed indirect een keer per jaar te vergieten. Met andere woorden, door dit offer wilde God voor eens en voor altijd de zonden van een jaar van het volk van Israël wegwassen. Dit was de wet van God’s liefde die zowel de barmhartigheid en Zijn gerechtigheid vervulde. Omdat God gerecht is, bereidde God Jezus Christus voor als het Lam, liet Hem door het opleggen van handen de zonden op Zich nemen en bloeden aan het Kruis, om de zonden van de mensen voor eens en voor altijd volgens Zijn gerechte wet uit te wissen.
Jezus, die Zichzelf heeft geofferd als het eeuwige offer, nam de zonden van iedereen voor eens en voor altijd door deze methode op Zich, vergoot eens Zijn bloed, en heeft daarmee hun zaligheid van de zonden voltooid. Als dusdanig moeten we ook voor God komen met het geloof in de waarheid van de zaligheid die getoond wordt in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen. Door dit geloof kunnen alle zonden voor eens en voor altijd verlost worden. Iedereen die daarom in een keer de verlossing van de zonden wilt ontvangen, moet naar God komen met het geloof dat werkelijk gelooft in het evangelie van het water en de Geest.
 
 
De betekenis van het opleggen van handen
 
Het opleggen van handen betekent, “aangenomen worden, doorgegeven worden of begraven worden” (Leviticus 1:3-4). Als iemand van het gewone volk van Israël onbedoeld zondigde en zich er dan bewust van werd, moest hij een offer geven aan God (Leviticus 4:27-29). Hij moest eerst een offerdier brengen zonder smet, en dan moest hij zijn zonden eraan doorgeven door zijn handen op het hoofd ervan te leggen. En dan moest hij de keel doorsnijden, het bloed ervan nemen, en dit bloed aan de priester geven (Leviticus 4:27-28). De priester moest vervolgens met zijn vinger iets van dit bloed nemen en het op de hoornen van het brandofferaltaar smeren, en hij moest alle overige bloed aan de voet van het altaar gieten. Hij moest ook het vet ervan op het altaar verbranden en God rook dan de kalmerende geur van het brandende vet dat in dit offer gegeven was. 
We hebben reeds geleerd dat God het offer voorbereide op de Grote Verzoendag waar handen op het offerdier werden gelegd en het bloed ervan werd ontnomen om de zonden van het volk van Israël uit te wissen. In dit geval kon God ook niet de zonden van de Israëlieten wegwassen zonder het opleggen van handen op het offer. Het offer van de Grote Verzoendag dat gegeven werd in het Oude Testament is op deze manier nauw verbonden met het doopsel en het bloed van Jezus in de tijd van het Nieuwe Testament.
Net als het zondeoffer van het Oude Testament een onbevlekt dier moest zijn, zo kwam in de tijd van het Nieuwe Testament Jezus als het onbevlekte Lam van God en werd Hij gedoopt en vergoot Zijn bloed aan het Kruis om de ongerechtigheden van alle zondaars weg te wassen. Evenals het offerdier de ongerechtigheden van de zondaars moest accepteren met het opleggen van handen in het Oude Testament, zo werden alle zonden van de wereld aan Jezus doorgegeven toen Johannes de Doper zijn handen op het hoofd van Jezus doorgaf toen hij Hem in de Jordaan doopte (Mattheus 3:15). Het offer van het Oude Testament en Jezus in het Nieuwe Testament, moesten op dezelfde manier het opleggen van handen accepteren en doodbloeden. Het offer van het opleggen van handen en het bloedvergieten was hetzelfde offer dat voorbereid was voor zondaars in zowel het Oude en het Nieuwe Testament.
 
 
De zonden van de mensheid worden onfeilbaar gevolgd door de toorn van God
 
Voor God zijn we zondaars geweest die slechts konden sterven voor onze zonden, net als het zondeoffer dat gedood werd voor de zonden die het genomen had. Als we ons dit zondeoffer voorstellen dat in stukken gesneden en verbrand wordt op het brandofferaltaar, kunnen we beseffen dat we net als dit offer verdoemd waren om vernietigd te worden voor God en toch heeft de Heer ons gered door gedoopt te worden van Johannes en door Zijn bloed te vergieten. 
Als dusdanig moeten zij die niet wedergeboren zijn, zichzelf als zondaars erkennen terwijl ze een brandende veroordeling aanschouwen voor hun zonden voor God en ze moeten geloven in het doopsel en het bloed van de Heer als hun zaligheid. Om ons van onze zonden te verlossen in plaats van ons ervoor te straffen, bereidde God het offer van de zaligheid voor, gaf onze zonden aan dit eeuwige offer, liet Hem bloeden en heeft daarmee al onze zonden verlost (Leviticus 16:1-34; Romeinen 8:3-4, Hebreeën 10:10-12). Heeft u nog steeds zonden in uw hart? Dan moet u eerst toegeven voor God dat u een zondaar bent die de veroordeling van God aanschouwt en u moet geloven dat door Jezus Christus God het plan van uw zaligheid heeft vervuld dat Hij nog voor de schepping van de wereld heeft ontworpen.
De zonde kan niet vergeven worden zonder dat het juiste losgeld wordt betaald. Daarom heeft God het volk van Israël het opofferingssysteem gegeven. In dit opofferingssysteem was slechts het offer dat gepaard ging met het opleggen van handen en bloedvergieten, het ware geloofsoffer dat de zonden van de Israëlieten kon wegwassen. 
We moeten volgens geloof ook dit offer aan God geven dat het opleggen van handen heeft en het bloedvergieten, alles volgens het opofferingssysteem dat geschreven staat in de Geschriften. De Heer vergoot Zijn bloed omdat Hij onze zonden heeft genomen door Zijn doopsel, indirect de veroordeling droeg van de zonden in onze plaats, en daarmee heeft Hij deze zonden van ons uitgewist (Mattheus 3:15; Johannes 1:29; Jesaja 53:1-7). Als we in het Woord van het water en de Geest geloven en als we onze handen op de Heer leggen die ons zondeoffer is geworden en daarbij onze zonden aan Hem doorgeven, kunnen we de verlossing van de zonden ontvangen door te geloven dat de Heer die onze zonden op Zich nam, de veroordeling van de zonden in onze plaats droeg. Door in het evangelie van het water en de Geest te geloven, kunnen we al onze zonden aan de Heer, die ons zondeoffer is geworden, doorgeven en we kunnen met Hem sterven en met Hem leven (Romeinen 6:1-11; Galaten 3:27).
De spirituele les die we ons moeten realiseren van het offer van de Grote Verzoendag is ten eerste dat we onze zonden en de veroordeling van onze zonden moeten erkennen en dat we vervolgens het geloofsoffer moeten geven dat God wenst te ontvangen, d.w.z. we moeten geloven in Jezus die onze zaligheid vervulde met Zijn doopsel en bloedvergieten aan het Kruis. We moeten onze handen op het hoofd van Jezus leggen door in Zijn doopsel te geloven. Waarom? Omdat we slechts gered kunnen worden van al onze zonden als we onze handen op het zondeoffer leggen door geloof en er bloed van ontnemen.
Zo ook moet iemand die de verlossing voor zijn/haar zonden wilt voor God het losgeld van het leven betalen, want de loon voor de zonden is de dood. Of men nu rijk of arm is, er moet het zondeoffer zijn dat de loon van iemands zonden betaald en de prijs voor de verzoening van het leven. Tenzij dit het geval is, kan niemand de verlossing van de zonden ontvangen door geloof.
 
 
Het offer van het Oude Testament op de Grote Verzoendag
 
Laat ons kijken naar Leviticus 16:6-10: “Daarna zal Aaron den var des zondoffers, die voor hem zal zijn, offeren, en zal voor zich en voor zijn huis verzoening doen. Hij zal ook beide bokken nemen, en hij zal die stellen voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst. En Aaron zal de loten over die twee bokken werpen: een lot voor den HEERE, en een lot voor den weggaanden bok. Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken. Maar de bok, op denwelken het lot zal gekomen zijn, om een weggaande bok te zijn, zal levend voor het aangezicht des HEEREN gesteld worden, om door hem verzoening te doen; opdat men hem als een weggaanden bok naar de woestijn uitlate.”
Om het volk van Israël in staat te stellen de verlossing van hun zonden te ontvangen door geloof, gaf de Hogepriester namens hun het offer dat vergezeld werd door het opleggen van handen en het bloedvergieten. Hoe is dan het geloof van de Christenen van tegenwoordig? Is het niet een speculatief en ongegrond geloof waarvan de offers proberen de verlossing van de zonden te krijgen zonder zelfs maar de zonden eraan door te geven? Als uw geloof niet het soort geloof is dat uw zonden aan Jezus Christus doorgeeft door het opleggen van handen, dan heeft u een probleem. Tenzij uw gelooft in het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis, kan het niet het juiste geloof zijn.
We kunnen slechts falen ons aan de Wet te houden voor God en we hebben allerlei soorten zonden begaan in het afgelopen jaar. Als we dus in de tijd van het Oude Testament zouden hebben geleefd, dan zouden we de verlossing van de zonden hebben ontvangen door te geloven in het zondeoffer dat de Hogepriester namens ons zou hebben gegeven. Om het geloofsoffer aan God te geven, moeten we eerst erkennen dat we verdoemd zijn vernietigd te worden voor onze zonden en we moeten dan geloven in het opleggen van handen dat al onze zonden aan het zonde offer doorgeeft dat God voor ons heeft voorbereid en het bloedvergieten van dit offer. 
Omdat het opleggen van handen op het offerdier en het bloedvergieten ervan, de macht had van de zaligheid, konden de mensen van het Oude Testament de verlossing van hun zonden ontvangen door dit offer dat de Hogepriester volgens het opofferingssysteem gaf dat bepaald was door God. Door zijn handen op het zondeoffer te leggen, gaf de Hogepriester de zonden van zijn volk van een jaar door aan het offer, sneedt de keel door en ontnam het bloed ervan en sprenkelde het bloed zeven keer voor de genadezetel en op de oostzijde. Door dit te doen bleef hij ieder jaar het goede offer geven aan God. Zo kon het volk van Israël de volmaakte verlossing van de zonden ontvangen in die tijd.
Zo geloofde en bevestigde het volk van Israël in hun hart dat al hun zonden aldus verlost waren door het zondeoffer dat de Hogepriester gaf. Wat het offer van de Grote Verzoendag van het Oude Testament ons toont is dat Jezus Christus in het Nieuwe Testament de zonden van de wereld op zich nam door gedoopt te worden van Johannes en door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten en dat we in deze Jezus Christus als onze Verlosser moeten geloven en de eeuwigdurende verlossing van de zonden ontvangen door ons geloof. Alle zielen van deze wereld wiens hart lijdt en worstelt over hun zonden, moeten zich realiseren dat zij de eeuwige verlossing kunnen ontvangen door in het evangelie van het water en de Geest te geloven en zij moeten dit in hun hart geloven. Zo was ook het offer van de verlossing van alle zonden van tevoren bepaald door God en Hij heeft beloofd dat Hij die zou vervullen en deze belofte van de zaligheid is ook getoond in de blauwe en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen dat gebruikt werd als de materialen van de Tabernakel.
 
 
Het offer van de Grote Verzoendag vervuld in de Tabernakel
 
Om op de grote Verzoendag alle zonden van de Israëlieten te verlossen, legde de Hogepriester zijn handen op het hoofd van het zondeoffer voor alle Israëlieten (Leviticus 16:1-23). Het was absoluut noodzakelijk dat hij hun zonden aan het zondeoffer doorgaf door zijn handen op het hoofd ervan te leggen namens hen. Toen de Hogepriester Aaron in de Tabernakel het offer gaf op de Grote Verzoendag voor het volk van Israël, kon niemand de Tabernakel binnen. Het was een buitengewone gebeurtenis omdat er veel priesters in de voorhof van de Tabernakel waren behalve op de Grote Verzoendag.
De Hogepriester gaf de zonden van het volk van Israël door aan het zondeoffer door zijn handen op het hoofd ervan te leggen, hij nam het bloed van dit offer naar het Allerheiligdom en sprenkelde het met zijn vinger op de genadezetel en voor de genadezetel sprenkelde hij zeven keer het bloed (Leviticus 16:14). 
Op dat moment moesten de gouden bellen die aan de zoom van het kleed van de Hogepriester gebonden waren, rinkelen en dus iedere keer dat hij het bloed voor de genadezeteld sprenkelde en aan de oostzijde, rinkelden de bellen en kon het volk van Israël dat buiten de Tabernakel stond het geluid van de bellen horen. Wanneer de Israëlieten dit geluid van de bellen hoorden, realiseerden ze zich dat de Hogepriester nu het offer namens hen aan God gaf. En ze zuchten opgelucht als ze het geluid van de bellen zeven keer hadden gehoord want zij wisten dat het geven van het offer op de Grote Verzoendag nu voltooid was, terwijl bevestigd werd dat het offer gemaakt was dat de zonden van een jaar vergaf. 
Hierna kwam de Hogepriester Aaron uit de Tabernakel, nam de overblijvende bok als een ander offer en gaf dit offer van de Grote Verzoendag in de aanwezigheid van het volk van Israël. God gebood het volk van Israël niets te doen op de Grote Verzoendag (Leviticus 16:20-21, 29). Met de enorme menigte Israëlieten die zich verzamelden om dit offer te zien buiten de Tabernakel, legde de Hogepriester zijn handen op het hoofd van de offerbok om zijn taak te vervullen en het weg te sturen in de woestijn aan de hand van een geschikte man.
Op de Grote Verzoendag bracht de Hogepriester de bok voor het volk van Israël, legde zijn handen op het hoofd ervan en belijdde alle ongerechtigheden en overtredingen van de kinderen van Israël terwijl hij ze doorgaf aan de bok. “Heer, ik belijd alle zonden die het volk van Israël tijdens het afgelopen jaar heeft begaan. We hebben ons niet helemaal aan de Wet kunnen houden, we hebben ontelbare zonden begaan tegen U en tegen elkaar, we hebben niet het leven geleid dat U ons heeft geboden en we hebben die dingen gedaan die U ons gebood niet te doen. We hebben zoveel van Uw geboden gebroken tijdens het afgelopen jaar. We hebben gelogen. We hebben gemoord. We hebben overspel gepleegd. We hebben gestolen.” Op deze manier gaf de Hogepriester alle zonden van de Israëlieten door aan de offerbok door zijn handen op het hoofd ervan te leggen in de aanwezigheid van de Israëlieten en het dan de woestijn in te zenden aan de hand van een geschikte man.
Omdat de loon van de zonden de dood is, kon God de zondebok niet laten leven nadat het de zonden van het volk van Israël had geaccepteerd. De zondebok die de woestijn in werd gestuurd moest lijden en sterven in de woestijn want het droeg alle ongerechtigheden, zonden en overtredingen van het volk van Israël. Nu ging het hele volk van Israël het feest van de Tabernakelen vieren (Leviticus 23:34) omdat zij door het offer van de Grote Verzoendag de zonden die hun bedwongen voor het afgelopen jaar, hadden afgegooid.
Het opleggen van handen is het middel waarmee de zonden van alle mensen wordt doorgegeven aan het zondeoffer. Wanneer de Hogepriester zijn handen op het zondedier legde, dan waren alle zonden van de mensen van Israël die zich tijdens een jaar hadden verzameld, voor eens en voor altijd doorgegeven. Iedere zonde van iedere Israëliet was voor eens en voor altijd aan het zondeoffer doorgegeven met het opleggen van handen van de Hogepriester. 
Kunnen alle zonden van de mensen van tegenwoordig ook aan het zondeoffer worden doorgegeven met het opleggen van handen, net als de ongerechtigheden van het volk van Israël werden doorgegeven met het opleggen van handen van de Hogepriester in het Oude Testament? Als dit niet mogelijk was, hoe zouden de mensen van tegenwoordig dan de verlossing van hun zonden ontvangen? Wie geeft de zonden van de mensen van tegenwoordig door, hoe en door wie? Volgens het opofferingssysteem dat door God bepaald was in de tijd van het Oude Testament, nam Jezus Christus de zonden van de wereld op Zich door gedoopt te worden van Johannes de Doper in de tijd van het Nieuwe Testament. Net zoals de zonden van een jaar aan de zondebok werden doorgegeven voor eens en voor altijd door het offer van de Grote Verzoendag dat de Hogepriester gaf voor het volk van Israël, zo werden onze zonden aan Jezus Christus doorgegeven die gedoopt was door Johannes de Doper, de laatste Hogepriester. Waar zijn dan alle zonden van de mensen van tegenwoordig? Zij zijn nu op het hoofd van Jezus Christus.
Net als de zondebok alle zonden van het volk van Israël accepteerde via de Hogepriester met het opleggen van zijn handen, werd Jezus het zondeoffer van de eeuwigdurende verlossing van de zonden van iedereen die nu leeft in deze huidige tijd. Jezus die onze eigen zondebok werd, offerde Zichzelf op aan God als het zondeoffer voor onze zonden. Jezus werd met andere woorden gedoopt door Johannes en gaf Zichzelf op om gekruisigd te worden zoals in het Oude Testament God bepaald had dat volk van Israël hun zonden aan een zondedier doorgaven en dit offer in hun plaats veroordeeld werd.
De zondebok die de woestijn in werd gestuurd, kon niet overleven, want er was geen water; alleen maar de brandende zon in de zandwoestijn. Jezus kon het ook niet vermijden om gekruisigd te worden want Hij had reeds de zonden van de mensheid op zich genomen door Zijn doopsel. Evenals de zondebok de leveloze woestijn in werd gestuurd, zo werd Jezus, die de zonden van de wereld op zich had genomen, ook gehaat en veracht door veel mensen. Als de zondebok de woestijn in werd geleid en verlaten werd in het eenzame leveloze land, zou het dan niet hebben rondgelopen om uiteindelijk te sterven aan uitdroging? 
Op dezelfde manier was Jezus, die onze zonden accepteerde, verworpen door veel mensen en moest Hij gekruisigd worden om de veroordeling van onze zonden te dragen, vergoot Zijn bloed en stierf. Dit was de zaligheid die Jezus Christus vervulde om ons Zijn ware zaligheid in het evangelie van het water en de Geest te geven.
Het volk van Israël zag het proces van de verzoening van de verlossing van de zonden met hun ogen en ze geloofden er met hun hart in. Zo kunnen wij nu ook de verlossing van onze zonden ontvangen door met ons hart te zien, horen en geloven in de rechtvaardige werken van Jezus Christus. Dit zegt ons dat Jezus Christus gedoopt zou worden van Johannes, de zonden van de wereld zou dragen, gekruisigd zou worden, Zijn bloed zou vergieten, sterven en van de dood zou herrijzen en dat we gered zouden zijn door al deze dingen te zien met onze spirituele ogen en door er met ons hart in te geloven.
Dit offer van de Grote Verzoendag zal zolang doorgaan als het volk van Israël blijft bestaan. Zij geven nog steeds het offer van de Grote Verzoendag op de 10de dag van de zevende maand in hun kalender omdat God hun zei “En dit zal u tot een eeuwige inzetting zijn, om voor de kinderen Israëls van al hun zonden, eenmaal des jaars, verzoening te doen” (Leviticus 16:34). Door het volk van Israël zo het offer te laten maken op de Grote Verzoendag, gaf God Zijn genade aan hen zodat al hun zonden weggewassen zouden worden en dat ze verlost zouden worden van de straf voor deze zonden. 
Zo heeft God ook de mensen van tegenwoordig in staat gesteld zich te realiseren dat Jezus alle zonden van de wereld op Zijn eigen lichaam droeg door gedoopt te worden van Johannes, gekruisigd te worden en daarmee volledig het eeuwigdurende reinigen van de zonden heeft volbracht. Jezus Christus droeg de zonden van de mensheid met Zijn doopsel en is daarmee de eeuwige Hogepriester van de Hemel geworden. Nu is er niets anders dat ons rest te doen voor onze eigen zaligheid, behalve in deze waarheid te geloven.
 
 
De offer van de Grote Verzoening die de Messias aan God de Vader gaf met Zijn eigen lichaam
 
Waarom gebood God het volk van Israël om Hem het offer te geven van de Grote Verzoendag? Hij deed dit zodat zij met hun geloof voorwaarts zouden kijken naar de dag dat God de Vader Zijn Zoon Jezus Christus de grote verzoening zou laten offer voor de zonden van alle menselijke wezens met Zijn doopsel en bloedvergieten. Daarom kwam Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, de Vader en de Verlosser van de mensheid, naar deze aarde om alle zonden van iedereen uit te wissen, vervulde alles met de liefde van God en openbaarde de zaligheid aan de mensheid. Door gedoopt te worden van Johannes om alle zonden van ons de mensheid op zich te nemen en door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten, heeft Jezus alle zonden en ongerechtigheden van de wereld uitgewist, werd veroordeeld voor hen en is daarbij onze ware Verlosser geworden.
God riep Mozes en gaf hem eerst de Wet. En daarna heeft Hij hem geboden de Tabernakel te bouwen met zulke materialen als de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen en gaf Hij hem het opofferingssysteem. Door dit te doen, liet God het volk van Israël zich het belang realiseren van het opleggen van handen en het bloedvergieten en in ruil toonde Hij hen dat Jezus Christus, de deur van de zaligheid die getoond wordt in de tabernakel, naar deze aarde zou komen, de zonden van de wereld op zich zou nemen door gedoopt en gekruisigd te worden en Zijn bloed zou vergieten. De zaligheid van het wassen van de zonden dat God ons heeft gegeven, wordt duidelijk getoond in de materialen die gebruikt werden voor de deur van de Tabernakel. 
Onder de materialen die gebruikt werden voor de deur van de Tabernakel, is de betekenis die aangegeven wordt door de blauwe wol dat Jezus de zonden van de wereld voor eens en voor altijd op zich nam door gedoopt te worden van Johannes, de purpuren wol toont dat Jezus de Koning van de koningen is en de Heer van de heren, want Hij schiep het heelal; de scharlakenrode wol vertelt ons dat Jezus door gedoopt te worden, de veroordeling van de zonden voor alle zondaars droeg door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten; en het fijne getwijnde linnen vertelt ons dat de Bijbel uitgebreid beschrijft over deze drie diensten die getoond worden in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en God heeft de verlossing van de zonden aan degenen gegeven die in Zijn Woord geloven.
Nu moet iedereen zich er nogmaals aan herinneren en geloven dat deze waarheid, dus dat Jezus hun Verlosser is en dat Hij al hun zonden heeft weggewassen door gedoopt te worden van Johannes en door Zijn bloed aan het Kruis te vergieten, ook getoond is in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen dat gebruikt wordt als de materialen van de Tabernakel en zij moeten daarbij de verlossing van hun zonden ontvangen. God vestigde de wet van de zaligheid door Mozes, de wet van de verlossing van de zonde voor de mensheid en toen de tijd kwam, zond Hij Jezus Christus naar deze aarde en liet Hem dopen door Johannes en vergoot Zijn bloed aan het Kruis zodat Jezus het zondeoffer kon worden die de zonden van de wereld zou wegwassen. En door dit te doen, heeft God iedereen die gelooft, in staat gesteld gereinigd te worden van al hun zonden door geloof. 
Als we daarom belijden dat we in Jezus Christus als de Verlosser geloven, moeten we geloven door het doopsel te kennen dat Jezus ontving en Zijn bloedvergieten aan het Kruis. Net als het zondeoffer van het Oude Testament de ongerechtigheden van de zondaars accepteerde met het opleggen van handen en indirect werd veroordeeld door zijn bloed in hun plaats te vergieten, kwam Jezus Christus als het zondeoffer voor iedereen die op deze aarde leeft, nam de zonden van de wereld op zich door gedoopt te worden, werd gekruisigd en vergoot Zijn waardevolle bloed en heeft daarbij voor altijd en in een keer alle zonden van degenen die geloven, uitgewist.
We moeten geloven in de waarheid van het geschreven Woord zoals het precies geschreven staat. De bijbelse waarheid is dat Jezus naar deze aarde kwam, gedoopt en gekruisigd werd en Zijn bloed vergoot volgens dezelfde methode als het offer dat de Hogepriester maakte voor zijn volk van het Oude Testament, om ons voor eens en voor altijd van alle zonden van de wereld ter verlossen. We moeten daarom geloven in de Bijbel zoals het precies geschreven staat. We konden het niet vermijden om voor altijd veroordeeld te worden voor onze zonden, maar Jezus kwam naar deze aarde en heeft ons van al onze zonden gered met Zijn doopsel en bloed.
Het is een zonden die door God nooit vergeven kan worden als we dit niet geloven terwijl God ons van al onze zonden op deze manier heeft vergeven. Hij heeft alle zonden van de wereld uitgewist behalve de enigste overblijvende zonde, “de zonde van godslastering van de Heilige Geest” (Markus 3:28-29). Als dusdanig moeten degenen die werkelijk de verlossing van de zonden willen ontvangen, geloven in de waarheid dat Jezus Christus gedoopt was, Zijn bloed vergoot, van de dood herrees en ons daarmee van alle zonden van de wereld heeft verlost. Welke goede daden zouden nog nodig zijn naast zulk geloof voor onze verlossing van de zonden? Nu is de tijd gekomen om te weten wat de waarheid van het evangelie van het water en de Geest is en we moeten in deze waarheid geloven.
Iedereen moet zich realiseren en geloven dat de waarheid die getoond wordt in de deur van de Tabernakel dat geweven was van blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en fijn getwijnd linnen, het evangelie van de ware zaligheid is en de voorbode van Jezus Christus die komen zou. Voor zover het geloof in Jezus Christus, zijn het doopsel dat Hij ontving en het bloed dat Hij vergoot aan het Kruis, van essentieel belang voor onze zaligheid en we moeten er daarom in geloven. De onbetwistbare en onweerlegbare waarheid is dat Jezus de zaligheid heeft gegeven aan degenen die geloven in Zijn doopsel, Zijn bloedvergieten aan het Kruis en Zijn herrijzenis van de dood en dat deze allemaal gedaan waren om ons van de zonden van de wereld te redden. 
 
 
Het offer van de Zoon van God de Vader dat gewild is
 
Laat ons onze aandacht richten op Hebreeën 10:5-9: “Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid; Brandofferen en offer voor de zonde hebben U niet behaagd. Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God! Als Hij te voren gezegd had: Slachtoffer, en offerande, en brandoffers, en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden); Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.”
Wat wordt bedoeld met de passage die zegt dat God geen offer wilt noch het behaagt? Deze passage citeert van Psalmen 40:6-7. Het betekent dat alle zonden van de wereld niet volledig uitgewist konden worden met de dagelijkse offers van het Oude Testament en dat Jezus daarom naar deze aarde moest komen, gedoopt werd, Zijn bloed vergoot, van de dood herrees en daarbij de Verlosser van ons allen is geworden om het eeuwigdurende zondeoffer te geven. De betekenis van Psalmen 40:7 welke zegt, “Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven” is dat Jezus Christus naar deze aarde kwam, alle zonden met het opleggen van handen en zijn bloedvergieten wegwaste, precies zoals het geschreven staat in het Oude Testament. 
In de tijd van het Oude Testament werden de zonden van de Israëlieten verlost wanneer het offerdier aangeboden werd aan God op de Grote Verzoendag met het opleggen van handen van de Hogepriester en het bloedvergieten van het offer. Zo ook nam Jezus Christus die naar deze aarde kwam om het eeuwige zondeoffer voor de hele mensheid te worden, alle zonden van de wereld op Zich door het doopsel te ontvangen, een vorm van het opleggen van handen en Hij droeg alle veroordeling van de zonden van de hele mensheid door deze zonden van de wereld naar het Kruis te dragen, gekruisigd te worden, Zijn waardevolle bloed te vergieten en te sterven. Door dit te doen, heeft Jezus de eeuwige zaligheid gegeven aan iedereen die gelooft.
Precies zoals God het heeft beloofd door het Tabernakel systeem, zo kwam Jezus naar deze wereld in het Nieuwe Testament en heeft daarbij de zaligheid voor eens en voor altijd vervuld. Degenen die geloven, zijn daarom gered van alle zonden. In de tabernakel was de belofte van God dat Jezus voor altijd de zonden van alle mensen voor eens en voor altijd zou uitwissen door gedoopt te worden en Zijn bloed te vergieten. En Jezus kwam inderdaad en vervulde de beloofde zaligheid door werkelijk gedoopt te worden en Zijn bloed te vergieten en daarbij het Woord van God tot de volmaaktheid te vervullen. Alle beloften van de zaligheid van God zijn met andere woorden inderdaad vervuld in Jezus Christus.
Het volk van Israël gelooft dat de wet van het Oude Testament en de woorden van de profeten het Woord van God zijn. Maar zij kunnen niet geloven in Jezus Christus die naar ons kwam in de tijd van het Nieuwe Testament als God of de Verlosser. Alle mensen van deze wereld, inclusief de Israëlieten, moeten zich nu realiseren dat Jezus Christus God Zelf is en in hun hart accepteren dat Hij de Messias is die komen gaat.
 
 
Waarvoor kwam Jezus?
 
Omdat Jezus kwam om de wil van God de Vader te vervullen, is Hij de Verlosser van iedereen die in Hem als dusdanig gelooft en Hij kwam naar deze wereld om voor altijd hun zonden weg te wassen. Zoals Hebreeën 10:10 verklaart: “In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied.” We moeten ons duidelijk realiseren en geloven dat het door de wil van God de Vader was dat Jezus Christus op deze aarde geboren werd, dat Hij gedoopt werd volgens de wil van de Vader, dat Hij door deze wil gekruisigd werd, Zijn bloed aan het Kruis vergoot, van de dood herrees en daarmee de Verlosser is geworden van degenen die geloven. Om al onze zonden volgens de wil van God de Vader uit te wissen, moest Jezus Christus de zaligheid van de mensheid door alle zonden uit te wissen met het doopsel dat Hij ontving en Zijn bloedvergieten. Als dusdanig gaf Hij Zichzelf vrijwillig op om geofferd te worden, waarmee Hij ons de volmaakte zaligheid heeft gegeven.
Omdat Jezus Christus Zichzelf geofferd heeft om niet alleen de zonden van het volk van Israël maar ook de zonden van de hele mensheid uit te wissen, zijn we slechts gered als we hier allen in geloven met ons hart. Gedurende de 33 jaar van Zijn leven, werd Jezus een keer gedoopt, en een keer opgeofferd en heeft daarmee de zondaars van de wereld voor eens en voor altijd gered. Dit is de enige en volmaakte zaligheid. 
Evenals Jezus alle zonden die door de mensheid vanaf het begin tot het einde gepleegd zijn, in een keer heeft uitgewist, zo heeft Hij ons ook in staat gesteld in een keer voor altijd gered te zijn door geloof. Door Zijn eigen lichaam eens en voor altijd op te offeren, heeft Jezus Christus ons voor altijd volmaakt gemaakt. Omdat Hij door Johannes gedoopt was en voor al onze zonden veroordeeld was door Zijn bloed te vergieten, moeten we nu met genoegen in ons hart in dit evangelie geloven en daarbij gered zijn van al onze zonden. Jezus Christus kwam naar deze aarde door de wil van God de Vader om al onze zonden te dragen en de lonen van het leven te betalen en Hij heeft succesvol Zijn ware zaligheid geopenbaard door de liefde van God volgens de wil van de Vader.
Dit Woord is zeker de waarheid dat u en ik die nu in deze moderne wereld leven, moeten geloven. We moeten het doopsel van Jezus en Zijn bloedvergieten aan het Kruis samenbinden en er in geloven als de enigste set van waarheid die ons volmaakt redt. Als we dit niet doen, zullen we de eeuwigdurende verlossing van de zonden verliezen. Als dusdanig moeten we geloven volgens het geschreven Woord van God, volgens de waarheid van het evangelie van het water en de Geest. Het evangelie van het water en de Geest straalt het licht van de zaligheid, maar als we iets toevoegen of enkele hoofdzaken weglaten van het ware evangelie als we in God geloven, of als we niet geloven in de waarheid zoals het is, dan zal dit licht van het evangelie van de zaligheid verloren gaan, om slechts verborgen te blijven en te verdwijnen.
We moeten niet misleid zijn dat de waarheid van het evangelie van het water en de Geest slechts een van de vele wereldlijke doctrines is, alsof het leert dat we op de een of andere manier de verlossing van de zonden ontvangen door met onze berouwgebeden God te vragen onze dagelijkse zonden te vergeven. God zei duidelijk in Hebreeën 10:11 “En een iegelijk priester stond wel alle dagen dienende, en dezelfde slachtofferen dikmaals offerende, die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen”. Hij zei ons dus dat de zonden die we dagelijks begaan niet weggewassen kunnen worden gewoon omdat we God om vergeving vragen van onze dagelijkse zonden met ons geloof in het bloed van het Kruis. 
Omdat het zondeoffer dat Jezus Christus God de Vader gaf door gedoopt te worden van Johannes en door aan het Kruis te sterven, het volmaakte zondeoffer was, zijn we volledig gered door hierin te geloven. Omdat de zonden van de wereld aan Jezus Christus zijn doorgegeven voor eens en voor altijd toen Hij gedoopt werd van Johannes, kon Jezus onze zonden naar het Kruis dragen en eraan sterven om de veroordeling van hun zonden te eindigen en hierdoor zijn de zonden van degenen die in Zijn doopsel en bloedvergieten geloven, weggewassen.
Door in het doopsel te geloven dat Jezus Christus ontving en het bloed aan het Kruis, stierven wij ook met Jezus Christus en zijn we met Hem door geloof levend geworden. Romeinen 6:23 verklaart: “Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.” De lonen van de zonden is de dood, het doet er niet toe wat het is en daarom moeten de lonen met het leven betaald worden. Daarom moest Jezus Christus om naar deze aarde komen in de gedaante van een mens, gedoopt worden van Johannes en Zijn bloed aan het Kruis vergieten. Het werkelijke doorgeven van uw zonden aan het lichaam van Jezus was volbracht door Zijn doopsel en door deze zonden te dragen en te sterven, betaalde Jezus de lonen van uw zonden en heeft daarmee alle zonden voor eens en voor altijd uitgewist. En toch, zijn er veel mensen die nog steeds aan God pleitten om hun dagelijkse zonden iedere dag te vergeven ook al heeft God ons deze waarheid van het evangelie gegeven; ze kennen gewoon de waarheid van het evangelie van het water en de Geest niet.
Als mensen zonden in hun hart hebben, kunnen ze slechts doodsbang zijn voor God door deze zonde. Het is waar dat er veel zijn die angst hebben vanwege hun zonden in hun geweten omdat ze nog steeds onwetend zijn over het evangelie van het water en de Geest en nog gewassen moeten worden van hun zonden. Echter, Jezus kwam naar deze aarde om hen van al hun zonden te verlossen, werd gedoopt van Johannes, vergoot Zijn bloed aan het Kruis en heeft ze daarmee volmaakt gered. Waarom moeten we ons dan zorgen maken als het evangelie van het water en de Geest, het evangelie van God's zaligheid, ons volledig gered heeft en onze veroordeling van de zonden heeft weggenomen? 
Degenen die weten en werkelijk geloven dat Jezus alle zonden van de mensheid heeft uitgewist door het evangelie van het water en de Geest, kunnen inderdaad volmaakt gered worden door geloof, net zoals God beloofd heeft, “Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol” (Jesaja 1:18). We kunnen allen gered zijn door geloof, want er was het doopsel van Jezus die de zonden van deze wereld accepteerde volgens de wet van God die bepaald is in het Oude Testament en waarmee alle zonden aan het zondeoffer werden doorgegeven door het opleggen van handen. Omdat Jezus de zonden van de wereld op Zich nam door van Johannes gedoopt te worden, kon Hij aan het Kruis sterven, en omdat de zaligheid waarover God in het Oude Testament sprak, vervuld werd, kunnen wij van al onze zonden gered worden door alleen maar ons geloof.
En toch, ondanks deze feilloze waarheid, zien we nog steeds mensen die in Jezus geloven alsof het een oefening van empathie is. Zij wenen en huilen iedere dag om hun geloof te versterken omdat de basis van hun geloof is om met Jezus mee te voelen voor het dodelijke leed dat Hij verdroeg aan het Kruis. Het hart van zulke mensen is enorm gebrekkig en zij moeten dit verkeerde geloof aan de kant zetten. 
U en ik hebben het doopsel en het bloed van Jezus onze Verlosser nodig; het is niet Jezus die ons meeleven of toewijding nodig heeft. De eenvoudige waarheid is dat wij het zijn die Jezus Christus, de Verlosser wanhopig nodig hebben en toch zijn er veel mensen die in God geloven voor geen bijzondere reden van zichzelf, terwijl ze denken dat het God is die iets nodig heeft alsof Hij hen smeekt in Hem te geloven. Maar zulk minzaam geloof is het soort geloof dat door God veracht wordt.
Het hart van degenen die neerbuigend zeggen tegen Jezus dat zij in Hem zullen geloven, alsof ze Hem een gunst bewijzen, plaatsen zichzelf hoger dan God en dus kunnen ze in hun arrogantie nooit het evangelie van het water en de Geest in hun hart accepteren dat hun perfect van de zonden redt. Zij hebben weinig respect voor het Woord van God dat zij beschouwen als weinig verschillend van wat hun buren zeggen, het minachten alsof ze God uit medeleven een gunst bewijzen door erin te geloven. 
Uiteindelijk zijn zij degenen die niet in het doopsel en bloedvergieten van Jezus geloven als de verlossing van hun zonden en die zich tegen God verzetten. Zij geloven dat hun zonden weggewassen kunnen worden door hun hartverscheurende berouwgebeden zonder dat ze zelfs maar in het evangelie van het water en de Geest geloven. Omdat zij de naam van God ijdel gebruiken, weten ze niet, of geloven ze niet dat Jezus Christus de Verlosser hun zonden volledig heeft uitgewist en dat zij niet gered kunnen worden.
God zei, “Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben” (Romeinen 9:15). Als God besloot zondaars te redden met de wet van de zaligheid uit Zijn genade, dan zal Hij dat precies zo doen als Hij heeft besloten. Wij moeten daarom geloven in het evangelie van het water en de Geest en daarbij onze ware zaligheid ontvangen. 
Degenen die niet in dit evangelie Woord van het water en de Geest geloven, zullen persoonlijk ontdekken hoe groots God's strengheid en Zijn toorn werkelijk is. Zij die geloven in het evangelie van het water en de Geest, zullen daarentegen zien hoe groots en genadig God’s liefde is. Iedereen die zijn/haar zonden voor God erkent en die het evangelie van het water en de Geest erkent en erin gelooft, God’s evangelie van de volmaakte zaligheid, zal verlost worden van alle zonden.
Degenen die geloven dat Jezus Christus al hun zonden op zich nam door gedoopt te worden, zullen verlost worden van al hun zonden. Degenen die deze waarheid daarentegen verachten, zullen het vreselijke oordeel van de zonden aanschouwen. Iedereen in deze wereld moet daarom in het evangelie van het water en de Geest geloven als de echte waarheid. Deze zondaars die God’s oordeel niet vrezen en niet in het evangelie van het water en de Geest geloven, zullen zeker voor hun zonden veroordeeld worden. Maar degenen die in de waarheid van Jezus’ reiningen van de zonden geloven, zullen gered worden van al hun zonden.
Iedereen wiens geweten zonden heeft, voelt zich niet op zijn gemak en dus komen mensen met ongegronde doctrines van zaligheid die compleet verschillend zijn van het evangelie van het water en de Geest terwijl ze hun bedroefde gewetens willen troosten. Er zijn zelfs mensen die zeggen, “Omdat ik in Jezus geloof, is het in orde dat ik zonde in mijn hart heb.” Maar we moeten niet vergeten dat iedereen die zonden in zijn hart heeft, het oordeel van de hel zal ontvangen want God zal zeker Zijn gerechte oordeel aan zulke mensen geven voor hun zonden. Omdat zij de kant kiezen van Satan, kan God hen niet zomaar met rust laten.
Maar degenen die de gerechtigheid van God kennen, dat Zijn oordeel van de zonde er is, vragen God om Zijn genadige liefde en willen gered worden van alle zonden, zoeken de waarheid en willen aan God’s zijde staan. Voor deze mensen is hier de waarheid dat Jezus Christus alle zonden van de mensheid op Zich nam door gedoopt te worden. Iedere zondaar moet hierin geloven en de verlossing van de zonden ontvangen. Door Zijn doopsel accepteerde Jezus Christus alle zonden van de hele wereld voor eens en voor altijd op Zich, stierf eenmaal aan het Kruis en heeft daarmee alle zonden uitgewist en ons rechtvaardig gemaakt.
Door het evangelie Woord van het water en de Geest, moeten we nu allen realiseren wat onze ware zaligheid is en in ons hart moeten we allen het geloof hebben dat werkelijk in dit evangelie gelooft. Iedereen die in deze waarheid gelooft met zijn hart, welke zonden hij/zij ook begaan heeft, zal inderdaad van al zijn zonden gereinigd worden door geloof en de ware verlossing van de zonden en het eeuwige leven ontvangen. Wilt u niet in dit evangelie Woord geloven en het evangelie van het water en de Geest door geloof nemen, het evangelie dat alle zonden in uw hart laat verdwijnen? Zij die geloven in het evangelie van het water en de Geest voor God, zullen zeker de verlossing van de zonden ontvangen.
 
 
Uw berouwgebeden kunnen u niet redden
 
Velen die tegenwoordig belijden dat ze in Jezus geloven, geven iedere dag hun gebeden van berouw terwijl ze God om vergeving vragen voor hun zonden. Zij leven hun geloofslevens door dagelijks hun zondeoffer aan God te geven, net als in de tijd van het Oude Testament. Maar dit is niet het geloofsleven dat je zou willen leven. Heeft Jezus Zijn bloed aan het Kruis vergoten om uw zonden weg te wassen altijd als u uw gebeden van berouw geeft? Dit is niet het geval. U moet in plaats daarvan uw zonden voor eens en voor altijd wegwassen door te geloven dat de macht van het doopsel en het bloedvergieten van Jezus voor altijd duren. Degenen die van hun zonden gereinigd willen worden door hun berouwgebeden iedere dag te geven, kunnen niet de eeuwigdurende verlossing van de zonden ontvangen, noch hebben ze het geloof dat hun in staat stelt de ware zaligheid te ontvangen.
Als de zonden van iedereen vergeven kunnen worden door het geven van zulke berouwgebeden of een of ander menselijk ritueel, dan zou God niet de wet hebben bepaald die verklaart dat de loon van de zonden de dood is. Mensen moeten werkelijk het offer geven dat hun zonden aan het lichaam van Jezus doorgeeft door geloof om verlost te worden van hun zonden. We moeten niet het soort geloof hebben dat dagelijks berouwgebeden geeft, maar het geloof in het evangelie van het water en het bloed dat getoond wordt in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen dat gebruikt wordt in de deur van de Tabernakel. Met andere woorden, we moeten ons realiseren dat slechts het geloof in het evangelie van het water en de Geest ons de ware reiniging van de zonden kan brengen en we moeten hier met ons hart in geloven.
Net als de zondaars van het Oude Testament hun zonden aan hun offerdier doorgaven door hun handen op het hoofd ervan te leggen als zij hun zondeoffer gaven, moeten we ook onze zonden aan Jezus Christus doorgeven door in Zijn doopsel te geloven en door dit geloof in Zijn doopsel en Zijn bloedvergieten aan het Kruis, moeten we voor God komen en de eeuwigdurende verlossing van de zonden ontvangen. God zei, “Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid,” en “Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods” (Romeinen 10:10, 17).
Johan 1:29 zegt, “Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!” Dit deel beschrijft de getuignis die Johannes de Doper de dag  nadat hij Jezus gedoopt had, gaf. Toen Johannes de Doper Jezus zag naderen, zei hij, “Kijk mensen! Daar is de Ene!” Dit veroorzaakte oproer onder de menigte die zich rond Johannes verzameld had. Johannes riep uit, “Zie! Het Lam Gods! Hij is niemand minder dan de Zoon van God, het Lam van God die de zonden van de mensen door mij op Zich nam. Hij is onze Verlosser. 
Hij is Jezus Christus, het Lam van God. Zie! Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt!” Omdat Johannes de Doper Jezus Christus gedoopt had en de zonden van de wereld aan Hem had doorgegeven, kon Johannes persoonlijk getuigen aan Jezus. Omdat Johannes onze zonden aan Jezus had doorgegeven door Hem te dopen, werd Jezus Christus het Lam van het offer die onze zonden volgens de wil van God de Vader wegnam.
In het Oude Testament werd de verlossing van de zonden ontvangen door het zondeoffer aan God te geven maar in het Nieuwe Testament, kan men slechts door geloof dat volledig gelooft in het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis verlost worden van de zonden. Omdat God vee als ossen, lammen en geiten als zondeoffer nam om de zonden van het volk van Israël uit te wissen, moesten ontelbare dieren bloeden, werden ze in stukken gesneden en verbrand op het brandofferaltaar. Talloze offerdieren werden inderdaad gedood vanwege de zonden van het volk.
Maar in de tijd van het Nieuwe Testament, offerde Jezus niet zo’n offerdieren, want Hij offerde Zijn eigen lichaam voor ons. Omdat Jezus het Lam van God naar deze aarde kwam, de zonden van de wereld op Zijn lichaam accepteerde door Zijn doopsel en Zijn bloed aan het Kruis vergoot, heeft Hij degenen die hierin geloven, in staat gesteld gered te worden van al hun zonden voor eens en voor altijd. Om onze zonden voor altijd te beëindigen met het water, het bloed en de Geest kwam Jezus naar ons .
God gebied ons nu in deze waarheid van de echte zaligheid te geloven. Hij zegt ons, “Ik heb al jullie zonden uitgewist, want ik hield van jullie. Ik heb jullie zo gered. Geloof dus! Ik heb je zonden uitgewist door Mijn eigen Zoon als het zondeoffer voor jullie te geven. Ik liet Mijn Zoon 33 jaar op deze aarde leven, ik liet Hem dopen, Hem Zijn bloed aan het Kruis voor jullie vergieten en hierdoor heb Ik jullie volledig verlost van al jullie zonden en veroordeling. Door nu in deze waarheid te geloven, kunnen jullie Mijn eigen kinderen worden die ik liefheb en die ik kan omarmen.” Weet dit nu in uw hart en geloof er met uw hart in, dat degenen die in het doopsel geloven dat Jezus Christus ontving en het bloed dat Hij vergoot, niet alleen gered zullen worden van al hun zonden, maar dat zij ook het recht zullen ontvangen om God's eigen kinderen te worden.
 
 
Verloste Jezus werkelijk alle zonden van deze wereld?
 
Laat ons Hebreeën 10:14-18 bekijken: “Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden. En de Heilige Geest getuigt het ons ook; Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden; En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken. Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde.”
Het deel maakt het duidelijk: “Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde.” Luister naar dit gezegende nieuws, dat al onze zonden aan Jezus waren doorgegeven door het doopsel dat Hij ontving! Niet alleen was iedere zonde die u en ik begingen in ons hele leven aan Jezus doorgegeven, maar alle zonden van de hele mensheid waren ook aan Hem doorgegeven. Om alle gerechtigheid van God te vervullen, ontving Jezus het opleggen van handen, werd Hij gedoopt in en uit het water en heeft daarbij alle zonden aan Zich laten doorgeven. 
Terwijl Hij alle zonden droeg, werd Hij bovendien gekruisigd en heeft daarmee de veroordeling van alle zonden van de mensheid gedragen en daarom is iedereen die gelooft, nu verlost van zijn hele veroordeling. Evenals de Hogepriester de zonden van het volk van Israël aan het zondedier had doorgegeven door zijn handen op het hoofd ervan te leggen, zo heeft Johannes de Doper al onze zonden aan Jezus doorgegeven door Hem te dopen. En Jezus droeg op Zijn beurt deze zonden en werd gekruisigd en heeft dus iedereen die in Hem gelooft, verlost van de zonden. Daarom kunnen degenen die hierin geloven, het recht verkrijgen om God’s eigen kinderen te worden.
Romeinen 10:10 verklaart: “Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.” Al met al is het door het geloof met het hart in de gerechtigheid van God dat zij rechtvaardig kunnen worden, door in de waarheid van de zaligheid met het hart te geloven dat zij de verlossing van de zonden kunnen ontvangen en de Hemel binnen kunnen gaan. Broeders en zusters, bent u verlost door met uw hart te geloven en met uw tong te belijden dat het doopsel en bloed van Jezus wezenlijke elementen zijn die “de gerechtigheid van God” “de waarheid van de zaligheid” en “het evangelie van de verlossing van de zonden” vormen? Onder het opofferingssysteem van het Oude Testament, werden de zonden van de Israëlieten niet uitgewist door het offerdier te doden zonder er de handen op te legen waardoor de zonden aan het offer doorgegeven werden. Op dezelfde manier kunnen al onze zonden niet weggewassen worden als we slechts in het bloed aan het Kruis geloven.
“En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken. Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde” (Hebreeën 10:17-18). Waarom zei God hier dat Hij onze zonden niet langer zou gedenken? Alhoewel we slechts kunnen blijven zondigen tot de dag dat we sterven, is onze zaligheid nu voltooid en zullen we voor altijd leven omdat Jezus alle zonden van de wereld in een keer voor altijd wegnam door gedoopt te worden en degenen die hierin geloven, zijn nu zondeloos. Daarom hoeft God onze zonden niet te gedenken.
De rechtschapenheid van God betekent Zijn gerechtigheid. De gerechtigheid van God de Vader gebiedt dat gewoon omdat Hij heilig is, degenen die in het evangelie van het water en de Geest geloven, ook heilig en zondeloos zijn. Vanaf het allerbegin hield God van ons en wilde Hij ons Zijn kinderen maken. Maar het doet er niet toe hoe graag Hij ons Zijn kinderen wilde maken, Hij kon dit niet doen door onze zonden. Dus zocht God de Vader een oplossing voor dit probleem.
Omdat God een onbevlekt offer vastlegde die indirekt geofferd zou worden namens ons en omdat Hij besloot onze zonden weg te wassen door alle zonden aan dit offer door te geven, aarzelde Jezus niet om gedoopt te worden, ons eigen offer te worden, indirekt te worden veroordeeld voor ons en daarmee het eeuwigdurende zondeoffer te geven. En door dit zondeoffer vervulde God Zijn voorzienigheid om degenen die geloven, van hun zonden te reinigen en ze Zijn eigen kinderen te maken. Nu zijn degenen die in dit evangelie van de waarheid geloven, verlost van al hun zonden voor God. Omdat Jezus reeds alle zonden van deze wereld heeft weggewassen door gedoopt te worden, hoeven we niet langer offers te geven voor onze zonden als we geloven in deze Jezus die de zonden van de mensheid heeft weggewassen door indirekt veroordeelt te worden. Hebben we nog steeds offergaves nodig voor onze zonden, broeders en zusters? Absoluut niet!
Weet u waarom Jezus Christus gekruisigd was, ook al was Hij zondeloos en puur? Jezus had in feite niets verkeerds gedaan alhoewel Hij gekruisigd werd. Jezus moest in onze plaats sterven alleen maar omdat Hij alle zonden van de mensheid op zich had geaccepteerd door gedoopt te worden in de Jordaan. De reden waarom Hij aan het Kruis moest sterven was omdat Hij reeds de zonden van de wereld die aan Hem waren doorgegeven, met Zijn doopsel had geaccepteerd en Hij was klaar om alle gerechtigheid te vervullen. 
Als de Zoon van God gedoopt werd om all gerechtighheid op deze manier te vervullen, hoe kunnen we Hem dan niet bedanken? Omdat Jezus onze zonden op zich heeft genomen, droeg Hij rustig als een schaap voor haar scheerder, het leed naar het Kruis. We moeten ons allen Zijn doopsel en Kruis voor altijd herinneren, want als Hij niet gekruisigd en veroordeeld was, dan zouden we zeker allen veroordeeld moeten worden.
Onze Heer nam niet alleen al onze zonden op zich, maar Hij droeg ook alle veroordeling van de zonden. Anders gezegd, Jezus de Verlosser, die onze zonden had genomen, werd ons eigen zondeoffer en droeg stil de straf aan het Kruis, alles om ons van de zonden te verlossen en daarmee God’s wil te vervullen. Daarom staat er in de Bijbel: “En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken. Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde. Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus” (Hebreeën 10:17-19).
Begrijpt u nu waarom Jezus Christus gekruisigd werd? We moeten niet alleen in Jezus’ bloed aan het Kruis geloven, maar we moeten de reden begrijpen waarom Hij aan het Kruis moest sterven en we moeten goed begrijpen en geloven dat deze reden verborgen ligt in het doopsel dat Hij ontving. Als u en ik precies willen weten waar en hoe onze zonden weggewassen waren, moeten we ons realiseren en geloven dat we gereinigd zijn van onze zonden door geloof, doordat onze zonden aan Jezus waren doorgegeven toen Hij gedoopt werd door Johannes in de Jordaan. 
 
 
Door de waarheid van het evangelie van het water en de Geest te kennen en te geloven kunnen we nu allen gered worden van onze zonden
 
Wat ik u tot dusver heb verteld is de waarheid van het evangelie van het water en de Geest waarover de Bijbel gedetailleerd spreekt. En deze waarheid is de zaligheid die zelfs voor de schepping van de wereld is gepland, en deze zaligheid wordt ook getoond in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol, de materialen die gebruikt worden voor de deur van de Tabernakel. Samen met mijn medewerkers preken we deze waarheid die getoond wordt in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol aan ontelbare aantallen mensen in deze wereld. En zelfs nu, op dit moment verspreidt zich dit evangelie over de hele wereld door onze boeken.
En toch zijn er mensen die beweren dat ze in Jezus geloven ook al kennen ze het evangelie van het water en de Geest niet. Ik noem zulke mensen gerust dwazen, want dit evangelie van het water en de Geest is de wezenlijke waarheid die ons iets vertelt over het ware opofferingssysteem dat vervuld werd door Jezus Christus, het essentie van de voorbode van de zaligheid die getoond wordt in de Tabernakel. Nu is het uw beurt. Indien u geloofd heeft zonder de echte waarheid te kennen, is het nu tijd om te keren en in het evangelie van het water en de Geest te geloven en de verlossing van uw zonden te ontvangen.
Het doopsel van Jezus en Zijn dood aan het Kruis waren zelfs beloofd voor de schepping van de wereld en zij worden ook getoond in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen. Om deze belofte te vervullen, en om ons werkelijk van onze zonden ter verlossen, werd Jezus gedoopt, stierf aan het Kruis, herrees van de dood en zit nu aan de rechterhand van God de Vader. 
Probeert u nog steeds in Jezus te geloven door uw eigen ervaringen of emoties te volgen zonder deze waarheid te kennen? Er zijn veel zulke mensen in deze weeld maar ze moeten zich nu omkeren van hun gebrekkige geloof en met hun hele hart in de waarheid van het evangelie van het water en de Geest geloven dat verborgen ligt in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen dat getoond wordt in de deur van de Tabernakel.
Hebreeën 10:19-20 zegt: “Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees.” Toen Jezus Christus gekruisigd werd nadat de zonden van de wereld op zich had genomen door gedoopt te worden, werd het scherm van de Tempel verscheurd en de zonden van de mensheid werden weggewassen met het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis. Het scherm van de Tempel, dat geweven was van blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en fijn getwijnd linnen, was zo sterk dat het niet kon scheuren, ook al werd het aan de vier hoeken getrokken door vier paarden. 
Dat deze stevige voorhang van de Tempel toch van boven tot onder scheurde, terwijl niemand het aanraakte, openbaarde het moment dat Jezus Christus Zijn dienst voltooide en dat de poorten van de Hemel wijd werden geopend. Het scheuren van de voorhang van de Tempel van boven tot beneden betekent dat alle muren van de zonden neergehaald werden, wat ons toont dat God door Jezus Christus deze muren van zonden neerscheurde.
Wat betekent het dan dat de muren van de zonden neergescheurd werden? Dit betekent dat iedereen van alle zonden verlost kan worden door in het doopsel te geloven dat Hij ontving en in Zijn bloed aan het Kruis. Wat God probeerde te tonen door de deur van de Tabernakel, is dat de zaligheid van de mensheid nu vervuld is voor eens en voor altijd door de diensten van Jezus die getoond worden in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen. Omdat onze eeuwigdurende verzoening die God ons beloofd had, vervuld werd, scheurde de scherm van het Allerheiligdom dat geweven was van blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en fijn getwijnd linnen van boven naar beneden, niet door menselijke hand, maar door God zelf.
Dit openbaart dat Jezus Christus, die het eeuwige offer voor de zonden is geworden voor de mensheid, degenen die in het evangelie van het water en de Geest volmaakt heeft gered. God de Vader heeft bepaald dat iedereen die in het doopsel gelooft dat Jezus Christus ontving, en in Zijn bloedvergieten aan het Kruis, de verlossing van de zonden kan ontvangen en daarom in Zijn aanwezigheid kan komen. Wilt u in deze waarheid geloven of niet?
Evenals God van u hield, zo houdt Jezus Christus, de Zoon van God ook van u en Hij heeft u de volmaakte zaligheid gegeven door gedoopt te worden van Johannes en door gekruisigd te worden. Door deze liefde van God te ontvangen die aan ons is gegeven door Jezus Christus, en door in de waarheid te geloven die ons het Koninkrijk van God binnenlaat, zijn al onze zonden verdwenen. Door in het evangelie van het water en de Geest te geloven, zijn zelfs onze dagelijkse zonden weggenomen, want al onze zonden en veroordeling zijn reeds weggewassen met het doopsel van Jezus en Zijn bloed aan het Kruis. 
Hebreeën 10:22 zegt: “Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.” De Bijbel spreekt verder van het reinigen van de zonden. We kunnen van al onze zonden gered worden door in de waarheid te geloven dat Jezus Christus alle zonden heeft weggewassen die we met ons vlees en gedachten begaan, door Zijn doopsel. 
Net als de Hogepriester ook zijn onreinheid in het bronzen wasbekken wegwaste nadat hij het offer gaf, moeten wij ook dit geloof iedere dag herinneren nadat we al onze zonden hebben weggewassen door in het doopsel van Jezus te geloven. Zoals de Hogepriester zichzelf aan het bronzen wasbekken waste, moeten wij ook onze dagelijkse zonden wegwassen door iedere dag te herinneren en te geloven dat al onze zonden weggewassen zijn met het doopsel van Jezus omdat er tijden zijn dat we in deze wereld waarin we leven blootgesteld worden aan de smerigheid ervan.
Alle zonden, of ze nu met het lichaam, hart of gedachten begaan zijn, behoren tot de zonden van de wereld. Met welk geloof kunnen we dan al deze zonden van de wereld wegwassen? We kunnen ze slechts wegwassen door het doopsel dat Jezus ontving. Degenen die ooit gereinigd zijn door in het doopsel van Jezus te geloven, moeten hun hart rein houden en altijd als ze zondigen, moeten we het weer reinigen door geloof. Degenen die het doopsel van Jezus iedere dag herinneren en de kledij van hun handelingen reinigen door geloof, zijn de gezegende. Omdat al onze zonden aan Jezus Christus zijn doorgegeven door het doopsel dat Hij ontving van Johannes, kunnen we voor altijd volledig van alle zonden gered worden door deze waarheid te overdenken en door er iedere dag in te geloven.
U moet in het evangelie van het water en de Geest geloven dat uw zonden ook allen aan Jezus Christus zijn doorgegeven toen Hij door Johannes gedoopt werd. U heeft niets te verliezen van het geloof in dit evangelie, want de Alwetende God, heeft het zelfs nog voor de schepping van de wereld gepland, voor de tijd van het Oude Testament. De waarheid dat Jezus uw zonden op zich accepteerde door gedoopt te worden in de Jordaan en dat Hij alle veroordeling droeg voor uw zonden door naar het Kruis te gaan, heeft u in staat gesteld de rechtvaardigheid van God te bereiken en uw zaligheid. De waarheid die u liet realiseren dat Jezus de Koning der koningen is die u voor altijd van de zonden heeft gered en die uw hart gereinigd heeft van een slecht geweten en uw lichaam gewassen heeft met rein water, is dit evangelie van het water en de Geest. Het evangelie van het water en de Geest is het onontbeerlijke Woord voor uw leven en het schijnt zelfs nog schitterender als u gelooft.
Tijdens de drie jaar van Zijn openbare leven, was het eerste dat Jezus deed, de hele mensheid van de zonden redden door gedoopt te worden. Jezus Christus heeft dus onze zonden op zich genomen en hiervoor ging Hij naar Johannes en werd Hij door hem gedoopt. Alle Vier de Evangelies beginnen met deze cruciale gebeurtenis. 
U en ik zijn feitelijk allen verdoemd te sterven voor onze zonden. Maar wat gebeurde er? Onze Heer kwam naar deze aarde, nam de zonden van de wereld op zich door gedoopt te worden van Johannes, werd het Lam van God, droeg de zonden van de wereld naar het Kruis, werd er met Zijn handen en voeten aan vastgespijkerd voor onze zonden, vergoot Zijn bloed dat in Zijn hart was en stierf en daarna herrees Hij van de dood. Daarom zei Jezus, “Het is volbracht,” toen Hij zijn laatste adem uitblies aan het Kruis.
Alles wat Jezus zei en deed is waar. Jezus werd ons zondeoffer om ons te redden en Hij herrees van de dood na drie dagen. En nadat Hij van de dood herrees, droeg Hij 40 dagen getuigenis van Zijn herrijzenis, steeg op naar de Hemel en zit nu aan de rechterkant van de troon van de Vader. Deze Jezus Christus zal naar deze aarde komen en ons meenemen. Jezus kwam als de Verlosser toen Hij voor het eerst naar deze aarde kwam, maar als Hij voor de tweede keer komt, zal Hij de Rechter zijn die iedereen veroordeelt die niet gelooft. 
U moet zich nu realiseren dat Jezus Christus naar deze aarde zal terugkeren als de Rechter, om degenen als kinderen van God te ontvangen, die geloven in de zaligheid van het water, het bloed en de Geest dat Hij vervuld heeft door Zijn 33 jaar op deze aarde en waarmee Hij hen heeft toegestaan in het Duizendjarige Rijk te leven en de eeuwige Hemel en om Zijn eeuwigdurende oordeel te geven aan degenen die niet in het evangelie van het water, het bloed en de Geest geloven en die de liefde van God hebben verworpen.
Nu moet u niet langer het evangelie van het water en de Geest negeren en net doen alsof u zich er niet van bewust bent, maar u moet in deze waarheid van de zaligheid geloven. En u moet zich realiseren dat Jezus Christus naar deze aarde kwam, gedoopt werd in de vorm van het opleggen van handen, gekruisigd werd en daarmee alle landen van de hele wereld van alle zonden heeft gered zoals God het beloofd heeft door de Tabernakel en het opofferingssysteem en u moet de verlossing van uw zonden ontvangen door met uw hele hart in deze waarheid te geloven.
Zo heeft ook het land Israël nog steeds haar rug gekeerd naar de waarheid en wacht nog steeds op een andere Messias. Maar de Israëlieten moeten zich realiseren dat er gewoon geen andere Messias is dan Jezus Christus, hoe hard ze ook op een andere Messias wachten dan Jezus. Dat er op deze aarde geen andere Messias is dan Jezus, is de vanzelfsprekende waarheid, en omdat zelfs het volk van Israël geen uitzondering is als het op deze waarheid aankomt, is er ook voor hen geen andere Verlosser. 
Als dusdanig moet het volk van Israël belijden van hun zonde dat ze niet in Jezus Christus als de Zoon van God geloven, en ze moeten geloven dat Jezus Christus inderdaad hun ware Messias is en dit als de waarheid accepteren. Door nogmaals te bevestigen en te geloven dat Jezus Christus de Verlosser is die komen gaat, moet het land van Israël het werkelijk, spiritueel gekozen land van God worden.
Zelfs nu is het volk van Israël nog steeds aan het wachten op een majestieuze, capabele en machtige Messias die hen kan redden van het leed en de ellende van deze wereld. Maar Jezus Christus kwam reeds naar deze aarde in de gedaante van een mens als de Messias en heeft degenen die het niet kunnen vermijden veroordeeld te worden door vuur, van al hun zonden gered. Als dusdanig moeten ze deze waarheid erkennen en erin geloven. Jezus kwam zelf voor hun zielen naar deze aarde als hun zondeoffer zoals beloofd in het Oude Testament, heeft hen voor altijd van al hu zonden verlost en hen God’s eigen volk gemaakt.
Jezus Christus die als de Verlosser kwam, heeft ons allen gered door het evangelie van het water en de Geest, de waarheid die getoond wordt in de blauwe, purpuren en scharlakenrode wol en het fijn getwijnde linnen. En Hij zal degenen onder ons die hierin geloven, zeker over het Duizendjarige Rijk laten regeren met Hem. Hierna zal Hij ons ook toestaan deel te nemen aan het eeuwigdurende Koninkrijk van God en er voor altijd gelukkig en met heerlijkheid met God Zelf laten leven. 
Als dusdanig, moeten we met ons hart in het evangelie van het water en de Geest geloven en God’s eigen kinderen worden terwijl we nog steeds op deze aarde zijn. Slechts degenen die in dit evangelie van de waarheid geloven, kunnen de zondeloze kinderen van God worden en krijgen gegarandeerd alle zegens die hun staan te wachten in de volgende wereld.
Halleluja! Ik dank de Heer met mijn geloof omdat Hij ons de geestelijke zegens van de Hemel heeft gegeven. Onze Heer beloofde dat Hij gauw terug zou keren; maar toch, kom Heer!